Van Colombia naar Ecuador

Een spannend avontuur
Maart 1984

 

Onderstaand verhaal beslaat een spannend weekje van mijn grote Zuid-Amerika rondreis. Samen met Joop, Marianne en Anita ben ik een paar weken terug in Manaus (Brazilië) de Ashraf-bus uit gestapt en zijn we met een vrachtboot de Amazone opgevaren naar Benjamin Constant. Daar zijn we met missionaris Roberto diep het oerwoud in geweest bij de Mayaruna indianen, die nog nooit een westerling hadden gezien. Heel vervelend was dat de travellers cheques van Joop werden gestolen en we mede hierdoor ons Amazone avontuur moesten inkorten. We zijn nu versneld op weg zijn naar Quito. Daar kan Joop bij de ABN bank geld uit Nederland over laten komen. Ook de geldbuidel van de rest is nagenoeg leeg, vooral door de niet geplande vlucht vanuit het Amazonegebied naar Bogota.

Als dit avontuur begint zijn we beland in het zuiden van Colombia. We hebben besloten via een 'korte' omweg naar Quito te reizen. Vanuit Ipiales kun je naar Tumaco aan de kust en van daaruit met de boot door mooie mangrovebossen naar San Lorenzo in Ecuador. San Lorenzo is op zeeniveau het startpunt van de prachtige autoferro-rit naar het op 2800 meter gelegen Quito.
Alles gaat echter niet helemaal zoals gepland.

Maandag 12 Maart          Ipiales naar Tumaco

Er blijkt vandaag alleen in de namiddag een bus naar Tumaco te gaan vanuit Ipiales. Deze is bovendien drie maal zo duur als gepland. We nemen nu maar de taxi naar Espino en pikken daar dan de bus die vanuit Pasto naar Tumaco gaat. Eerst moeten we geld wisselen. Bij de zwaar bewaakte bank waar meer bewakers in dienst zijn dan ander bankpersoneel zien we voor het eerst dat de travellers cheques op echtheid gecontroleerd worden. De 'echtheids - proef' bestaat uit het vochtig maken van de achterkant. Een gedeelte van de cheque  geeft dan af en een ander gedeelte niet. Om 9.30 heeft de taxi ons zo'n 40 km verder afgezet. De bus moet zo komen. Na 1½ uur blauwbekken van de kou is hij er eindelijk. Als de kaartverkoper langs komt, schieten we compleet in de stress. De tocht duurt maar liefst 8 uur en kost zo'n ¦25,-, veel meer dan de directe bus vanuit Ipiales. We hebben de indruk te worden belazerd, maar kunnen er niets aan doen en kunnen de kaarten maar net betalen. In Tumaco, waar niet gewisseld kan worden, komen we beslist in de problemen. Joop, die ik net het bridgespel aan het uitleggen ben, hoort of ziet niets meer en kijkt alleen nog maar wezenloos voor zich uit. Marian en ik hebben nog wel wat cash dollars en ik ben dan ook niet zo bang om ergens vast te komen zitten.
We moeten dwars over de Andes naar de kust. Een smalle en gevaarlijke weg. Bij een kapelletje wordt een kaars ontstoken voor een behouden reis. De weg is erg mooi. De dichte begroeiing, diepe ravijnen en slechte weg doen ons aan de fantastische rit naar Coroico (Bolivia) denken. Alles staat weelderig in bloei. Bananenbomen geven in het eerste stuk de toon aan. Het is wel hobbelen geblazen en de vele haar - speldbochten doen veel passagiers naar de gratis beschikbaar gestelde plastic zakken grijpen. Veel auto's rijden met spekgladde banden. Kapotte buitenbanden worden gedicht met een rubber plaatje en een paar schroeven, zodat je grote kans op een klapband hebt. Voor de tweede maal in drie dagen is er vlak voor ons een auto in het ravijn gereden. Alhoewel deze niet zo diep is gevallen als de vorige geef ik de inzittende weinig kans. Na zo'n twee uur rijden stoppen we in een dorpje. We zitten aanzienlijk lager en dat is aan alles te merken. De temperatuur is veel aangenamer en de mensen dragen hier geen poncho meer, maar wat minder warme kleding. Bij een oude vrouw kopen we wat inga's (wilde bananen) en lopen wat door het dorp. Een mooie woeste rivier stroomt langs het vriendelijke plaatsje. De bus mankeert wat en na veel sleutelen kunnen we verder. Het wordt een stuk ruiger. Een hele slechter weg en een woeste,  oerwoudachtige omgeving. Het laaghangende wolkendek geeft een spookachtig aanblik. De huizen langs de weg zijn i.v.m. de steile helling gedeeltelijk op palen gebouwd. Naarmate de reis vordert stappen er steeds meer negers in en als we in het donker in Tumaco arriveren zijn wij de enige blanken in de bus. De verlichting in de stad is minimaal en er gaat een enorme dreiging uit van de donkere stad met zijn modderige straten vol schreeuwende mensen. Tumaco is erg arm. De bevolking bestaat voornamelijk uit negers, een weggestopte minderheid die ook hier in Colombia in de hoek zit waar de klappen vallen. In Nederland is Tumaco, 'de hel op aarde', pas nog op TV. geweest. Volgens de buschauffeur is het levensgevaarlijk op straat en rijdt ons naar een veilig hotel. De vrouwen hebben het niet meer, zeker nadat een bij ons verblijvende Colombiaan , indianenverhalen had verteld. Volgens hem is het hier levensgevaarlijk, is onze boottocht naar Ecuador af te raden i.v.m. piraten die geregeld boten overvallen en kunnen we maar het beste de eerste bus terug nemen. We morgen wel verder. Ons hotel is vrij prijzig, maar een ander opzoeken doen we maar niet.

