Zuid-Amerika
Rondreis oktober 1983 – mei 1984

Deel 1 : PERU


 

Lima

Arequipa

Machu Picchu

Pisco

Cuzco

Inca trail

Paracas

Pisac

Punu

Nazca lijnen

Ollantaytambo

Titicaca meer

 


Maandag 24 oktober 1983   Vertrek

 

Na een laatst Hollands ontbijt neem ik voorlopig afscheid van thuis en rij met reisgenoot Magda richting Schiphol. De reis liep verrassend vlot. Geen files i.v.m de wegopbrekingen en de staking van het openbaar vervoer. Op Schiphol waren wij de eersten (ca 11 uur). Bij twaalven kwamen de laatsten binnendruppelen. Een van de jongens, Joop, had op zijn school kleding ingezameld. Ieder kreeg nu 4 á 5 kg kleren, teddyberen e.d. in een grote zak extra te vervoeren. Nadat de vliegtickets waren verdeeld gingen we door de douane. Bij de Tax-free shop koop ik nog een laatste extra lichtgevoelige filmrol, want in het oerwoud kan het best donker zijn. Om 13.45 hebben we voorlopig voor het laatst contact met Nederlandse bodem en klimmen we met de DC 10 van CP-Air naar hogere sferen op weg naar de eerste stop in Canada. In het vliegtuig zit de hele groep verspreid. Ik zit precies in het midden van het midden. Links van zit een Canadees stel dat terug gaat na een 6 weekse trip door Europa. Aan de andere kant zitten twee arrogante Duitsers die gaan vissen gezien de meegebrachte hengels. De vlucht duurt ca. 6½ uur naar het tussenstation Halifax (Canada), waar het regent. Er stappen veel mensen uit en het aanvankelijk propvolle vliegtuig is nog maar voor de helft gevuld. Tot Halifax hadden we tot ergernis van een stewardess de meeste tijd al pratend in de gangpaden doorgebracht. We vermaken ons dus best, ondanks de slechte service aan boord. Zo moeten zelf meegebrachte etenswaren aangebroken worden om de honger te stillen, kost het lenen van een koptelefoon  8,50 gulden en deelt men niet zo af en toe verfrissende doeken uit. Joop, de kledingboer, heeft veel te vertellen over eerdere tochten naar Zuid Amerika, Afrika en Thailand. Na een stop van 30 minuten stijgen we weer op richting Toronto, waar we 1.45 uur later arriveren. Onderweg zijn prachtig de Canadese meren te zien. In Toronto moeten we veranderen van vliegtuig en gaan door de douane (stempeltje halen). Ook de bagage moet zelf opgezocht en opnieuw ingechecked worden. Deze rompslomp is nodig ivm de verbouwingen en modernisering van het vliegveld, die zomer '84 gereed moeten zijn. De stoptijd is te kort om Toronto in te gaan, zodat we 5 uur doorbrengen in een barretje op het vliegveld. Later hoorden we dat de vorige groep een stopover van 24 uur had en in een gehuurde auto naar de Niagara watervallen zijn geweest. Om 22.45 (3.45 Nederlandse tijd) vertrekken we voor het tweede gedeelte van de vlucht richting Lima. De vlucht gaat verder naar Santiago en Buenes Aires, zodat we een bont reisgezelschap hebben. We hebben geregeld dat we als groep bij elkaar en bij het raam konden zitten. Het was echter al donker en behalve een schitterend zicht op de lichtstad Toronto is er niets te zien. Ook de slaap sloeg snel toe en zo lag iedereen al te pitten toen de film over Terry Fox, degene die ondanks zijn ongeneeslijke ziekte en houten been een mars dwars door de V.S. maakte, begon. Nadat de klokken op Peru-tijd waren gezet bleek het 6 uur vroeger dan in Holland te zijn. Om 3.30 werden we gewekt voor het ontbijt. Vette worst en een gebakken ei. Niet helemaal wat je op nuchtere maag kan verdragen.

Dinsdag 25 oktober Lima

In het donker arriveren we om 5.15 in Lima. Door de vochtige, koele lucht heen kon je de bekende tropenlucht al ruiken. Aangezien de douane geen zin had al die zakken met kleren te controleren, konden we zonder controle de douane passeren. Na een uurtje wachten arriveren we zonder controle de douane passeren. Na een uurtje wachten, arriveren Mike en Lex in een kever-taxi. Onze Ashraf-bus is er wel, maar het inklaren levert nogal wat problemen op. In oude verroeste amerikaanse auto's, collectivo's genaamd, worden we naar een hotel in het centrum van het armoedige Lima gebracht. Door de smog heen kan je de Andes al zien liggen. Het hotel ligt in het centrum. De kamer deel ik met Jenneke en Anita. Na een kort tukje gaan we om 9 uur Lima in om geld te wisselen. De koers is 1$ = 2035 soles. Drie jaar geleden was dat nog 155 soles. Wat een inflatie! Het wisselen gaat  opmerkelijk vlot. Absoluut geen formaliteiten. Prima. Hierna gaan we in een restaurantje wat eten. De prijslijst is geheel in het spaans en als ik maar wat neem blijk ik een soort spaghetti te hebben uitgezocht. Deze ging er wel in. De mensen van onze groep die de afgelopen weken een talencurcus hadden gevolgd spreken al spaans op conversatienivo, terwijl de rest aanzienlijk meer thuisstudie heeft gedaan als ik. Als Mike na het eten een terrasje op schiet besluit ik met behulp van mijn handboek Lima te verkennen. Ik kom al snel Joop, Job en Anita tegen en trekken we gevieren er op uit. Lima blijkt ondanks de saaie ochtendrit naar het hotel een boeiende stad te zijn. Vele gebouwen uit de koloniale tijd zijn er te bewonderen en op straat is het erg levendig. Opvallend is het voor een derde wereld land verwesterdere straatbeeld. Amusementshallen in elke straat en in de winkels liggen luxe spullen. De schoenpoetsertjes, indiaanse ijsverkoopsters, stalletjes op straat en bedelaars doen je echter wel degelijk beseffen in een arm land te zijn. Studenten kunnen hun studieboeken voor de deur van de universiteit kopen bij het stalletje op de stoep. De vele lekkernijen doen je watertanden maar om hygiënische redenen moeten we ze helaas links laten liggen. Op het postkantoor, waar ik postzegels wil halen, zeggen ze doodleuk pas nadat ik al enkele minuten stond te wachten dat er vandaag geen postzegels zijn. Als we een van de vele markten afstropen komen we bij een rij tafels waar geschaakt wordt. Aangezien het thuis dinsdagavond is (schaakavond) daag ik iemand uit en speel twee partijtjes. Op een oud koloniaal plein, plaza San Martin, geeft een groep een voorstelling. 'Kale' Joop staat in het middelpunt van de belangstelling. Als we na een lange vermoeiende tocht wat uitrusten op het plein waar o.a. een standbeeld staat van veroveraar Pizarro en waaraan het presidentiële paleis is gevestigd geniet ik van de gezellige drukte op het plein. Er schijnen de laatste dagen stakingen, rellen en aanslagen in Lima te zijn geweest. Dit uit zich vandaag in een enorm militair machtsvertoon. Pantserwagens met waterkanon en tot de tanden bewapende militairen bewaken het presidentiële paleis. Kleurrijk zijn de in fraai uniform gestoken wachters, die evenwel ook zwaar bewapent zijn. Als een hooggeplaatst persoon naar buiten rijdt worden wij door hen met mitrailleur in de aanslag gedwongen plaats te maken. De Ashraf-bus is uitgeklaard, zodat we vrijdag van start kunnen gaan voor onze ruim 30.000 km lange rondreis. 's Avonds eten we met de meesten in een restaurant naast het paleis. Rijst met vlees, grote beker aardbeiensap en een avocado met garnalen. Hierna direct naar bed, want de afgelopen 48 uur hebben we nauwelijks geslapen.

Woensdag 26 Oktober  Lima

 

Vanochtend was er voor de eerste maal de strijd om de douche. Iedereen wilde douchen, maar er is er maar een. Het is een van de weinige nadelen van een groepsreis. Na het eten pakken we met z'n vijven de bus richting het Antropologisch museum. In de bus staat een man tussen jenneke en mij vreemd te klooien met zijn jas. Ik houd hem in de gaten, maar zonder dat ik het zie rolt hij Jenneke's portemonnaie. Gelukkig heeft zij het meteen in de gaten en pakt de portemonnaie terug, die de dief al in zijn broek had gestopt. passagiers beginnen vreselijk op de man te schelden en deze verdwijnt hals over kop de bus uit. Als we bij het museum komen gaat deze bijna dicht en na een siësta van 3½ uur pas weer open. We gaan ergens maar wat drinken. Een oude man komt hele verhalen vertellen, een goede training voor ons spaans. Hierna slenteren we wat over een markt. Ik koop een enorme en overheerlijke papaya die we met z'n allen opsmikkelen. Als we om drie uur het museum binnen gaan en een foto van een Inka-mummie willen nemen worden onze fototoestellen in beslag genomen. We kunnen ze bij de uitgang wel weer op halen. In het museum zijn allerlei kunstvoorwerpen uit de Inkatijd te zien. Vooral waterkruiken. Hele kasten vol. Ook nog in tact zijnde mummies liggen er uitgestald. Tevens is er een erotische kamer, die laat zien dat de Inka's HET ook konden. En goed ook. Als ik vraag waar de volgens het handboek aanwezige schaalmodellen van Macchu Pichu en Cuzco staan blijken we in het verkeerde museum te zitten. De andere is enkele blokken verder en heeft ongeveer dezelfde verzameling. Als we de bus terug nemen krijgen we een sight seeing tour door Lima, maar we komen uiteindelijk wel waar we wezen moeten. Op een van de vele marktjes koop ik een Alpaca trui voor ca. ¦19,-. Het kopen was erg komisch, want iedereen bemoeide zich er mee. Een waar familiegebeuren. Een gaatje wordt terplekke dicht gemaakt. We lopen ook even naar de Pan American Highway, die Alaska met Vuur land verbindt. De krottenwijken van Lima zijn hier goed te zien. Ze zijn op de kale dorre bergen rond Lima gebouwd. Er moet zich daar veel leed afspelen. We kunnen er niet naar toe aangezien het daar voor ons levensgevaarlijk is. Logisch, want wij zijn de 'rijken' en als je honger hebt ben je tot alles in staat. 's Avonds hebben we bespreking. Alle dingen als kamperen, koken, de pot etc. worden doorgenomen en reisleider Mike stelt een route voor. De route wordt per week bepaald en kan door de groep gewijzigd worden. De reis is ruim 30.000 km lang en het eerste gedeelte gaat via pisco, Nazca naar Cuzco waar we de Inka-trail naar Macchu Picchu gaan lopen. We eten gezamenlijk bij een chinees en als we afrekenen blijkt er een gerecht teveel te zijn genoteerd welk na lang zoeken wordt opgespoord. Het zal nog wel vaker gebeuren deze reis. Het 'touristje plukken' is 'in' in deze landen. Na een laatste pilsje is het bedtijd. Ik heb mijn slaapzak maar uit gerold. Het kapokkussen en de wollen dekens zorgen voor hevige allergie aanvallen. Iedereen schijnt er last van te hebben want het is 's avonds een gesnif van jewelste.

