Rwanda, Zaire (Congo), Uganda ....... reisverslag 1987

Zaterdag 4 Juli 1987 - Vertrek naar Kigali

Na tussenlandingen in Brussel en Nairobi dalen we nu langzaam naar ons vertrekpunt van de reis, Kigali de hoofdstad van het ministaatje Rwanda. Het is een vermoeiende vlucht geweest. Gisteravond eerst met de cityhopper, een klein propellervliegtuig dat veel weg heeft van een opwindvliegtuigje, naar Brussel. Na 21/2 uur wachten vliegt SABENA ons met een DC10 naar Nairobi, waar zoveel mensen uitstappen dat ik mijn plaats midden in het vliegtuig in kan ruilen voor een comforta­bele tweezitter aan het raam. We moeten 11/2 uur in de benauwde cabine wachten eer weer verder richting Kigali gaan. Zou SABENA werkelijk Such A Bloody Experience, Never Again betekenen?

Het eerste stuk vliegen we in een dik wolkendek. Alleen 'mijn vriend' de Kilimanjaro steekt met zijn bijna 6000 meter boven de wolkenmassa uit. Boven de Serengeti is het onbewolkt en hebben we vanaf grote hoogte een goed uitzicht over deze immense vlakte en het aangrenzende Victoriameer. Een uur eerder dan gepland landen we in Kigali en een half uur later, het is inmiddels 11 uur, klimmen we in de gereedstaande safaritruck. De truck is waanzinnig. Het bovengedeelte is helemaal zelf gebouwd en zo goed doordacht dat alle bagage, kookspullen en onderdelen er makkelijk in kunnen en iedereen via de open zijkant een geweldig uitzicht heeft. Reisleider Peter en chauffeur Mike zijn nog maar net in Kigali. Ze hebben drie dagen aan de grens vast gezeten om dat i.v.m. de onafhankelijk­heidsviering de grenzen dicht gegooid waren. Door dit feest, waar we overigens niets van merken, moeten we ook naar een ander hotel uitwijken. Minder luxe, maar wel veel Afri­kaanser en meer in het centrum.

Na een douche gaan we met z'n zessen de stad in. Kigali is een relaxte stad dat meer aan een provinciestad dan aan een hoofdstad doet denken. Rwanda wordt ook wel "Het land van de duizend bergen" genoemd of het "Zwitserland van Afrika", vanwege het glooiende landschap. Kigali ligt ook tegen de flank van een berg. We komen eerst bij een typisch Afrikaanse markt. De kleurrijke bezige massa is een lust voor het oog. Alle koopwaar wordt op het hoofd vervoerd. We struinen wat over de markt waar we door Marijke leuke contacten leggen. Marijke is franse lerares en spreekt de taal dus vloeiend. Na een paar rondjes over de markt zakken we af naar de volksbuurt. De mensen hebben hier een stukje land veroverd en daar een lemen of rieten huis op gebouwd. Ondanks een langs de weg lopende riool ziet alles er redelijk netjes uit en kun je niet spreken van een sloppenwijk. We hebben veel bekijks, vooral bij de kinderen. Al snel hebben we een meute van 30 kinderen verzameld. Marijke krijgt ze zover dat ze liedjes voor ons gaan zingen. Als ze zichzelf even laten op cassette terug kunnen horen zijn ze helemaal door het dolle heen. Onderweg komen we ook een oude gevangenis tegen. Gevangenen zijn in opvallend rose pakken in een steengroeve aan het werk. 's Avonds eten we gezellig met z'n allen in een openlucht restaurant met uitzicht op mount Kigali.

Onze groep bestaat uit 11 mensen, aangevuld met reisleider Peter, chauffeur Mike en monteur Tom. In Zaïre komt er ook nog een Afrikaanse kok bij, die inheems eten voor ons klaar zal maken. Na een heerlijke Tulopiavis, die ik voor het laatst 7 jaar geleden in Tanzania gegeten heb (nostalgie!), wordt het groepsgebeuren besproken. Vooral het probleem Uganda levert een levendige discussie op. Er is daar pas een maatregel afgekondigd dat toeristen bij binnenkomst $150 moeten wisselen en vervolgens $30 per dag. Na lang discussiëren wordt mijn voorstel aangenomen. Niet terug­vliegen vanaf Entebbe, maar vanaf Kigali. Bovendien kunnen we Uganda binnengaan bij een kleine grenspost, waar ze misschien nog niet van de maatregel hebben gehoord en zeker niet genoeg wisselgeld hebben voor 14 mensen tegelijk. Bij de kleinere grensovergangen is de afstand tot de eerste stad, en dus ook bank, vaak meer dan 100 km. Zo zien we Uganda toch en lopen slechts een klein risico tegen grote kosten aan te lopen. Het plan van Peter, helemaal door Zaïre terug­rijden naar Rwanda, kan gelukkig even in de ijskast.

's Avonds moet ik mijn piepkleine kamertje op het laatste moment delen met Alex. Hij zwerft al een tijdje door Afrika en woont in Schiedam twee straten van me af!

Zondag 5 Juli - Van Kigali naar Zaïre

's Nachts heb ik een enorme aanval van allergie gehad. De stoffige kamer en het donzen kussen zijn er de oorzaak van dat ik de hele tent wakker hoest. Wat tabletten doen gelukkig wonderen. Om 6 uur begint de Afrikaanse dag en de mensen van ons pension proberen ons met een hels kabaal in dit ritme te brengen. Drie kwartier en vijf geslachte kippen laten sluit ik me ook maar aan in de rij voor de douche.

Na een engels ontbijt, omelet met spek, gaan we richting Zaïrese grens. Het is goed te zien dat Rwanda één van de dichtst bevolkte landen van Afrika is. Langs de weg zoeken ontelbare bont gekleurde mensen hun weg. Vaak zijn ze zwaar bepakt. Het meeste wordt schijnbaar moeiteloos op het hoofd gedragen. De mensen zijn hier bang om gefoto­grafeerd te worden. Ze denken dat hun ziel gevangen wordt in dat rare kastje en wenden snel het hoofd af. Rwanda is haast overal in cultuur gebracht. Het groene landschap is vooral bezaaid met bananenplan­tages, en wordt er op grote schaal groenten als sla, bonen en kool verbouwd. Af en toe komen we door een gebied waar vooral koffie en thee verbouwd worden. Je kijkt je ogen uit. De eerste grote vogels laten zich ook zien. Grote kraaien met een witte borst, wouwen en in de velden af en toe een groepje kraanvogels.