 

Dinsdag 13 Maart     Tumaco

Bij daglicht ziet alles er anders uit. De mensen zijn vriendelijk en al snel  voel je, je op je gemak. Het oude gedeelte van de stad is op palen in de oceaan gebouwd. Via zeer bouwvallige steigers zijn de huizen met elkaar verbonden. De rest van de stad is weer opgebouwd uit de bekende blokken. Hoe ze zo'n ongezellige stadsindeling ooit hebben kunnen bedenken. Alle straten zijn onverhard en het is een blubberig zootje. We gaan vandaag eerst een boot regelen naar Ecuador. We lopen wat adressen af, maar het is overal even duur. Bovendien gaan ze i.v.m. het tij alleen 's morgens vroeg. Dit komt Joop en mij goed uit aangezien we nu vandaag bij Foster Parents Plan langs kunnen gaan en niet direct weg hoeven, wat Marian graag wilt. We besluiten morgen vroeg weg te gaan en de goedkoopste boot te nemen, maar dat morgen pas te regelen. Vervolgens gaan we op zoek naar de douane voor paspoortstempels. We worden van hot naar her gestuurd en hebben het pas na een uur gevonden. Het blijkt naast ons hotel te zitten !!! Wat een mop. De belangrijke man, die als enige een stempel mag zetten, is 'even' weg. Als hij na ruim een uur binnenkomt doet hij erg ambtelijk, maar als hij hoort dat we o.a. voor FPP komen, klaart zijn gezicht op en is alles binnen een tel geregeld. We zijn nu geen smokkelaars meer die dit godverlaten oord, en dat is het, hebben uitgezocht voor onzer duistere praktijken. We hebben nu wel geldproblemen, maar het hotel kunnen we gelukkig met dollars betalen, zodat we het nu misschien redden. We regelen toch nog een boot voor morgenochtend. Het blijkt een smokkelboot te zijn, die goedkope Ecuadoraanse spullen naar Colombia en Colombiaanse olie de andere kant op smokkelen. De toch gaat over zee of door de mangrovemoerassen, al naar gelang de weersgesteldheid. Met de piraten schijnt het wel mee te vallen. 's Middags bezoeken we FPP. De directeur is de Nederlandse Canadees Jerry Vink. Zijn neef Jan uit Eindhoven is net op bezoek. We praten wat over de anti-FPP toestanden in Nederland. Hij heeft zelfs een 'Frits-Bom boek', waarin alle 'onthullingen' die op TV. vertoont zijn, worden onderzocht. Hij kan Frits Bom zijn bloed wel drinken. Als gevolg van de uitzending hebben veel mensen hun lidmaatschap opgezegd. Hierdoor kunnen b.v. hier in Tumaco zo'n 10.000 injecties minder gegeven worden. Alhoewel hij een beetje overdrijft zijn we het wel met hem eens dat Frits Bom onzorgvuldig heeft gehandeld. We krijgen een kleine rondleiding langs de werkplaatsen, het ziekenhuis, de maatschappelijk werkers en de onderzoekcentra. Ze hebben hier in Tumaco zo'n 30 activiteiten. In de kleine omliggende dorpjes slaan de waterputten, bouwen bruggen en doen veel aan de gezondheidszorg. Met een boot gaan we ook even het water op. We kunnen zo goed de armoedige maar unieke paalwoningen zien. Waar het water laag staat, hebben mangroves wortel geschoten. Ik had me er meer van voorgesteld. Het zijn gewoon bomen die in laag zeewater groeien. De wortels zijn niet zo groot dat je er onder door kan varen, zoals ik dacht, maar klein en ondoordringbaar. De voortplanting is echter uniek. Speerachtige zaden spiesen zich bij laag water in de bodem zodat ze niet met het tij meedrijven. Ook zien we tot onze grote verbazing de op de Galapagos eilanden voorkomende fregatvogels rondvliegen. Deze snelste alles dieren bereikt in duikvlucht zo'n 400 kilometer per uur. Ze hebben behalve prehistorische aandoende vleugels een rode zak onder de keel. In de paartijd blazen ze deze op tot een felrode voetbal om de vrouwen te imponeren. Na een half uur zijn we terug. 's Avonds bezoeken Joop en ik de Top-bar waar Jan achter de bar staat. We drinken een biertje met hem, Jerry en wat Colombianen en praten wat over Canada en Tumaco. Het grappige is dat de gesprekken drietalig zijn. Nederlands, Spaans en Engels. De eigenaar schijnt een goede schaker te zijn. Hij heeft in het nationale team van Panama gespeeld. Helaas is hij net weg als Jan het vertelt.

 