Donderdag 27 Oktober   Lima

 

Na een ijskoude douche (de boiler was al leeg) gaan Anita, Jenneke en ik met de bus naar Miraflores, de wijk van de rijke Peruanen dat gelegen is aan de Stille oceaan. De oceaan ligt ca. 200 meter onder het landnivo, zodat we eerst via een stijl pad naar beneden moeten. Het is ondertussen vrij warm geworden. Het water is daarentegen als gevolg van de Humberto-stroom, die vanaf de Zuidpool stroomt, ijskoud. Na een korte strandwandeling vluchten we de stad weer in, want we beginnen al aardig te verbranden. Miraflores is een moderne wijk, die meer op Rotterdam lijkt dan op Lima. Ik heb nog niet het gevoel aan het andere eind van de wereld te zijn. Na een overheerlijke pizza nemen we een hele luxe bus terug. We rijden echter te ver door en komen terecht op het eindpunt in een voor ons geheel onbekende wijk. We nemen dan maar een andere bus terug en stappen nu wel goed uit. Het was wel 1½ uur nadat we in Miraflores waren opgestapt. We hebben nu wel heel Lima gezien. Lima is buiten het koloniale centrum een oninteressante stad. Vies modern. We lopen nog wat over een grote markt en kopen alle drie de zelfde tas. Nu kan ik al mijn foto en filmrolletjes uit mijn overvolle rugzak kwijt. Er schijnen vandaag rellen te zijn geweest. Stakende leraren zijn met traangas uiteen gedreven. Wij zagen de soldaten met traangasgeweren lopen. 's Avonds gaan we met een tiental naar de James Bond film Octopussy. Velen waren echter zo moe van het vele stappen vandaag dat hele gedeelten snurkend werden doorgebracht.

Vrijdag 28 Oktober   Lima

 

Helaas, we moeten een dag langer in Lima blijven. Balen dus want Lima komt onze strot al uit. Ashraf krijgt nog geld van een Peruaan en hoopt dat vandaag nog rond te krijgen. Mike gaat ook proberen de data van de vliegtickets te verplaatsen. CP-air staat niet toe dat er 2 weken voor of na Pasen gevlogen wordt, terwijl we juist met pasen terug zijn. Als we terug komen van het ontbijt krijgt de ver achter ons lopende Jenneke (zij weer) te maken met de standaard beroving: Iemand loopt tegen haar aan en een tweede snijdt aan de andere kant haar tas open. Zij heeft het echter weer goed in de gaten en geeft ze geen kans iets uit de tas te halen. Er zit wel een jaap van 20 cm in haar tas. Met z'n vijven lopen we deze morgen wat over de markt. Job is met zijn 2.03 m een ware kermisattractie. Iedereen wijst en lacht hem na. Het is opvallend dat de mensen absoluut niet opdringerig zijn. Nee is nee en als je wat vraagt geven ze antwoord maar prijzen hun artikelen verder niet aan. Op de markt ligt vreselijk goedkope kleding. Leconte poloschirtjes voor ¦9,- (Nederland ¦90,-) en prachtige adidas trainingspakken voor ¦22.-. Over een half jaar zal ik er besliste enkele kopen. 's Middags ga ik met Job en Joop naar de Fransisco kathedraal. In de catacomben liggen alle groten uit vervlogen tijden begraven. We worden rond geleid door een engelstalige gids. De kathedraal heeft een flinke klap gekregen van de aardbevingen in 1974. Hele gedeelten zijn ingestort of ingescheurd. De kerk is als alle kerken, overdadig mooi. Ik moet altijd denken aan de mensen die deze kathedraal bekostigd hebben: Arme mensen die hun laatste centen gaven om de kerk er nog protseriger uit te laten zien. Het vaticaan is voornamelijk opgebouwd van het goud van de uitgemoorde Inka's. Onder de kathedraal zijn de catacomben. Hier liggen belangrijke en minder belangrijke mensen opgebaard. Archeologen hebben massa's graven open gelegd en de beenderen op een hoop gegooid. Als we 's avonds gaan eten worden we voor de zoveelste maal aangesproken om cocaïne te kopen. We eten in een wat luxere tent. Het eten is prima, maar de bediening verbijsterend. het duurde een uur eer de bestelling opgenomen werd en na het eten halfvolle glazen weg gehaald, nieuwe mensen al vast naar onze tafel gestuurd en overbodig veel haast met de rekening gemaakt. Op straat is het een drukte van jewelste. Een of andere feestdag heeft iedereen naar het centrum gelokt en op plaza San Martin worden allerlei festiviteiten georganiseerd. Als we ons met een groepje in het feestgedruis willen storten blijken weinig groepsleden daar nog puf voor te hebben. We zetten maar wat goede bandjes op van Boudewijn de Groot en Simon & Garfunkel en blijven tot 24 uur uit volle borst meezingen.

Zaterdag 29 Oktober   Lima naar Pisco

Eindelijk weg! Om zes uur worden we gewekt en pakken onze spullen in. De meesten zien voor het eerst onze auto. Het is een Mercedesbus 803 met zelfgemaakte passagiersruimte. De bagage zit onder de stoelen. We zitten dus vrij hoog. Er is ook een cassetterecorder ingebouwd, die erg hard kan. Na een laatste broodje verlaten we het door smog verpestte Lima om 10 uur. Een vuiltje in de benzinetank zorgt er voor dat de auto aanvankelijk niet zo best loopt, maar na enkele kilometers loopt hij als een zonnetje en zitten we binnen een uur in de woestijn. Aan onze linker kant prijkt de Andes met zijn hoge kale toppen en rechts kabbelt de oneindige oceaan. Daartussen is het een woestijn waar nog geen grassprietje groeit. Als het af en toe geleidelijk aan wat groener wordt naderen we een rivier. Het landschap veranderd bij de rivier als in toverslag. Akkers, huizen en bomen zijn het resultaat van 't irrigatiewerk. Vanaf Lima rijdt er een liftster mee. Een hollandse sociologe van 45 jr die alleen met haar rugzak op pad is en van plan is een jaar weg te blijven. Ze is via de V.S., Mexico en Venezuela zuidwaarts getrokken en wil dezelfde kant op als wij. Onderweg zien we op de vele kale heuvels allerlei vnl. politieke tekeningen en teksten, die gemaakt zijn door de bovenste donkere laag weg te halen waardoor de lichte onderlaag de figuren zichtbaar maakt. Als we in Pisco aankomen regelen we eerst een boot waarmee we morgen naar de Balestras eilanden zullen varen waar veel dieren opeengehoopt zitten. Bij de aanlegsteiger zetten we de tenten op en maken ons klaar voor de eerste kampeernacht aan de stille oceaan. Op het strand ligt het vol met Shell schelpen, grote dode krabben en kwallen. Een groep gaat in het dorp eten inslaan. Als ze terug zijn wordt er hout gesprokkeld en een kampvuur aangelegd. Hierop moet vandaag ook gekookt worden aangezien de nippel van de gasbrander zoek is. Er wordt een heerlijke soep gefrabiceerd, die gezellig rond het vuur genuttigd wordt. De stemming zit er nu echt goed in. Het is vandaag best warm geweest, maar nu de avond gevallen is moeten de truien weer opgezocht worden. Als de meesten al naar bed zijn worden reiservaringen uitgewisseld. Vooral Afrika schijnt nog een en al avontuur te zijn.

Zondag 30 Oktober   De Balastras Eilanden

 

Zoals het hoort op dit soort reizen staan we om 6 uur op. We hebben een boot naar de Balastras eilanden, ook wel de 'Galapagos voor de armen' genoemd, geregeld. Deze eilandjes liggen vlak voor de kust van Pisco. We varen eerst langs half gezonken boten, waarop meeuwen en enorm grote pelikanen even een rustpauze houden. Een stuk verder varen we langs een grote kunstmestfabriek, die de eeuwenlang opgespaarde vogelpoep tot kunstmest verwerkt (guano genaamd). Als we in de buurt van de eilanden komen, die niets meer zijn dan wat rotsen in de zee, steekt 'n eerste zeeleeuw zijn kop boven water. Bij de eilandjes is het een waar dierenparadijs. Enorme hoeveelheden pelikanen, meeuwen, Jan van Genten, aalscholvers en zeeleeuwen hebben bezit genomen van de rotsen. De zeeleeuwen kunnen heel dicht benaderd worden, zonder dat ze in het water vluchten. Boven op de rots zit een roofvogel, familie van de machtige condor, te wachten op een prooi. Hoewel we net iets onder de evenaar zitten zijn hier in dit vogelparadijs ook  pinquins. Dier voelen zich hier prima thuis in de van de Zuidpool afkomstige ijskoude Humbertostroom. Jan van Genten en de voer de hele wereld verspreidde aalscholvers vliegen af en aan. Met is opvallend dat de meeuwen hier nog wit zijn en nog niet noordzee grijs. Als we bijna terug gaan zien we een zeeleeuw die net een grote vis gevangen heeft en een hoop moeite heeft deze in het water naar binnen te werken. Ik probeer hier voor het eerst mijn filmapparaat. Als er niets is fout gegaan heb ik unieke opnamen. Na met volle teugen van dit stukje natuur te hebben genoten varen we terug. We komen eerst langs de bekende tekening in het zand. Het is een ca. 200 m lang in het zand uitgegraven kandelaar. Het is gemaakt door een onbekende cultuur die ongeveer in het jaar 700 bestaan moet hebben. Deze cultuur wordt de Paracas cultuur genoemd. DE figuur schijnt iets met de zon te maken te hebben, maar voor de rest is het een groot raadsel. Ook deze kandelaar is bewaard gebleven door het feit dat het nagenoeg niet regent en niet waait. Onze gids vaart hierna naar een zeldzame flamingokolonie. Het zijn er niet veel maar hun kleuren zijn prachtig. Flamingo's zijn zo zeldzaam hier in Zuid-Amerika dat hun broedgebied in de Andes verboden gebied is en foto's van deze vogels vrij zeldzaam zijn. Als we terug zijn wordt er nog een teil mushli klaar gemaakt, hopelijk genoeg voor de 5-daagse voettocht naar Macchu Picchu de volgende week. Hierna gaan we verder naar Nazca. Onderweg zetten we Riet, de lifters, af in Ica. Ze geloofd in vliegende schotels en in Ica moeten er een paar geland zijn. Ze reist ons na naar Nazca en is van plan met ons de Inka trail te lopen. Onderweg is het zand, zand en nog eens zand. Dat een land zo dor en kaal kan zijn. Na verloop van tijd rijden we de lagere flanken van de .. op. Ook deze zijn kaal maar de ruige rotspartijen en valleien zijn meer dan prachtig. Als we een fotostop hebben blijkt de dieseltank door een lekke tankdop snel leeg te lopen. Er moeten nieuwe doppen komen maar dat kan wel in Cuzco want als de tank niet geheel vol is stopt het lekken vanzelf. De stemming in de auto is opperbest. Op de muziek van Boudewijn de Groot wordt massaal mee gezongen. Als we bij Nazca aan komen rijden we eerst naar een uitkijkpost. Hier kunnen we twee figuren zien van de bekende Nazca lijnen. Een figuur is goed te zien, maar de tweede is half door de snelweg verwoest. De Duitse Maria Reiche heeft tientallen jaren de mysterieuze lijnen van de onbekende cultuur bestudeerd. Zij ontdekte de samenhang tussen de zon, jaargetijden en sterren met de soms honderden meters grote figuren. De figuren liggen allen in dezelfde vallei en zijn zo precies op elkaar afgesteld dat dit alleen gebeurd kan zijn als men vanaf grote hoogte zou coördineren. Zouden de mensen hier in het jaar 700 al de beschikking gehad hebben over hete luchtbalonnen? Het is dus niet gek dat men de soms kilometer uit elkaar liggende tekens eerst voor een landingsbaan voor buitenaardse wezens hield. Tegenwoordig houdt men het op een zeer ingenieuze religieuze kalender van een hoogstaande beschaving die door de Inka's om zeep is geholpen. We werden geadviseerd naar een lezing van Maria Reiche te gaan maar ze bleek in 1981 te zijn overleden. In Nazca rijden we naar het vliegveld om een vliegtuig te huren om de lijnen vanaf grote hoogte te kunnen observeren. De prijs bedraagt $30,-. Dit vind ik te veel voor ½ uurtje vliegen. Vanaf de uitkijktoren heb ik ook een goede indruk van de lijnen gekregen. Elf anderen besluiten het wel te doen en zo kunnen we kamperen op het terrein van het vliegveld. Douche en zelfs een zwembad zijn aanwezig. met een aantal nemen we meteen een duik. Het is erg heet geweest vandaag en het water is een verademing. Als het donker wordt is het meteen koud en een koude bedoeling als we uit het zwembad komen. 's Avonds eten we in Nazca. Het is druk op straat vanwege een processie. Ik eet een gebakken visje en slenter wat over het gezellige plein. Hierna moet ik een uurtje op de auto passen. Dit is een werkje dat beslist gedaan moet worden. Zonder bewaking ben je binnen enkele minuten je halve auto kwijt. Ik schrijf wat in mijn dagboek, iets wat heel wat uurtjes in beslag neemt. Als we 's avonds ergens een biertje halen zet Mike een grote kikker op tafel, die spontaan begint te springen. Barbera en Anita schrikken zich rot en zetten het op een lopen, uiteraard tot groot vermaak van de rest.