Als we 's middags de auto langs de weg zetten om te lunchen staat er binnen de kortste tijd een menigte ons aan te gapen. Één heeft er zelfs een bankje mee genomen. Een vrouw voelt zich zo op het gemak dat er een borst te voorschijn komt waaraan één van de kleintjes begint te lurken. Als we een fototoestel pakken om onze aangapers op de kiek te zetten hebben ze zo'n haast om weg te komen dat ze haast hun nek breken. Onderweg komen we verder verschillende kuddes langhoorn koeien met hoeders tegen. Ze behoren toe aan de Ankole stam. Laat in de middag komen we bij de aan het Kivumeer gelegen grenspost. Alle camera's moeten worden geregistreerd. Verder zijn ze één en al vriendelijkheid en mogen we in recordtijd de grens over. Geen bagagekontroles en (eigenlijk verplichte) declaratieformulieren, zodat ik de verstopte dollars maar weer uit mijn onderbroek haal.

Vlak na de grens rijden we Goma binnen. Goma was in de koloniale tijd een Belgisch vakantie­oord. In de 25 jaar dat de Belgen nu weg zijn is alles verschrik­kelijk verpauperd. De huizen zijn vervallen of niet afgemaakt, tuinen met onkruid overwoekerd en netjes aangelegde plantsoenen niet onderhouden. Het is allemaal wat troosteloos. We slapen op een grasveldje van een hotel op zijn retour. Een oude man bewaakt het terrein en aan zijn ogen kun je zien dat hij betere tijden heeft mee gemaakt. Je ziet hem denken aan vroeger, toen de tennisbaan nog geen planten tussen het gravel had, het restaurant nog hele ramen had en de gasten nog gebruik maakten van kamers ipv zelf hun huis meenemen en het grasveld bevolken. De kok die hier in zou stappen blijkt al 5 weken zoek te zijn. Net als we willen beginnen met het bereiden van het avondmaal komt hij boven water. In groepen van drie zullen we hem bijstaan. Hij is vooralsnog erg verlegen en de maaltijd wordt geheel door de groepsleden klaargemaakt. Zijn inbreng blijft beperkt tot het pakken en aangeven van benodigdheden. Hij moet duidelijk nog groeien in zijn rol van chef-kok. 's Avonds vloeit het bier rijkelijk en binnen de kortste keren is het hotel door zijn voorraad heen geholpen.

Maandag 6 Juli - Beklimming Niaracongo

Als iedereen nog op één oor ligt loop ik met Henk een stukje in de richting van het Kivu meer. Het is al redelijk bedrijvig op straat. De meesten hangen een beetje rond en we vragen ons af waarom ze niet lekker op bed zijn blijven liggen. Het is goed te zien dat de Belgen van het ene op het andere moment vertrokken zijn uit Zaïre. Zo is een ziekenhuis half afgemaakt en liggen in een niet meer gebruikte en verwaarloosde school de stoelen en lessenaars uit grootmoeders tijd als brandhout opgestapeld. Van de eertijds luxe buitenhuizen is overal de verf af gebladderd en dus nog maar een armoedige boel over. In Goma moeten we eerst geld wisselen en inkopen doen voor de beklimming van de vulkaan Niaracongo. Bij de bank moeten we Afrikaans lang wachten tot alle formaliteiten vervult zijn. Bij elkaar zijn we twee uur kwijt. Als we naar de vulkaan willen hebben we verder oponthoud doordat twee landrovers de uitgang van ons hotel blokkeren. Nadat ze met vereende kracht een half metertje opzij geduwd zijn kunnen we eindelijk naar de voet van de vulkaan om aan de lastige klim te beginnen. De niaracongo is in 1977 uitgebarsten. De lava­stroom is in de plantages net buiten Goma blijven steken en heeft geen slachtoffers geëist. Tot voor kort vertoonde hij nog behoorlijk wat activiteit. Deze zijn de laatste maanden helaas gereduceerd tot wat ontsnappende gaswolken. De kolkende lavamassa in de krater is nu geheel gestolten. Het is al twee uur als we met de beklimming van de 3450 meter hoge vulkaan beginnen en moeten dus opschieten om niet in donker de schuilhut te bereiken. Dwars door het dichte oerwoud over soms grote lavablokken banen we ons een weg naar boven. Het eerste stuk gaat lekker snel, maar als het na twee uur een stuk steiler wordt begint mijn slechte levensst?l zich te wreken. Compleet kapot moet ik om de paar minuten naar lucht happen. Tijdens deze nood­gedwongen pauzes heb je wel de tijd de talrijke vogels te observeren. Vooral de kleurrijke turaco's met hun kuif en lange staart vallen door hun schoonheid meteen op. De laatste kilometers gaan haast steil omhoog en als om 6.30 de duisternis invalt is het een hele toer heelhuids bij de hut aan te komen. Tot overmaat van ramp krijg ik weer last van mijn knieblessure zodat de klim nu helemaal een hel is. Even na zevenen kom ik met de 'kneusjes' boven. Ik heb er dus 5 uur over gedaan. De snelste twee uur minder. Er zijn drie hutjes gebouwd op de scheiding van de kale lavakegel en de dichte begroeiing. Er is er één ingestort terwijl een andere in gebruik is door een andere groep. De derde hut behoort de gidsen toe. Wij schuiven maar bij de gidsen aan en dat vinden ze allesbehalve leuk. Als we willen slapen breekt dan ook de hel los. De hut is te klein voor ons allemaal terwijl de miniem geklede gidsen om zich op te warmen in het midden van de hut een vuurtje hebben gestookt. Dit vuur ontwikkelt een dermate grote hoeveelheid rook dat we haast geen adem meer kunnen halen. Sommigen van onze groep doven het vuur en om wraak te nemen smijten de gidsen om het uur bij het wisselen van de wacht de golfplaten deur zo hard dicht dat we steeds weer wakker schrikken. De nacht is ook zonder de gidsen al één en al ellende door het gebrek aan ruimte. Joleen zag een miniem gaatje tussen Marijke en ik en propte zich er tussen. Ik moet nu worstelen om van slaaphouding te veranderen, wat weer gegil en gescheld van Joleen oplevert die denkt door een gids te worden verkracht. Wat een kapsies, een gids heeft ook z'n trots!

