Zuid-Afrika 1995

 

Zondag 2 Juli      Vertrek
 

"Maak sitplekgordel vas wanneer u sit. Reddingsbaadjie onder u sitplek". Het kan niet missen, we zijn op weg naar het land waar wij als Nederlanders zowel trots als vol schaamte over zijn: Zuid Afrika. Als kind vertelde mijn vader vol vuur over de heldhaftige Hollandse boeren, die het machtige Engelse leger versloegen in de boerenoorlogen, hoe de Zulu's bedwongen werden en hoe mooi het Krugerpark wel niet moest zijn. Pas later kwam het besef dat "onze" boeren, die nog steeds onze taal spreken, verantwoordelijk waren voor de apartheid. Het in de wet vastleggen van de verwerpelijke rassenscheiding. Zuid Afrika was jarenlang een "verkeerd land". Maar tijden veranderen. Mandela werd na 25 jaar gevangenis de eerste zwarte president en predikt de verzoening. Het verschil tussen arm (zwart) en rijk (blank) is nog steeds enorm groot, maar de bordjes "Whites only" zijn verleden tijd en is er hoop op een eerlijker samenleving. Na het einde van de apartheid zijn de bezwaren weggenomen dit prachtige land te bezoeken. De fanatieke negerhaters van een paar jaar terug erkennen we weer met trots als de afstammelingen van onze voorouders. De plaatsen waar "wij" de Zulu's versloegen mogen weer worden bezocht. Nu Zuid Afrika vijf jaar vrij is blijken de blanken en zwarten redelijk in harmonie te kunnen leven. Voor ons een veilig gevoel, aangezien we ons hebben voorgenomen in deze vijf weken ons bij voorkeur niet op te houden in luxe toeristencentra, maar ook een vleugje van het "echte" Afrika te proeven.
We vliegen met de SAA en worden al meteen geconfronteerd met het Afrikaans. Het lijkt wel plat boerenhollands uit de vorige eeuw. We lachen samen heel wat af. Een "nat waslappie" om je handen af te vegen en een "beesfilet geprut in rooi wynsous" als diner. De SAA is een uitstekende maatschappij met een perfecte service en goed eten.
Tot mijn grote verbazing zit achter ons Dirk Langhorst met zijn familie. Hij bridged ook bij de Lombard en is de ex partner van Ron Heusdens. Hij maakt hetzelfde rondje als wij, maar doet het in drie in plaats van in vijf weken. Als zijn buurvrouw hoort dat wij elkaar van het bridgen kennen blijkt zij in Delft ook te bridgen en kent zij veel van onze bridgekennissen. It's a small world.
In het vliegtuig denk ik even terug aan vanochtend. Broer Bob is met de hele familie over uit Colombia en dochter Wieteke moest vandaag worden gedoopt. Ik ben de peetoom en moest samen met Carmensa het kind "ter doop brengen". Het arme kind verzoop bijna. Bob, moeder en de aanhang gaan de volgende week met de camper door Europa. Ik ben benieuwd.
De vlucht naar Frankfurt is erg onrustig met veel turbulentie. Net een achtbaan. Ien kan alles maar net binnenhouden. Tot overmaat van ramp kunnen we niet meteen landen en draait het vliegtuig een kwartier rondjes boven de stad. In Frankfurt stapt een weinig vriendelijke zwarte dame met kind in. Ze wurmt zich met het dikke lijf naar de zitplaats naast Ien aan het raam. We vrezen het ergste voor onze nachtrust. De stewardess ziet dat we ruimtegebrek hebben en vraagt of we ergens anders willen zitten. Dat willen we wel en even later hebben we aan het raam drie stoelen met z'n tweeën. Dat is mazzel, al zijn we onze bridgekennissen nu kwijt. Heel erg is dat niet want we zijn moe en slapen snel. Ik probeer het liggend op de grond zodat Ien op drie stoelen lekker languit kan. De nacht vliegt voorbij.

 
Maandag 3 juli      Aankomst in de Blyde canyon
 
Om 7:45 komen we stipt op tijd aan in Johannesburg. Het is 6 C. Iedereen loopt in een dikke trui en een nog dikkere jas. Wij gewoon in de T shirts van de Nederlandse zomer. De kou valt gelukkig erg mee. Na de pascontrole en het claimen van de bagage stappen we Zuid Afrika binnen. Eerst even geld wisselen. De rand is onlangs sterk gedevalueerd van 50 naar 45 cent. Hierna meteen door naar de Avis waar wij onze auto hebben gehuurd. Ook hier een goede en snelle service zodat we om kwart over negen al met de rode Toyota Corolla op weg kunnen.
We verlaten meteen het criminele Johannesburg en rijden na een kleine sightseeing tour in de richting van Oost Transvaal. Het is een kale en dorre weg. Overal zie je afgegraven bergen staan. De bauxietwinning rond Johannesburg is hier de oorzaak van. Veel negers werken in de mijnen en hebben nog een echt slavenbestaan. Als we de mooie N12 hebben gevonden rijden we door het saaie en droge maar indrukwekkend weidse landschap naar het oosten. Vlak voor we de weg afgaan rijden we door een woeste pas. Voor het eerst krijgen we het "Afrika gevoel" over ons. Hoge cactussen en bloeiende "vetplantbomen" rond een wilde rivier. Ien maakte zich thuis grote zorgen over de koude, maar puft nu al in haar T shirt van de warmte. Ideaal weer. Een graad of 17 en de zon aan de heldere hemel!
Als we afbuigen naar Graskop wordt het landschap een stuk groener. We stappen even uit en genieten van de immense stilte in het groene bos. Vlak voor Graskop stoppen we een paar keer bij een uitzichtpunt. Verkopers hebben zich hier verzameld om hun houtsnijwerk aan de toerist te brengen. Het toerisme staat duidelijk nog in de kinderschoenen en dat is vooral te merken aan de houding van de verkopers. Absoluut niet opdringerig zoals in andere landen. Ze zijn zelfs bescheiden. Ook de prijzen zijn absurd. De mooiste dingen kun je kopen voor een paar rand (Een rand is ongeveer / 0,45). Ien koopt voor haar vader een stenen uil voor 4 rand. Ook schitterende maskers gaan voor een habbekrats van de hand. De omgeving wordt steeds mooier als we de Blyde canyon naderen. Watervallen en diepe ravijnen.
In Graskop bespreken we een huisje zo'n 65 km verderop aan de rand van de canyon. We zijn er vlak voor zonsondergang en genieten van de schitterende kleuren in de canyon. Vanuit de hut kijken we uit over de "drie rondawels". Een rondawel is in Afrika een ronde hut en deze drie bergtoppen lijken daar sprekend op. Het huisje is lekker ruim met een eigen keuken, ligbad en TV. Het kost slechts 125 Rand per nacht. Morgen gaan we hier de omgeving verkennen. Op wat bordjes worden we alvast voorbereid op de schitterende vogels die we tegen kunnen komen. Na een eenvoudig diner in het luxe restaurant liggen we om al 9 uur uitgeteld op bed.

 

Dinsdag 4 juli      Blyde canyon

 

Lekker uitgeslapen. Het is aanvankelijk bewolkt, maar als het zonnetje doorbreekt is de lucht al snel helemaal blauw. Na een ontbijt op het terras voor het huisje doen we de ramen dicht voor de apen die hier regelmatig de boel leeg schijnen te roven en nemen een wandelroute de canyon in. Als we naar het begin van de route rijden zien we bij het restaurant de eerste apen. Het zijn bavianen die op de etensresten afkomen. Eentje draagt een jong op haar buik. In de bomen zitten ook verschillende vogels, maar ze zijn te beweeglijk om te kunnen onderscheiden of het een grijze saaimus of een bruine verveelspreeuw is. Tot nog toe vallen de vogels erg tegen. Even buiten het kamp start de trail. We zien de fantastisch mooie "drie rondawels" het landschap overheersen. Wat is dit een waanzinnig mooi plekje. Misschien wel een van de mooiste die ik ooit heb gezien. We volgen een stukje een zijriviertje. Het ene mooie uitzichtpunt volgt het andere op. Als we wat dichter bij de Blyde rivier komen zien we de diep uitgesneden canyon. Op deze plaats is een stuwmeer, dat ook weer een paar foto's waard is. De omgeving is droog, maar toch dicht begroeid. De planten en bomen hebben gemene stekels en je moet steeds oppassen je niet open te halen. We rusten even uit bij het riviertje. Heerlijk rustig bij het kabbellende stroompje. Als je goed luisterde kun je de kikkers zacht horen kwaken. Via de andere kant van de rivier weer terug. De klim valt tegen en we zijn blij dat we om drie uur weer terug zijn. Een wandeling om nooit meer te vergeten. Onze tongen zijn van leer en we zijn dolgelukkig als we bij een winkeltje een tweeliterfles Fanta naar binnen kunnen werken.
Na de ochtendwandeling rijden we een stukje in de richting van Graskop naar "Bourke's luck potholes". Op deze plaats is de 70 km lange canyon zo smal dat in lang vervlogen tijden hier enorme draaikolken waren die zo'n kracht hadden dat het ronde gaten in de rotsen sleep. Om deze speling van de natuur goed te kunnen zien zijn er bruggetjes over de canyon gemaakt. In het snelstromende water zien we ontelbare forellen zwemmen. Alweer een uniek plekje om nooit te vergeten. We komen hier ook Dirk Langhorst weer tegen. Hij is de hele dag op stap en heeft al zo'n 400 km gereden. Zijn kinderen vinden al dat rijden maar niets. Als ik vraag of ze uitkijken naar het Krugerpark morgen, blijken ze bang te zijn voor olifanten die misschien op de auto gaan zitten.
De dag vliegt voorbij. Het is half vijf en al bijna donker. We rijden snel terug naar een uitzichtpunt waar we de "Drie Rondawels" en de Blyde rivier goed kunnen zien bij de ondergaande zon die het rode gesteente schitterend op doet lichten. Na dit laatste hoogtepunt van de dag gaan we terug naar het hotel om deze dag even op ons in te laten werken. 's Avonds eten we weer in het restaurant bij het hotel. Het is nu erg druk en gezellig. We nemen een "Vreet wat je pakken kunt" buffet. Zo kom ik in een keer aan mijn maandrantsoen vlees.
 
Woensdag 5 juli     Pilgrim's rest
 
Om 8 uur zijn we al op pad. Het vroege starten begint te komen. De dagen zijn hier ook zo kort. De zon komt pas om 7 uur op en gaat om 17:30 al weer onder. We rijden eerst naar het kampeerterrein van ons complex. We hebben er een meertje gezien, maar als we er komen blijkt het niet veel te zijn. Wel zien we een groep Vervet monkeys in de bomen spelen. Hartstikke leuk. Ook laten eindelijk wat mooie vogels zich zien. We observeren van dichtbij een ijsvogel en een kleurrijke honingzuiger (sunbird). Vervolgens zetten we koers naar het 50 km verderop gelegen Pilgrim's nest. We nemen de alternatieve route binnendoor. Een oude gravelweg langs onvriendelijke boeren die met "keep out" en "Ga weg" borden de mensen op een afstand proberen te houden. Desondanks een schitterende weg door het woeste berglandschap, waarbij we zo goed als niemand tegen kwamen. Pilgrim's rest blijkt een "touristenval" te zijn. In de vorige eeuw werd in deze omgeving goud gevonden. Na tien jaar werd alles opgekocht door fabrieken die tot ongeveer 1970 al het goud systematisch uit het gebied dolven. Nadat de mijnen waren uitgeput werd het stadje aan de overheid verkocht, die er een museum van heeft gemaakt. De straat moet er nog hetzelfde uitzien als in de tijd van de goudkoorts. Dat zal wel zo wezen, maar de sfeer is totaal anders met in elk huisje een souvenirwinkel en busladingen koopzieke toeristen. Alleen het buiten de stad gelegen oude kerkhof geeft aan dat het een harde tijd is geweest. De gemiddelde leeftijd lijkt in die tijd maar net boven de 40 gelegen te hebben. Via een pas rijden we naar Graskop. We stoppen bij een weinig interessante "natuurlijke brug". Een klas is op schoolreisje en de leerlingen gaan onder de brug één voor één op de foto. De sessie wordt meteen afgebroken als ze Ien zien. Iedereen wil met die blonde stoot op de foto. Het is een gejoel van jewelste.
We rijden verder naar het veelgeprezen uitzichtpunt "God's Window". Ik verwachtte het adembenemende uitzicht dat je in elk boek over Zuid Afrika tegen komt. Dat bleek dus zwaar tegen te vallen. "Mijn" punt blijkt aan de andere kant van de canyon te liggen en pas te bereiken na een zware klim. "God's Window" is nu niet meer dan een aardig uitzichtpunt. Na de foto gaan we meteen verder. Er is een wandeling uitgezet in de omgeving en die doen we dus maar. Het lijkt niet veel bijzonders, maar Ien heeft er haar zinnen op gezet en dat is maar goed ook. Overal staan bloemen in bloei en dat heeft een onstuitbare aantrekkingskracht op de schitterende honingzuiger. Een schitterend vogeltje met fluorescerend kleuren. We kunnen er geen genoeg van krijgen. Op de top van het heuveltje is er een pad uitgezet in de jungle. Ik lig bijna flauw van het lachen. 50 meter door een wat dichter bos en dat noemen ze jungle. Nou ja, de toeristen moeten thuis kunnen zeggen dat ze een jungletocht hebben gemaakt. Mijn lachen verstomd als plotseling een van de mooiste vogels van Zuid Afrika overvliegt. Een Knysna loerie!! Het blijft vlak bij ons in een boom zitten. We kunnen goed de groene kop met de sprekend witte ogen zien. De kuif staat als een kroon op zijn hoofd. Een vorstelijk gezicht. Bedankt Ien, dat je perse naar deze wereldjungle wilde gaan!
Na deze geslaagde miniwandeling rijden we terug naar Graskop om inkopen te doen. Bij de Spar kopen we naast de levensmiddelen een heerlijke Magnum. Faas zou trots op me zijn. De dag is wee snel voorbij en we moeten weer naar ons hotel. We stoppen onderweg even bij een uitzichtpunt, maar worden bestormd door bedelende jongetjes. We proberen aardig te doen, maar dat levert alleen maar meer vragende handjes op. We geven ze maar een broodje en smeren hem snel. We zien nog net dat ze het ook bij een andere auto proberen, waar ze grof worden weggescholden. Het gekke is dat ik dat in andere landen ook doe, maar het gevoel heb dat je dat hier niet kunt maken. De blanke overheersing is hier nog zo overduidelijk aanwezig dat je je soms schaamt blank te zijn. Bedelen vind ik trouwens alleen maar triest en zielig als de bedelaar geen enkel alternatief meer heeft. Deze knullen en met hen de meeste bedelaars zien het als een soort van werken dat best aardig oplevert. Wat doe je liever: Je dood werken in de mijnen voor /6, per dag of bedelend aan /10, per dag komen. Het blijft natuurlijk allemaal erg triest.
We proberen naar de dam te rijden, maar die blijkt veel verder te liggen dan ik dacht. Die doen we morgen dan maar op weg naar het Kruger park.
Op het terrein van ons hotelcomplex rijden we naar een schitterend uitzichtpunt waar we de drie rondawels, het stuwmeer en de Blyde rivier vanaf een hoogte kunnen zien. Dit plekje is het mooiste dat we tot nog toe hebben gezien, misschien zelfs wel het mooiste ooit. Op een rots genieten we met z'n tweetjes van dit moment.
Bij ons huisje is het een drukke bedoeling. De groep Vervet apen krijgt fruit van onze buren en is door het dolle heen. Een boze kampwacht maakt aan het feest een einde en jaagt met zijn blubberbuik de "apies" weg.
Na een rondje minigolf (2 onder par !) en een overheerlijke forel gaan we vroeg naar bed.
 