Maandag 31 Oktober   Nazca naar Chala

 

De meesten (11) van de groep hebben vanochtend over de Nazcalijnen gevlogen. Iedereen was verrukt over de vlucht. De derde groep heeft zelfs een tijdje achter een condor gevlogen. Als iedereen terug is wordt er een laatste duik in het zwembad genomen. We willen in het dorp nog 'even' geld wisselen. Zo vlot als het in Lima ging zo traag ging het hier. Hele formulieren moesten getypt, gestempeld, berekend en nagerekend worden. Kortom, we vertrokken pas na twaalven. Het lange wachten had wel een voordeel. We kwamen er nu achter dat de weg naar Cuzco via Ajacucho niet open is. De al jarenlange verzetshaard bij Ajacucho heeft zich uitgebreid en de weg naar Cuzco is niet meer in regeringshanden. We moeten nu helemaal om via Araquipa. Een omweg van 500 km. De auto heeft vandaag last van stuipjes. Een lekke band, verstopt filter en rem moeilijkheden zorgen er voor dat we niet verder komen dan het godverlaten vissersdorpje Chala. Hier komen doorgaans geen toeristen en we zijn een ware bezienswaardigheid. De omgeving is nog steeds meer dan prachtig. Het dorp ligt op een uitlopen van de Andes aan zee. Een ruwe zee en enorme hoogteverschillen zorgen voor een prachtig uitzicht. Na het eten rijden we een stukje buiten het dorp en zoeken in het donker een geschikte plaats om te kamperen. Bij het opzetten van de tent raken er wat zakken door elkaar en het is een hele bedoeling de juiste tentdelen bij elkaar te vinden. Na een laatste slok gezamenlijk gekochte rum vallen we vermoeid in slaap.

Dinsdag 1 november   Chala naar Areguipa

 

We staan vroeg op het is een heel eind naar Arequipa (400 km) over geaccidenteerd terrein. Als ik een zoet broodje eet wordt ik weer strondmisselijk. Ik moet van die broodjes af blijven, maar er is voor de rest niet veel te eten en een lege maag is ook niet alles. We rijden wederom door een schitterend landschap, dat nu erg berg - achtig is. Soms rijden we op enkele honderden meters boven de Stille Oceaan om vervolgens weer stijl omlaag te duiken. Halverwege de naar Araquipa is het landschap bezaaid met vele grote en kleine cactussen. In de bus wordt er voor het eerst gekaart (troepen) en niet zonder commentaar een bandje  van de Veulpoepers gedraaid. Plotseling houdt het dorre landschap op. Groene velden en frisse bomen in een mooie vallei duid er op dat we in Arequipa zijn beland. Deze tweede stad van Peru ligt op 2380 meter hoogte. Hij wordt bewaakt door de 5850 m hoge vulkaan El Misti en het Andes gebergte met twee toppen van resp. 6100 en 5650 meter hoog. We hebben al snel een slaapplaats en het geluk dat de auto gestald kan worden, zodat hij vannacht niet bewaakt behoeft te worden. In hotel Exelcior deel ik de kamer met Carine, Margriet en Job. Job's bed is veel te klein en zijn voeten steken 20 cm uit het bed. Het hotel ligt vlak bij het prachtige Plaza de Armas, het centrale plein met koloniale bouw - werken er om heen en in het midden een fontein omringt door palmen. Na het eten gaan we met z'n zessen voor het eerst naar een disco. Het is een luxe tent, waar een soort bioscoop stemming heerst. Pikkedonker en een man met zaklantaarn die je naar een plaats loodst. De  muziek is echter uitstekend. Rock & Roll, disco, rustige dansmuziek en Zuid-Amerikaans rampestampmuziek zorgen er voor dat we pas om half een moe gedanst maar voldaan na al dat zitten in de bus naar het hotel terug gaan. Hier borrelen we tot 2.45 nog wat na met Barbara en Evelien.

Woensdag 2 November   Arequipa

 

Om 7 uur zijn we al wakker. De macht der gewoonte. Even later wordt er op de deur geklopt. Het is de eigenaar die zegt van de politie klachten te hebben ontvangen over de te drogen hangende slipjes op ons balkon. Lachend halen we ze dan naar binnen. Na een koude douche (als je warm water wilt hebben moet je een stroomschakelaar omzetten die de hele badkamer onder stroom zet) gaan we wat eten. Ik neem twee broodjes kaas, maar de kaas is zo zout dat mijn tong er schraal van wordt. Als wij eten komen er vaak kleine kinderen langs in de meest armoedige kleding. Vaak geven we ze wat te eten en soms laten we ze aan tafel mee eten. Hier in Peru zijn geen sociale voorzieningen en als je arm bent is het moeilijk in leven te blijven. Onderling zijn de Peruanen best sociaal voelend. Bedelaars halen genoeg op om in leven te blijven en de armoedige kinderen in hun gescheurde afgedragen kleding krijgen vaak een gratis broodje of ijsje. Arequipa heeft geen hoge gebouwen aangezien het in een gebied ligt waar veel aardbevingen voor komen en laagbouw veel veiliger is. Vandaag bezoeken we het Santa Calina klooster. Rijke dochters konden hier een plaats kopen om de heer te dienen. Iedere non had twee werksters, die voor haar moest koken, wassen etc. Het complex is erg groot en verrassend in zijn eenvoud. Het is een stad in een stad. De bewoners mochten er niet uit en buitenstaanders mochten er niet in. e mochten elkaar niet eens zien. De inkopen werden gedaan door een luik om maar geen contact met de buitenwereld te hebben. We krijgen een goede rondleiding van een duitssprekende Peruaanse, die onbewust de vele absurditeiten van het klooster verteld. Zo vertelde ze naast het 'doorgeefluikverhaal' dat aankomende nonnen een grote smak geld als bruidschat mee moesten nemen (ze trouwden met God) en dat hele gelovige nonnen zich lieten inmetselen om de here nog beter te dienen. In 197- zijn de poorten geopend voor bezoekers en het handjevol nonnen dat er nu nog woont is ergens in een hoekje verstopt. Ze verdienen nu de kost met het maken van speelgoed en mogen tegenwoordig de poort uit. Terug in het hotel doe ik even de was, als die maar droog is vanavond, en slenter met een groepje was over de drukke markt. Het is een typische Zuid-Amerikaanse markt met indiaanse vrouwen in de fraaiste kleuren. bij een kraampje nemen we overheerlijke hete broodjes en met Mike koop ik een grote ananas. We kopen zowaar ook een stuk hollandse kaas. Dat is wat anders dan die zoute troep die we tot nog toe voorgeschoteld kregen. Als we 's avonds met een groep gaan eten lopen we eerst naar de tent van gisteravond. Sommigen vinden de herrie van kaarters en dobbelaars in de aangrenzende ruimte te erg en na veel heen en weer geloop wordt de groep gesplitst. Sommigen gaan terug naar 't hotel en anderen naar de 'herrietent'. Met Barbara en Mike ga ik naar een pizzatent. De pizza smaakt heerlijk maar als de mensen uit de 'herrietent' terug komen wordt dat wat minder. Het licht was daar namelijk uitgevallen en met kaarslicht en zonder herrie hebben ze romantisch, rustig en goedkoop gegeten. We nemen nog twee cuba libres (cola rum) en gaan terug naar het hotel. Daar verdelen we de ananas en maken ons op voor de zware tocht van de komende dagen naar Cuzxo.

Donderdag 3 November   Arequipa naar Chivay

 

Zoals het nu al gewoonte is staan we al voor zessen op. Als de spullen ingeladen zijn zoeken we een door Riet ontdekt vegetarisch restaurantje op. We krijgen een overheerlijk bord mushli voorgeschoteld en drinken een bak rozebottelthee. Betrekkelijk laat (8.30) gaan we op stap. Het is een hele toer Arequipa uit te komen. Als we denken de weg gevonden te hebben blijken we na een uur kompleet de andere kant op te rijden. Terug naar Arequipa dan maar weer. Als we eindelijk goed zitten beginnen we meteen te klimmen. We moeten tussen de twee 6000 meter hoge toppen door en komen dan op zo'n 4000 meter. Het landschap veranderd gelijdelijk. De kale zandsteenbergen worden geleidelijk aan met eerst cactussen en later kleine struiken bezaaid. Het is nog steeds erg ruig en er moeten diverse passen genomen worden. Als we boven de 5000 m komen vallen de eerste slachtoffers van de beruchte hoogteziekte coroche. Misselijkheid en enorme hoofdpijn zijn de symptomen van deze door zuurstofgebrek veroorzaakte ziekte. Als we een tijdje rijden zien we drie vicufia's lopen. Dit zijn de enige nog in het wild levende lama-achtigen. Ze zijn beschermd en in Peru vrij zeldzaam. Het is zelfs verboden vicufiawol te verhandelen en in Peru vrij zeldzaam. Een stukje verder zijn ook de eerste lama's en alpaca's te zien. Hierbij zijn altijd wat in fraaie kledij gestoken indianen aanwezig. Deze wonen in lemen hutjes en ieder hutjes en ieder hutje heeft enkele stenen omheiningen. Ze leven van hun dieren (lama's, alpaca's geiten en varkens) en de opbrengst van de eigen 'moestuin'. Ze zijn dus geheel selfsupporting oftewel geheel of zichzelf aangewezen. Het begint behoorlijk koud te worden en als we in het dorpje chivay er even uit gaan moeten de dikke truien aan getrokken worden. In het hele dorp is geen café of restaurant te vinden en lopen we wat doelloos rond. Wel wordt er een pond cocabladeren ingeslagen. Deze hebben een stimulerende werking en helpen tegen de hoogteziekte. De indianen verdrijven er tevens hun honger mee. Papillon (van het boek) heeft dagen door het oerwoud gerend zonder eten en moe te worden m.b.v het constant op cocabladeren kauwen. Van coca-bladeren kan echter ook het beruchte drug cocaïne gemaakt worden. Pogingen van de USA om de teelt van cocaplanten in Z-Amerika aan banden te leggen hebben nog niets geleverd. De Andeslanden zonder coca bestaat niet. Alleen als de mensen hier aan hun fundamentele levensbehoeften kunnen voldoen is misschien het gebruik van coca overbodig, maar zolang de USA alleen denkt aan hun eigen drugprobleem en de onderdrukkende regimes steunt zullen de mensen hier coca blijven verbouwen. Als Joop en ik nog even een rondje lopen, stappen we bij een voetbalveld naar binnen. Het is er vrij druk en in de kantine zijn de meesten stomdronken. We komen al snel aan de praat en krijgen een biertje aan geboden. Ik snap van al dat spaans (nog) geen snars, maar Joop die al eerder in Peru is geweest vertaalt het nodige. Een dronken oude man probeert zijn knappe dochter Cecile uit te huwelijken. We doen maar alsof we het niet begrijpen om een pijnlijke situatie te voorkomen. We rijden met de auto nog wat door en tegen het donker (ca 18 uur) vinden we een plekje waar we wild kamperen. Het is ongeveer 4.000 meter hoog en haast iedereen heeft last van de hoogteziekte. Sommigen proberen met het pruimen van de smerige coca de koppijn te verdrijven maar het blijkt weinig te helpen. Heleen en Carine moeten haast bewusteloos de tent in gedragen worden. De tenten moesten in de vreselijke koude opgezet worden. Als we net in de tent liggen staat er ineens een man te paard aan de rand van het kamp te schreeuwen. Hij zegt de baas te zijn van het stukje land en dat we weg moeten. Hij is echter zo stoned als een garnaal en laten hem maar staan. Als hij eindelijk weg is komt hij gelukkig niet meer terug. Alhoewel ik vandaag ondanks de passen van passen van bijna 5.000 meter hoog weinig last heb gehad van de hoogte wordt ik plots misselijk en ga over mijn nek. Mijn aandeel in het vruchtwater maken van de dorre hoogvlakte is geleverd. Ik voel me daarna wel een stuk beter, maar de opkomende hoofdpijn en de kou zorgen er voor dat ik geen oog dicht doe. Tegen de ochtend heeft het gevroren want op de stilstaande stukjes van de beek staat ijs.