Woensdag 14 Maart     Tumaco naar San Lorenzo

We zijn al om 6 uur uit de veren om de boot naar San Lorenzo maar niet te missen. Smokkelaar Pépé vertrekt echter pas om 10 uur. Het is de enige boot die vandaag gaat. Gisteren gingen er nog legio. De over de honderd kilo wegende Pépé rekent 700 peso's (ca. ¦23,-) voor de tocht die ongeveer zeven uur gaat duren. We gaan helaas over zee, zodat we de mangrovemoerassen, waar we eigenlijk voor gekomen zijn, voor het grootste gedeelte moeten missen. Tumaco is een waar smokkelaarnest. Naast de steiger waarvan wij vertrekken staan twee mannen hun pistool uit te proberen op een blikje. Om 10.15 stappen we in de smokkelboot, een gemotoriseerde kano waar zo'n 20 mensen in kunnen en gaan de zee op. We varen eerst weer langs de unieke paalwoningen. Het tij is laag, zodat de meeste huizen droog staan. Via in klein stukje mangrovebos kiezen we het ruime sop. We moeten eerst door de hevige branding en krijgen het zwaar te verduren. Het water spat enorm en we worden helemaal nat. Ik vraag aan een neger of het niet peligro (gevaarlijk) is. Hij zegt van niet, maar als nog geen minuut later de stuurman een fout maakt en iedereen zich beet moet pakken om niet uit de boot te vallen, ziet hij helemaal bleek en heeft hij grote ogen van de schrik. iedereen is meteen doorweekt van het zeewater en sommige vrouwen beginnen hysterisch te gillen. Als we de branding door zijn is het ergste leed geleden. Er staat een lichte wind die er voor zorgt dat de wind wat onrustig is en al snel vallen de eerste slachtoffers van zeeziekte. Ook ik moet even over de reling. Als na een uurtje het wolkendek open trekt en de felle zon te voorschijn komt moeten de paraplu's ons voor verbranding behoeden. Dit lukt niet erg, want enkel dor de weerkaatsing van het water zien we na een tijdje zo rood als een kreeft. Ik voel me net een schipbreukeling, smachtend naar een druppel water onder de kokende zon. Na 5½ uur moeten we weer door de branding. Het is wederom zeer spectaculair. De schipper wacht op een hoge golf en als we op het topje van de golf zitten, geeft hij gas en raast met een noodvaart boven op de golf mee. We worden in een klein Ecuadoraans dorpje afgezet en moeten daar wachten op een tweede smokkelboot, die ons naar San Lorenzo moet brengen. Onze boot gaat naar Limmes. Na 15 minuten is de boot er en varen we binnendoor via de mangrovebossen. Het is een schitterend natuurgebied. De mangroves hebben lange wortels, die het verschil in tij moeten overbruggen. In het 'waterbos' leven veel vogels als pelikanen, meeuwen en reigers en doet een beetje aan het oerwoud denken. Na een uurtje zijn we in San Lorenzo. We willen morgen direct weg en gaan op zoek  naar de douane. Deze blijkt een maand geleden bij ongeregeldheden te zijn gevlucht. Dan maar geld wisselen. Niemand blijkt dollars nodig te hebben! Dan maar proberen de autoferro naar Ibarra te regelen. Gaat niet meer !! En het is de enige manier om over land in Quito te komen. Marian is een instorting nabij. We hebben gelukkig wel een slaapplaats waar we niet direct hoeven te betalen. Ondanks de vermoeidheid lopen we de stad plat voor nadere informatie. Zo komen we er achter dat de autoferro wel een klein stukje rijdt waarna er op 8 kilometer lopen een dorpje is waar vandaan elke dag een bus gaat naar de bewoonde wereld. Ook kunnen we nog wat laatste Colombiaanse peso's tegen succes wisselen, zodat we na deze zeer vermoeiende dag toch een colaatje kunnen vatten. Een winkelier die voor onze dollars eerst een zeer slechte koers wilde geven probeerde er een extra slaatje uit te slaan door een nog slechtere koers te geven toen bleek dat we helemaal vast zaten. Gelukkig zijn niet alle Ecuadorianen zo. Een vriendelijke oude baas doet er alles aan om ons te helpen en verzameld voor ons een hoop informatie maar kan ook niemand vinden die dollars wil hebben. Het eten kunnen we gelukkig zelf in de keuken klaar maken van ons hotelletje. Hebben we al die blikken toch niet voor niets al die weken mee gesleept. 's Avonds in bed hoor je de smokkelboten af en aan varen. Het is hier zonder douane een ware vrijhaven geworden.

 