Donderdag 6 juli     Naar Krugerpark.
 
Om 5 uur gaat de wekker. We moeten veel rijden, want een volgend hoogtepunt dient zich aan: Het Krugerpark! Als het om 6:15 een beetje licht begint te worden gaan we op pad. Rond zevenen komt de zon op tussen de bergen van de Blyderivierpoort. Als we via de mooie Abel Erasmuspas de canyon (tijdelijk) verlaten zien we het eerste wild: een troep bavianen.
Het is een heel eind rijden naar de andere kant van de canyon. Hier moet het fantastische uitzichtpunt zijn van de folders. Helaas pindakaas. Het meer is er wel, maar dan moet je nog een paar uur (of dagen ?) klimmen om die foto te kunnen nemen.
Snel verder naar het Krugerpark. We kicken als we onderweg twee jakhalzen en een boom vol neushoornvogels zien. De laatste 40 km naar Orpen, onze toegang naar het Krugerpark, is saai. Een beide kanten van de weg zijn privé wildparken. Deze zijn omheind, zodat er geen wild te zien is. Om 10:30 zijn we bij de gate. Ik laat me verleiden een nog mooier vogelboek te kopen dan ik al heb. Ook kopen we een video met de vogels van het Krugerpark. Buiten kijk ik pas naar de prijs.
Als we het Krugerpark inrijden is tot onze stomme verbazing het eerste dier dat we te zien krijgen een cheetah. Niet te geloven. In Tanzania hebben we de hele reis tevergeefs gezocht naar dit schitterende dier en hier staat hij ons bij de ingang op te wachten. De hoofdwegen zijn geasfalteerd en derhalve prima berijdbaar. Je mist hierdoor wel het echte wildernisgevoel. Na een paar kilometer nemen we de alternatieve route naar onze lodge. Het is een echte wasbordweg die ons soms goed door elkaar schudt. Het wild stapelt zich hier (gelukkig) niet zo op als in Kenia. Je kunt kilometers rijden zonder wild te zien en dan weer een stuk vol impala's, zebra's en gnoes. Er zijn hier opvallend veel giraffes. Een stel voert exclusief voor ons een heuse paringsdans op. Billen tegen elkaar en zwaaien met die kop. Op het wippen konden we niet meer wachten.
Plotseling zie ik wat bewegen. "Apies" schreeuw ik, maar al snel blijken het twee cheetah's te zijn. Als ze ons zien stuiven ze er vandoor. Als ze even achterom kijken kunnen we een moment van de fijngevormde kop genieten voor ze voorgoed in het struikgewas verdwijnen. Bij een poeltje zien we de eerste krokodil. Ook zijn hier twee lepelaars, ibissen en ooievaars actief. Verder zien we vanmiddag nog een olifant met enorme slagtanden, drie kleine hyena's langs de kant van de weg en wat hippo's in de verte.
Rond half vier arriveren we bij de Olifants lodge. We hebben een leuke rondawel, schitterend gelegen op de rand van de bedding van de Olifants rivier. In deze droge tijd is de rivier nog maar een stroompje die een paar honderd meter onder ons stroomt. Iedereen vertrouwt iedereen zodat er geen sleutel is om de rondawel af te sluiten. We nemen plaats op een bankje met uitzicht over de rivier. We ontdekken al snel een groep giraffen die komt drinken. Je ziet dat ze alle voorzorgsmaatregelen in acht nemen en er een paar steeds op de uitkijk staan. Vlak voor ons huisje is de hippopool. Ze komen er even allemaal uit om er even later weer gezamenlijk in te duiken. Tot diep in de nacht horen we hun geloei. Ze heten hier niet voor niets seekoei. Ook komen er wat buffels drinken. Een perfecte plaats.
Het eten is wat minder. Een loopbuffet waarbij je met een leeg bord begint en met een leeg bord bij de kassa staat. Het was zo slecht dat we aanvankelijk dachten dat het gratis was. Later hoorden we dat het zwarte personeel staakt en we mazzel hadden dat er nog iets te krijgen was.
Op het terras van onze rondawel nemen we met de loeiende hippo's op de achtergrond nog een lekker wijntje op de vakantie en werk ik het dagboek bij. Alleen oppassen dat de keutels van de boven ons hoofd hangende vleermuizen niet precies in het glas vallen.
 
Vrijdag 7 juli     Paul Krugerpark: Olifants naar Shingwedzi)
 
De wekker gaat een uur te laat af zodat we pas om 6:15 opstaan. Het is al licht. We ontbijten buiten met uitzicht op de hippo's. Als we ooit weer terugkomen moeten we beslist weer rondawel 86 of 87 hebben.
Het is opnieuw prachtig weer. Om 8 uur gaan we met volle moed op pad. Vlak bij de lodge is een uitzichtpunt waar we de auto mogen verlaten. Een schitterend uitzicht, maar behalve een krokodil is er weinig te zien. We rijden naar de Letaba lodge waar we morgen overnachten. Een mooie lodge met een prachtig uitzicht over de droge Letaba rivier. Hier lopen we ook Dirk weer tegen het lijf. Ze hebben nog niet veel gezien, maar hebben dan ook een ongezonde hoeveelheid stront in de ogen. Alleen olifanten zijn interessant. Al die neushoornvogels langs de weg is ze niet eens opgevallen. Ze hebben nog geen aap gezien. Als ik er een paar ontdek op het terrein van de lodge moet ik ze er haast heen slepen. Zelfs de kinderen zijn niet enthousiast te krijgen.
Tot onze volgende stop in de Mopani lodge zien we niet veel. Het meertje bij de lodge is prachtig aangelegd. We zien hier nijlpaarden, een visarend, witte aalscholvers, lepelaars en in een flits mijn favoriete hop. Ook twee zadelbekooievaars zijn er te zien. Het is de eerste keer dat ik deze vogels van het kwartet uit mijn jeugd zie. Een mooi plekje. Het is alleen jammer dat door de ongelukkige constructie van de veranda er maar een paar mensen tegelijk kunnen kijken.
Er wordt gestaakt dor het lagere personeel. Ze willen 850 Rand per maand hebben. Dat vinden we al weinig, laat staan datgene wat ze nu verdienen.
We slaan een nieuwe voorraad snoep in en nemen de alternatieve weg naar onze overnachtingslodge Shingwedzi. De weg gaat langs de Shingwedzi rivier die zo goed als droog staat. We rijden uren zonder maar een beest te zien. De ochtenddrive was ook al niet veel zodat we toch wel een beetje teleurgesteld zijn. Als we eindelijk een groep zebra's zien blijken we niet de enige toeschouwer te zijn. Uit het hoge olifantengras steekt de kop van een luipaard! Als hij ons ziet verdwijnt hij in de dichte begroeiing. Als we aan het eind van de dag bijna bij de lodge zijn en de moed al hebben opgegeven houden twee jongens ons aan en attenderen ons er op dat er aan de andere kant van de rivier een luipaard loopt! We nemen een paadje naar de rivier, die hier water bevat door een aangelegde dam, en zien in het licht van de ondergaande zon de luipaard lopen. Een schitterend gezicht. Een beeld dat in mijn geheugen gegrift zal blijven.
Even later zijn we bij de lodge. Het is een oud complex met huisjes in twee grote cirkels. Niet te vergelijken met de moderne lodges die we eerder bezochten. Vanwege de staking ook hier een gesloten restaurant. Het cafetaria maakt gelukkig wel wat klaar zodat we onze maag kunnen stillen met een hapje "fish and chips". Voor het huisje nog even gezellig gekaart om deze zwaar tegenvallende dag een beetje op te vrolijken. Nee, het noorden zullen wij niemand aanbevelen. Van iedereen horen we dat er nauwelijks wild wordt waargenomen. Je mag de auto niet uit vanwege de leeuwen, ze schieten olifanten af omdat het er te veel zijn en wij zien geen moer. Vroeg naar bed en morgen maar weer vroeg op.
 
Zaterdag 8 juli     Paul Kruger: Shingwedzi naar Letaba
 
Om 5:45 op. Als we de auto inpakken klimt er een groep bavianen over de omheining en plundert de vuilnisbakken. Brutale beesten. Het hele terrein zit vol met kleurige glansspreeuwen. Het kruimelbrood smaakt ons toch niet zodat wij de spreeuwen ermee lokken en mooie plaatjes kunnen nemen. Er komt ook nog een neushoornvogel zich bemoeien in de strijd om het brood.
Om 7:15 vertrekken we in de richting van Letaba. De eerste uren waren weer teleurstellend. Om de stemming er in te houden bekijken we elk vogeltje en groepje impala's (die zie je wel regelmatig) met veel enthousiasme. De eerst omloop toonde ons alleen een kleine klipspringer. Een stuk hoofdweg levert een kudde olifanten in de verte op. We zijn net te laat. De stoet auto's verlaat net de plaats als we aankomen.
Een tweede omloop was aanvankelijk ook niets, maar na 40 km rijden komen we twee hyena's tegen.
Een beetje met de pest in ons lijf nemen we een middagpauze in de Mopani lodge. We gaan lekken bij het uitzichtpunt zitten. Het uitzicht is zoals gisteren beschreven fenomenaal. We hebben vreselijke mazzel. Nijlpaarden met jongen en de visarend waren gisteren ook al mooi, maar de eenzame olifant die kwam drinken en de giraffe, zebra's, grote krokodillen, waterbokken en impala's maakten in een klap de hele ochtend goed. Niet te geloven zo midden op de dag. Ik heb weer profijt van mijn op Schiphol gekochte statief en kan de veraf gelegen tafereeltjes goed vastleggen op de video.
Met tegenzin verlaten we voldaan Mopani en rijden in de richting van Letaba. We nemen een heel stuk de asfaltweg en doen alleen de laatste 40 km over een wasbordenweg. We zijn hier alleen op de weg en komen pas vlak voor de lodge de eerste tegenligger tegen.
We zien onderweg nog steeds weinig en Ien gaat maar een tukje doen. Plotseling doemen drie enorme gestalten rechts van ons op. Olifanten! Vlak naast de weg! Wat zijn ze dichtbij! Eentje ziet ons en komt recht op ons af. Snel de auto gestart en een stukje verderop gezet. We zijn de enige toeschouwers en kunnen ze een tijdje goed volgen. Ze steken achter ons de weg over. Dit is het Afrika dat we zoeken. Zelf rijden en vlak voor je overstekende olifanten. Daar droom je alleen maar van. Dit was even kicken. Net als Ien weer in slaap is gevallen staat er weer zo'n kolos langs de kant van de weg. Deze is helemaal dichtbij. We kunnen hem haast aanraken. Het is de laatste van een grote groep die een stuk verderop een paar watertanks leegplundert. Ik film naar hartenlust. Ien spreekt de tekst in: "Doe dat raam dicht, straks is ie binnen!". En ik gisteren schelden dat er geen olifant te zien is.
Een paar kilometer verderop is een drinkplaats. Het kan niet meer op: Een grote groep zebra's, een giraffe, impala's en weer een olifant!
Bijzonder tevreden arriveren we in Letaba. Het is nog vroeg en nadat we de spullen in ons huisje hebben gedropt gaan we op een bankje genieten van het uitzicht. Ook de Letaba rivier staat zo goed als droog, maar het uitzicht is geweldig. In de verte zien we zebra's, impala's en later ook wat verder weg twee olifanten en een groep rennende giraffen. Langs wat stilstaande waterplasjes zien we voor het eerst ook een groep maraboes. Deze in Kenia zeer algemene ooievaar komt in Zuid Afrika alleen nog maar sporadisch voor in het Krugerpark.
We zitten zo een paar uurtjes lekker op het bankje te genieten van de omgeving. Je ontdekt allerlei kleine dingen zoals het ijsvogeltje op zijn eigen tak, een grote groep hoentjes dat in een lang lint naar de nachtplaats loopt en allerlei vogels in het struikgewas.
Op het terrein lopen naast de apen en eekhoorntjes ook drie gazellen rond. Het zijn kleine dieren, maar ze lijken niet op de soorten uit ons handboek.
's Avonds bekijken we buiten een film over leeuwen en hyena's. Wij dachten altijd dat het leven van een leeuw lekker rustig is met veel slapen en weinig vijanden. Vergeet het maar. Hyena's en concurrerende leeuwengroepen kunnen je het leven aardig zuur maken.
 