Vrijdag 4 November   Chivay naar Cuzco

 

Om zes uur kan ik eindelijk uit bed en na me te hebben gewassen in het ijskoude water van het naast het kamp lopend stroompje voel ik me weer boven Jan. De meeste zieken voelen zich weer een stuk beter en als er op het kampvuurtje koffie wordt gezet is de tijd weer aangebroken om van de omgeving te genieten. Als we weer op weg zijn zien we weer veel lama's en alpaca's. Ook vliegen er drie prachtige sneeuwganzen over. Het is erg stoffig in de auto. Binnen de minuut is mijn net schoon gemaakte bril weer bedekt met een dikke laag stof. Als dat stof werkt ook op de ademhaling. Je neus zit constant dicht. Als we een uurtje gereden hebben komen we 'in het midden van niets' een indianenmarkt tegen. Ze zijn in de fraaiste kleding gestoken. Soms dragen ze wel 7 fel gekleurde rokken over elkaar. Ik probeer een 'andespet' te kopen maar tot mijn verrassing hebben ze die niet liggen. Wel hebben ze er allemaal een op. Ik voel me hier net de rijke toerist die hooghartig wat fotootjes komt nemen. Geen prettig gevoel. De mensen reageren laconiek op onze aanwezigheid. Er zullen  hier wel niet zoveel buitenlanders komen. Deze route is dan ook verre van gebruikelijk. Als we verder rijden komen we langs een tinmijn. Veel formaliteiten en het verbod foto's te maken doen ons veel beloven, maar behalve de vele mijnwerkers en hun opvallend komfortabele huizen is er niet veel te zien. Als Lex voor de zoveelste maal de weg vraagt (In Peru zijn verkeersborden onbekend) komt hij in contact met een Zuid Afrikaan die manager is van het grootste irrigatiewerk ter wereld. Ze zijn hier al vier jaar bezig en over 1½ jaar is de enorme stuwdam gereed. Via soms 400 km lange kanalen worden hele gedeelten van de toegankelijke Andes bereikt en kunnen dan in cultuur gebracht worden. De man geeft ons een zelf gemaakte kaart van de weg naar Cuzco, die veel gedetailleerder is dan de onze en ons een hoop zoeken moet besparen. Hij raadt ons tevens een prachtige wildkampeerplaats aan in de buurt van een meer dat op ca. 3500 m ligt. We zijn al om 13 uur in Jouri, de plaats waar we volgens de planning pas tegen de avond hoefden te zijn. Hier eten we wat  en Joop raakt voor de eerste maal wat kleren kwijt uit zijn 'Joop-zakken'. Een indiaanse vrouw met kind kan niet geloven dat al die kleren gratis zijn en wil ze terug geven  omdat ze niets heeft om te betalen of ruilen. Na lang praten accepteert ze de kleren met grote bolle ogen van ongeloof. We besluiten door te rijden naar het meer en daar te beslissen of we daar kamperen dan wel door rijden naar Cuzco. De weg is erg slecht en we moeten ook nog over een pas van 4700 meter zodat we pas tegen donker bij het meer aankomen. De meerderheid wilde helaas door rijden naar Cuzco. Men slaapt liever in een hotelbed dan in de vrije natuur. Liftster Riet die uiteraard geen stemrecht heeft was met veel kabaal voor doorrijden. Het zou nog zo'n 3 uur zijn. Door het donker vervolgen wij onze weg met doodvermoeide chauffeur en langs diepe afgronden. Diverse malen is de brug door een aardbeving verwoest en moeten wij door het water naar de andere kant. Eenmaal was de oever zo hoog en leek het water zo diep dat het een hele tijd duurde eer de oever bereikt was. Als we even bij een T-splitsing kijken waar we heen moeten vragen twee agenten of ze mee mogen. Hoewel sommigen waaronder ik fel tegen waren deze twee zeer impopulaire lieden mee te nemen gaan ze mee. De fanatieke koppen doet vermoeden dat ze veel op hun kerfstok hebben. We merken dat we wat lagen komen want op een enkeling na is iedereen van de hoofdpijn af. In de verte onweert het. De bliksem doet het hele dal oplichten. Het lijkt wel oorlog. Nadat we de agenten gelost hebben stuiteren we verder en komen iets na middernacht ipv 2100 uur in Cuzco, de vroegere hoofdstad van de legendarische Inka's. Mike vindt na veel zoeken nog een hotel, maar er zijn slechts 15 bedden. Er moesten in eerste instantie dan ook mensen in de auto slapen. Uiteindelijk ging Lex toch nog een parkeerplaats zoeken voor de auto, zodat ik alsnog een slaapplaats moest zoeken in het hotel. (Ik zou in de auto slapen). In een vierpersoonskamer schoof ik nog als zesde bij. Twee bedden naast elkaar en samen met Job en Joop in bed. Tegenover ons lagen Barbara en Margriet ook samen in een bed. Terwijl buiten gevochten werd waren wij door de gekke slaapsituatie erg melig. We hadden zo de slappe lach dat we zelfs dubbel lagen om de volgende mop: Een belg had twee kippen, een witte en een eend. Al met al gingen we pas om 2.30 slapen. Dit ondanks de herrie van de disco aan de overkant.

Zaterdag 5 november   Cuzco

 

Om 8.30 pas op. Voor de eerste maal sinds Lima zo laat opgestaan. Alle spullen zitten onder het stof. De bak achterin is dus niet stofvrij te houden. Hoe zal dat zijn met regen. We zijn dus in Cuzco, de vroegere hoofdstad der Inka's. Even wat over deze Inka's.

De Inka's
De Inka's zijn een indianenstam die oorspronkelijk uit het amazonegebied komen. Als minderheidsgroepering vestigden ze zich tussen drie half geciviliseerde volkeren in de Andes. Deze stamden af van drie 'goddelijke broers' en om er bij te horen ontstond de vierde broer, Manco Kapac. Langzaam infiltreerden ze zich in de andere drie stammen en verzamelden steeds meer macht. Uiteindelijk wisten ze de andere stammen te onderwerpen. Ze breidden hun gebied snel uit en nadat ze de hoog ontwikkelde stad Chan-Chan na een tienjarige belegering hadden veroverd namen ze naast de bezittingen ook de kennis van deze Chimu-indianen over. Zo werden ze de machtigste stam van Zuid Amerika. Alhoewel ze geen schrift hadden waren ze hoog ontwikkeld. Zo konden ze bv hersenoperaties uitvoeren en is hun bouwkunst uniek Stenen werden zo geslepen dat ze precies en zonder cement in elkaar passen. De Inka's waren vooral berucht om hun wreedheid. Overwonnen stammen werden bloedig van leiders e godsdienst ontdaan en werden verplicht zonnetempels te bouwen. In 1526 was het Inka-rijk op zijn hoogtepunt. Keizer Wayna Kapac had de grenzen flink verlegd. Deze liepen van Colombia naar Chili over een lengte van 4000 km. Het einde van het imperium voltrok zich even snel als ongelofelijk. Eerst heerste er een pokkenepidemie die 200.000 levens eiste, inclusief die van de keizer. De machtsstrijd tussen de broers Atahualpa (vanuit Quito) en Huascar (vanuit Cuzco) verdeelde en verzwakte het rijk zo dat de in 1532 nabij Tumbes gelande spanjaard Pizarro met slechts 180 soldaten het hele Inka-rijk op sluwe wijze kon veroveren. In 1534 werd bij Ollantaytambo de beslissende slag door Pizarro gewonnen.De overwonnen keizer Manco II wist te vluchten en heeft jaren een gerilla oorlog gevoerd, waarschijnlijk vanuit de pas in 1912 herontdekte stad Macchu Picchu waar de spanjaarden lang naar gezocht hebben maar nooit hebben kunnen vinden. De spanjaarden waren vooral uit op het vele goud van de Inka's. Volgens de legenden moet Cuzco eens met goud geplaveid zijn geweest. We hebben weer dicht bij het Plaza de Armas geslapen. Elke stad heeft zijn Plaza de Armas. Dit is het centrale plein met meestal een fontein en er omheen de belangrijke gebouwen van de stad zoals bv de kerk. Als we door de stad lopen zien we de bekende Inka-funderingen. De Inka's hebben de stenen zo uitgezocht en bewerkt dat ze precies in elkaar passen en zo een enorm stevige muur vormen. De spanjaarden, die Cuzco geheel verwoestten, bouwden hun huizen op de onverwoestbare funderingen. De stenen zijn zo precies op maat gemaakt dat sommigen ipv de  4 normale hoeken er wel meer dan 10 hebben. Er is er zelf een met 12 hoeken. In een winkel zie ik een mooi schaakspel. Het stelt in stenen figuren de spanjaarden tegen de Inka's voor. Het is echter erg zwaar en volgens Joop zijn er in heel Z-Amerika mooie spellen te koop. Na een heerlijke Jugo, een enorme vaas vruchtesap, gaan we met z'n vijven op zoek naar de beroemde  12-hoekige steen. We komen alleen niet ver. Job, die zijn trui in Chivay vergeten is, wil een nieuwe kopen. Hij heeft het echter met zijn lengte erg moeilijk en roept steeds geïrriteerd 'grande colour', waarmee hij aan wil geven een grote gekleurde trui te willen. Die zijn er dus niet. We verdoen hiermee nogal wat tijd en als de vrouwen een marktje ontdekken kunnen we het helemaal schudden. Als het gaat regenen gaan we terug naar het hotel. Hier aangekomen breekt de hel los. Onweer vlak boven ons hoofd en enorme hagelstenen doen ons vrezen voor de komende tocht naar Macchu Picchu. En vanochtend werden we nog geroosterd door de zon. Alhoewel Peru 40% minder toeristen binnen krijgt (oa door de enorm toegenomen kriminaliteit) stikt het in CUzco van de blanken. De indianen lijken het beter te hebben als elders in Peru. Je wordt wel eerder aangeklampt dan elders. Vast het gevolg van de toeristenindustrie. Voor het eerst merken we pas echt in een Andesland te zijn. Overal komt de typische Andesmuziek op je af en dat maakt je onwillekeurig vrolijk. Met Job en Joop zoek ik een gezellig eethuisje. Aanvankelijk komen we niet verder dan polleria's (kip-zaken) en Mac Donalds. Als we in een achterafstraatje muziek horen blijkt er in het kader van de gemeenteraadsverkiezingen een bandje te spelen. Het was een hele gezellige toestand en wij doken maar een aangrenzende pizzeria in. Voor 4 gulden namen we een grote en in nederland niet te overtreffen pizza. Lekker eten en een leuke band voor de deur, wat wil je nog meer.