Donderdag 15 Maart                San Lorenzo

We worden gewekt door de jongen die ons gisteren wegwijs gemaakt heeft in deze plaats. Hij zegt dat de douane open is. We gaan er langs, maar het blijkt een kantoortje te zijn waar mensen spullen kunnen inklaren. We kunnen het allemaal maar moeilijk vatten een willen een papiertje hebben, dat we ons gemeld hebben. Dat moet ons behoeden voor onaangename situaties bij eventuele checkpoints waar ze misschien zullen denken dat we illegaal het land ingekomen zijn. De chef is echter naar Esmeraldes en het meisje wil geen verklaring geven dat er hier in San Lorenzo geen afdeling emigratie meer is. We gaan echter niet eerder weg eer we zo'n verklaring hebben en weigeren het pand te verlaten. Na een uur in deze patsituatie te hebben verkeerd komt iemand op het idee naar de havenmeester te gaan. Het blijkt een schot in de roos. De haven blijkt namelijk door de marine te zijn overgenomen na de ongeregeldheden van een maand terug waarbij de politie is aangevallen en vervolgens het dorp uitgevlucht is. Bij deze aanvallen zijn doden gevallen en diverse huizen in rook opgegaan. De marine maakt voor ons een keurige verklaring die vermeld dat we ons hier bij de officiële instanties hebben gemeld. Met deze verklaring moeten we ons z.s.m. melden bij de douane in de hoofdstad Quito. Ook ons geldprobleem wordt opgelost. Tegen een redelijke koers kunnen we wisselen bij de zeer behulpzame marineofficier. Nu zijn we tenminste niet verplicht te wisselen bij de uitzuiger van gisteren. Met een tiet geld op zak gaan we het succes direct vieren met een heerlijk etentje. We kunnen gelukkig weg! De rest van de dag rusten we wat uit. 's Avonds eten we in een vrij luxe restaurant de plaatselijke lekkernij “sebiche de couche” oftewel schelpdiertjes. Op de achtergrond zijn op TV. voetbalflitsen te zien van o.a. Nederland-Malta.

 