Zondag 9 juli      Letaba naar Lower Sabie
 
Het wordt een lange rijdag vandaag. We moeten naar Lower Sabie in het zuiden en in ons tempo betekent het dat we er een hele dag over zullen doen. Als de gate om 6:30 open gaat zijn we meteen vertrokken. Het eerste stuk doen we over de asfaltweg. Je mag er 50 km per uur, terwijl je op de onverharde weg niet sneller mag dan 40 km/u. We passeren veel drinkplaatsen en zien dan ook volop dieren. De ene kudde zebra's hebben we nog niet achter ons gelaten of een volgende kudde gnoes, impala's of giraffen staat ons al weer op te wachten. Ook komen we een paar olifanten, een jakhals en twee hyena's langs de weg tegen.
Net nadat we en groep grote grondneushoornvogels passeerden zien we in de verte een enorme ophoping van auto's. Daar moet wat aan de hand zijn. Met wat ellebogenwerk bemachtigen we een plekje vooraan en zien wat deze commotie veroorzaakt. Een groep jonge mannetjesleeuwen heeft een enorme buffel gedood en ligt nu languit in de zon bij te komen van de inspanning. De dode buffel ligt onder een bosje aan de kant van de weg. Dat moet goed te zien zijn geweest. De leeuwen liggen in het hoge gras en zijn nauwelijks te zien. We besluiten net als een paar anderen op het autoraam te zitten om zo over het dak het schouwspel te aanschouwen. We zitten eerste klas, maar de toneelspelers liggen bewegingloos in het gras. Als er eentje een keer beweegt gaan tientallen camera's af.
Bij de Orpen dam mogen we weer even uit de auto. Het meertje is dicht gegroeid met lichtgroen kroos. Aan het uiteinde drinkt een olifant terwijl een krokodil wacht op een lekker hapje. Als we met de verrekijker de heuvel afzoeken lijkt er wel op elke vierkante meter een dier te zijn. Kudu's, impala's en waterbokken zie je bijna overal. In een boom zien we een groene fruitduif die zich gedraagt als een papegaai. Ook de apen zijn weer present. Een baviaan op een steen in het meer en vervet apen in de boom. Wat een heerlijk plekje.
Als we na een half uurtje verder willen komt er plotseling een kudde olifanten over de heuvel aanzetten. Een machtig gezicht. Langzaam komen ze in een lang lint onze kant op. Schreeuwende kinderen, de vakantie is hier net begonnen, houdt ze aanvankelijk op een afstand. Als de kindercrèche weg is komen ze naar het water. We kunnen goed zien hoe ze water drinken en zich met modder besproeien. We genieten intens en gaan pas om kwart voor vijf weg. We moeten nog 40 km rijden naar Lower Sabie waar om half zes het hek dicht gaat. We komen het laatste stuk uiteraard geen mens meer tegen, dus karren we even flink door.
Het landschap verandert aanzienlijk. Het wordt wat bergachtiger en de begroeiing is een stuk minder. Je kunt verder kijken zodat je de dieren een stuk eenvoudiger vindt. Bij een waterput komen we nog een groep olifanten tegen. Toch maar even er heen. Even later zitten we midden in de kudde. Wat een topdag. Het is precies half zes als we door een haag van bavianen het kamp oprijden.
We hebben een huisje aan het water. De hippogeluiden komen ons al tegemoet. Mensen zoeken met zaklantaarns het gebied af tussen de lodge en de rivier. Het zit er vol wild. Vlak voor ons huisje graast een hippo. Later op de avond ga ik ook op "jacht". Al snel lichten de ogen op van een hyena! Ook waterbokken, een impala en een nijlpaard vang ik met mijn lantaarn. De hyena is hondsbrutaal. Hij komt helemaal naar het hek. Ien schrikt zich een ongeluk als hij plotseling vlak naast haar staat. Gelukkig zit er een hek tussen.
Het restaurant blijkt tot onze grote verrassing "Oop" te zijn. Het blanke personeel doet tijdens de staking dit baantje erbij naast de dagelijkse job. De staking blijkt een echte wit zwart strijd te zijn. De zwarten worden flink onderbetaald en eisen een salarisverhoging van 140 Rand per maand (/ 70). De (blanke) staf gaat niet verder dan 120 Rand. Morgen is de staking over (na 2 weken). De blanken hebben gewonnen en lijken daar erg trots op. Ondanks alle perikelen krijgen we een heerlijke maaltijd geserveerd.
 
Maandag 10 juli      Kruger park: Lower Sabie
 
Alweer vroeg op. We ontbijten onder de rode opkomende zon. De buren voeren de vogels. Naast ontelbare glansspreeuwen komen daar ook grijze loeries en neushoornvogels op af. En Jos lekker filmen.
We rijden vanochtend naar het hoofdkamp Skukuza. Net buiten Lower Sabie is een meertje vol vogels en enorme krokodillen. We zien van dichtbij een zadelbekooievaar, een boom vol Afrikaanse lepelaars, hamerkop, maraboes, gewone ooievaars en nog tien verschillende watervogels. Een schitterend plekje.
Onderweg naar Skukuza zien we in een boom een enorme martial adelaar en bij een waanzinnig hippopoeltje blijven we een half uurtje staan om van die grappige dieren te genieten. Een vervet aap vindt het ook wel lollig en gaat op onze autospiegel zitten.
Skukuza is een groot en niet zo gezellig kamp. Er is een bank, postkantoor en een boekingskantoor. Ik probeer tevergeefs overnachtingen in Natal te regelen. Het boekingskantoor doet alleen hun eigen parken. Als ik het Natal boekingskantoor in Pietermaritzburg bel blijkt daar de computer storing te hebben. Nu gaan we er maar op goed geluk heen, maar ik ben bang dat de gewenste lodges in deze vakantietijd vol zullen zijn. Waarom stond nergens dat die idiote Afrikanen midden in de winter een maand schoolvakantie hebben? Anders had ik het in Nederland al gereserveerd.
Op de terugweg naar Lower Sabie zien we eg weinig. Alleen de gebruikelijke impala's en een paar giraffen. Het is dan ook bloedheet. De thermometer stopt pas bij 33E C.
Tegen de avond maken we nog een rondje. We rijden naar een drinkplaats die droog blijkt te staan. Het is helemaal niets zodat we snel terug rijden naar de lodge en een plaatsje veroveren bij het inmiddels drukke poeltje even buiten de poort. Het is krokotijd. We zien drie keer dat een enorme krokodil een vogel te grazen heeft genomen en met grote klappen naar binnen werkt. Plotseling steekt vlak voor ons een krokodil zijn bek boven water met de kop van een impala in zijn bek. De horens steken er uit. Hij doet grote moeite het geheel naar binnen te werken, maar de horens lijken een te groot obstakel. Het tafereeltje van vanmiddag is ons nu ook meteen duidelijk. We zagen toen twee krokodillen vochten, waarbij de ene de andere in zijn bek nam en volgens mij door midden beet. Deze gedode krokodil had toen al die impala in zijn bek en daar was de grotere krokodil natuurlijk op uit.
Als we de lodge binnenrijden doet de ranger achter ons het hek dicht. Precies op tijd binnen.
In het restaurant worden we nu bediend door zwarte Afrikanen. De blanken hebben hun goede banen weer ingenomen en zijn niet meer te zien. Naast ons zit een Nederlands stel. Michiel en Margreet uit Rotterdam en Groningen. Ze zijn al twee weken onderweg en komen uit Kaapstad. We wisselen ervaringen uit en kletsen gezellig over onze reizen. Margreet heeft een ANWB horloge. Ze blijkt ook bij de ANWB te werken. Bij Unigarant in Hoogeveen. Ze kent een aantal mensen van de automatiseringsafdeling in Den Haag. Wat is de wereld klein! Zo hebben we het ineens over de gezellige ANWB personeelsfeesten!
Na het diner wisselen we in ons huisje nog wat wetenswaardigheden uit en kijken we samen over het hek naar de hyena's.
 
Dinsdag 11 juli      Kruger park: Lower Sabie naar Berg en Dal
 
Na een mooie zonsopkomst genieten we nog even van de hippogeluiden vanuit de rivier en gaan op pad. Het Krugerpark zit er op en vanavond slapen we als het goed is ergens in Swaziland. We rijden nog even naar het waanzinnige poeltje vol vogels en krokodillen. De kroks zijn rustig, maar dit keer is het vogelleven bijzonder boeiend. Een visarend zien we vis uit het water graaien. Een ijsvogel duikt een te grote vis op en is een kwartier bezig hem naar binnen te werken. Een hamerkop duikt en vangt ook al wat. Aalscholvers duiken onder en komen met vis boven. Wat moet er veel vis in dit poeltje zitten. Aan de andere kant manoeuvreren impala's en gnoes tussen gigantische krokodillen door naar een veilig plekje om te drinken. Je komt hier ogen te kort.
We blijven wel een uur genieten van deze tafereeltjes. Hierna gaan we snel op weg naar de Malelane uitgang van het park. We nemen binnenwegen en schieten niet erg op. Er is behalve de vele impala's weinig te zien. We zitten al te balen van deze weinig verheffende laatste ochtend als een man ons aanhoudt. Er zijn leeuwen te zien op een stukje privéterrein. We negeren het niet-inrijdenbord en stuiten na een paar honderd meter op twee leeuwinnen en zes jongen. De jongen zijn speels en huppelen om de moeders. Af en toe even aan een speen hangen en rennen maar weer.
We pauzeren rond het middaguur even in de Berg en Dal lodge. Het is een heerlijk relaxed plekje. Aangezien het al laat is en we niet precies weten wat ons in Swaziland te wachten staat besluiten we hier een nacht te blijven. Er is gelukkig plaats, zodat we even later in een mooi Center Parks achtig huisje zitten. Heerlijk ruim en vanuit de tuin uitzicht over een begroeide heuvel. Helaas is de nachtdrive volgeboekt. We hadden daar echt zin in. Op een bord stond dat ze gisteren neushoorns, een serval, civetkat en leeuwen hebben gezien.
Het is weer schitterend weer zodat we met korte broek in de tuin zitten. Ien voorziet het thuisfront van leesplezier terwijl ik een paar dagen dagboek achterstand inhaal. Bakje thee er bij en we hebben het prima naar de zin zo. Hier in Berg en Dal lijkt het een stuk droger dan noordelijker in het park. Zelfs het stuwmeertje maakt een dorre indruk. Er is niet veel te zien. Wat impala's, een luie krokodil en in de verte een groep buffels.
Rond vieren gaan we naar een drinkplaats net buiten het kamp waar regelmatig neushoorns komen. Er staan al veel auto's en busjes op de uitkijk, maar er is nog geen impala te zien. De een na de ander geeft het op, maar wij blijven tot het bittere einde wachten. En dat was bitter: geen fluit. De natuur laat zich niet dwingen.
In het restaurant hebben we weer een eerste klas vijfgangendiner voor maar f 15, pp, waarna we al voor negenen op een oor liggen.
 
Woensdag 12 juli      Mlilwane (Swaziland)
 