Zondag 6 november   Pisac

 

Iedereen heeft zich vanmorgen verslapen. Om vroeg op de markt van Pisac te zijn hadden we om 6.30 weg moeten zijn. Liftster Riet moet ons echter om 6.40 wekken. Als iedereen bovendien eerst nog wilt eten in een restaurant is het al 9 uur als we vertrekken. Onderweg proberen we nog illegaal een Inkatempel in te komen door met de auto achter door te rijden, maar een wachter heeft ons door en probeert ons alsnog een kaart van f15,- aan te smeren. Als we in Pisac aankomen gaan we direct naar de beroemde zondagsmarkt. Er is nog niet veel te doen. De al talrijke toeristen filmen en fotograferen zeer gênant de traditioneel geklede bevolking. Een Amerikaan staat met een enorme kamera een halve meter voor een vrouw om haar ongevraagd te filmen. De indianen zijn anders gekleed dan in andere steden. De vrouwen hebben naast de aparte kleding een 'versierde cakevorm' op het hoofd (zie foto onder). Als ik met Joop een beetje gelaten over de markt slenter loopt er een armoedig jongetje met ons mee. WE trakteren hem op een puddinkje en een ijsje. We gaan ook met hem terug naar de auto en halen Joop's toverzak met kleren te voorschijn en meten de jongen een nieuwe garderobe aan. Als we vragen of hij nog broertjes of zusjes heeft, neemt hij ons mee naar huis. Hij woont in een vreselijk armoedig huis van leem. De vloer bestaat uit modder, bedden hebben ze niet en het gezin slaapt dus op de grond gelegen kleden. Hij heeft twee broertjes en drie zusjes. Zijn moeder is 28 jaar en vader is weg gelopen. Ze hebben bij wijze van spreken, geen broek aan de kont. We gaan maar een hele zak kleding halen en iedereen krijgt diverse  nieuwe broeken, truien, sokken en blousjes. Tevens trakteren we op een rondje limonade. Als dank krijgen wij een aardewerk asbak en beeld. (foto familie pag 22) We lopen hierna nog wat over de nu volop aktieve markt. Na het jongetje nieuwe schoenen van oude autobanden te hebben gegeven vervolgen we onze weg naar Ollantaytambo vanwaar wij de Inka-trail naar Macchu Picchu zullen aanvangen. Ollantaytambo is een gezellig klein plaatsje, omgeven door enorme Andespieken en gelegen aan de prachtige wilde rivier de Urubamba. Deze plaats ligt zo mooi dat sommige reizigers hier lang blijven en zich soms vestigen. Bij een paar Canadezen, die zich hier gesetteld hebben overnachten we. Ik heb een enorme kamer, waarin maar twee bedden staan. Op het balkon heb je uitzicht op de enorm steile Andespunten, de Urubambarivier, sneeuwtoppen in de verte en vlak onder het wild-west aandoende stationnetje. Alhoewel we een kampeervakantie hebben geboekt, is daar tot dusverre weinig van te merken. Het wordt als maar luxer. 's Avonds nemen we zelfs een sauna. De sauna is een houten hok, waar een beekje onder stroomt met welk water je je moet afkoelen. De sauna wordt opgestookt met hout. De toilet is ook bijzonder. Boven hetzelfde riviertje is een keurige wc-bril gemaakt. Doortrekken is dus overbodig. 's Avonds eten we met z'n allen in 'n gezellig ogend restaurant. Ze hebben echter niet veel (zelfs geen rijst) en zes mensen die zich niet aan kunnen passen verlaten met veel kabaal de tent. Ik vind het arrogant in een land waar mensen dood gaan van de honger kwaad weg te lopen omdat ze niet precies hebben wat je westerse maag verlangt. Met de rest hebben we een hele gezellige avond. De alleenstaande kok heeft drie uur nodig alle gerechten klaar te maken. Vast een topavond voor hem. Om 22.30 wordt in het kader van de bezuinigingen de stroom van het hele dorp afgesneden, zodat alles met kaarslicht moet worden verlicht.

Maandag 7 november  Ollantaytambo

 

Als ik uit het raam kijk en een man te paard over het woeste terrein zie lopen dank ik in 'n western beland te zijn. Door de vrouwen met handelswaar op de spoorrails lijkt het net Mexico uit de vorige eeuw. We bezoeken vandaag de zonnetempel. Het is een stevige klim in de brandende zon. Via allerlei terrassen kom je boven in de tempel. Enorme rotsblokken zijn daar opgestapeld en niemand weet hoe ze hier ooit gekomen zijn. In 1536 wisten de Inka's hier stand te houden tegen Pizarro's leger. Om er in te komen moest er een paspartout gekocht worden van 10.650 soles. Dit gekke bedrag roept natuurlijk om wisselproblemen, vooral als er geen wisselgeld aanwezig is. Het duurde dan ook een hele tijd eer iedereen betaald had. Tegenover de zonnetempel ligt de uitgehouwen Inka universiteit. Het is niet duidelijk hoe je er kan komen. Vlak naast de universiteit houdt een eveneens uitgehouwen gezicht de wacht over het Urubambadal. Na het bezoek kopen we de laatste etenswaren voor de Inka-trek. Ik kan me niet beheersen en koop een grote voorraad snoep. Bedelende kinderen doen deze voorraad echter aardig slinken. Terug in het hotel blijkt Lex een ongeluk te hebben gehad. Hij is met behulp van een daar hangende kabel over de Urubamba geklauterd. Na een wandeling aan de andere zijde kreeg hij bij het terugklauteren halverwege kramp. Met een laatste krachtsinspanning wist hij verder te klimmen tot boven de rotsen, maar viel daar uitgeput enkele meters omlaag. Met vele schaafwonden en een dikke enkel komt hij er bijzonder goed vanaf. Voor het zelfde geld was hij in de rivier gevallen en voorlopig niet meer gevonden.

Dinsdag 8 november

Inka trail naar Macchu Picchu 1e dag

Nadat alle overbodige spullen in een kamer verzameld zijn, de tenten en het eten verdeeld is en de plattegrond van de tocht over getekend stappen we om 8.30 in de trein naar kilometerpaal 88 om te beginnen aan de vijfdaagse tocht naar de oude Inkastad Macchu Picchu. Het rantsoen bestaat uit een zakje mushli, haver, noten, gedroogde vruchten en melkpoeder. Alhoewel we 1e klas kaartjes hebben zitten we derde klas tussen de als ontelbare mieren door de trein krioelende Peruanen. De trein is stamp vol Je kunt je nauwelijks bewegen maar de diverse verkopers banen zich hier en daar een por uitdelend toch een weg door de trein. De hele groep loopt de trail, ondanks het feit dat het de afgelopen dagen flink geregend en gehageld heeft. De vorige reis hebben slechts drie mensen de tocht gelopen. Om zo min mogelijk bagage te hebben slaapt iedereen (behalve Joop en ik) met zijn drieën in een tent. Ook zijn er diverse zakken coca bladeren ingekocht om de vermoeidheid tegen te gaan. Als we bij kilometerpaal 88 - het stationnetje heeft geen naam en ligt op 88 km van Cuzco - uitstappen is het erg warm en is er nog geen spoor  te zien van de verwachte regen. Met ongeveer 10 kilogram op de rug beginnen we om 9.30 aan de tocht. Het eerste stuk gaat over licht geaccidenteerd terrein door de bossen. Beneden stroomt de bruine Urubamba, die we na een half uur gedag zeggen om hem over een paar dagen weer bij Macchu Picchu te begroeten. De Urubamba geldt officieus als het begin van de Amazone-rivier die duizenden kilometers verder in de Atlantische oceaan uitmondt en aldaar 70 kilometer breed is. Na een stevige wandeling, waarbij we voldoende rust nemen om te genieten van de natuur komen we bij een paar stenen indiaanse huisjes. Deze mensen leven nog als ettelijke jaren geleden. Wij denken aanvankelijk dat het de in de buurt zijnde Inka ruines zijn. Het bos wordt hierna steeds dichter en we moeten diverse malen de Cusichaca rivier, een zijtak van de Urubamba, over. naarmate de tocht vordert beginnen we de rugzak meer en meer te voelen en is het bij klimmetjes in de hitte soms behoorlijk afzien. Gelukkig zijn er stroompjes zat en we drinken ons dan ook klem aan het heerlijke ijskoude water. Gemene steekvliegen prikken er lustig op los en veroorzaken flinke bulten. Rond drie uur bereiken  we onze eerste overnachtingsplaats 'the forks'. Het is een enigszins schuinlopend grasveldje, midden in het bos aan een glashelder beekje. Het ligt op een hoogte van 3200 meter, maar zolang de zon schijnt is het heerlijk warm. We maken voor het eerst de maaltijd klaar. De mushli is niet te kanen, maar met vis er door smaakt deze 'mushli a la Picchu' best lekker. Jenneke, die last heeft van lage pers, heeft het niet gehaald en is terug. We zijn nu nog met z'n negentienen aangezien liftster Riet met ons de tocht loopt. Velen, waaronder ik, zijn behoorlijk moe na deze eerste dag die als makkelijk te boek staat. Een paar minuten rust in deze omgeving doet echter wonderen en je bent zo weer zo fit als wat. Op de overnachtingsplaats lopen enkele varkens rond, die een grote hoeveelheid aan uitwerpselen deponeren. Even later hebben we ook gezelschap van twee ezels en tegen de avond komt ook een gevaarlijk ogende stier poolshoogte nemen. Met een aangelegd kampvuurtje en wat aan geheven populaire liederen houden we de handel op enige afstand. Na een wasbeurt in het ijskoude water gaan we moe maar voldaan naar bed.