Vrijdag 16 Maart   San Lorenzo naar Lita

Om 6.45 staan we al te wachten op de autoferro (bus op rails) die ons vandaag naar Guadual moet brengen. Vervolgens zullen we 7 kilometer moeten lopen naar Lita aangezien de autoferro i.v.m. aardverschuivingen niet verder kan. Vanuit Lita gaat er een maal per dag een bus naar Ibarra waarvandaan het twee uurtjes rijden naar Quito is. Op het station hangt een trots bord met '1957-1983 26 jaar San Lorenzo - Quito'. Januari 1984 was het na de aardverschuiving over en sluiten met de lijn. Als er om 7.30 een autoferro verschijnt is het vechten om er in te komen. Mensen klimmen zelfs door de ramen naar binnen om maar een plaatsje te bemachtigen. Als wij de bagage ook via de ramen naar binnen hebben gewerkt, horen we dat het de verkeerde autoferro is. Deze gaat maar tot halverwege. Als het gedrang blijkt ook overbodig want het is maar voor de helft vol als hij vertrekt. Om 8.30 is de onze er. De eerste was niet om over naar huis te schrijven, maar deze is net een veewagen. Het is een aftandse autobus op wielen waaruit bijna alle stoelen zijn weg gesloopt. De mensen nemen hele inboedels mee. Ook liggen er overal grote trossen bananen en in het middenpad ligt het dak van een huis. Alleen varkens en geiten ontbreken. Om 8.45 vertrekken we met een noodvaart en denken de 80 kilometer zo te hebben afgelegd. Wij rijden dwars door het dichte oerwoud. De rails is haast weer overwoekerd door oprukkende plantenmassa. Door de open ramen slaan steeds takken naar binnen en je zit steeds onder de mieren of andere insecten die even tevoren nog rustig op een tak lagen te zonnen. Af en toe passeren we huisjes van mensen die hier in het dichte woud proberen te overleven. Het zijn meestal negers zodat we ons in de oerwouden van Afrika wanen. Na ruim een uur zijn we in La Boca (28 m hoog), ongeveer 35 kilometer vanaf San Lorenzo. Vanaf La Boca moeten we stijgen. De autoferro heeft er heel wat problemen mee en er moet zand op de rails gestrooid worden om hem over de eerste heuveltjes te brengen. Als het steiler wordt moet hij diverse malen terug om een aanloop te nemen terwijl iedereen in de weer is de rails met zand te bezaaien. Als zelfs dit niet meer helpt stappen de stevige mannen uit en wordt hij langzaam naar boven geduwd. Al spoedig is het zand op en moet iedereen kleine keien verzamelen om de autoferro rijdend te houden. Onderweg komen we tot twee maal toe een kerkhof tegen waar eens een autoferro uit de bocht gevlogen is. Na acht uur aanmodderen zijn we in Guadual, een plaats met niet meer dan tien huizen. De autoferro wordt op een draaibrug gezet en met mankracht 180 graden gedraaid. Achteruit rijdend worden we nog een stukje op streek gebracht. We moeten nu 7 kilometer lopen naar Lita. Het eerste stuk gaat lekker naar beneden over spoorbielzen. Af en toe moet je door een plas waden, maar meer dan een paar natte tenen levert dat niet op. De aardverschuivingen hebben hele stukken rails weg gevaagd. Na 45 minuten komen we bij een volkomen ingestorte spoorbrug. We