Voor we deel twee van onze reis aanvangen rijden we nog even langs de "rinoput". Weer niks. Ook het "gewone" wild laat het afweten. Ien klaagt al dat het zo wel een erg mager afscheid is van het Krugerpark. Plotseling zien we een opeenhoping van auto's. Rino's denken we (Ien zegt steeds Dino's). Als we dichterbij komen blijken het drie cheetah's te zijn. Mijn lievelingsdier, al lijkt hij nog zo erg op een ordinaire kat. We kunnen het schitterend zien. Even denken we een kill mee te kunnen maken als twee nietsvermoedende impala's zomaar langs lopen en een cheetah in de sluiphouding gaat staan. We snappen er niets van als hij ze gewoon laat passeren.
Ondertussen heeft Ien enorme plasneigingen gekregen, zodat we besluiten naar Berg en Dal terug te rijden voor een sanitaire stop. Als Ien bezig is loop ik voor de gein nog even naar het stuwmeertje. Een man wijst me op een luipaard aan de overkant. Wat een afsluiting! De luipaard schijnt vannacht in het kamp te zijn geweest. De hekken hadden hem niet tegen gehouden, maar er zijn uiteraard geen ongelukken gebeurd.
De weg naar de uitgang is maar 18 km. We gokken op het laatste dier dat we zien. We denken dat het een impala zal zijn maar gokken fout. Even dreigt het oerlelijke wrattenzwijn te winnen, maar op de valreep komen we nog een giraffe tegen. Een waardige afsluiting van zeven dagen Krugerpark.
Bij de gate krijgen we een houten bordje met "Uit" er op dat we meteen weer moeten afgeven om er uit te mogen.
Het is een uurtje rijden naar de grens met het koninkrijk Swaziland. De formaliteiten zijn snel geregeld en om 11 uur rijden we Swaziland binnen. Swaziland is heel lang protectoraat geweest van Engeland. Hierdoor is de voertaal Engels en bestaan en nauwe banden met Zuid Afrika. De munt, de Emalangeni, is zelfs gekoppeld aan de Rand. Het landschap verandert meteen als we de grens passeren. Het is bergachtig vol leuke kleine nederzettingen. Langs de weg staan overal stalletjes waar ze stenen beeldjes verkopen. Bij een paar stalletjes staan met bladeren versierde kinderen mensen te lokken met een leuk dansje. Ook wij laten ons verleiden tot een stop. Een jongetje slaat op de trom terwijl de anderen hoog met de benen zwaaien en een liedje zingen. Als ze klaar zijn begint het onvermijdelijke bedelen. Ook andere kinderen proberen op een onaangename manier geld en snoep van ons los te krijgen. Het snoep uitdelen loopt uit op een chaos waarbij de oudere kinderen alles inpikken. de dansertjes kunnen we maar met grote moeite iets toestoppen. We kijken hier ook hoe ze de stenen beeldjes maken. Er zitten echte kunstwerken bij. Alles is spotgoedkoop. Twee gulden voor een grote stenen olifant waar ze twee dagen mee bezig zijn. Helaas weegt het enorm zwaar en kunnen we behalve een klein olifantje niets kopen.
Over perfecte asfaltwegen rijden we via de hoofdstad Mbabane de Ezulwini vallei in. Dit moet het toeristische centrum van Swaziland zijn. We merken er weinig van. Af en toe een hotel en dat was het dan. We rijden ook langs het paleis van de koning. Het is verboden foto's te nemen en je mag er niet harder rijden dan 60 km/uur. Het is misschien toch al wijs niet hard te rijden. Overal grazen koeien langs de weg, die soms plotseling oversteken. En dat op de grootste snelweg van het land.
Bij de grens hebben we informatie gekregen over de nationale parken. Ik had nog geen keuze gemaakt bij welk park we zouden overnachten, maar na de beschrijving gelezen te hebben besluiten we naar Mlilwane NP te rijden. Het park is maar 10 km buiten de hoofdstad, of beter het hoofddorp. Vanuit het park kun je lange tijd de weg met al zijn huizen zien. Het park bestaat uit dichte bebossing en graslanden met hoog olifantengras. Het is vergeleken met het Krugerpark maar een slap aftreksel, maar dat zullen alle parken hier wel hebben. De gnoes en impala's kijken alsof ze hier gisteren zijn uitgezet. In de hippopoel moeten zes hippo's zitten.
We rijden meteen naar het kamp. Er is gelukkig nog plaats voor ons. We kunnen kiezen tussen een klein Hans en Grietje huisje en een bijenkorf. Een bijenkorf is de traditionele woning van de Zulu's. We kiezen het huisje. Als we vragen of we vanavond op een nachtsafari kunnen krijgen we te horen dat er te weinig animo voor is en er derhalve geen nachtdrive is. Achteraf heeft hij zeker 8 mensen met dit verhaaltje afgepoeierd. Op het terrein lopen de dieren gewoon los. Impala's en wrattenzwijnen achter ons huisje, zeldzame kraanvogels er voor en in de hippopoel krokodillen en één hippo. Alles oogt erg rommelig, maar bij elkaar is het een leuk plekje om te overnachten.
We merken nu goed in Afrika te zijn. Als we in het restaurant wat willen nemen moet er eerst aan de andere kant van het terrein bij de receptie worden besteld en betaald. Pas met het bewijsje gaan ze aan de slag. Een man wilde wat extra rijst en moest zelfs nu bij de receptie alles regelen. Ondertussen was zijn eten koud geworden want snel zijn ze hier beslist niet. Aan de rand van de hippopoel zit ook een Nederlandse man uit Rotterdam. Hij is met de organisatie Trailfinders op groepsreis. Hij is al voor de vijfde maal in Zuidelijk Afrika en zit hier lekker van de natuur te genieten. Het is wel een zonderling type. Er loopt ook nog een Nederlands meisje rond. Het is een enorme klets vol eigen theorieën. Ze heeft hier anderhalf jaar gewoond en is met een Zuid Afrikaanse vriend vanuit Durban even terug om sfeer te proeven.
Om drie uur worden de hippo's gevoerd. Een buslading schoolkinderen komt dit spektakel aanschouwen. Helaas, helaas, er is maar één hippo in de poel en zonder vriendjes (die zitten in de tweede poel) durft hij het water niet uit.
Buiten het hek hangen tienduizenden strikken die in het park door wachters in beslag genomen zijn. Er wordt hier nog veel gestroopt. Niet zo gek als je op het menu van het kamprestaurant impalapoot en wrattenzwijnvlees ziet staan. Waarom zij wel en wij niet is dan een moeilijk te beantwoorden vraag.
Als het wat kouder wordt nemen we plaats in het restaurant, van waaruit je een schitterend uitzicht over de hippopoel hebt. De hippo komt af en toe boven en trekt zo nu en dan zijn bek helemaal open. Ook zitten er verschillende vogels om de poel. Reigers, ibissen, hamerkop en een ijsvogeltje zijn de opvallendste vogels. Ook komt even een slangehalsvogel was visjes verschalken. Deze aalscholver met erg lange nek steekt tijdens het jagen alleen zijn kop af en toe boven water. Het lijf blijft net onder de oppervlak. Zijn lange nek gebruikt hij als katapult om vissen te spiesen. Hij wordt dan ook wel een darter genoemd.
Na het eten doen we nog een paar spelletjes boerenbridge en rummicup eer we naar bed gaan. Het huisje is niet goed afgewerkt. Overal zitten gaten in de muur. De toilet en douche zijn er later bijgebouwd en ze hebben het riet van het dak te kort afgesneden. Het gevolg is een gat waardoor je naar de sterren kunt kijken. Ien is doodsbang dat daar slangen, spinnen of ander ongedierte naar binnen komt. Pas als we de hele kamer hebben verbouwd en de bedden aan de andere kant hebben gezet kunnen we slapen.
 
Donderdag 13 juli      Mkuze
 
We slapen lekker uit en worden pas wakker als we een onverwachte thee op bed service krijgen. Als we om 8 uur willen ontbijten wordt het restaurant al schoongemaakt en kunnen we er ondanks de bestelbrief van de receptie niet in. We kunnen het eten buiten krijgen of anders pas over 15 minuten. We wachten dus maar. Ondertussen komen we met een Zuid Afrikaanse boer in gesprek. We bespreken het mooie land en de onzekere toekomst. De blanken houden hun hart vast als Mandela, waar ze een groot respect voor hebben, geen president meer is.
Veel te laat vertrekken we. Het is nog een paar uur rijden naar de grens en dan nog anderhalf uur naar Mkuze. Het weer wordt er niet beter op als we Natal naderen. Winderig, koud en af en toe een buitje. De grensovergang verloopt weer vlot. In het plaatsje Mkuze doen we inkopen in de plaatselijke supermarkt. Het lijkt wel een groothandel. Mijn oog valt op twee kinderen. Beiden blootsvoets en erg armoedig. De kleinste heeft een deken om zich heen tegen de kou. De ander heeft haar hand vol met muntjes van 1 en 2 cent. Verlekkerd lopen ze langs de broodafdeling, pakken elk broodje beet, bekijken het en leggen het weer terug. Een triest, maar bijzonder vertederend schouwspel. Als we bij de kassa staan zijn zij er ook. Ze hebben met z'n tweeën een zielig broodje van 1.10 rand gekocht. Een heel getel van al die centjes volgt. Toen ik ze bij de bakkerij zag staan had ik al wat lekkers voor ze willen kopen, maar wist niet hoe ik dat moest brengen. Nu ik dat zielige broodje zie geef ik ze 5 Rand om toch maar dat lekkere stuk van hun dromen te kunnen kopen.
Bij een toeristenbureautje verzamelen we folders over toeristische wetenswaardigheden in Natal. De vrouw probeert te checken of er in Mkuze park plaats voor ons is om te overnachten. Ze komt er niet achter (de baas is even weg), maar denkt wel dat er plaats is. Niet dus. Als we na een uur rijden over slechte gravelwegen bij de gate aankomen blijkt het kamp tot de 18e helemaal volgeboekt te zijn. Balen dus. Hoewel het al drie uur is besluiten we toch maar een kijkje in het park te nemen. De onsympathieke man bij de gate laat ik om te zieken voor het entreegeld een creditcardslipje maken. Met de pest in mijn lijf rijden we het mooie park binnen. Het is een stuk groener dan de parken tot dusver. We zien al meteen impala's, gnoes, zebra's en de zeldzame nyale antilope. Plotseling steekt er een neushoorn de weg over. We zien nog net zijn achterwerk in het struikgewas verdwijnen.
Als we bij de eerste schuilhut aankomen verlaat een man deze net. Hij heeft niets gezien. Vanaf het parkeerplaatsje moet je een stuk door het bos lopen naar een sluis van ca. 100 meter dat leidt naar een hut die uitkijkt over een waterput. Een bord waarschuwt voor luipaarden, neushoorns en nog drie gevaarlijke dieren. Ien is blij als we bij de sluis zijn en de deur achter zich dicht kan trekken.
Als we bij de schuilhut aankomen blijken we een enorme mazzel te hebben. Er komt net een neushoorn uit het struikgewas om te drinken! Het is een schitterend gezicht. Plotseling komt vanaf de andere kant nog een neushoorn met jong aan. Niet te geloven. De twee groten krijgen een beetje bonje en staan dreigend tegenover elkaar. De grootste kiest tot onze verbazing plotseling het hazenpad. We kunnen het allemaal fantastisch zien. Na tien minuten is het over en verdwijnen ze weer in het dichte struikgewas.
We rijden naar het uiteinde van het park waar zich een meer bevindt. Ik had gehoopt en ook een beetje verwacht dat het vol vogels zou zitten. Helaas. Alleen in de verte kunnen we na lang turen een groep flamingo's onderscheiden. Voor de rest geen spoor van pelikanen en andere spectaculaire vogels. Wel zien we in het water drie hippo's met elkaar spelen en schijngevechten met elkaar aangaan.
In noodtempo rijden we weer naar de uitgang om niet al te lang in het donker te hoeven rijden. Om 6 uur zijn we terug in Mkuze. We besluiten hier maar te blijven als het kan. De Ghost Mountain Inn blijkt nog plaats te hebben. Ze smeren ons wel half pension aan, maar het eten blijkt van hoge kwaliteit te zijn zodat we het toch niet zo erg vinden.
 
Vrijdag 14 juli      Hluhluwe en St. Lucia
 
Na een heerlijk ontbijt rijden we in de richting van de Noord Natalse meren. Bij een informatiehuisje horen we dat het niet eenvoudig is om bij de meren te komen en als je er bent de vogels alleen in de verte kunt zien. We besluiten het maar over te slaan en meteen naar het de afgelopen dagen door medereizigers veelgeprezen Hluhluwe park te gaan. De weg er naar toe is in ieder geval veelbelovend. Schitterend heuvellandschap vol ronde hutjes met rieten daken. Het park is nog maar een paar jaar ontsloten. Sinds het samengegaan is met het Umfilozipark, samen het in grootte derde park van Zuid Afrika, zijn er een aantal nieuwe wegen aangelegd. Het is een open park met graslanden in een bergachtige omgeving vol schitterende vergezichten. Meteen na binnenkomst stuiten we op vijf neushoorns. Schitterende dieren. In dit park waren de laatste neushoorns over na de massale slachtingen begin deze eeuw. Er waren nog maar 15 witte en 30 zwarte neushoorns over. Hiermee is hier in Hluhluwe een succesvol fokprogramma gestart met als gevolg het behoud van de soort. Momenteel leven er ruim 1000 neushoorns in het park.
We rijden naar het boven op de heuvel gelegen Hilltop hotel. Daar heb je een schitterend uitzicht over het park. We lunchen er en nemen informatie mee om hier een volgende keer te kunnen overnachten. We rijden een paar rondjes, maar zien zo goed als geen wild.
Na het park zetten we koers naar de kust. Bij St. Lucia moet volgens de vrouw van de informatiestand veel te doen te zijn. Het blijkt een aan lager wal geraakt toeristenstadje te zijn. Het lijkt de Franselaan wel. Het ene ordinaire type volgt de andere op. Bij een kogelronde ordinaire trien van een of ander toeristenbureautje krijg ik het adres van een "mooi hotel". St. Lucia schijnt vol te zitten met sportvissers en we hebben mazzel de "laatste kamer" van de stad te hebben. Het blijkt een smerig hol te zijn, waar ze ook nog eens 200 Rand voor durven vragen.
We kijken ook nog even aan de kust. Verwachtingsvol lopen we over de duinen in de hoop tegen zonsondergang een kolonie pelikanen of iets dergelijks tegen te komen. Wat we zien in heel wat anders. Zo ver je kunt kijken staan er auto's op het zand van sportvissers. Honderden, zo niet duizenden proberen te profiteren van de zalm die deze tijd van het jaar vlak onder de kust zit. Voor vogels geen plaats.
We eten aan de overkant in een op het oog leuk restaurantje. Pas als een armoedig vrouwtje met een sigaret schuin uit haar mond de keuken uit komt sloffen weten we dat het ook hier niet veel zal worden. Ien eet maar de helft van haar te vette pizza. De andere helft krijgt ze in een plastic bak mee. We besluiten een zwerver er een plezier mee te doen. Maar waar vind je een zwerver? Als twee terroristen droppen we het bakje bij een parkeerplaats alsof het een bom is en rijden snel weg. Met tegenzin kruipen we om 9 uur in het vieze bed vol gaten.
 