 

Woensdag 9 november
Inka trail naar Macchu Picchu 2e dag

De tweede dag is op papier de zwaarste. Er moet in ongeveer vijf uur een pas van 4200 meter bedwongen worden. Aangezien iedereen een ander tempo heeft valt de groep uiteen in kleinere groepen. Riet, de liftster , had het gisteren erg zwaar en probeert mensen te vinden die met haar een ezel willen huren om de bagage te dragen. Dit lukt niet en nijdig gaat ze op pad. Met al die extra adrenaline in haar bloed van kwaadheid komt ze als eerste boven. Vandaag loop ik met tentgenoot Joop, Barbara en Anita. De eerste kilometer doen we in twee uur, evenveel als de kaart aan geeft. We rusten veel want Barbara zit al snel stuk. Het eerste gaat nog steeds door het bos. We zien hier de eerste kolibries. De eerste die we zien lijkt net een grote hommel. Ook worden we wat opgehouden door enthousiast meelopende koeien, die midden op het smalle pad blijven grazen. Na twee uur komen we boven de boomgrens. Als we over wat grasvelden lopen zien we de eerste condor over vliegen. Hij is kleiner als ik me had voorgesteld, maar het kan ook een jonge condor zijn. Je herkent een condor aan zijn witte onderkant. Arenden, die hier ook talrijk zijn, zijn geheel bruin. Het lopen wordt nu echt zwaar. De lucht wordt ijler en de ademhaling als gevolg daarvan moeilijker. Om de paar meter van de stijle klim moet er even gerust worden. Uitgeput val je soms ter aarde. De slechte conditie wreekt zich. Sommigen houden zich met coca-bladeren op de been. Het moet vreselijk vies smaken en er is niemand die zegt er mee gebaat te zijn. Wij proberen ons hoofd wat te koelen met 't besprenkelen van rum. Na drie uur zwoegen bereiken we het hoogste punt. Het is daar behoorlijk fris aangezien aan de andere kant van de pas een koele wind staat. We nemen wat foto's van de diverse Andespieken, waarvan sommigen met sneeuw zijn bedekt en maken ons op voor de stijle en gevaarlijke afdaling naar 3200 meter. Binnen een uur hebben we dit hoogteverschil van 1 km overwonnen. Beneden slaan we ons kamp op aan het water, vlak onder een waterval. Ik doe mijn drijfnatte T-shirt uit en even later sta ik poedelnaakt midden in de natuur me te wassen in het stroompje langs de tent. Dit is het ware leven. We verzamelen met zijn vieren wat hout en maken een kampvuurtje. Even later zitten we aan de warme chocomel. We praten nog wat gezellig na en stappen wederom droog en allesbehalve koud in onze tent, die wel erg schuin staat.

Donderdag 10 november

Inka trail naar Macchu Picchu 3e dag

We zijn wat later op dan gewoonlijk, maar na een snel ontbijt met z'n vijven richting tweede pas. Deze is 4050 meter hoog. De eerste 800 meter klimmen we in een uur en zijn dan beland bij de Runkuracay ruines. het uitzicht is hier magnifiek. Je kijkt vanuit deze Inka uitkijkpost uit op het dal, waar we gekampeerd hebben, ziet diverse watervallen en enorme hoge bergtoppen terwijl ondoordringbare jungle sommige bergflanken siert. Het wemelt hier ook van de roofvogels. tot twee maal toe vliegt een condor op enkele tientallen meters over. Iets verderop staat een groot uit de rotsen gehouwen beeld dat het hoofd van een Inka voorstelt (zie foto). Deze Inka kijkt uit over het dal. Op de plaats waar zijn ogen op gericht zijn is een groot gedeelte van een berg afgegraven. Daar is tevergeefs gezocht naar de uit legendes bekende Inka schat 'El Dorado'. Als we verder lopen komen we langs twee kleine bergmeertjes en moeten over vele kleine stroompjes springen. Boven is iedereen nog behoorlijk fris en gaan in snel tempo weer naar beneden. Het is een slecht pad, waar je steeds van steen naar steen moet springen. Mijn voeten zitten dan ook al snel onder de blaren. Waarom heb ik niet in Holland mijn bergschoenen aangetrokken ipv deze bruine stappers zonder profiel en dunne zool. Vlak voor we de jungle induiken kun je de hoog gelegen Sayajmarca ruines bekijken. Joop en Barbara doen dat terwijl ik met de andere twee wonden ga likken bij een aan de rand van de jungle gelegen stroompje. Op dit fantastische plekje wachten we op de andere twee en even later staat iedereen zich uitgebreid in het water te badderen. Het is zonnig en we besluiten in dit kleine paradijs een uurtje te blijven. Hierna lopen we door de dichte jungle verder. Behalve wat vogels en vlinders is er weinig leven in de dichte begroeiing. Ook de bloemenpracht die ik me altijd bij een jungle had voorgesteld ontbreekt hier. Het is echter wel puur natuur en dat snuiven we met volle teugen op. Langs diepe afgronden lopen we over de nu vrij vlakke paden verder. Bij een droog moerasachtig meertje moeten we naar de andere kant door van steen naar steen te springen. Anneke springt mis en zakt tot haar knieën weg in het moeras. Ze zit helemaal onder de blubber. Een stukje verder moeten we door een natuurlijke tunnel waarna we via door Inka's aangelegde trappen over de derde, niet erg hoge, pas gaan. Na een korte afdaling zetten we de tent op Phuyapatamarca ruines. Dit zijn oude Inka tempels. De Inka's hebben hier ingenieuze badhokjes gemaakt. Een riviertje werd omgeleid via allerlei kanaaltjes en door de diverse wasplaatsen geleid. Deze wasplaatsen (zie foto) liggen naast en onder elkaar, waardoor het schaarse water optimaal gebruikt werd. Het is niet duidelijk wie zich bovenin mocht wassen en wie in het vuile badwater mocht zitten een of meerdere verdiepingen lager. We hebben 's avonds voor het eerst wat regen, maar dit is nog niets vergeleken met de hagel, onweer en sneeuwbuien die Joop hier vier jaar geleden teisterde. Ook krijgen we last van de honger. De mushli is in deze vorm, met koud water en zonder melk en suiker, niet door de strot te krijgen en op alleen noten en gedroogde vruchten leven is niet voldoende. Gelukkig kan wel al het transpiratievocht volledig worden aangezuiverd met koel helder bronwater.

Vrijdag 11 november

Inka trail naar Macchu Picchu 4e dag

Als we wakker worden is de tent nat, buiten mistig en vallen er wat regendruppels. Het uitzicht is evenwel fascinerend met al die opstijgende nevel. Met Barbara ruil ik wat mushli, waar zij als een van de weinigen dol op is, voor een broodje kaas. Even later gaan we weer op stap. Iedereen voelt zich wat slapjes, maar als we door de ochtendouw een heerlijke wandeling 'door veld en bos' maken is iedereen zo weer boven Jan. Het is hier erg vochtig en de bossen zitten dan ook vol korstmossen. Als je op die korstmossen drukt komt er een straaltje water uit. Na een tijdje licht klimmen volgt er een stijle afdaling. Iedereen glijdt wel een paar maal uit. Soms moet je sprongen maken van een meter diep. De weg naar boven is waarschijnlijk niet te doen. Lex, die zo gevallen is vlak voor de trail, loopt nog steeds goed mee. Alleen deze afdaling is voor hem een ware martelgang. Als we wat lager de bossen in duiken zien we veel prachtig gekleurde vlinders en ontelbare wilde bagonia's langs het pad. Bij een tweesprong laten we de bagage achter en gaan met een kleine groep het zijpad in terwijl de rest bij de spullen blijft. We denken dat het de weg is naar Winay Wayna, evenals Macchu Picchu een oude Inka stad maar alleen een stuk kleiner. We blijken echter verkeerd te zitten en moeten zonder de ruines te hebben gezien terug klimmen naar onze bagage. De afslag naar Winay Wayna is een stuk verderop. Een slimme Peruaan heeft hier een golfplaten eettentje neer gezet. Macchu Picchu is nog maar twee uur van hier verwijderd. Hongerig werken we een bord soep naar binnen en lopen vervolgens door naar Winay  Wayna. Het is daar zo ontzettend mooi dat we besluiten in de ruines te kamperen. Het is onvoorstelbaar. In Europa zou zo iets een superattraktie zijn, omgeven door hekken en een gigantische toegangsprijs hebben terwijl wij hier gewoon in deze haast perfect bewaard gebleven ministad van voor 15oo kunnen kamperen. Alleen een rieten dak ontbreekt. Overal zijn terrassen aangelegd, waar de Inka's hun gewassen verbouwden. Ze verbouwden voornamelijk aardappels. De aardappel komt dan ook oorspronkelijk uit Zuid-Amerika. Ook zijn hier weer die typische badhokjes. Een dode slang doet ons er aan herinneren dat je op moet passen in het hoge gras. We zitten midden in de jungle. In het dat is de URubamba weer te zien en achter de ruines klettert een waterval naar beneden. Het is wel bijna afgelopen met de rust en het ongerepte op deze plaats. Grote hotels zijn in aanbouw en al zijn ze enigszins verdekt opgesteld zal deze omgeving volgend jaar wellicht vol dikke Amerikanen zitten. Jammer, maar het geld gaat voor. Als we tegen de avond terug zijn bij het eettentje laden we ons nog even helemaal vol. De terugweg in het donker is vrij riskant langs al die diepe afgronden en verraderlijke stenen. In het donker ja, want tijdens 't verorberen van de maaltijd is Joop's zaklantaren gestolen. Terug bij de tent duiken we er meteen in.

Zaterdag 12 november
Inka trail naar Macchu Picchu 5e dag

Om vieruur is iedereen al op maar we moeten wachten tot het licht is om de laatste mini etappe te lopen. Half zes gaan we op pad en om 7 uur is de in nevelen gehulde Inka stad Macchu Picchu voor het eerst te zien. Macchu Picchu is de enige tot nu toe bekende Inkastad die door zijn ligging niet door de Spanjaarden is ontdekt en verwoest. Bingham heeft in 1911 de stad herontdekt en nadien is de stad ontdaan van de jungle-overwoekering. De Spanjaarden hebben wel gezocht naar deze verborgen stad, aangezien van 1534 (de inval van de Spanjaarden) tot 1595 Inka legers actief waren tegen de Spanjaarden die niet gelokaliseerd konden worden. Eenmaal schijnt een Spanjaard erg dichtbij geweest te zijn, maar kon vanuit het dal de verdekte stad niet zien en keerde onverrichter zake terug. Als we om 7.30 bij Macchu Picchu aan komen zijn we de enigen in de stad aangezien de hoofdingang nog gesloten is en wij via de achterkant zijn binnen gekomen. De grote touristenstroom komt pas als de trein uit Cuzco arriveert en dat is pas om 10.30 zodat we voorlopig het rijk alleen hebben. Op sommige huizen is een rieten dak gelegd. Dit geeft een goede indruk hoe de stad er vroeger uit gezien moet hebben. Op een heuveltje is een met trappen bereikbare zonnewijzer te zien. Deze geeft naast de tijd ook de jaargetijden aan. De huizen zijn opgebouwd uit kleine maar ook enorm grote rotsblokken, die zo zijn bewerkt dat ze zonder kleefstof als bv cement in elkaar passen. Er is geen haar tussen te krijgen en het is zo stevig dat er menige aardbeving is overleeft. Het is nog steeds een raadsel hoe ze de grote stenen hier konden krijgen en opstapelen. Na een wandeling door de stad klimmen we de berg Huayna Picchu, die de achtergrond van de stad domineert, op. Het is een behoorlijk steile klim over de typische inkatrappen. Het is soms zo steil dat je alleen mbv een touw naar boven kan. Na drie kwartier zijn we boven. Je hebt een prachtig uitzicht over de stad en zijn vele terrassen. Door al die zon van de laatste dagen ben ik behoorlijk aan het vervellen. Vooral mijn gezicht is gehavend. Na een uurtje boven gaan we weer naar beneden en met Joop loop ik nog wat langs de imposante bouwwerken. Hierna halen we onze in bewaring gegeven spullen op en nemen de bus naar het treinstation diep in het dal. Vijf fantastische dagen zijn ten einde. Halverwege de rit stapt een jongetje uit de bus en roept hard 'goodbye'. Vervolgens laat hij zich langs steile trappetjes naar beneden 'vallen'. Elke keer als de bus de haarspeldbocht uit is staat hij er weer. Dit herhaald zich tot beneden toe, waar hij uitgeput om een beloning vraagt. Het is half 2 als we bij het station aankomen.  We kunnen ons weer tegoed doen aan mandarijnen, ananas, eieren en snoep. Sommigen weten zowaar hun verguisde mushli te ruilen voor wat bananen of een grapefruit. Er gaan drie treinen. De touristentrein, een speciale trein voor de superrijken en de lokale trein. We nemen de laatste, maar deze is er pas om 7 uur. In het donker springen we op de al overvolle trein met zijn meeste zakkenrollers per m3 ter wereld. Het is eigenlijk een wonder dat we erin konden. Alle ingangen zijn verstopt en er was heel wat ellebogenwerk voor nodig om door de puinhoop heen te komen. Zo'n opeenhoping van mensen heb ik nog nooit gezien. De overvolle minibussen van Sri Lanka zijn er niets bij. Ondanks het feit dat iedereen op elkaar gepropt staat, de gangpaden vol mensen, zakken en bagage staat, proberen handelaren zich door de menigte te wringen om hun waren aan de man te brengen. Moeders met  kinderen op de rug dreigen in het gedrang ten onder te gaan. Een klein meisje heeft helemaal niets van al drie drukte en ligt tussen mijn benen rustig te slapen. Bij het eerste station proberen nog eens tientallen mensen in de trein te komen. Dit is onmogelijk en ontstaat er vlak voor ons een wilde vechtpartij, waar we gelukkig net buiten kunnen blijven. Nadat twee controleurs met een snelheid van 1 stap per minuut de kaarten hebben gecontroleerd en twee uur verder zijn moeten we eindelijk uit. Een dikke Peruaanse moet eerst met z'n tweeën ontzet worden eer we bij de uitgang zijn. Terug in de 'Alberque' blijkt er behalve een w.c. rol niets gestolen te zijn, maar we hebben dan ook als haviken onze spullen bewaakt. Vooral toen enkele minuten het licht uit viel. Een treinreis om nooit te vergeten.