moeten dus beneden langs. Eerst via rotsblokken over de snel stromende rivier. Even gevaarlijk, maar nog te overzien. Hierna moeten we de oorzaak van alle ellende over. Een dikke modderbrij die als een lawine naar beneden gekomen is en de brug heeft weg gevaagd. Wij kunnen de doorgang niet vinden en zakken steeds tot het kruis in de vette modder. Na een half uur zijn we nog geen meter verder en zitten helemaal onder de blubber. Marian, ons zwartkijkertje, durft geen stap meer te verzetten en zegt: 'Als het donker wordt en vannacht gaat regenen komen we om'. Ze vergeet alleen dat we altijd nog terug kunnen. Anita ziet het ook niet meer zitten en probeert door de dikke brij naar de overkant te komen. Op handen en knieën, soms wegzakkend tot haar middel ploetert ze naar de overkant. Het kost haar ontzettend veel kracht maar ze haalt het. Uitgeput en zonder schoenen ploft ze aan de andere kant neer. Joop probeert het hogerop maar zakt ruim een meter weg en kan maar net naar de kant terug. Na Anita is het onze beurt. Wij proberen het toch maar ergens, want er moet een doorgang zijn. De medepassagiers zijn er namelijk al door. Het is enorm uitkijken om met de loodzware rugzak niet in de zuigende modder te vallen. Als we helemaal beneden nog een poging wagen blijkt de zeer dunne brij die er zeer gevaarlijk uit ziet maar 20 centimeter diep te zijn. Via wat keien die net onder de oppervlakte liggen komen we vrij gemakkelijk aan de overkant. We hebben precies een uur aangemodderd. Dit is pas afzien! We zien er vreselijk uit, maar we zijn er door. De rails gaat nu verder door een tunnel, maar de mensen voor ons hebben we de berg op zien lopen. Ik loop nog wel even de tunnel. door. Deze is niet ingestort en aan de andere kant van de berg gaat er een schijnbaar goede weg. We besluiten toch maar de kant op te gaan van de andere mensen, aangezien de weg verderop wellicht onbegaanbaar zal zijn. Het is al bijna donker en de bus naar Ibarra kunnen we wel vergeten. Als we een huis zien is het besluit om daar de nacht door te brengen snel genomen. Dwars door het hoge riet waarin we goed moeten uitkijken voor slangen, lopen we naar de verlaten paalwoning. De lawine is op 20 meter van het huis naar beneden gekletterd. We hebben vanaf deze hoogte een prachtig uitzicht op het dal. Hoge bomen vol korstmossen vlak voor ons en een mistige overwoekerde vallei in de diepte. We moeten oppassen niet door de dunne verwaarloosde vloer te zakken. Het huis is prachtig in elkaar gezet. Met dikke en dunne boomstammen is eerst het frame gemaakt. Het meeste is niet met spijkers, maar met lianen aan elkaar bevestigd. Het dak bestaat uit opeen gepakte bananenbladeren terwijl de vloer en muren van aaneengeregen platgeslagen bamboe is gemaakt. Joop en ik hangen de hangmat op terwijl de dames uitgeput op de vloer de slaapzakken uitrollen. Er worden nog wel wat blikken bonen open getrokken en met een papaya als toetje hebben we een heerlijk avondmaal. Om 8 uur ligt iedereen te slapen. Een heerlijk dagje om nooit te vergeten.