Dinsdag 7 Juli Beklimming Niaracongo

Als de eerste zonnestralen doorbreken is iedereen blij er weer uit te mogen. We gaan meteen op stap naar de kraterrand, waar we 45 minuten later aankomen. We zijn net op tijd om de zon achter een verderop gelegen vulkaan op te zien komen. Schitterend! De krater zelf is teleurstellend. Behalve een ontsnappende gaswolk is er weinig te merken van de recente eruptie. Twee raven blijven brutaal in onze buurt hangen. Raven zijn een stuk groter dan de in Nederland veel voorkomende kraaien. Als de zon het leven een stuk aangenamer heeft gemaakt gaan we weer terug naar de hut. Mijn knie gaat steeds meer pijn doen en als we weer naar beneden gaan heb ik zoveel moeite met afdalen dat ik al snel moet afhaken en moederziel alleen door het oerwoud strompel. Ondanks de knie geniet ik van de wandeling in de stilte. Alleen vogels vergezellen me. Na 4 ½ uur ben ik bij de truck, 1 ½ uur later dan de rest. Mijn knie kan ik inmiddels niet meer buigen. Het moet morgen over zijn als we naar de gorilla's gaan, want dat wordt ook weer een hele speurtocht in moeilijk begaanbaar terrein. Een dagje niet belasten deed in het verleden wonderen. We rijden meteen door naar het Biega gorilla reservaat. De weg is erg slecht, maar de vriendelijk zwaaiende mensen in hun lemen hutjes en primitieve hutjes maken veel goed. Na vijf uur hobbelen kamperen we bij een nederzetting vlak bij het bamboebos waar twee gorilla families leven.

Woensdag 8 Juli Gorilla's

Als ik wakker word heb ik nog maar weinig last van mijn knie. Een hele opluchting. Na een korte wandeling komen we bij de hut de parkwachters. Er leven hier twee gorilla families zodat onze groep in tweeën wordt gesplitst. Er mogen maar 6 man per groep mee zodat chauffeur Mike en een liftster niet mee kunnen. Met twee gidsen gaan we het bamboe bos in en gaan op zoek naar de gorilla familie. De ene heeft een groot kapmes om ons een weg door het oerwoud te banen. De andere heeft een geweer uit grootmoeders tijd bij zich. In een noodsituatie moet hij met een schot in de lucht de gorilla's op afstand houden. Dit is nog nooit nodig geweest. Gorilla's zijn goedaardige dieren en zullen niemand kwaad doen ondanks hun enorme kracht. Het zijn vegetariërs die voornamelijk leven van wortels, bladeren en bamboe. Gorilla's leven in families die aangevoerd worden door één gigantisch mannetje. Deze herken je aan zijn zilveren rug. Hij wordt dan ook de zilverrug genoemd. Helaas wordt er voor rijke idioten fanatiek jacht gemaakt op dit mannetje die veel geld over hebben voor zijn grote handen en imposante kop. Het bamboebos is zo overwoekerd dat je bij elke stap diep wegzakt in de plantenresten en we komen dan ook maar stapvoets vooruit. De gids maakt vreemde geluiden om de gorilla's te waarschuwen voor onze komst. Het is niet moeilijk een gorillafamilie te vinden. Ze hebben een vrij strak levenspatroon dat bestaat uit 's nachts slapen, 's ochtends eten en 's middags luieren. Het eten gaat met zo'n destructie van het bos gepaard dat je alleen maar vanuit hun vorige overnachtingsplaats de uit de grond getrokken planten hoeft te volgen. We horen het bekende kloppen op de borst steeds dichterbij komen en gaan dus de goede kant op. Plotseling horen we geritsel in het struikgewas. Van achter dikke lianen worden we nauwlettend gade geslagen door een gorilla. Als we de takken wat opzij schuiven zien we een vrouwtje met twee jongen op enkel meters afstand zich langzaam uit de voeten maken. Even later komt ook de wel 400 kg zware zilverrug poolshoogte nemen. Hij blijft vooralsnog op eerbiedwaardige afstand, maar als we naar zijn mening te dichtbij komen komt hij plotseling dichterbij en laat dreigend zijn tanden zien. De gids wordt zelfs een stukje weg geduwd. Ik sta er vlak achter en baal dat ik net niet mijn video standby heb. De gids laat zich als een stout hondje gedwee achterover vallen en blijft rustig apegeluiden maken. Het helpt en de zilverrug verdwijnt in een boom. Later vertelt de gids dat de zilverrug nog een beetje nerveus is van een incident dat zich vorige week afgespeeld heeft. De twee hier levende gorillafamilies kwamen elkaar toen tegen. Dit geeft op zichzelf al spanningen, maar die werden verergerd door de aanwe­zigheid van twee groepen toeristen die ongewild de gorilla's inslo­ten. Het vertrouwen van de zilverrug in de mens is dus een beetje verdwenen. Op onze hurken blijven we ondanks dit spannende moment de familie volgen. De twee meter grote zilverrug heeft bij elkaar 18 wijfjes en kinderen, die zich tot op twee meter laten naderen. Een eigenwijs jong laat zich aan een liaan midden in onze groep zakken en zet een gezicht van 'wie doet met wat met zo'n pappie als de mijne'. Na drie kwartier verlaten we de gorilla's en lopen terug naar het kamp. De andere groep is pas laat in de middag terug. Ze hebben ook succes gehad en de andere gorilla familie goed kunnen volgen. Ze hebben wel eerst een paar uur moeten zoeken. Wij vonden de gorilla's weliswaar veel sneller maar misten de spanning die bij lang zoeken lekker wordt opgevoerd. Om drie uur rijden we terug naar de grote weg. De mensen zijn onderweg weer bijzonder vriendelijk en we hebben moeite iedereen terug te zwaaien. We overnachten bij een in het dichte oerwoud gelegen waterval. Het water is volgens Mike en Peter "ijskoud" en vriezen je tenen er af als je er in staat. Desondanks zoek ik een plekje waar je het water in kunt en ben verheugd dat het allemaal wel mee valt. Hup, kleren uit en lekker liggen in het koele stromende water vlak onder de 25 meter hoge waterval. Al snel volgt de rest van de groep mijn voorbeeld en liggen we met z'n allen ,behalve uiteraard de koppige Mike en Peter, poedelnaakt in de stroom. De krat bier met grote halve liters doet de stemming tot ongekende hoogte stijgen.