Zaterdag 15 juli      Shakaland
 
Als we bij de boot over de doorgang naar het St Luciameer staan te wachten blijkt als deze bijna aankomt dat we aan de andere kant van het dorp kaartjes hadden moeten halen. Ik spring in de auto, rij drie mensen dood en scheur eenrichtingstraatjes in om alsnog die kaartjes te halen. Precies om half negen ben ik terug en kunnen we alsnog mee. Het is frisjes en we zijn blij dat we een sjaal bij ons hebben. De boottocht valt zwaar tegen. In de verte twee krokodillen en een paar nijlpaarden. Niets van de flamingo's en pelikaankolonies die in de folder staan. De ochtend wordt gered door een visarend die vlak voor ons een vis uit het water plukt.
Na een kort bezoek aan het kantoor van het St Luciapark gaan we op weg. Er moest een grootse open dag zijn, maar daar merken we weinig van.
We rijden over de N2 naar Empangani. Hier moet een Zuludorp zijn, maar we kunnen het niet vinden. Dan maar naar Shakaland bij Eshowe. Ook dit is slecht aangegeven, maar na een paar omwegen komen we er toch. Het is ondertussen één uur en derhalve te laat voor de twee dagprogramma's. We horen het tromgeroffel uit een grote hut komen. Alle toeristen zitten binnen en we zijn de enigen in het dorp. Deze kraal is tien jaar geleden opgezet voor de film over de grote Zulukoning Shaka Zulu, die van 1816 tot 1828 van de kleine Zulustam de grootste stam van Zuidelijk Afrika maakte. Hij deed dit voornamelijk door een agressieve manier van oorlogvoeren. Voor zijn tijd was oorlog voeren en spel waarbij nauwelijks gewonden vielen. Shaka bouwde een leger met moordlustige troepen op die de ene stam na de andere onderwierp.
We besluiten een nacht in het hotel te blijven. De kamers zijn gebouwd in dezelfde bijenkorfsteil als de huisjes van de op hetzelfde terrein staande Zulukraal. Het is een erg leuk huisje. De toilet is in een apart rond gebouwtje. Op de kamer zijn allerlei Zuluspullen opgehangen. Erg gezellig allemaal.
Om vier uur begint de eerste rondleiding. Een Zulugids vertelt over het ontstaan van de kraal naar aanleiding van de film. De Zulu's zijn erg trots op hun eerste koning. Het grappige is dat Shaka eigenlijk een verstoten bastaard was. Zijn vader en moeder waren van een andere stam. Om de ongewenste zwangerschap verborgen te houden zei Shaka's moeder dat ze aan de shakaziekte leed. Deze ziekte veroorzaakte een dikke buik en het leek alsof je zwanger was. Toen het toch uitkwam is het kind als straf vernoemd naar deze ziekte.
De vader erkende het kind niet en de verstoten moeder bleef in wrok achter. Shaka bleek een goede krijger en maakte carrière in het leger. Als aanvoerder had hij de macht om de manier van oorlogvoeren spectaculair te wijzigen en het Zulurijk tot een van de machtigste uit de geschiedenis te maken. Tot Shaka was oorlogvoering meer een spel. Er werden wat speren naar elkaar gegooid en na afloop samen gefeest. Voor gewonden en eventuele doden werd een schaderegeling getroffen. Shaka vond dat maar niets. Hij ontwikkelde de assegaai. Een korte dikke speer die je bij je hield en waarmee je je tegenstander in een lijf aan lijfgevecht mee doodde. Vanaf die tijd was oorlog voeren geen spel meer. Shaka onderwierp in korte tijd vele stammen met zijn agressieve moordlustige steil. Toen hij voldoende macht had daagde hij zijn vader uit en veroverde de kroon. In navolging van de Engelsen liet hij zich tot koning kronen. Sindsdien hebben de Zulu's een koninkrijk.
We krijgen in de kraal de dingen te zien die de Zulu's bezig houdt. Bier brouwen voor de man, kettingen maken, eten koken, muziek maken en het bouwen van hun ingenieuze bijenkorf. Om de kraal binnen te komen moeten we ons eerst melden aan de poort. Een krijger roept de hoofdman die permissie moet geven om de kraal binnen te gaan. De kraal is volgens een vast patroon opgebouwd. De binnenplaats is voor het vee. Daar omheen staan in een cirkel de hutjes. Achteraan de ontvangstzaal. Hiernaast de eigenaar van de kraal. Vervolgens aan weerskanten om en om de vrouwen van de man. Vrouwen kosten 11 stuks vee. Hoe meer vrouwen, hoe meer status. Kinderen boven de 15 worden in jongens- en meisjeshutten aan het begin van de kraal geplaatst. Deze sterke jongens kunnen zo het beste het vee beschermen tegen veedieven en hun zusters tegen schakers. We mogen ook het bier proeven waar ze zo dol op zijn. De hoofdman drinkt zich elke dag klem en heeft dan ook een originele bierbuik. Het bier smaakt overigens meer naar wijn dan naar bier.
Na deze zeer interessante rondleiding krijgen we in het restaurant een heerlijk lopend buffet. Ik eet me bijna misselijk aan de hompen vlees. Heerlijk.
We worden van tafel gehaald door zingende Zulu's die ons komen halen voor het dansfestijn. Met fakkels lopen we achter de zingende mannen naar de ontvangsthut. Hier krijgen we een paar opzwepende dansen te zien. We genieten met volle teugen van dit spektakel. Een dikke vent die hier wel vaker schijnt te komen is verkleed als Zulu en doet tot groot vermaak van zijn groep een paar dansjes. De Zulu's liggen flauw van het lachen. Na afloop zitten we met vier Belgen gezellig een uurtje te kletsen rond het kampvuur.
 
Zondag 17 juli      Shakaland naar Oribi (via Durban)
 
We denken met tromgeroffel gewekt te worden, maar het blijken de kruiwagens van de werklui te zijn die druk bezig zijn met het bouwen van nog meer hotelaccommodatie. Uiteindelijk worden we toch met muziek gewekt: een man die een deuntje op een gitaar speelt.
Na een uitgebreid ontbijt worden we door een groep zingende Zulu's opgehaald. We krijgen te zien hoe speren worden gemaakt. Hierna is er een speerwerp demonstratie. Ze gooien alles mis. Speermaker Lavisa haalt het doel niet eens. We zijn wat lacherig, maar dat verstomt als we zelf mogen werpen. Pas nu merken we hoe groot de afstand naar de doelen aan de andere kant van het veld is. We komen niet eens tot halverwege!
Na een mislukte vechtdemonstratie krijgen we de tovenaar te zien met al zijn vreemde attributen. Stokjes tegen bliksem, een koeiehoorn tegen maagpijn en een heleboel andere aparte middeltjes. De tovenaar heeft een hoofdtooi van stekelvarkenpennen en om hem heen staan allerlei doodskoppen (dieren). Hij heeft ook twee leerlingen. Meisjes hebben tijdens de opleiding hun gezicht wit gekalkt, terwijl jongens een aparte kralentooi in het haar hebben geweven.
We blijven na afloop nog even in het zonnetje brieven schrijven eer we verder gaan. Het is ruim 100 km naar Durban. We moeten de stad in om de brieven te posten. We rijden naar het strand en doen daar alles op de post. Hoewel we in een westers land zijn komen we maar weinig plekjes tegen om brieven te posten. We lopen even over het drukke strand. Het is zondag en het mooie weer heeft veel mensen naar de kust gelokt. Het is net Scheveningen. Iemand steelt de show met een enorme vlieger. Even later komt er een vliegtuigje dat boven het strand stunts uithaalt. Er zijn surfwedstrijden. De tribunes op het strand zijn overvol. Felgekleurde riksja's doen een beetje goedkoop aan al worden ze in de folders als een grote attractie gebracht. Een bord waarschuwt tegen het gevaar van haaien. Het is verboden de zee in te gaan tegen donker. Dan zijn de haaien het actiefst. Er zijn wel haaiennetten voor de kust, maar er glipt er regelmatig eentje doorheen.
Na een rondje boulevard volgt een rondje Durban als we niet meteen de weg naar het zuiden kunnen vinden. Net buiten Durban tanken we bij de Shell. Betalen moet bij een caissière die in een donker hokje achter ondoorzichtig glas zit. Via de ruige zuidkust rijden we naar de Oribi gorge. We nemen een hotel vlak voor de gorge. Samen met een man zijn we de enige gasten. Het is een oud, maar gezellig hotel. Helaas een beetje stoffig zodat ik twee dagen de longen uit mijn lijf hoest. In de bar doet het personeel spelletjes. Back gammon en domino. Na het eten komen we in gesprek met een Zuid Afrikaan. We hebben diepgaande discussies over het Zuid Afrika van toen en nu. Telkens als de apartheid ter sprake komt zei de zeer intelligente man: "That was very very wrong, BUT ..." en volgde er een betoog over de goede oude tijd. De man was zo welbespraakt dat ik niet in staat was gaten te schieten in zijn soms onjuiste betoog.
We waren het er wel over eens dat Zuid Afrika achteruit gaat nu de blanken het niet meer voor het zeggen hebben. Ik vind echter dat de blanken het aan zichzelf de danken hebben. Als ze de zwarten voldoende kansen hadden gegeven hadden ze nu geen achterstand gehad en hadden ze het land met westers inzicht kunnen besturen. Hij deed het ook voorkomen alsof de homelands een prima leerschool voor de zwarten waren om een land te besturen in plaats van een ordinaire manier de werkloze zwarten in de meest onvruchtbare gebieden van het land op te bergen. Ze mochten er alleen uit met een pasje dat je pas kreeg als je werk had. Verder hebben we gezellig gekletst en kregen we een aardig beeld van ideeën van blanke Afrikanen.
 
Maandag 17 juli      Oribi naar Giant's Castle
 
We rijden vanuit het hotel meteen de Oribi kloof in. Er zijn een aantal mooie uitzichtpunten. Voor we er erg in hebben zijn we er al weer uit. Ik had een toegangshek verwacht. We rijden naar de huisjes van de NPB (Natal Park Board). Het zijn leuke huisjes met uitzicht over de gorge. We maken een korte wandeling naar een uitzichtpunt. We herkennen het punt van de foto's uit het boek. Ze zijn net gras aan het afbranden. Het hele veld is zwartgeblakerd en de rook belemmert het uitzicht. Een mooie plaats, maar de moeite van het omrijden niet waard. Toch zijn we blij via Oribi, Kokstad en Underberg naar de Drakensbergen te rijden want de uitzichten zijn schitterend. Erg droog en kaal, maar heel erg indrukwekkend. Er komen hier weinig toeristen. Dat merken we vooral aan de mensen langs de weg die blijven staan als we langs rijden en spontaan beginnen te zwaaien. We stoppen om de paar kilometer om alweer een foto te nemen van die schitterende bergen. Aan de rechter kant van de weg kijken we uit over Transkei. Transkei is een zogenaamde thuisstaat, waar tijdens het apartheidsregime alle voor de blanken nutteloze zwarten heen zijn gebracht om op dorre en onvruchtbare grond lekker zelfstandig te mogen wezen. Wij kunnen inderdaad zien dat Transkei begint waar de vruchtbare grond ophoudt en eindigt als de grond weer vruchtbaar is. Maar mooi is het wel. De dorpjes liggen schilderachtig tegen de berghellingen. Het zijn bijna allemaal rondawels. We stoppen even bij vier kinderen die van afvalmateriaal speelgoedauto's hebben gemaakt. Via een ingenieus systeem kunnen ze het via een lange ijzerdraad nog besturen ook.
De laatste 60 kilometer gaan over een slechte onverharde weg. Grote stofwolken stuiven op achter de auto. Als we een tegenligger passeren is de weg even niet meer te zien.
We zijn nu aan de voet van de Drakensbergen. De vage hoge toppen geven weer een ander uitzicht. Wat is het toch een schitterende rijdag. Ons doel is vandaag Giant's Castle. We rijden naar de ingang van het park. We zijn er om half zes . De gate is al dicht en we mogen niet doorrijden naar het kamp om te zien of er kamers vrij zijn. De uiterst vriendelijke wacht kan ons niet helpen, want de baas is al weg en beslissingen mag hij niet nemen. Hij belt dus niet naar het kamp om te vragen of er wat vrij is (er waren achteraf twee huisjes vrij), maar is ons wel van dienst door White Mountain Resort te bellen en daar een huisje voor ons te reserveren. We moeten wel ruim 30 km terug.
White Mountain Resort blijkt een waanzinnig leuk hotel te zijn. We krijgen een erg leuke rondawel met uitzicht over de bergen en een meertje vlak voor ons. Ien vindt het net het huisje van roodkapje. De mensen zijn erg vriendelijk en belangstellend. We besluiten meteen hier een extra dag te blijven. Met angst en beven vragen we de prijs. 120 Rand. We nemen aan dat het per persoon is, maar het blijkt voor het hele huisje te zijn!
Als de zon weg is wordt het steenkoud. Trui en jas gaan aan als we in het restaurant gaan eten. Een flesje wijn zorgt dat we de kou even vergeten. Een groep heeft een braai buiten. Zelfs de mensen van het hotel verslijten ze voor gek. Na een paar potjes Yahtzee in ons huisje kruipen we onder de elektrische deken.
 
Dinsdag 18 juli      Giant's Castle
 
Het zonnetje staat aan de blauwe hemel als we weer naar het Giant's Castle park rijden. De weg er naar toe is omzoomd met het hoge droge riet waarmee ze de daken van de huizen maken. We moeten af en toe in de rem voor overstekende koeien. Het park lijkt wel overvallen te worden door Nederlanders. In korte tijd komen we vijf Nederlandse stellen tegen, waaronder twee "think pink" meiden. Ondanks het zonnetje is het koud door de frisse wind. De uitzichten zijn onvergetelijk. Zo ongelofelijk ruig en kleurrijk, dat we er geen genoeg van kunnen krijgen. Het park is oorspronkelijk opgezet om de eland antilope te beschermen, al geniet het momenteel meer bekendheid om zijn uitzichten. We maken een korte wandeling door het park. Het doel is een grot met primitieve rotstekeningen van de bosjesmannen. Vlak buiten het basiskamp komen we drie elanden tegen die vredig bij de rivier staan te grazen. Het zijn enorme dieren die iets weg hebben van een koe.
We worden aangenaam verrast als de zeldzame, hier broedende lammergier vlak boven ons een paar rondjes cirkelt. De grote lammergier wordt hier beschermd en gevoederd. Dit voeren gebeurd om hem te beschermen tegen giftig aas dat de boeren in de omgeving voor hem klaar leggen. De boeren hebben een hekel aan dit schitterende dier omdat het wel eens jonge koeien of schapen als prooi neemt.
Ien gaat zo te keer met haar fototoestel dat er al snel een nieuw rolletje in moet. Shit, in de auto laten liggen. Ik terug. We hebben meer gelopen dan verwacht, zodat ik me rot moet rennen om op tijd bij de rondleiding van de rotstekeningen te zijn. Als we bij de rots zijn waar de bosjesmannen tekeningen hebben gemaakt zijn we bekaf door de steile klim in de ijle lucht. De tekeningen vallen op het eerste zicht wat tegen. Je moet goed kijken om alleen al te zien dat die vlekken tekeningen zijn. Pas als je ze apart aandachtig bekijkt zie je duidelijk de afbeeldingen van elanden, mensen, slangen en andere dieren. Sommige tekeningen zijn erg vaag of aangetast door het werken van het gesteente. Ook hebben soldaten hun geweren geleegd op de tekeningen en ernstig beschadigd. Een Engelsman is diep onder de indruk en slaakt bij elke tekening een overdreven "ooooooh".
We lopen via de rivierroute terug naar het kamp. Een erg mooie wandeling. In het kamp vragen we bij de receptie of ze het Tendele kamp in de Royal Natal Reserve voor ons willen boeken. Het mooiste plekje in de Drakensbergen blijkt helaas vol te zijn. Die rotte schoolvakanties! We krijgen wel een aantal kopieën met adressen van hotels in de buurt. Op het terrein wemelt het van de prachtige vogeltjes. Vooral de schitterende sunbirds, de kolibries van Afrika, zijn met hun felrode borst en lichtgevend groene rug een lust voor het oog.
Na dit indrukwekkende uitstapje naar Giant's Castle gaan we terug naar ons hotel. Lekker relaxen in het zonnetje. Als de zon weg is wordt het al snel ijskoud. Snel de korte broek uit en alles aan wat je kan vinden. Het wordt vannacht 8 tot 13 graden. Niet te geloven, maar wel te voelen!
Tijdens het avondeten geven we de hotels cijfers. Shakaland en Olifant komen tot dusver als beste uit de bus. De rest met uitzondering van St.Lucia mag er trouwens ook best wezen. Tot dusver zijn we erg tevreden met de dingen die we tot dusver hebben gedaan en de hotels die we hebben gehad.
 
