Bridge beter bij Schiedam '59

9. Speelfiguren 1 (snijden)


9.1 Algemeen

Bridge bestaat voor een groot deel uit kansberekening. Elke bridger zal weten dat onder normale omstandigheden snijden op de heer bij een Aas-Vrouw combinatie kansrijker is dan hopen dat de heer sec onder de aas valt.

Vaak zijn de kansen minder duidelijk en is het niet meteen duidelijk wat de beste speelwijze is. Vooral beginners hebben het lastig. Ze zien veel nieuwe speelfiguren voor het eerst en moeten aan tafel bepalen wat de beste speelwijze is.

Deze les laat een aantal veel voorkomende speelfiguren zien. Bestudeer ze goed. Het zal u verrassen hoe vaak u ze aan de bridgetafel tegen zult komen.

De verschillende onderwerpen worden in de vorm van een aantal opgaven behandeld..

9.2. Snijden

Opgaven 1 – 3 (“snijden of niet”)

1)

♠ A T 9 2
    
nz 

 ♠ V B 7 3

2)

♠ A 6 5 4
    
 nz

 ♠ V 7 3 2

3)

♠ A 5 4 3
    
nz 

 ♠ V 6

 

 

 

 

 

 


1) Speel de vrouw voor en laat deze doorlopen. Als de heer goed zit, maar je 4 slagen.
2) Speel de aas, gevolgd door een kleintje naar de vrouw. Als de heer bij oost zit en de kleur 3-2 verdeeld is, maak je drie slagen.

FOUT: De vrouw voorspelen: Je verliest altijd minimaal 2 slagen.
3) Speel een kleintje naar de vrouw. Als de heer bij oost zit maak je 2 slagen. Anders maar één.

FOUT: De vrouw voorspelen: je maakt nooit meer dan maar één slag.

Regel 1: Speel alleen een plaatje voor als je ´plaatje op plaatje´ (door tegenstander) kunt verdragen.


Opgaven 4 – 6

4)

♠ A V 4 2
    
nz 

 ♠ B T 9 6

5)

♠ A V 4 2
    
 nz

 ♠  B 7 6 3

6)

♠ A 5 4 3

     nz

 ♠  V B 6

 

 

 

lastig
 

 moeilijk


4) Speel de boer voor. Als de heer goed zit, maak je vier slagen.
5) Speel een kleintje naar de vrouw. Sla hierna de aas.
De enige kans om vier slagen te maken is wanneer heer – klein voor de aas zit. (ga dit na! ).

FOUT: De boer voorspelen. Je maakt nooit alle slagen. Ook niet als de heer goed zit.
6) Speel twee keer klein vanuit noord naar de hand. Je maakt 3 slagen als de heer bij oost zit of de kleur 3 - 3 verdeeld is.

FOUT: De vrouw voorspelen: je maakt alleen drie slagen als de kleur 3 – 3 zit. Of de heer nu goed zit of niet. Bij 4 - 2 verdeling maak je altijd maar 2 slagen.

x


Opgaven 7 – 8 (“Wel of niet snijden als je de aas en koning hebt”)

1)

♠ H B 3 2
    
nz 

 ♠ A 6 5 4

2)

♠H B 3 2
    
 nz

 ♠ A 7 6 5 4

 

 

 

 


7) Sla de aas (neem de kans mee dat de vrouw sec valt achter de boer) en snij over de boer.
8) Sla de aas en de heer. Heb je negen kaarten samen, dan is het iets kansrijker dan snijden.

Regel 2: Snij NIET als je in een kleur de aas en heer hebt en samen 9 kaarten.
Het boekje zegt: "Eight ever, Nine never"

x

 

Opgaven 9 – 12 (“De dubbele snit”)

9)

♠ A V T 9 8
    
nz 

 ♠ 4 3 2

10)

♠ H 4 3 2
    
 nz

 ♠  B T 9 6

11)

♠ A B T
    
nz 

 ♠  4 3 2

12)

♠ A 3 2
    
nz 

 ♠  B T 9

 

 

 

 

 

   

 


9) Speel klein naar de 10. Verliest dit aan de boer of heer, snij dan de volgende ronde op het andere plaatje. Je hebt 75% kans op 4 slagen. Als de boer en heer beiden voor de heer zitten, maar je zelfs alle slagen !

FOUT: Klein naar de vrouw en in 2e ronde naar de 10. Je verliest een slag als boer en heer beiden voor de aas zitten. In 1 op de 4 spellen maak je dus een slag minder dan de rest van het veld.
10) Laat de boer doorlopen. Als de vrouw goed zit, verlies je alleen de aas.

FOUT: Klein naar de heer. Je verliest altijd 2 slagen, ook als de aas goed zit.
11) Speel klein naar de 10. Als dit verliest, later klein naar de boer.
Als één van de twee plaatjes goed zit (75%), maak je twee slagen.
12) Beetje hetzelfde als opgave 10: Snij twee keer door eerst de boer en later de 10 door te laten lopen.

Moeilijk: Als zuid ipv BT9 BT5 zou hebben maakt hij bij goed tegenspel nooit 2 slagen. De negen is hier dus een cruciale kaart !!

Regel 3: Mis je twee plaatjes, maar wel de direct onderliggende kaarten, neem dan de DUBBELE SNIT. Snij hierbij eerst over het laagste plaatje.

 


x

Jos van den Dool