Donderdag 9 Juli Het Virunga park

Om zes uur ben ik al op om te genieten van het rustige oerwoud en de voor Zaïrese begrippen grote waterval. De vochtige omgeving zorgt ervoor dat mijn video camera kuren gaat vertonen. Hij slaat steeds af en wist niet goed bij nieuwe opnames zodat je dubbel beeld hebt. Ik schrik me rot, maar nadat we deze omgeving verlaten hebben is alles weer in orde.

We kruisen vandaag het befaamde Virunga park. Het moet kunnen wedijveren met de parken in Kenia en Tanzania. Helaas blijkt dit niet (meer) zo te zijn. Ugandese troepen uit de periode vlak na Amin's val hebben veel wild gestroopt. Erg veel, gezien de kale vlaktes. We rijden eerst naar een peperdure lodge, waar we wat drinken en een gids huren. De in de folder met veel bombarie aangegeven geiser blijkt een lachertje te zijn. Uit de grond borrelt een beetje heet water ,nauwelijks groot genoeg om een eitje in te koken. De plek zelf is wel heel bijzonder. In de rivier hebben zich op een zandbank een stuk of tien hippo's verzameld die ons een beetje verveeld aan kijken. In een boom zit een grote visarend. Deze is te herkennen aan zijn fel-witte borst. Met de gids gaan we op zoek naar groot wild. Heel ver van de weg zien we een nauwelijks met het oog waarneembare kudde olifanten. Het land is te drassig om dichterbij te komen. Ook rijden we langs een hippopool. Hier vechten talloze nijlpaarden om de laatste restjes modder. De poel zal spoedig droog staan en ze zullen dan moeten verkassen naar de kilometers verderop gelegen rivier. Voor nijlpaarden geen enkel probleem. 's Nachts gaan ze altijd aan land om te grazen. Hierbij leggen ze vaak tientallen kilometers af om goede grasvelden te bereiken.

Verder zien we vandaag nog bavianen, diverse gazellen, waterbokken, een wegsprintend luipaard en ontelbare vogels. Vooral de wevers en bijeneters bij de lodge waren van ongekende schoonheid.

Aangezien je niet in het park mag logeren rijden we tegen donker het park uit. We moeten flink stijgen aangezien het Virunga park in de grote slenk ligt. Je hebt vanaf deze hoogte schitterende vergezichten tot die in Uganda. Het Virunga park lijkt nu helemaal een dorre, droge vlakte. Boven mogen we op het terrein van een primitief hotelletje kamperen. Kamers zijn niet duur zodat de meesten, waaronder ik, een kamer proberen te huren. Dit is niet eenvoudig. De manager laat het niet toe dat twee mannen op een kamer slapen en pas nadat we zeiden dat we familie waren lukte het. In het restaurant bestellen we een lekker kippetje. Als het bord op tafel komt blijken we net zo geplukt te zijn als die ene kip die verspreid ligt op al onze borden.

Vrijdag 10 Juli De weg naar Butembo

Het is vandaag een erg lange rit door dicht bevolkt gebied. Hoewel de weg niet eens zo slecht is (wel hobbelig, maar weinig modder) duurt het allemaal langer dan verwacht zodat het vandaag één grote stressboel is. We stoppen weinig en rijden dan ook in het donker nog een paar uurtjes door. Langs de kant van de weg zetten we de tent op bij een verlaten kinineplantage. We zijn ook in dir gedeelte van Zaïre een bezienswaardigheid. Vanuit de grappig tegen de heuvels gebouwde huizen komen kinderen schreeuwend ons tegemoed. Iedereen stopt met zijn dagelijkese werkzaamheden om even naar ons te zwaaien.

Zaterdag 11 Juli - Verder op weg naar Oysha

We hoeven vandaag maar 100 kilometer te rijden naar het plaatsje Oysha, even ten noorden van Beni. De slechte weg zorgt ervoor dat we daar de hele dag over doen. 's Ochtends begint al meteen de ellende. Op de smalle weg, notabene de enige weg in Oost-Zaïre, zit een vrachtwagen vast in de modder waardoor wij er niet door kunnen. Toch zijn we blij dat we nu even niet in de auto hoeven te zitten en lopen alvast vooruit. In het dichte oerwoud zien we bedrijvige mensen. Het is hier nog steeds dichtbevolkt. Er wordt veel met takkebossen en houtskool gesleept. Ook zien we mensen op primitieve manier een kanaaltje aanleggen om hun kleine landbouwgrondje te bevloeien.

In Beni proberen we reserve autobanden op de kop te tikken. Alhoewel Beni zo'n beetje de grootste stad van Oost-Zaïre is lukt het niet. Ook het verkrijgen van diesel kost de grootste moeite.

Vanuit Beni is het nog maar een klein stukje naar de moderne missiepost in Oysha, waar we overnachten. Zoals overal ter wereld moeten missionarissen weinig hebben van toeristen, zodat we niets zien van het befaamde lepra­bestrijdingswerk dat hier wordt verricht. Alleen ons geld telt. Logisch, maar het had wat leuker gekund.

Vlak voor Beni zagen we de eerste pygmee. Het is een zielige vertoning. De pygmee was stomdronken en werd door omstanders gepest. Nadat hij ons had gezien wilde hij tegen betaling op de foto. Snel doorrijden dus. Pygmeeën worden hier erg gediscrimineerd en uitgebuid.

De sfeer in de groep gaat zienderogen achteruit. Vooral Joleen klaagt de hele dag steen en been. Ze probeert medestanders te krijgen in haar nutteloze offensief tegen de in haar ogen falende organisatie. Joleen is duidelijk reizen gewend met aircobussen voorzien van video en minibar en kan dat de volgende keer ook beter weer doen. Een andere rare vogel is mijn tentgenoot Henk. Hij denkt donker Afrika te ontdekken. Helaas, helaas, Al 200 jaar voor Livingstone liepen hier al de druk gebruikte handelsroutes van de Arabieren. Ook gaat elke overlandtruck vanuit Europa, ik schat zo'n 50 per jaar, via deze route naar eindbestemming Kenia. Een hele desillusie voor Henk. Ook chauffeur Mike heeft het niet naar zijn zin. Deze in Kenia levende Brit is gestrikt voor deze tocht en heeft daar spijt van. De wegen zijn slechter en de afstanden groter dan verwacht. Hij vreest voor zijn grootste bezit, zijn auto.

Ondanks alle strubbelingen zit ik met Theo tot 22:30 gezellig aan de borrel.