Woensdag 19 juli      Royal Natal
 
Als we wakker worden is buiten alles bevroren. Alles is wit en op de ruiten van de auto zit een laag ijs. Het zonnetje zorgt er voor dat het snel een lekker temperatuurtje is en de witte laag snel verdwijnt. Op een boomstam in het meer zitten drie heilige ibissen naast een paar aalscholvers.
We rijden in twee uurtjes naar ons tweede park in de Drakensbergen. Royal Natal National Park (RNNP). Vanuit de verte kunnen we de beroemde bergketen, het amfitheater genoemd, al zien liggen. We hebben meer geluk dan de Belgen die we in Shakaland tegen kwamen. Die hebben hier twee dagen met mist gezeten en het hele amfitheater niet gezien. Voor we het park inrijden slaan we de weg af een dorpje in. Ik ben op zoek naar een mooie foto. Zuluhutjes op de voorgrond en de bergen er achter. We zien mensen die bezig zijn met het maken van een traditionele bijenkorfwoning. Een heel vlechtwerk. Het RNNP hotel heeft gelukkig kamers vrij. Het is wel 180 Rand (vol pension) per persoon, maar we zitten tenminste in het park met een puik uitzichtje. Na het inchecken rijden we een stukje verder het park in en doen een korte, maar steile wandeling. De uitzichten zijn adembenemend. Het is hier nog mooier dan Giant's Castle. Bij elke stap genieten we met volle teugen. We lopen ook even langs het Tendele kamp. Hier wilden we oorspronkelijk overnachten, maar het was al maanden volgeboekt. Het is met recht één van de mooiste overnachtingplaatsen in Zuid Afrika. Elk huisje heeft uitzicht over het amfitheater. Vooral nu met zonsondergang een schitterend gezicht. Het zijn wel huisjes met "selfcatering". Luie mensen kunnen aan de koks zelf gekochte etenswaren geven en het hun klaar laten maken. Deze plek mogen we de volgende keer niet missen.
We hebben met twee Nederlanders, Marten en Marieke, afgesproken samen te eten. Als we in het restaurant aankomen zitten zij al bij de open haard. Ien is dolblij want ze heeft het heel erg koud.
Marten en Marieke zijn gezellige lui en we kletsen de hele avond aan één stuk door over al onze reizen. Marten vaart de hele wereld rond en heeft nu een baan in Kaapstad aangeboden gekregen. Hij twij­felt sterk en deze reis dient om meer te weten te komen van Zuid Afrika. Marieke is een kennis van een kennis. Ze wist dat Marten op vakantie ging in Zuid Afrika en vroeg of ze mee mocht. Zij is politieagente in Friesland, reist veel alleen en is in alles wat met reizen te maken heeft geïnteresseerd. We krijgen een aantal interessante tips. Met name een tip over een "zekere" paaiplaats van walvissen is zeer waardevol.
Ien maakte zich zorgen over de kledingvoorschriften. In dit Royal hotel, royal omdat in 1947 de koningin hier eenmaal heeft geslapen, moet je bij het avondeten netjes gekleed zijn. Geen spijkerbroeken en T shirts. We hebben niet anders! Ook "Geen takkies en slentegedrag nie". Tot haar grote opluchting wordt er niets van gezegd. Ik vind het jammer. Het had een leuke video kunnen worden als we waren geweigerd. Het is zo gezellig dat we na afloop van het voortreffelijke diner nog een tijd in de lounge naborrelen.
 
Donderdag 20 juli      Royal Natal NP
 
De op de radio aangekondigde sneeuw is niet gevallen. Er is geen wolkje aan de hemel en met schitterend weer nemen we deel aan de "morning hike", de ochtendwandeling. Onder leiding van gids Gerard nemen we samen met een man, een vrouw en drie kinderen een pad direct achter het hotel omhoog. Het eerste stuk is erg steil en de dames hebben moeite het tempo te volgen. Als het wat vlakker wordt gaat het een stuk beter. Het uitzicht is weer magnifiek. Ditmaal kijken van vanuit een heel andere hoek naar de bergketen. Boven op de berg lijkt een enorme krokodil te liggen. Door de kou is de lucht fel blauw en helder. We kunnen alles erg scherp zien. Later komt de bekende waas weer over de bergen. In de verte horen we bavianen brullen. Ien spoort ze met haar haviksogen op.
Halverwege stoppen we in een bosrijk gebied bij een kleine waterval. Gerard heeft brandertjes meegenomen en zet een pot thee. Het water is hier zo zuiver dat het gewoon gedronken kan worden. We raken met de aardige mensen in gesprek over vakanties, Nederland en Zuid Afrika. Het is zo gezellig dat we pas een uur later weer op pad gaan. Deze Zuid-Afrikanen zien de toekomst voor hun land met vertrouwen tegemoet al weten ze dat het voor de blanken niet eenvoudig zal worden. Er vindt op grote schaal "positieve discriminatie" plaats. Zwarten worden massaal op belangrijke posities geplaatst om de enorme achterstand in te halen. Dat houdt in dat er nauwelijks nieuwe banen voor blanken vrij komen. Net als iedereen zijn ook zij enorm over Nelson Mandela te spreken. Gids George werkt hier pas een paar dagen. Hij zat in het leger, maar is daar na een paar slechte ervaringen uitgestapt.
Na de theepauze lopen we naar een paar uitzichtpunten. We hebben veel geklommen en hebben nu een schitterend uitzicht over het dal en de hoge toppen vlak achter ons. Tijdens de steile afdaling moeten we door een groep van ongeveer 20 bavianen. Erg leuk.
Terug in het hotel drinken we met George een biertje. We blijken 8 km gelopen te hebben, waar we wel vier uur over hebben gedaan. Maar Ien kan toch trots op zichzelf zijn!
We komen met twee Zuid Afrikanen van Indische afkomst in gesprek. Ze zijn met een Indisch kaartspel bezig. Het heet Thunnee en lijkt veel op een kruising tussen klaverjassen en bridge. Ze leggen het ons uit en we spelen een potje. Ik schrijf de spelregels op en zal het in het Brandersstad clubblad publiceren. Wie weet kunnen we er ooit eens een kampioenschapje in organiseren. Om drie uur is het potje afgelopen en gaan we een stukje lopen. We nemen de Otto trail en komen zowel de Indiërs als Marten en Marieke tegen. Op een plaatsje waar wel eens otters zijn gezien blijven we een half uur stil zitten. In het zand zien we de voetsporen. Als de muggen te vervelend worden gaan we zonder een otter te zien terug naar het hotel.
Om half zeven gaan we weer naar de lounge. Bij het open houtvuur, het eten en erna kletsen we weer honderd uit met Marten en Marieke. Vooral Marieke raakt niet uitgepraat over haar vooral lugubere belevenissen bij de politie. Het was vandaag een mooie en vooral ook gezellige dag.
 
Vrijdag 21 juli      Golden Gate en Bloemfontein
 
Om 7 uur op en na een weer voortreffelijk ontbijt van de altijd lachende Mozes nemen we afscheid van Marten en Marieke. Ook de Indische mensen gaan weg. We krijgen hun adres voor als we ooit in Durban zijn. Ze heten Paran en Suresh. Zij geeft wiskunde aan de universiteit en hij is chemisch ingenieur. Een intelligent stel dus.
We doen nog even een korte wandeling van twee uur in deze schitterende omgeving. Er staat een harde wind en het is dus behoorlijk fris. De lucht is helder blauw en de zon schijnt geniepig fel. We verbranden dus behoorlijk. De wandeling gaat naar de Sunday falls. Helaas niet zo'n mooie tocht als gisteren, al kijken we wel steeds uit over het amfitheater. De waterval stelt niet zo veel voor zodat we meteen terug lopen. Onderweg drinken we uit een kraakhelder beekje. Heerlijk water!
Als we terug zijn, vertrekken we met pijn in ons hart uit dit mooie gebied. We rijden om de Drakensbergen heen en gaan er bij "Golden Gate" weer in. Na elke bocht wacht weer een nieuw schitterend uitzichtpunt. Tegenover de bekende rots gaan we er even uit bij het sjieke hotel van de Nasionale Parkeraad. Hierna rijden we langs de grens met Lesotho en via de plaatsen Bethlehem, Ficksburg en Ladybrand naar Bloemfontein, waar we vlak voor donker aankomen. Ien heeft een hotel vlak naast het postkantoor gevonden. Hotel Cecil doet een beetje smoezelig aan, maar we zijn toch tevreden. De auto staat in een garage onder het hotel. Het is een verlaten hol waar je achter elke pilaar een overvaller verwacht. Als we de lift uitkomen is het pikkedonker. Met veel moeite ontdekken we de lichtknop. De kamer is gelukkig schoon, maar het slot van de deur is binnen een seconde te forceren. We nemen dus alles van waarde mee als we beneden gaan eten. Het restaurant is verrassend gezellig, al zijn we de enige klanten. Na een paar spelletjes Thunnee liggen we om 21:15 op een oor.
 
Zaterdag 22 juli      Kimberley
 
Ik slaap erg slecht. Auto's scheuren langs met piepende remmen, de disco beneden trekt schreeuwende mensen op straat en schrik ik op van twee schietpartijen. Eentje ver weg, maar de andere volgens mij vanuit de disco. Er waren drie schoten, waarvan de laatste erg hard. Je hoorde de mensen joelen. Pas na vieren wordt het rustiger. 's Ochtends is er weinig te merken van de onrust van de afgelopen nacht. Het is in daglicht een gemoedelijk, haast gezellige stad. Je zou niet zeggen dat het de hoofdstad is van de Oranje Vrijstaat provincie.
Bij het postkantoor halen we de post op. Er zijn drie brieven. Thuis gaat alles goed. De campervakantie bevalt tot dusver ook erg goed. Een leuke traditie dat post sturen naar ons in den vreemde. Via een modern winkelcentrum lopen we naar de Telecom, waar we collect naar Ien's moeder bellen. Ze is gelukkig thuis. Alles gaat goed. In Holland volgt de ene hittegolf de andere op. Het bellen was binnen tien minuten gepiept. Ien is erg blij even naar huis gebeld te hebben.
We stappen meteen in de auto en gaan op weg naar Kimberley. Het is 177 km door een droog landschap met olifantengras en af en toe wat struiken. De Road Atlas bevat slechte kaarten. Wegen hebben andere nummers en soms de verkeerde kleur. De hoofdweg volgens de Atlas is een andere dan die uit de reisgids van Satour en we nemen dus de verkeerde. Tot vlak voor Kimberley is het een prima asfaltweg, maar als we de Vrijstaat uitrijden en de Kaapprovincie in wordt het een grintweg die ergens in de sloppenwijk van Kimberley uitkomt. Het was wel een mooie weg vol verrassingen. We zien twee secretarisvogels en af en toe struisvogels. De grootste verrassing waren twee schitterende blesbokken. Deze zeldzame antilopen vluchtten eerst toen we stopten, maar kwamen laten weer dichterbij. Ook zien we regelmatig grondeekhoorns langs de kant van de weg.
We zijn vroeg in de middag in Kimberley. Snel de spullen in het motel gebracht. Het motel heet de Horseshoe. De huisjes staan in twee hoefijzers opgesteld. We gaan meteen naar het mijnmuseum. Het is ondanks het zonnetje behoorlijk koud.

DE GESCHIEDENIS VAN KIMBERLEY

Nadat de boeren genoeg hadden van de Engelse overheersing in de Kaapprovincie begon de grote trek. Boeren van Nederlandse komaf gingen op zoek naar nieuwe bouwgrond en trokken het binnenland in. Ze staken de Oranje rivier over en richtten de Oranje Vrijstaat op. Ze verdreven de bosjesmannen en andere aanwezige stammen. De Engelsen waren niet geïnteresseerd in dat droge gebied en lieten de Boeren hun gang gaan. Ene de Beer had ook een stuk land gekocht voor weinig en gebruikte het als landbouwgrond. Op zijn land stond een heuvel, waar een man in 1871 tussen de steentjes waarmee wat kinderen speelden een diamant herkende. De berg bleek vol te zitten en trok al snel horden gelukzoekers. Iedereen kon een claim kopen. Dit is een stukje grond, slechts 9 bij 7 meter groot, waar naar diamanten gezocht mocht worden. De berg werd verdeeld in 1600 claims. Op een gebied van 300 bij 200 meter werkten op een gegeven moment 30.000 mensen! De meesten waren hier met de ossenwagen gekomen en sliepen in armzalige tenten. Aanvankelijk dacht men dat diamanten slechts tot op een diepte van 15 B 18 meter te vinden waren, maar op deze plaats kon je blijven graven! Het probleem was dat de claims zo klein waren en de mijnwerkers steeds dieper gingen graven zodat de afbakening een probleem werd. Al snel ontstond er een diepe krater waar een spinnenweb overheen lag van touwen met daaraan emmertjes om het gravel naar boven te hijsen. Er werd zoveel gevonden dat de prijzen sterk daalden. Het leven in Kimberley was vanwege de afgelegen ligging ook erg duur. Bovendien werd het steeds moeilijker uit het steeds dieper wordende gat de gravel te graven. Dit was de kans voor grote maatschappijen claims op te kopen. Zij gingen met grof geschut de berg te lijf en groeven hem systematisch af. Een maatschappij kreeg uiteindelijk de hele berg in handen. De eigenaar was Cecil John Rhodes, die door de diamanten de rijkste en machtigste man van heel Afrika werd. Zimbabwe heeft heel lang zijn naam gedragen: Rhodesia. Toen in 1914 de mijn niet meer rendabel was en gesloten werd was er een gat ontstaan van 800 meter diep! Het gat is momenteel voor een groot deel ingestort en staat voor driekwart onder water. De diameter is tussen de 457 en 500 meter en de omtrek 1,5 kilometer. In het midden is het een stuk minder breed. Ik schat 150 m. Alleen hier zijn ze de diepte in gegaan tot 800 meter.
 