Zondag 13 november
Ollantaytambo

Onder de jeukende bulten die de afgelopen dagen en vannacht zijn opgelopen wordt ik wakker. Ik stink nog behoorlijk aangezien er gisteravond geen water was. Bij de rivier aangekomen blijken er al meerdere op het idee gekomen te zijn, hier een bad te nemen. Na een heerlijke zeepbeurt gaan we allemaal kopje onder in het koude water. Wat knap je daar van op. We horen dat de enorme drukte van gisteren het gevolg is van de verkiezingen van vandaag. Ieder wil zijn stem uitbrengen en dat kan alleen in het geboortedorp, zodat de laatste trein propvol was. Behalve een kort uitstapje naar het dorp om wat eten in te kopen breng ik de dag door met brieven schrijven. 's Avonds hebben we de sauna besteld. Als tweede groep zijn we pas om 9.45 aan de beurt. De groep voor  ons is niet tevreden. Geen warme sauna en ze zijn bestolen. De dader is echter snel achterhaald en hebben ze hun spullen terug, maar toch. Voor ons wordt de sauna extra opgestookt en als zoals gebruikelijk hier om 10.30 de stroom wordt afgesneden wordt het pas echt gezellig. In het donker maken Joop, Anita, Margriet en ik er een waar waterballet van en liggen pas om kwart voor twaalf in bed. Aangezien ik onder de muggebulten zit en er de afgelopen nacht weer een aantal bij gekomen zijn hang ik vannacht voor het eerst mijn muskietennet boven mijn bed.

Maandag 14 november
Ollantaytambo naar Cuzco via Pisac

Na het ontbijt dat bestaat uit bananenbrood (lekker, maar erg voedzaam) vertrekken we weer uit Ollantaytambo en gaan via Pisac weer terug naar Cuzco. In Pisac lopen we langs de familie, waar we de vorige keer kennis mee gemaakt hebben. Moeder blijkt naar Cuzco te zijn. De kinderen hebben allemaal hun nieuwe kleren aan, maar deze zijn in en in vuil. Geen wonder eigenlijk, want in de troep waar deze mensen wonen, kun je ze wel twee maal per dag wassen. Het jongetje, Stanislav of zo iets, wijst ons de weg naar de ruines van Pisac. Halverwege de pittige klim is het uitzicht op de vallei prachtig en aangezien ik wat koortsig ben blijf ik hier achter. De rest klimt verder en komt via goed onderhouden terrassen bij het enorme Inka-fort. Als geheel is het weliswaar niet zo indrukwekkend als Macchu Picchu, maar de afzonderlijke gebouwen en wallen zijn beter bewaard geblevene geven een goede indruk van hoe de Inka's geleefd hebben. Na enkele uren rijden we verder naar Cuzco en logeren weer in het zelfde hotel als de vorige week, nabij de Plaza de Armas. Gisteren is er in Cuzco ter gelegenheid van de verkiezingen een bom ontploft met voor ons onbekende gevolgen. Het moet ook in de rest van Peru erg roerig zijn geweest. We lopen nog wat door de stad en vinden nu gelukkig wel de straat met daarin de 12-hoekige steen. Hierna eten we gezellig een overheerlijke pizza en na een laatste bak koffie in de tent waar alleen klassieke muziek gedraaid wordt gaan we terug.

Dinsdag 15 november   Cuzco (reprise)

 

Met een droge mond en een borrelende maag wordt ik wakker. De ananas jugo (een bloemenvaas vol ananassap) van gisteravond is slecht gevallen. Als de rest van mijn kamer naar de Tambo Machay ruines gaan, blijf ik borrelend op bed liggen. Om drie uur voel ik me een stuk beter en ga wat inkopen doen. Op de markt kom ik tijdens het uitproberen van een passievrucht mijn kamergenoten Joop, Anita en Carine tegen. We proberen bij de ontelbare stalletjes van alles uit. Vooral de vele soorten geroosterd vlees zijn heerlijk.  Als we langs een bushalte lopen is het ineens een drukte van jewelste. Het lijkt wel alsof iedereen dwars door me heen moet. Als er dan ook nog een vrouw hevig tegen mijn been begint te kloppen, heb ik het door en grijp naar mijn portemonnee. Te laat, hij is al gerold. Ik pak de vrouw beet die tegen mijn been klopte en doorzoek haar tas. Uiteraard niets, want de bekende truc is dat de een je afleidt en de andere je zak rolt. Terwijl ik met de vrouw in mijn handen staat identificeert een stille politie-agent zich en arresteert de vrouw en neemt haar vervolgens mee, mij verbijsterend achterlatend. Na wat navraag bij omstanders realiseer ik me ineens dat ik achter die vrouw aan moet, wil ik mijn geld ooit nog terug krijgen. Na een sprintje achterhaal ik de twee en lopen gedrieën richting station, de plaats waar de meeste overvallen plaats vind. Ik stel me er op in dat de agent niet is wat hij zegt, te meer daar hij drie anderen er bij roept die ook in burger zijn op een plek waar geen buro te bekennen is. Gelukkig zijn het wel degelijk stillen en beginnen de aanvankelijk ontkennende vrouw te ondervragen. Midden op straat. Na vijf minuten, waarin de vrouw volgens mij de grootste bedreigingen te slikken krijgt, gebaren ze me mee te komen. met z'n vieren, twee stillen, de vrouw en ik, lopen we de berucht sloppenwijk in. Bij een vreselijk krot wordt bij de medeplichtigen de portemonnee te voorschijn getoverd. Alles zat er nog in op twee briefjes van vijf dollar na. Gezien de desinteresse van de agenten daar nog even achter aan te gaan (een derde zou er met de tien dollar vandoor zijn) neem ik aan dat ze het als 'fooi' ingepikt hebben. Na ze te hebben bedankt zoek ik door de angstaanjagende sloppenwijk mijn weg terug naar de nog verbouwereerd rest. Als je de armoe van de mensen uit de sloppen gezien hebt, kun je wel begrijpen dat ze toeristen beroven om in leven te blijven. De vrouw had bijvoorbeeld enkel een paar lompen om haar lijf. Je zou haast je portemonnee terug brengen. Vooral als je 's avond in een luxe restaurant een enorme biefstuk zit te verorberen.

Woensdag 16 november

Cuzco naar Puno 1e dag

Vandaag verlaten we Cuzco en beginnen aan de tweedaagse tocht naar het maar 375 km verder gelegen Puno. De rit gaat over de 'Altiplano', de na Tibet hoogste  hoogvlakte ter wereld. Het is er gemiddeld 3800 meter hoog. Onderweg zijn weer vele, nu ongeschoren, lama's en alpaca's te zien tegen de op het oog niet zo hoge maar wel besneeuwde toppen. Barbara is haar ring vergeten in Cuzco en met Evelien lift ze terug naar Cuzco om het kleinood op te halen. dit is niet zonder gevaar gezien de hitsige aard van de mannen hier. Bovendien is de trein van Cuzco naar Puno samen met de trein naar Macchu Picchu de gevaarlijkste trein ter wereld. Volgens het handboek wordt 80% van de bezoekers beroofd. We passeren vandaag in het dorpje La Reya het hoogste punt van de weg. Het is er 4314 meter hoog. HEt valt op dat er maar weinig mensen last hebben van de hoogte. Het eerste stuk van vandaag schiet lekker op, maar als de weg slechter wordt kunnen we niet harder rijden dan 20 km per uur. Iets over de helft van de weg Cuzco - Puno zetten we in de kou de tenten op. Ik deel de tent met Anita, die normaliter met Barbara in de tent ligt.

Donderdag 17 november

Cuzco naar Puno 2e dag

HEt is vannacht erg koud geweest. Iedereen blijft dan ook nog even liggen als de zon de aarde verwarmt. Om 7 uur kruipen de eerste pas uit de tent. De begroeiing bestaat uit droog, hard en stekelig Andesgras dat tot kniehoogte reikt. We proberen er een kampvuurtje mee te stoken, maar dat valt niet mee. De hoogte (weinig zuurstof) en het feit dat het zo opgebrand is zijn er de oorzaak van dat het water na ruim een uur pas redelijk warm is. We koken wat eieren, zodat ons ontbijt koffie met ei is. De meesten hebben echter een eigen voorraad ingeslagen. Als we een uur op pad zijn, kruist een Dodge truck van Encounter Overland ons pad. Het blijkt een speciale reis te zijn door Peru voor Zuid-Afrikanen die hier hun land moeten promoten. Volgens de chauffeur is het een en al gajes. Na nog twee uur slechte weg zijn we in Juliaca. Hier eten we een overheerlijke pollo (kip), terwijl Lex sterke verhalen vertelt over andere reizen. Terug in de auto ligt Heleen voor apagalpen op de grond. Ze zegt dat ze weer last heeft van een oude nierkwaal, die door al dat gehobbel de kop weer opsteekt. De weg naar Puno is gelukkig een stuk beter vanaf Juliaca zodat we snel door kunnen rijden en in Puno een dokter kunnen raadplegen. Alles blijkt gelukkig mee te vallen en een dag later is ze overal weer van af. Vlak voor Puno komt voor het eerst het Titicacameer in zicht. Dit prachtige felblauwe meer is het hoogst bevaarbare meer ter wereld (3812). Het is tevens het grootste meer van Zuid-Amerika. 8300 km2 , omtrek 900 km en maximaal 230 meter diep. Het water is altijd zo'n 10 graden Celcius en dus veel te koud om lekker te zwemmen. Als we in Puno aan komen (de havenstad aan het meer) rijden we direct door naar ons vlak bij het station gelegen hotel 'Europa'. Op straat zijn vele markten waar vooral fruit en andere etenswaren te verkrijgen zijn. Als we er over lopen eten we weer de meest heerlijke onbekende exotische dingen als wafels met een soort stroop en onbekende vruchten zoals papina's. Barbara en Evelien komen tegen de avond heelhuids en met ring aan. 's Avonds eten we vis uit het Titicameer. Ik heb forel met lekkere scherpe knoflooksaus, die snel op is aangezien vele groepsleden ook wel een likje lusten. Na een kort groepsberaad is het bedtijd.