Zondag 12 Juli Mt Hoyo (Pygmeeëngebied)

Vandaag trekken we het pygmeeëngebied in. We komen al snel bij een markt waar ook enkele pygmeeën hun inkopen doen. Een vreemd gezicht al die kleine mannetjes en vrouwtjes tussen die forse Bantoes. Ze zijn niet erg vriendelijk en wordt er vijandig gereageerd op groepsleden die foto's proberen te nemen. Vanaf mijn schoot weet ik ze wel op de video te krijgen. Het is duidelijk dat we hier niet gewenst zijn en rijden maar weer snel verder.

Als we langs de kant van de weg lunchen komen er mensen die pygmeeën­spullen verkopen. Ik denk aanvankelijk dat het pygmeeën zijn, maar later blijkt dat de handelaren voornamelijk Bantoes zijn die de speren, pijl en boog en andere voorwerpen voor een habbekrats opkopen en vervolgens op zoek gaan naar kooplustige toeristen.

Het oerwoud wordt als we dichter bij Mt. Hoyo komen steeds dichter. Ook komen we steeds minder dorpjes tegen. Als we afslaan naar Mt. Hoyo, de berg waar enkele pygmeeëndorpen zijn, klimmen we langzaam naar boven. Halverwege de klim kunnen we niet verder. Een auto geladen met zware blokken hout was te zwaar voor een brug en is er dwars doorheen gezakt. Het is net gebeurd en van alle kanten komen mensen om te helpen. Er zijn gelukkig geen persoonlijke ongelukken gebeurd.

Als gevolg hiervan zetten we de tent dus maar op halverwege de berg. We worden meteen omringt door Bantoes die pygmeeënspullen verkopen. Het is meteen markt voor de tent. Iedereen stalt zijn waar uit en wacht geduldig op een koper. Ze hebben pech want we hebben besloten alleen van pygmeeën zelf te kopen. Als we de tent net op hebben gezet breekt er een tropische regenbui los. Na het eten gaan we dan ook maar gelijk slapen.

Maandag 13 Juli Mount Hoyo (Pygmeeëndorp)

Het is vanaf onze kampeerplaats nog zeven kilometer klimmen naar het door ons te bezoeken pygmeeëndorp. Onderweg zie ik een neushoornvogel met luidruchtig klappende vleugels voorbij vlegen. Een imposant gezicht.

Boven wacht de gouverneur op ons. Via hem is een bezoek aan het pygmeeën­dorp geregeld.

Het dorp ligt midden in de jungle. De huizen hebben de vorm van een iglo. Met twijgen hebben ze de ronde bogen gemaakt, waarover ze grote bladeren doen. Zo ontstaan primitieve, maar ingenieuze huisjes die snel zijn af te breken als ze weer eens naar een andere plaats verhuizen.

We lopen eerst even door het dorp en leggen wat oppervlakkige kontakten met de ietwat verlegen mensen. Na een half uurtje nemen we plaats op een bankje. Ze gaan een paar dansen voor ons opvoeren. Ik vind het wel wat toeristisch en voel me net een apieskijker. De hoofdman bepaalt het ritme op de trom. De mannen en vrouwen lopen in een kring om hem heen en slaken traditionele kreten. Er worden diverse dansen voor ons opgevoerd, zoals de olifantenjacht-, de huwelijks-, de apen- en de kreeftdans. De olifantenjachtdans voeren ze normaal op vlak voor ze op olifantenjacht gaan. Je ziet dat ze in een kleine groep eerst een olifant opsporen en doden. Vervolgens gaan ze terug naar het dorp met het vlees, waarna het feest is.

Na anderhalf uur is ons bezoek voorbij. We lopen naar de verlaten lodge op de top van Mt. Hoyo. Het begint weer te stortregenen en we hebben medelijden met de in lendedoek gehulde pygmeeën. Met een paar pygmeeën als gids bezoeken we een mooie in het dichte woud

gelegen trapwaterval. Ook laten ze ons een grot zien vol met vleermuizen.

Aangezien de problemen met mijn knie weer opspelen besluit ik niet mee te gaan met de anderen die op "jacht" gaan met onze gidsen. Met Peter wacht ik op de anderen. Naar hun gemopper te oordelen heb ik niets gemist.

We gaan vroeg naar bed. We hebben vannacht chimpansees gehoord en hebben een gids gestrikt die morgen met ons op zoek wilt gaan naar deze bosapen.

Dinsdag 14 Juli 2e pygmeeëndorp; Oysha

Het is een rampnacht. Eerst wordt ik wakker van een enorme steekvlak. De twee bewakers proberen met een jerrykan hun vuurtje wat op te stoken. De vlam slaat in de jerrykan. In paniek gooien ze de jerrykan zonder te kijken weg waardoor er tussen de auto en de tent van Joleen een grote brand ontstaat van wel twee meter hoog. Ik maak Mike wakker, die snel de auto een stukje vooruit rijdt. Gelukkig is het vochtig, zodat de brand vanzelf dooft.

Verder ben ik vannacht verrot gestoken en lagen we met de tent op een hellend vlak, waardoor je steeds je bed uit rolde. Tot overmaat van ramp heeft het ook nog ingeregend en komen de twee gidsen die met ons naar chimpansees zouden zoeken niet opdagen.

Nadat we ons kamp hebben opgebroken rijden we naar een rivier van waaruit we met een piroque, gemotoriseerde kano, naar een tweede pygmeeëndorp varen. Vanuit de verte horen we al tromgeroffel. Als we aan land gaan en in de blubber naar het dorp lopen blijken ze net aan het dansen te zijn voor twee Fransen. Ik vind het hier een genante vertoning. Bantoes onderdrukken dit dorp. Ze vangen geld met het charteren van toeristen. Ongetwijfeld voor een schijntje van dit geld dragen ze de pygmeeën op voor ons te dansen en poseren. Het lijken wel slavendrijvers. Walgelijk. Ik ben blij dat de anderen dit ook vinden, zodat we snel weer in de boot terug zitten. Jammer, het pygmeeëngebied had voor mij het hoogtepunt van de reis moeten zijn.

We rijden terug naar de missiepost van Oysha, waar we overnachten.

Woensdag 15 Juli Virunga park via Beni

We rijden vandaag eerst naar Beni. Hier wachten we weer uren op diesel. Deze tijd benutten we om de markt te bezoeken en de post te verzorgen. Ik vraag me wel af hoelang het duurt eer hiervandaan een kaartje in Europa aankomt.