Het mijnmuseum brengt ons terug naar de dagen van de diamantkoorts. Rond het grote gat is een heel dorpje gebouwd, met gebouwen en replica's van huizen uit die tijd. Het is een stuk groter dan ik had verwacht. In een huisje is het bedrijf van de begrafenisondernemer. Naast kisten verkoopt hij ook lijkwaden, kransen en grafzerken. Buiten staat een zwarte lijkkoets met een glazen doorkijk. Ook de praktijken van de dokter, opkoper, veilingmeester en tandarts geven een goed beeld van het leven uit die tijd. In totaal zijn er wel dertig beroepen ondergebracht in een huisje. Een pronkstuk is de luxe trein van de directie van de mijn. Aan luxe geen gebrek. Er is zelfs een badkamer met primitieve douche aanwezig aan boord.
Ook het leven van de mijnwerkers komt aan bod. Je ziet hoe ze werkten en leefden onder uiterst primitieve omstandigheden. Een bijzonder indrukwekkend museum.
Terug in het hotel eten we snel wat in het ongezellig koude restaurant, waarna we op de kamer met de warme blower voluit nog even TV kijken.
 
Zondag 23 juli      Kimberley naar Oviston
 
Het is ijskoud. We ontbijten op de kamer. Crackers met jonge kaas en een bakje thee. We gaan nog even terug naar het mijnmuseum. De winkel was gisteren dicht en we willen nog een boekje en kaarten over de indrukwekkende historie van Kimberley hebben. We nemen ook nog even het historische trammetje dat vanaf het museum naar het stadhuis en weer terug rijdt. We komen zo langs een aantal oude gebouwen waaronder het De Beers hoofdkantoor.
Via Hopetown rijden we de Karoo binnen. Dit woestijnachtige gebied beheerst het centrale gedeelte van Zuid Afrika en ligt in zijn geheel in de Kaapprovincie. Stukjes land zijn in cultuur gebracht en worden met enorme sproei-installaties bewerkt. De wegen verdwijnen in de horizon. Soms zijn er stukken vol cactussen en "winterbomen". In de verte sieren tafelbergen de horizon. Als we bij Hopetown afslaan naar Colesberg moeten we over een grintweg. Het landschap wordt nog kaler en groeit er alleen nog maar droog gras. De schaarse farms houden hier zwartkopschapen en geiten.
Het stuk naar Oviston valt tegen. We zijn er pas om half drie. We gaan meteen het Oviston park in. Er is niemand bij de gate. In een bakje ligt een boekje met daarin een beschrijving en een kaart van het park. We moeten zelf het hek open en weer dicht doen. Het is een typisch Karoo park. Erg droog met weinig begroeiing. We zien meteen al een groep hartebeesten. Ze zijn net als alle andere dieren hier erg schuw. Als ze je in de verte aan zien komen nemen ze meteen de benen. Het park ligt aan de Verwoerddam. Vanaf een heuvel hebben we een schitterend uitzicht over het stuwmeer en de tafelbergen er achter. Er zit veel wild in het park, waaronder veel dieren die we nog niet eerder hebben gezien. Er zijn vooral veel springbokken en struisvogels. De springbokken maken rare bokkensprongen als ze voor ons vluchten. Ook de groepen struisvogels zetten het een lopen als ze ons zien. In de winter wordt hier veel gejaagd zodat ze als de dood voor mensen zijn.
De kleine rode mongoose en de grondeekhoorn zijn grappig om te zien. Vooral als ze rechtop staan om de omgeving te verkennen. In sommige termietenheuvels zit een enorm gat. Het duidt op de aanwezigheid van aardvarkens. Deze onooglijke nachtdieren graven hele termietenheuvels af om zo goed bij de smakelijke termieten te kunnen komen.
Zo tegen de avond komen de vossen en aardwolven tevoorschijn. Er moeten hier vier soorten zitten. We zien er veel, maar kunnen alleen de bat-eared vos en aardwolf met zekerheid herkennen. Doordat ze als bezetenen heen en weer rennen zijn ze goed te ontdekken. Of zijn ze ook al voor ons op de vlucht? Ik vind het een verrassend mooi park met erg veel dieren. Het is ook wel eens leuk dat je ze alleen in de verte ziet en zich niet als makke lammeren laten fotograferen.
We rijden ook nog even van het pad af naar het meer. Er staan een aantal vreemde dieren. Hij zijn zwarte wildebeesten, die er heel anders uitzien dan de algemene blauwe wildebeesten. Ze komen alleen in dit gedeelte van Zuid Afrika voor.
We verlaten het park om half vijf en rijden naar het streng gereformeerde Venterstad. Het dorp lijkt uitgestorven. Bij het hotel doet niemand open. Een aardige, maar vreemd murmelende oudere man probeert ons te helpen. Na wat heen en weer rijden ontwaakt de knul van het hotel en kunnen we er in. We zijn de enige gasten. Het restaurant is dicht en er is verder niets. Toch durft hij het normale tarief van 130R te vragen. Dit vinden wij te veel en als er ook geen verwarming en douche in de kamer blijkt te zijn proberen we ons geluk in Oviston.
Hier zijn een aantal primitieve chalets. Het kost maar 35R. Weinig luxe, maar wel een douche en elektriciteit om soep te maken. Nadat we het bed opgemaakt hebben met vier dekens gaan we op advies van de verhuurster naar een schitterend uitzichtpunt. Hier maken we een hele mooie zonsondergang mee over het stuwmeer met zijn tafelbergen.
In het huisje maken we een bakje soep en crackers met kaas klaar. Samen met de fles wijn uit het Krugerpark en een zak chips wordt het nog een echt feestmaal. We stappen al vroeg in het koude bed met een diepe kuil in het midden.
 
Maandag 24 juli      Graaff Reinet
 
Voor we verder gaan rijden we nog even door het Oviston park. Dat even wordt al snel 2 1/2 uur. We zien weer veel hartebeesten, springbokken en struisvogels. Er is echter geen vos of jakhals meer te bekennen. We zien vanochtend wel een duiker, steenbokken, een rock kestrel (roofvogel), zebra's en in de verte wat zwarte gnoes. Een lekker parkje.
Nadat we in Venterstad de auto weer volgegooid hebben zeggen we de struisvogels gedag en rijden de Karoo verder in, op naar Graaff Reinet. Het is weer een schitterende weg. Veel tafelbergen en soms heuvels met een tepel. De wegen zijn prima en we kunnen met 140 km per uur in korte tijd een grote afstand afleggen.
Vlak voor we Graaff-Reinet binnen rijden moeten we door het Karoo Game Reserve. We kijken goed om ons heen en zien een groep Vervet apen.
In Graaff-Reinet zoeken we eerst een hotel. De Drosty staat goed aangeschreven. Het is een schitterend oud huis uit de "goede oude tijd". De kamers zijn gerestaureerde huisjes van bevrijde slaven. Het ziet er mooi uit, maar voor 255 Rand vinden we de kamer toch wat te klein. We gaan even verder kijken en lopen bij toeval tegen een waanzinnig leuke cottage aan. Het blijkt van de Zuid Afrikaanse ANWB de prijs van "Beste cottage met minder dan 12 huisjes" van het jaar gewonnen te hebben. Het is inderdaad perfect. Een gezellige woonkamer, grote slaapkamer, douche en ligbad, keuken met toebehoren waaronder een magnetron, gazon met tuinstoelen en een garage. En dat voor maar 135 Rand. De vrouw is bovendien erg aardig en geeft een aantal waardevolle tips. We zijn blij hier twee dagen te blijven.
's Middags gaan we het dorpje in. Graaff Reinet wordt ook wel de parel van de Karoo genoemd en dat is beslist niet overdreven. Het centrum wordt overheerst met goed onderhouden witte gebouwen uit het begin van deze eeuw. De Nederlands Hervormde kerk pronkt als middelpunt van het dorp. We lopen een route langs de historische gebouwen. Tijdens de grote trek was Graaff Reinet voor de boeren de opstap naar de Oranje Vrijstaat. Het was dan ook een bloeiende en rijke handelsstad. Ruim 200 gebouwen zijn tot Nationaal monument verklaard en gerestaureerd. Het lijkt een beetje op Thorn in Limburg en Popayan in Colombia. Wit en schoon.
We bezoeken het museum dat gevestigd is in het prachtige Reinethuis. Het museum heeft een grote verzameling spullen uit het einde van de vorige eeuw. Naaimachines, speelgoed, huishoudelijke spullen en nog veel meer kleine snuisterijen doen ons wegdromen in een nog niet zo lang vervlogen tijd. Een erg leuk museum. De bewaarster is erg aardig, al kletst ze de oren van je hoofd.
Het weer is nog steeds perfect. We zijn hier weer precies op het juiste moment. Vier dagen terug was het erg koud en heeft het zelfs gesneeuwd en geijzeld. Nu hebben we een strakke blauwe lucht en lopen we overdag met een T shirtje.
We kopen bij de bottleshop een fles wijn en nemen die mee naar het gezellige Almon restaurant. Het heeft geen licentie, zodat je je alcoholische drank zelf mee moet nemen. Ien kneutert helemaal weg in het gezellige restaurant met kaarsjes op tafel. Als de eigenaar volgens de regels ons eerst de wijn laat proeven voordat hij hem inschenkt breng ik hem van zijn stuk door de wijn af te keuren en nieuwe te vragen. Na het heerlijke diner spelen we thuis gezellig nog een paar potjes Yahtzee.
 
Dinsdag 25 juli      Graaff-Reinet
 
We zijn al vroeg uit de veren (7 uur), maar weten zo aan te lummelen dat het al over twaalven is eer we wat nuttigs doen. Brieven schrijven, wassen (het meeste laten we doen voor 10 Rand), ontbijten en geld wisselen zijn tijdrovende bezigheden.
Ook maken we het museum af aangezien we gisteren niet alles voor sluitingstijd konden zien. We komen met de beheerster in gesprek. Ze praat aan één stuk door en het kost grote moeite van haar af te komen. Ze had ook veel te vertellen. Zondag is een andere beheerster beroofd ("van haar beursie beroof" volgens de krant). Het Reinethuis is in 1980 ook door een brand grotendeels verwoest en hierna weer gerestaureerde. De vrouw heeft het niet zo op zwarte mensen. Ze stelen alleen maar, zijn lui en houden enkel hun hand op. De hand in eigen boezem steken komt geen seconde bij haar op. Dat de zwarten door de blanken aan de onderkant van de maatschappelijke ladder zijn geplaatst en dat dat de voornaamste oorzaak is van de grote criminaliteit onder de zwarten dringt niet tot de meeste blanken door. Toch begrijpen we haar wel. Als je door tucht en orde altijd veilig hebt geleefd en nu van alle kanten je paradijs ziet afbrokkelen valt dat niet mee. Pas als iedereen werk heeft en de rijkdom eerlijk verdeeld is zal er weer harmonie zijn. Maar zal die tijd ooit komen?
Op advies van de vrouw drinken we een bak Hollandse Douwe Egberts koffie op het terras van het Kliphuis.
We gaan rond enen pas op stap. De bewolking van vanochtend is verdwenen. We rijden naar de "Vallei van verlatenheid". De weg naar de top van de berg (1450 m) gaat door een mooi begroeid landschap. Kleurige bloemen, groene struiken en cactussen met grote stekels. Als we hoger komen hebben we een mooi uitzicht over Graaff Reinet en de omgeving. Karakteristiek is de Spandau top. Een berg met een tepel. Het stormt behoorlijk en we moeten oppassen niet in de afgrond te waaien. Als we helemaal boven zijn maken we een korte wandeling. De uitzichten zijn adembenemend. Ruige rotsformaties die bij elk uitzichtpunt weer anders lijken. We maken ook de foto die je in elk boek vindt van de tepelberg met de rotsformaties op de voorgrond. Als we zonder stormschade bij de auto terug zijn rijden we weer naar beneden. Plotseling schiet er iets weg. Klipdassies! Daar hebben we lang naar gezocht in andere parken. Als we de auto stil zetten komen ze nieuwsgierig tevoorschijn. We genieten een kwartier van deze grappige knaagdieren.
Na de vallei rijden we naar het nabijgelegen Karoo Game reserve. Ook hier is geen bewaking bij de poort. Je moet je wel in- en uitschrijven, zodat ze in noodgevallen weten wie er in het park is. Het eerste stuk is dicht bebost. We zien hier een paar zeldzame blesbokken en een groep kudu's. Een stuk verderop komen we op het grasland. Aanvankelijk is het niet veel, maar beetje bij beetje zien we toch de dieren die hier leven. Duikers liggen stil in het gras tot je te dichtbij komt, waarna ze hard wegrennen. Springbokken, blesbokken en zwarte gnoes zien we ook met de verrekijker. Plotseling worden we aangenaam verrast met het mooiste hert van Afrika. De gemsbok of oryx! Die zou hier zo zuidelijk niet eens voor moeten komen. Het is een kudde van 15 exemplaren. Schitterende dieren met hun gigantische lange horens.
Tevreden rijden we terug naar het dorp. Op ons terras nemen we een bakje thee. Ien leest haar boek en ik werk het dagboek bij. Om zeven uur gaan we weer lekker uit eten bij Almon.
 