Vrijdag 18 november   Puno

 

Vandaag is er een niet geplande rustdag. De boot naar de Uros indianen was gisteren niet meer te regelen en de ziekenboeg begint aardig vol te stromen. Het lijkt er op dat de zware tocht naar Macchu Picchu en de losbandige eetgewoonten hun tol gaan eisen. Verder dan wat keutelen door de stad en een lange groepsbespreking over het wel en wee van het groepsgebeuren komen we vandaag niet. Kortom  een dag zoals miljoenen 's zomers in Spanje meemaken : Behalve het eten niets te vertellen.

Zaterdag 19 november
Titicacameer: Uros indianen

Voor vandaag is er om 6 uur een boot besproken naar de drijvende eilanden van de Uros indianen en Amantiani, een eiland waar we bij de plaatselijke bevolking zullen logeren. De zieke Mike en Janneke blijven achter en zullen verdere informatie inwinnen over de ongeregeldheden in Bolivia. Er schijnen landelijke stakingen uitgebroken en wegen geblokkeerd te zijn. Ook de zwarte markt is volgens de geruchten ingestort als gevolg van een enorme devaluatie en het oppakken van veel zwarthandelaren. Het idiote verhaal doet de ronde dat je voor de instabiele soles twee maal zo veel krijgt als voor dollars. Het Bolivia-paradijs dat ons tot nog toe voor ogen stond lijkt vervlogen. De boot is dus om 6 uur besproken, maar de meesten komen tot grote ergernis van de schipper en de mensen die wel op tijd zijn pas drie kwartier later aanzakken. tot overmaat van ramp blijkt de schipper geen permissie te hebben met meer dan 10 mensen op stap te gaan. Na veel poespas gaan we om 8 uur eindelijk weg. We varen eerst de baai van Puno uit en komen zo terecht bij enorme rietbegroeiingen in het hier ondiepe Titicacameer. We zien hier de eerste Uros indianen in hun primitieve rieten bootjes. Deze op zelf gevlochten rieten eilanden levende Uros zijn bezig riet te snijden. Riet gebruiken ze overal voor. Boten, huizen, de eilanden, gebruiksvoorwerpen worden allen van riet gemaakt. Zelfs wordt het riet voor consumptie gebruikt. Uros indianen leven dan ook volledig van de dingen die het meer te bieden heeft. Ze komen dan ook in principe niet aan land, al vervaagt dat laatste een beetje bij de laatste generatie. Naast riet leven ze van vis, gevogelte, zoals flamingo's en eenden. Tevens houden ze varkens, die soms gaten in het eiland vreten die dan snel met rieten maten gedicht moeten worden. We varen naar een van de in totaal 45 rieten eilandjes. Er wonen hier vijf gezinnen in evenveel rieten huisjes. Onze schipper is hier geboren en heeft hier tot drie jaar geleden gewoond, eer hij zijn geluk aan wal ging zoeken. Ik heb vriendschap gesloten met de jongen en hij stelt me voor aan zijn broertjes en zusjes. Wie zijn vader en moeder zijn is me in de wirwar niet duidelijk. Met Carine varen we een stukje op zo'n rieten boot. Het riet is zo dicht op elkaar gebonden dat er geen druppel water door komt. Hij is wel erg wankel en ligt erg diep in het water. Terug op het eiland kopen we bij de vriendelijke kinderen een miniatuur bootje en stappen vervolgens weer in onze 20e eeuwse motorboot en verlaten het middeleeuws aandoende eiland. Hier leven de mensen nog volgens oude tradities. Het grote hoofdeiland, waar alle touristenboten heen varen, moet vercommercialiseerd zijn en leeft iedereen daar in de ban van het geld dat de toeristen binnen brengen. Morgen gaan we op de terugweg van Amantani naar Puno er ook langs. Na drie uur varen in de niet warme, maar uiterst felle zon (we zitten op 3800 meter) komen we aan bij het eiland Amantani. Het is een kaal eiland, waarop de mens flink bezig geweest is. Het bestaat geheel uit door stenen muurtjes gescheiden terrassen, waarop men voornamelijk aardappels verbouwt. In een haventje worden we door de plaatselijke bevolking begroet en in kleine groepen  gaan we met de diverse eilandbewoners mee. Het is de bedoeling dat we een nacht bij de plaatselijke bewoners overnachten. Met Job, Anneke en Marian gaan we met ene Walter mee en komen in een armoedig optrekje terecht. De beste kamer wordt voor ons leeg gemaakt (op foto kamer met ramen). Het spinnewiel en de andere spullen worden in de voorraadkamer opgeborgen. De bewoners slapen vannacht allemaal in een kamer, die normaal dienst doet als keuken. Deze kamer heeft geen ramen. Wat een armoe. Wij slapen vannacht op rieten bedden. Het riet steekt er aan alle kanten uit. Primitief, maar erg leuk. De ouders van Walter komen pas tegen de avond thuis en blijken geen spaans te kennen. alleen Quechua, de indianentaal die de Inka's ook spraken, beheersen ze. Verder dan wat gebarentaal komen we niet en alles loopt noodgedwongen via de 13 jarige Walter en de ook bij ons logerende schipper Orlando. Aangezien op dit eiland weinig toeristen komen (een aanwezige fransman is hier al drie dagen de enige buitenlander) zijn de mensen erg verlegen met de situatie. Een tante die in het aangrenzende huis woont vlucht na ons te hebben gezien snel haar huis in. Als ik naar de toilet moet, leiden  ze me naar een klein veld achter een muurtje, waar de vele uitwerpselen er op duiden dat dit de toilet is. Er is dit jaar weinig regen gevallen en de droogte zal tot zeker juni 1984 aanhouden. De nog groen ogende oogst zal geheel verloren gaan. De eilandbewonders schreeuwen dan ook om een irrigatiedeskundige, die voor bevloeiing van de akkers kan zorgen. Water zat, maar dat ligt in het veel lager gelegen TiTicacameer. Ik ben vandaag erg verbrand. Mijn voorhoofd, neus en lippen maken een verschrompelde indruk en doen behoorlijk zeer. We eten 's avonds helaas niet met de mensen aan een tafel. Met ons vieren zitten we in de met kaarslicht verlichte kamer aan de heerlijke, maar te grote hoeveelheid soep en koude rijst met geroosterde vis. De vis is geroosterd met kop en staart en is zo klein dat hij met kop en staart verorberd moet worden. Ik ben de enige die daar aan durft te beginnen en het blijkt nog lekker te zijn ook. Het zijn echter enorme porties en aangezien de andere drie geen hap door e keel kunnen krijgen gaan grote hoeveelheden voedsel weer terug naar de keuken. We schamen ons rot. De mensen zullen er wel niets van begrijpen. Dit feestmaal hebben ze misschien zelf maar eens per jaar en die gekke toeristen lusten het niet. Als we gaan slapen is het steenkoud, maar de isolerende rieten bedden zorgen er voor dat we uitstekend slapen.

Zondag 20 november     Amantani naar Puno

Als we ons willen wassen moet er eest een emmer water uit het meer geschept worden. Luxe als electriciteit, gas of water kennen ze hier niet. Na wat pannekoeken zeggen we de mensen gedag en bedanken ze voor hun gastvrijheid. Opa laat alles maar over zich heen gaan en gaat rustig door met spinnen. ONderweg naar Puno gaan we nog even langs bij het hoofdeiland van de Uros. Het is er supertoeristisch. Scheepsladingen toeristen worden op de mensen los gelaten. De Uros zijn hier hun identiteit volledig kwijt en leven van het verkopen van kleedjes en coca-cola. Als een lading Peruaanse meisjes arriveert is het meteen een drukte van jewelste. Iedereen wil niet met de Uros maar met de lange Job op de foto. Hij is de attraktie van het moment. Na vijf minuten hebben we het wel gezien en laten het eiland aan de Amerikanen, Japanners en andere toeristen. Een uur later zijn we terug in Puno. Mike blijkt weinig nieuws te hebben zodat iedereen op zoek gaat naar info over het toestand in Bolivia. Het enige wat we te weten komen is dat er een staatsgreep wordt verwacht en de grens potdicht zit. Het Boliviaanse consulaat is morgen weer open en we besluiten tot morgen te wachten eer we besluiten al dan niet een poging te wagen La Paz te bereiken. Aangezien iedereen zijn laatste geld heeft opgesoupeerd en de banken zondags dicht zijn moet het geld uit de pot verdeeld worden zodat iedereen tenminste vandaag kan eten. na vele malen te zijn door gelopen bij twee schakende mensen geef ik toch toe aan mijn zwakte en blijf even staan kijken. Een beroepsschaker probeert wat bij te verdienen met het verslaan van belangstellenden en daagt deze 'gringo' ook uit om voor een dollar een spel te spelen. Op het eerst zo rustige plekje naast een marktkraampje op straat verdringen zich al snel vele toeschouwers die niets willen missen van de match Holland - Peru. Zelfs politieagenten gewapend met mitrailleur komen poolshoogte nemen en volgen vervolgens het duel op de voet. Na twee uur felle strijd wordt het duel in Hollands voordeel beslist en gaat de menigte teleurgesteld verder. 's Avonds eten we in een tent waar levende muziek zou zin. Meer dan een jongetje dan vijf minuten speelt en vervolgens geld op gaat halen hebben we niet gezien. Pure nep dus.

Maandag 21 november   Puno

 

Alhoewel we al een week geleden in La Paz hadden moeten zijn zitten we nog steeds vast in Puno. Vandaag krijgen we het Boliviaanse Consulaat stempels in ons paspoort en hopen ze morgen wat minder problemen te krijgen bij de grens. Na een korte staking schijnt de grens weer open te zijn. Iedereen heeft het wel gezien in Puno en slentert uit pure verveling maar wat over de markt. Om wat te doen te hebben ga ik maar weer naar de schakers toe en speel een partij tegen dezelfde man als gister. Als ik ook deze partij win komen ze plots met de kampioen van Puno op de proppen. Deze speelt erg sterk en weet zowaar ook iets van openingstheorie. Alhoewel ik de eerste twee partijen duidelijk materieel voordeel heb scoor ik maar 'n halfje. Ondanks de opkomende kou speel ik er nog twee. Als ik haast bevangen van de kou naar het hotel terug ga heb ik de match met 2½-1½ gewonnen. Het is vanmiddag een gezellige bedoeling geweest en misschien zit er een correspondentiematch Schiedam - Puno in. Ze zullen in ieder geval over zes maanden naar Schiedam schrijven. Terug in het hotel blijken de Boliviaanse stempels in het paspoort te staan en kunnen we morgen richting La Paz. Er is een enorme discussie ontbrand over het geld wisselen. De geruchten over het meer waard zijn van de sole tav de dollar zijn zo hardnekkig dat het veel groepsleden doet zwichten. Tientallen dollars worden gewisseld voor soles om aan de grens weer omgewisseld te worden tegen Boliviaanse pesos. Ze nemen daarmee een groot risico. De sole devalueert iedere dag en als je ze  aan de grens niet kwijt kan zit je met waardeloze vodjes die over een paar maanden geen reet meer waard zijn. Enkel het idee al dat de dollar, waarop iedereen meer dan gek is, minder waard zou zijn dan een sole zou de mensen al op de lachspieren moeten werken. Dit naïeve gewissel is nog lachwekkender. Nadat de regelteef, de bijnaam van Marian, de belachelijke 'inpakkorvees' (wie de auto moet laden) heeft samengesteld gaan we de spullen in pakken voor de trip van morgen naar La Paz. Het eerste deel van de reis zit er op. Peru, tot over vier maanden.