Vanuit Beni trekken we weer het Virungapark in. Bij de ingang staat een grappig bord dat ons waarschuwt tegen overstekende olifanten. Naast grappig is het bord ook wel een beetje triest. De meeste olifanten zijn door het muitende Ugandese leger van Amin afgemaakt. We zullen dan ook geen olifant tegen komen. We duiken de Rift valley weer in en je merkt dat het meteen een stuk warmer is. Tegen de avond kamperen we in het wild. We hebben hier een mooi uitzicht over het park, maar kunnen nog geen enkel gazelletje ontdekken. Er is hier nog niet zo lang geleden aardig wat afgemoord. In de boekjes staat nog dat het Virungapark kan wedijveren met de beste parken in Kenia. Tegenwoordig zie je in het Beatrixpark meer.

's Avonds is iedereen bezopen of knetter stoned.

Donderdag 16 Juli - Ruwenzori gebergte (Uganda)

Tien voor zes zijn we met z'n drieën al uit de veren om vanaf een heuveltje de zon op te zien komen. Na een kort klimmetje door het natte, tot op borsthoogte groeiende olifantgras zijn we bij een rots van waaruit je de hele omgeving kunt observeren. Je zou zeggen een ideale plaats voor grote roofkatten, maar we lopen ze helaas (?) niet tegen het lijf. Even later komt de zon op. Door de laag hangende neven valt het echter tegen. Het fameuze Ruwenzorigebergte is ook al niet te zien. We vragen ons dan ook af waarom deze reis "Ruwenzoriexpeditie" heet. Dieren laten zich verder ook al niet zien, zodat we even na zevenen teleurgesteld weer terug zijn in het kamp. Joleen is al wakken en loopt nu al weer op alles en iedereen te mopperen. Nadat ze van Jeanette (eindelijk) een uitbrander heeft gehad, verkeren we twee uur in de luxe omstandigheid haar irritante stem niet te horen.

Henk en ik pakken razendsnel de auto in, zodat we als de rest nog aan het ontbijt zit al vast een stuk vooruit kunnen lopen. We bereiken al snel een dorpje. De mensen zijn zeer afwachtend. Er komen in deze uithoek maar weinig blanken. Het is hier opvallend schoon. De erfjes zijn netjes aangeveegd en er ligt niet de gebruikelijke troep.

's Morgens komen we de tweede auto van "Explore", wij reizen ook met een auto van deze reisorganisatie, tegen. Ze zijn drie dagen eerder gestart, maar hebben vier dagen geklommen in het Ruwenzori gebergte. Ze moeten nu hals over kop naar Kigali, om het vliegtuig te halen. Het zit ze vandaag niet mee. Een brug op de weg naar Kigali is ingestort. Ook wij moeten er langs, zodat we met vereende kracht boomstammen gaan zoeken of kappen. Na een uurtje kunnen we over het bouwvallige geheel naar de overkant.

De weg tot de afslag naar het vissersdorp Ishango is redelijk goed, maar hierna lijkt het wel een pad door de rimboe. De acacia struiken met hun gemene stekels worden telkens de auto ingezwiept en zijn een regelrechte bedreiging voor je leven. Het dak van de auto wordt aan de rechterkant zelfs over de hele lengte opengereten.

Vroeg in de middag zijn we bij de geheel vervallen lodge aan het Edgard meer. Het uitzicht is fantastisch. Vanuit de tent zien we de Semliki rivier het meer uitkomen. Deze rivier loopt naar het Albert meer en komt uiteindelijk uit in de nijl. Op deze plaats vertoeven talloze hippo's, die een kabaal van jewelste maken. Ook watervogels zijn er volop. Pelikanen, aalscholvers, futen, reigers en nog veel meer klein grut. Tegen de avond komt er ook een groep waterbokken drinken.

Bij wat vissers, die met een enkele lijn met blinker enorme vissen uit het water halen, bestellen we ons diner. Tom weet wel raad met die vis en verzorgt een fantastisch avondmaal.

's Avonds moeten we oppassen. De hippo's gaan dan aan wal om te grazen. Ze kunnen soms kilometers ver het land op komen, maar meestal blijven ze in de buurt van het water. Gezien de uitwerpselen naast de tent en de brede door hun uitgesleten paden naar ons plateau moet onze kampeerplek wel een populaire weide zijn. We zetten de tent net boven zo'n gang en hopen dat ze vlak onder ons naar boven klimmen.

Vrijdag 17 juli Ishango

Vannacht worden we wakker gehouden door hyena's in het kamp en het geknor van nijlpaarden. Ze zijn ze dichtbij dat ze wel in de tent lijken te zitten in plaats van er net buiten. Voor zonsopgang lopen we met z'n vieren naar de rivier. Voorzichtig sluipen we door het hoge riet en kunnen de hippo's tot op enkele meters naderen. Hippo's zijn alleen gevaarlijk als je tussen hun en het water terecht komt. Ze voelen zich dan van het water afgesneden en vallen aan. Voor de rest zijn het vredelievende dieren.

Er staat voor vanochtend een "game-drive" op het programma. Met gewapende gids rijden we buiten de piste door het hoge olifantgras op zoek naar groot wild. Aanvankelijk komen we niet verder dan wat waterbokken en kleine dik-diks. Een dik-dik is een gazelle in zakformaat (zo groot als een klein geitje). De slachting die Ugandese militairen hebben aangericht is dit eens fameuze park nog lang niet te boven. Vlak voor we gedesillusioneerd terugkomen in het kamp ziet een oplettende lifter twee oortje boven het gras uitsteken. Leeuwen!! Het zijn er drie. Twee maken zich snel uit de voeten, maar de derde blijft vanaf een verhoging de boel in de gaten houden. We kunnen hem zo minutenlang goed observeren.

Na de desondanks zwaar tegenvallende game-drive lopen we naar het verderop gelegen vissersdorp Kaviyonge. Met een pontje moeten we eerst de Semliki over. Het is bloedheet en de meesten schieten meteen een hut in om een lauwe coca-cola naar binnen te werken. Met Theo loop ik wat door het grappige dorp. Het wemelt van de grote maraboes, die geduldig wachten op het afval van de vissers. Elk huis lijkt wel een privé-maraboe te hebben. De vissers varen net binnen. Er is veel gevangen en het strandje ligt al snel vol met enorme vissen uit het meer. Vooral de voedzame Tilapia wordt hier veel gevangen. Deze vis is in Afrika op grote schaal uitgezet en plant zich razendsnel voort. De Tilapia-actie is één van de grote successen op het gebied van de ontwikkelingshulp. Het lijkt wel alsof alle kinderen om ons heen krioelen. Ze proberen op alle mogelijke manieren op de foto te komen en maken reuze sprongen om hun ziel te offeren aan mijn video. Het is ook een sport ons op de billen te tikken. Als we dan omkijken zien we weer een klein mannetje op z'n korte pootjes wegrennen. We amuseren ons best met al die grappenmakers.