 

Zaterdag 17 Maart   Eindelijk in Quito

Het heeft vannacht behoorlijk geregend en de kleren zijn eerder natter dan droger geworden. Het dak lekt ook een beetje, zodat de rest ook wat vochtig is. Als het droog is nemen we het laatste stukje naar de top van de heuvel. De regen heeft alles extra modderig gemaakt en we moeten goed op onze tellen letten. Op weg naar boven horen we een lawine naar beneden komen. Ik loop een stukje terug maar kan hem alleen  maar horen. Hij moet vlak langs het huis gaan. Boven gekomen zien we de weg naar Lita. Er wordt druk gewerkt. Als we naar de weg afdalen komen we behulpzame werklui tegen. De zeer blubberige weg, waar constant kleine lawines naar beneden komen, wordt door hun met een graafmachine speciaal voor ons een stukje afgegraven. Zo'n halve meter blubber wordt over 2oo meter weg gegraven. Toch zakken we nog 20 centimeter weg in de troep. Wat hadden we zonder deze mensen moeten beginnen? De weg naar Lita moet nu eenvoudig zijn. Als we bij een beekje de ergste blubber van ons lijf wassen komt er een auto langs die ons een lift geeft naar Lita. De chauffeur spreekt wat Engels en blijkt in Europa te zijn geweest. Op z'n Zuid-Amerikaans vertelt hij hoe allemachtig prachtig Parijs, Venetië en Amsterdam wel niet zijn. Ook Brazilië wordt de hemel in geprezen. In Lita brengt een bord rijst met ei ons weer wat op krachten. Het wachten is nu op de bus die ons via Ibarra naar Quito moet brengen. Om 14 uur moet hij komen, maar volgens goed plaatselijk gebruik arriveert hij pas om kwart voor vier. Een vrouw zal al die tijd naar mijn bagage haar zoon te ontluizen. De luizen en neten worden de lucht in gepinkt en het mag een wonder heten als ik over een paar dagen niet onder de luis zit. Om 3.45 weg dus. De bagage hoeft gelukkig niet in de regen op het dak maar kan achter in de bus liggen. De bus ligt ook vol met planken, zodat je eerst een stuk moet klimmen eer je op je plaats bent. De weg is de eerste uren levensgevaarlijk. De dikke modder, die met de lawines naar beneden gekomen is, hebben hele delen van de weg onbegaanbaar gemaakt, zodat we al slippend langs de diepste afgronden rijden. Eenmaal slipt de bus tegen de bergwand. Een verlicht Mariabeeldje in de bus moet ons voor erger behoeden. We zitten ook eenmaal vast. En dat nadat een schraper net de weg had schoon geveegd. Met een ketting worden we er uit getrokken. De Andes is hier wel ontzettend mooi. Diepe ravijnen met tegen de bergwanden vele soorten vegetatie. In het donker worden we bij een grote obelisk in de stad Ibarra af gezet. Het is hier al weer vrij hoog, maar de temperatuur valt mee. Vijf minuten later zitten we al in een verwarmde bus naar Quito. Er is te weinig plaats in de kleine bus waar je niet eens in kunt staan zodat we in het gangpad moeten zitten. Ik krijg even later een plaatsje aangeboden naast de chauffeur. Met de versnellingspook tussen mijn benen rijden we in 2½ uur over de Pan-American highway, die we enkele maanden geleden in Chili hebben verlaten, naar de hoofdstad Quito. Rond middernacht worden we ergens in het ijskoude Quito gedropt. Al mijn warme kleren zijn nat en vies, zodat ik met enkel een T-shirt door het doodstille Quito mede op zoek ga naar het uitgezochte hotel. Na een kwartiertje zijn we er. Er is nog zat plaats en nadat we ons met wat extra dekens goed hebben toegedekt gaan we slapen. Wat een verschil, de ene nacht in de tropen en de volgende in deze ijskou.