Een paar meter uit de kant proberen ook vier nijlpaarden een visje mee te pikken. Ze naderen de kant tot op maar enkele meters.

In een benauwd hok, ze noemen het hier een restaurant, hebben we een vislunch. Alle ramen moeten geblindeerd worden om nieuwsgierigen op een afstand te houden. De prachtig opgemaakte vis laat zich goed smaken, maar als de laatste hap naar binnen is ontvlucht ik meteen het verstikkende hok. In het dorp koop ik van mijn laatste Zaïrees, we gaan toch morgen de grens over, een enorme zak snoep. De toch al imposante haag met kinderen om me heen is nu helemaal niet meer te overzien. Als ik dan ook nog als witte Piet snoep rond ga strooien breekt helemaal de hel los. De kinderen vinden het prachtig.

Als we terug zijn in ons kamp hangt de was al te drogen. De jongetjes hebben hun best gedaan. In de rivier wordt temidden van de hippo's het luie zweet er af gewassen en voel ik me weer herboren.

Na het eten gaat iedereen moe naar bed. Ik blijf nog even in de auto mijn dagboek bijwerken. Als ik klaar ben en de auto uit spring om ook mijn bed op te zoeken sta ik plotseling oog in oog met een hyena. Ik kijk het beest brutaal aan in de hoop dat hij weg zal lopen, maar het kreng kijkt nog brutaler terug. Met een paar schreeuwen probeer ik het op vijf meter afstand staande dier weg te jagen, maar ook dat helpt niets. Mike zit een stukje verderop in de volle maan te genieten van het uitzicht. Hij komt op het rumoer af, waarna we de hyena samen van ons terrein af jagen. Het beest geeft nog niet op en blijft een paar meter achter de tent ons nog een tijdje uitdagend aankijken. De één of andere joker heeft de resten van het avondeten niet zoals afgesproken ergens buiten het kamp begraven, maar gewoon naast een tent gegooid. Daar is de hyena natuurlijk op af gekomen en zal hij op af blijven komen vannacht. De rest van de avond blijft hij inderdaad in de buurt van het kamp.

Naast de hyena hebben Henk en ik nog een "close encounter". Een hippo kruipt snuivend via de gang naast onze tent de helling op, op weg naar een grasveld om te grazen.

Zaterdag 18 Juli Naar Uganda

Omdat Henk vannacht met de tent open wilde slapen om de hippo's en hyena te zien zagen de muskieten zich genoodzaakt mij van top tot teen lek te prikken. Dat wordt weer een paar dagen krabbelen.

Het wordt vandaag een vervelende dag. We moeten de grens naar Uganda over en worden wel 5 maal bij douane of politiepost gecontroleerd. Afgelopen week zijn hier bij grensschermutselingen nog drie doden gevallen. Aan de Zaïrese grens wordt alleen onze handbagage gecontroleerd. Nadat al onze zaïrees door de strenge douane zijn geconfisceerd kunnen we redelijk snel naar de Ugandese douane. Tot onze verrassing is de douane hier een stuk vriendelijker. Er zijn wel erg veel formaliteiten, maar we hoeven niet de gevreesde $150,- te wisselen. Wel wordt nagekeken of we voldoende geld bij ons hebben om later aan deze verplichting te kunnen voldoen. Per dag zijn we namelijk ook nog verplicht $30,- te wisselen. De laatste controle­post, de Ugandese politie, is strontvervelend. Eerst willen ze een vrouw van ons hebben voor een uurtje en even later leggen ze beslag op onze krat bier. Als we tegen stribbelen dreigen ze de hele truck te doorzoeken. Als we gewillig de auto uitstappen en languit in het gras gaan liggen met een boekje sommeren ze ons de truck weer in en zo snel mogelijk op te rotten. We hebben drie uur bij de grens gestaan. Dit valt nog mee in vergelijking met sommige vracht­wagen­chauffeurs, die hier door de grenskonflikten al meer dan een maand staan.

Uganda oogt meteen een stuk beter dan Zaïre. De huizen zijn minder vervallen, en wat voor ons erg prettig is: de wegen zijn van asfalt. We rijden naar het Queen Elizabethpark en kamperen op het schiereiland bij de lodge. We hebben een goed uitzicht, maar door de herinneringen aan de vorige overnachting valt het ietwat tegen. We moeten in Uganda rommelen met het geldwisselen. Officieel wisselen kan niet zonder meteen voor $150,- en $30,- per dag in de kraag gegrepen te worden, zodat we hier nu zonder geld zitten. Alleen bij Mike kunnen we wat (zwart) wisselen. Hij kan het niet maken als organisatie om niet aan de verplichtingen te voldoen, zodat hij met een flink geldoverschot zit. We kunnen dus nog net een biertje halen in de nagenoeg verlaten lodge. We genieten hier van de rust die de warme tropennacht uitstraalt. Om onze hoofden cirkelen vleermuizen, op jacht naar de talloze insekten. Plotseling duiken op het terras twee nijlpaarden op, die al grazend rustig voorbij lopen. Als we terug gaan naar de tent lopen we in het donker bijna tegen een nijlpaard op. Best link, want ze kunnen behoorlijk agressief zijn.

Zondag 19 Juli - Queen Elizabeth park (Uganda)

Vanmorgen maken we een game-drive door het Q-E-park. Volgens het handboek één van één van de meest spectaculaire parken van Afrika. Losgeslagen militairen hebben in de periode vlak na de val van Idi Amin echter zo vreselijk huisgehouden dat sommige soorten als de zebra en giraffe geheel uitgeroeid zijn en anderen zo gedecimeerd dat je ze haast niet meer tegenkomt. Na drie uur intensief zoeken hebben we dan ook alleen maar een groep hyena's, een verdwaalde antilope of waterbok en een glimp van een luipaard op ons lijstje staan. Het wild zou zich herstellen, maar erg veel merken we er nog niet van.

De meesten zijn zo teleurgesteld dat ze 's middags niet mee gaan met de boottrip over het Kizanga-kanaal. Dit kanaal verbindt Lake Edward met Lake George. De boottocht blijkt echter één van de hoogtepunten van deze reis te zijn. De stuurman doet zijn uiterste best ons zo veel mogelijk te laten zien. Het kanaal is een waar hippo- en vogel­paradijs. Enorme visarenden kunnen we tot op enkele meters naderen. We genieten ook van de talrijke ijsvogels, die vanuit hun nest in de steile oever continue op visvangst zijn. Klapstuk van de tocht was het net geboren nijlpaardje, dat door twee enorme ouders in bescherming genomen werd.

's Avonds eten we in de lodge. Als we willen afrekenen weigeren ze aanvankelijk dollars aan te nemen. Erg vreemd, aangezien een stel dat ook op het terrein kampeerde gedwongen was aan de verplichting van $30,- dollar wisselen per dag te voldoen. Ze zullen wel niet genoeg geld in huis hebben om in één keer zoveel geld te wisselen. Al met al kunnen we per persoon $10,- wisselen. Dikke mats, want nu kunnen we door er een nul achter te zetten $100,- van maken. Een iets aannemelijker bedrag als we straks de grens weer over gaan in een klein dorpje waar ze toch zoveel geld niet kunnen wisselen.

Maandag 20 Juli Zuid-west Uganda

Rond vijven worden we wakker door het helse kabaal van een enorme zwerm zoemende insekten hoog boven de tent. Ik vermoed dat het termieten zijn, die hun heuvel hebben verlaten om zich hoog in de lucht voort te planten.

Het is een afwisselende rijdag door heuvelig gebied vol bananen- en papyrusplantages. We lunchen ook op een bananenplantage. We hebben meteen weer veel bekijks. Jeanette is helemaal vertederd door de kinderen, die met ondanks een paar lompen om het lijf de vrolijkheid zelve zijn. Ze gaat hier helemaal uit haar bol. Het gebied hier behoort toe aan de Ankole stam. De Ankole's zijn herders met enorme kuddes van honderden koeien. Deze koeien hebben van die typische grote stevige horens.

We kamperen op een verhoging langs de kant van de weg. Uiteraard loopt de gehele bevolking weer uit om te zien hoe die rare blanken eten, poepen en praten. Mike lijkt malaria te hebben. Hij heeft hevige koortsaanvallen en ijlt.

Dinsdag 21 Juli Zuid-west Uganda

Tom rijdt vandaag. Een hele verademing. We worden nu niet meer zo door elkaar geschud door het wilde rijgedrag van Mike. De omgeving is zeer bosrijk en doet een beetje Europees aan. Ook passeren we een enorm bamboebos. Jeanette herkent het van de foto's van haar dochter, die een Trans-Afrika reis heeft gemaakt en haar moeder onze reis heeft aanbevolen. Na de lunch bij een rustig meer beginnen we aan het laatste stuk naar de grens. Om de haverklap moeten we stoppen bij een checkpoint. Deze militairen zijn vaak niet ouder dan een jaar of dertien, en hebben met hun mitrailleur vaak een heel dorp in hun macht. Éénmaal komen we langs een boom waaronder twee militairen liggen te slapen. Wij stoppen voor het takje op de weg, maar als ze blijven liggen rijden we verder. Als door een wesp gestoken springen ze op en met het geweer in de aanslag dwingen ze ons te stoppen. Ze maken aardig gebruik van hun macht en doorzoeken de hele auto. Ook willen ze een 'gift' hebben, iets wat ze beslist niet krijgen.

We kamperen vlak bij de grens op een open veld met wat bomen. Het regent zodat de al niet beste stemming verder daalt.

Woensdag 22 Juli - Van Uganda naar Kigali (Rwanda)

Met klamme handen gaan we met de vervalste geldverantwoordings formulieren naar de grenspost. We schrikken ons rot als er een bank is gevestigd in dit gat. Als ze zien dat we niet genoeg geld uitgegeven hebben moeten we het hier misschien alsnog doen. Het blijken gelukkig vriendelijke mensen te zijn, die alleen de formulieren in ontvangst nemen en er verder niet naar kijken. We zijn dus in een zucht de grens over. In Rutshuru stoppen we nog even bij de markt. Grappig zijn de mannen die naast elkaar met hun stokoude Singer naaimachines zowel letterlijk als figuurlijk de eindjes aan elkaar proberen te knopen.

Mike is weer "beter". Dit wil zeggen dat hij weer ouderwets kankerend en wild rijdend achter het stuur zit. In de truck speel ik nog een paar potjes blind schaak tegen de rest van de groep.

Als we in Kigali aankomen is er nauwelijks tijd om gedag te zeggen tegen de rest van de groep, die verder gaat naar Nairobi. Mike is het spuugzat en rijdt nadat de spullen zijn uitgeladen meteen weg. Later horen we dat de rit van een paar dagen geen pretje is geweest. Henk, die ook in Kenia met Mike op Safari moest, is uit de groep gestapt en heeft samen met Marijke en Martin een auto gehuurd.

Donderdag 23 Juli Kigali

Ik wordt wakker gemaakt door een luid blerende geit vlak onder mijn raampje. Net als ik denk "beest hou je kop, want anders .." snijden ze hem de strot door. Na wat rochelende geluiden is het stil en ligt de hele binnenplaats onder het bloed. Goedemorgen.

Met Jeanette loop ik de hele stad drie keer in de rondte op zoek naar mooie souvenirs. Uiteindelijk hebben we een mooie verzameling houten beeldjes tegen redelijke prijzen op de kop weten te tikken.

Naast al onze eigen troep moeten we ook van groepsleden die naar Kenia zijn vertrokken spullen mee naar Nederland nemen. Vooral al die pijl en boog souvenirs zijn een probleem. Uiteindelijk gaat het meeste mee als handbagage. Bij elkaar haast meer dan normale bagage. In het vliegtuig schrikt het kabine personeel zich rot van al dat gevaarlijke wapentuig. In Brussel wordt er een speciale controle gehouden als we het vliegtuig uit komen en moeten we al ons "wapentuig" inleveren. Het wordt verzegeld en mag alleen mee als de piloot het op een speciaal plekje op wilt bergen. Er moet zelfs een man mee om te kijken of alles wel goed gaat. We moeten in Brussel nog een aantal uren wachten op aansluiting wachten naar Amsterdam en zijn blij als we uiteindelijk thuis zijn.