Woensdag 26 juli      Wilderness
 
Via Aberdeen rijden we naar Oudtshoorn. We moeten omrijden omdat de Outeniqua pas is afgesloten. Ze zijn de weg aan het verbreden en moeten regelmatig stukken weg opblazen. Het is weer een schitterende weg. Er staat veel in bloei. Vooral de grote vetplanten met hun felrode bloemen vallen op. Ook de bergformaties zijn weer prachtig. Rode, groene en bruine bergen wisselen elkaar af. En dan te bedenken dat ik dacht dat de Karoo een dorre woestijn zou zijn! Af en toe komen we nog wat dieren tegen. Een groep bavianen die oversteekt, een grote witte roofvogel en struisvogels zijn de meest opvallende. Ook een aantal dagelijkse, maar toch ongewone tafereeltjes komen we weer tegen. Bijvoorbeeld het gedoe bij een wegopbreking. Een man staat de hele dag met een rode vlag automobilisten te waarschuwen. Hiernaast bedient een ander het "stop" of "go" bord. Vaak zien we niet eens dat er iemand bezig is. We liggen vandaag dubbel als we een bord met "nursery kwekerij" zien. Een verpleegster kwekerij!
Als we in de buurt van Oudtshoorn komen lijkt het wel één grote struisvogelfarm. Het is grappig in de velden geen koeien maar struisvogels te zien. Het zijn grappige dieren. In Oudtshoorn verzamelen we wat informatie. Er is in dit toeristenplaatsje veel te doen. Vooral (massa)toeristische dingen zoals het bezoeken van een struisvogel of krokodillenfarm, aaien van cheetah's en bezoeken van de Cango druipsteengrotten. We hebben er vandaag geen tijd meer voor, maar zullen vanuit Wilderness een rondje maken en deze attracties aflopen.
Het mooie weer laten we in de Karoo achter en duiken de regenbuien van de kust in. Bij Mosselbaai zien we weer de zee. Hij is bijzonder wild. Over het strand hangt een dichte nevel van opspattend water. De talloze vakantiehuisjes liggen er troosteloos verlaten bij. Zo moet Zuid Frankrijk er 's winters ook bij liggen. Bij de informatie is het meisje blij een klant te hebben. Ze praat honderd uit over Mosselbaai en haar pas opgedane verkering. Ze is zwart en haar vriendje blank en dat geeft thuis toch wel grote problemen.
In Mosselbaai kun je twee interessante dingen doen, waarvoor het nu waarschijnlijk te koud is. Met een open boot kun je naar Seal island varen. Hier zitten zo'n 2000 robben en Jan van Genten. Echt sensationeel is het duiken naar haaien. Ze laten je in een kooi zakken en lokken dan de gevaarlijke enorm grote witte haaien. Het lijkt me waanzinnig kicken, maar Ien is er fel op tegen. Bovendien zal het wel een bekkie kosten.
Onze overnachtingplaats Wilderness ligt op 40 km van Mosselbaai. Over de N2 een klein stukje. We zijn er pas na vijven zodat de receptie al weg is. Op een bord staat "Welcome Dool" en dat we huisje nummer 4 hebben. Wij er naar toe, is het op slot! Er is niemand te bekennen. Ik realiseer me plotseling dat je hier twee kampen hebt en wij wellicht in het andere moeten zijn. Ja hoor, daar staat een piepkleine rondawel. De deur is open en de sleutel ligt op tafel. We verbouwen meteen de boel. Bedden naast elkaar om vannacht warm te blijven. Het terrein is verlaten. Aan de andere kant is op het andere veld nog een huisje bezet, maar voor de rest is het godverlaten. We hebben tussen de middag in Oudtshoorn al als beesten gegeten (een emmer vol spare ribs) zodat we nu aan een boterhammetje kaas met thee genoeg hebben.
Vlak voor donker lopen we een stukje over het terrein. Het kamp ligt aan een riviertje, waar 's zomers waarschijnlijk veel gezwommen en gevaren zal worden. Er staan tientallen braais op het terrein. Wat een geluk dat het koud is!
We zien en vooral horen de ibissen naar hun nachtverblijven vliegen. In een boom ontdekt Ien de mooie Knysna loerie, een van de mooiste vogels van Zuid Afrika.
Na de boterhammen gaat Ien haar mandala voorbereiden. Ze tekent de dieren alvast in haar kladblok om later te verkleinen. Deze dienen dan als malle.
 
Donderdag 27 juli      Oudtshoorn
 
Het was vannacht extreem koud in onze rondawel. Ien kon maar niet warm worden en heeft slecht geslapen. Ik ga 's morgens vragen of er een straalkachel is en of de duurdere huisjes misschien wel verwarming hebben. Nop. We kunnen alleen twee extra dekens krijgen. Desondanks besluiten we de drie nachten vol te maken. Er is hier zoveel te doen en bovendien kost het maar 190 Rand voor drie nachten.
Het is licht bewolkt en we besluiten vandaag naar Oudtshoorn te gaan. Ondanks het zonnetje blijft het koud. We rijden via de Outeniqua pas. We moeten er voor 10 uur zijn omdat hij daarna weer voor werkzaamheden gesloten wordt. Tegen elven arriveren we pas in Oudtshoorn. De wegopbreking heeft ons erg opgehouden. Onderweg komen we een veewagen op weg naar het slachthuis tegen. In de auto zitten echter geen koeien of varkens, maar zien we de koppen van tientallen struisvogels uit de laadbak steken.
We rijden meteen naar Cheetahland. We lopen eerst zelf een beetje in de minidierentuin rond. Erg veel hebben ze niet buiten de krokodillen en cheetah's. Een gids leidt ons langs de krokodillen. Hij vertelt een aantal aardigheden over deze dieren. Het meeste, zoals het verschil tussen krokodillen en alligators (oa vorm kop) en dat ze eieren leggen weten we al. Ook wisten we al dat de temperatuur waarmee de eieren worden uitgebroed het geslacht bepaald. De eieren die boven in het "nest" liggen worden door de zon iets warmer. Dat worden de mannetjes. De dames liggen onderop waar het net een paar graden kouder is. Nieuw is dat ze 's winters haast niets eten. Ze zijn koudbloedig en als het koud is staat alles op een laag pitje. Ook de spijsvertering. Als ze toch eten wordt het voedsel niet verteerd, begint het in de maag te rotten en sterven ze aan vergiftiging. De koude is ook de reden dat de gids gewoon tussen de gevaarlijke nijlkrokodillen kan lopen. 's Zomers is dit niet mogelijk. Deze farm doodt de krokodillen niet. Ze fokken ze alleen maar voor de verkoop aan andere farms en om ze de toeristen te tonen.
Na het krokodillenverhaal gaan we naar de roofdieren. Ze fokken hier cheetah's. Ze zijn nog niet zo lang bezig en er is nog geen cheetah terug in het wild geplaatst. Wel worden ze verkocht aan andere fokinstellingen zoals Europese dierentuinen. Ze kosten ongeveer US5000 per stuk. Naast de cheetah's hebben ze ook twee jaguars, twee puma's en drie leeuwen. De mannetjesleeuw heeft maar één oog. Hij is tegen een gemene stekel van de acacia aangelopen. Als de gids op een bepaalde manier roept beginnen de leeuwen hard te brullen.
Na afloop van de rondleiding komt datgene waarvoor we gekomen zijn: de kooi van de cheetah's in! Ien is een beetje bang, maar gaat toch mee. Dit is de enige plaats ter wereld waar het publiek toegelaten wordt bij deze elegante katten. Cheetah's zijn de enige grote roofdieren die je tam kunt maken. Leeuwen en luipaarden kunnen ook aan mensen gewend raken, maar als ze geslachtsrijp worden komt hun natuurlijke killerinstinct boven en worden ze onbetrouwbaar. Ien lacht zich rot als Jos de kattenhater de cheetah's aait. De cheetah's vinden het heerlijk en spinnen als een tevreden poesje. De gids speelt heel intiem met ze. Hij wordt gelikt en stopt zijn vinger in hun mond. Ze hebben een ruwe tong. Dit is om hun prooi eerst schoon te schuren alvorens open te scheuren. Voor onze getoonde moed krijgen we een heus certificaat.
Na deze unieke ervaring lunchen we in een restaurant vlak naast de farm. In de bomen zijn de wevers druk bezig met de voorbereiding van het nieuwe nestseizoen. Wevers hebben in de versiertijd de mooiste kleuren. Meestal fel geel, maar ook wel rood of paars. In de saaie maanden zijn ze allemaal hetzelfde: helemaal grijs. In een boom zien we een voorbode van het nieuwe versierjaar: een schitterend felgeel mannetje.
De volgende stop is een struisvogelfarm. We worden onthaald met thee. We kunnen kiezen uit een rondleiding in het Engels of in het Afrikaans. We kiezen een keertje voor het Afrikaans. Wel wat moeilijker te verstaan, maar je ligt soms dubbel van de voor ons grappige woorden en zinnen. De gids is een enthousiaste grappenmaker. Hij vertelt met veel plezier over het wel en wee van de struisvogelfarm. Alles is bruikbaar van de struisvogel. Tot onze verrassing is niet het vlees, maar het leer van de struisvogel het meest kostbare. Het schijnt het sterkste leer te zijn dat er bestaat. De veren worden als decoratie gebruikt, de nek gaat in de soep en de botten worden vermalen tot struisvogelvoer. De eieren worden in de broedmachine net als in de natuur elke dag gekeerd. Met een lamp laat hij zien dat de dooier dan weer boven komt drijven. De eieren zijn erg sterk. Ze kunnen een gewicht van 150 kg dragen zonder te breken. De eieren moeten tijdens het uitbroeden op 36,5 graden worden gehouden. Als het koud is zitten de struisvogels er gewoon op, maar als de temperatuur hoger is dan 36,5 graden scheiden ze een vloeistof af over de eieren en waaien er wind doorheen zodat ze afkoelen. Na de uitleg gaan we naar de struisvogels toe. Ze hebben er niet zo veel. Ook geen kleintjes. Daarvoor zijn we een maand te vroeg. We mogen de struisvogels voeren, de kinderen mogen er even op rijden en Ien mag ze even zoenen. De gids doet ons ook een tip aan de hand voor het geval we aangevallen worden door struisvogels. Deze dieren kunnen je met hun sterke poten en scherpe nagels doodschoppen. Ga dus stil op de grond liggen met je handen op je hoofd. Hij zal wat op je stampen, maar dat heeft lang niet zoveel kracht. Als hij er genoeg van heeft zal hij weer weg gaan. Behalve als je een bleskop (kale kop) hebt, want dan gaat hij op je hoofd zitten om het ei uit te broeden.
De dag vliegt voorbij. Ook de Cango grotten stonden op het programma, maar nu hebben we niet eens tijd om de vlinderafdeling te bekijken. Snel even een kruik in Oudtshoorn gekocht en terug naar George. Ien heeft een erg gezellig restaurant uitgezocht. We zijn er iets te vroeg en moeten wachten tot de eigenaar aan komt rijden. Ondanks het knullige begin blijkt 'Old Townhouse' een toprestaurant te zijn. Erg gezellig en prima eten.
Als we naar huis willen is het al donker. De dashboardverlichting blijkt niet te werken. Als we de rest van de verlichting checken blijkt de achterverlichting het ook niet te doen. Gisteren ben ik op de grote weg over een te grote steen gereden. Een hevige klap onder de auto was het gevolg. Er vloog toen één of ander auto onderdeel door de auto, dat we nu pas herkennen als een grote zekering. Na enig zoeken vinden we onder het dashboard de plaats van het ding en doen de lichten het weer. Wat een mazzel.
Terug in Wilderness duiken we meteen onder de wol. We hebben twee extra dekens en Ien een kruik zodat we het een stuk behaaglijker hebben dan gisteren.
 
Vrijdag 28 juli      Wilderness: Stoomtrein
 
Het is vannacht een stuk aangenamer geweest. Als het eerste zonnetje doorbreekt is het meteen lekker. We zijn de enige gasten en het is dus erg rustig op het terrein. Dit is waarschijnlijk de reden dat in het boompje voor ons hutje de prachtige en zeer schuwe Knysna loerie te bewonderen is. Even later ontdek ik er nog één. Ook felrode sunbirds zingen hun hoogste (parings)lied.
Voor vandaag staat de reis per stoomtrein van George naar Knysna en weer terug op het programma. De trein vertrekt om 9:30 vanaf het oude stationnetje van George. Er zijn op het traject behalve het toeristentreintje nog een aantal oude stoomtreinen in gebruik. Ze vervoeren voornamelijk boomstammen. Het zijn prachtige treinen. De oudste is nog uit de vorige eeuw. Er zijn niet veel passagiers. In de drie wagons zitten hooguit 20 toeristen. In december moet je ver van tevoren boeken als je een plekje wilt hebben in een van de zeven wagons. Met een hels gefluit nemen we afscheid van George en zetten we door de bergen koers in de richting van de kust. De trein laat een vies spoor achter van zwarte rook en roetflarden die door de open ramen naar binnen waaien. Als we bij de kust komen moeten we door een paar tunnels en over een hoge brug. Na een korte stop in Wilderness rijden we langs ons "Eb and Flow" kamp. De rit gaat voor een groot gedeelte door natuurgebied. De grote meren van het Wildernesspark zitten vol met eenden, hoentjes en aalscholvers. Vlak voor Knysna steken we de lagune over en passeren we een mooi wit dorp waar volgens ons de rijken van dit gebied wonen.
Om twaalf uur rijden we na een hele mooie tocht het station van Knysna binnen. We kijken nog even bij de machinist naar binnen. We zien het vuur fel branden. Een hulpje gooit nog wat kolen op het vuur. Het interieur is ook leuk om te zien. Veel koperwerk en enorme ouderwetse meters.
We laten ons door een speciale taxi in het centrum afzetten. Het is een blank stadje. Het lijkt wel een willekeurig dorpje aan de Noord Hollandse kust. Aan de prijzen en exclusieve winkeltjes kun je zien dat de toeristenindustrie hier welig tiert. Bij een stalletje probeer ik voor het eerst een pure Afrikaanse lekkernij: biltong. Biltong is een stuk gedroogd vlees, dat met allerlei specerijen is bewerkt. Ik kan kiezen tussen gewoon rund, struisvogel of kudu. Kudu schijnt het lekkerste te zijn, maar ik wil geen gejaagd wild eten. Het wordt dus struisvogel. Ik neem het kleinste stuk om het te proberen. Je moet er kleine stukjes van af snijden en langzaam opkauwen. Ik vind het heerlijk en ben de rest van de dag met mijn zakmes bezig stukjes biltong af te snijden en op te eten. Ien ligt dubbel. Het is wel erg zout en we zitten dus al snel op een terrasje achter een grote bier. Het is heerlijk in de zon. Eergisteren nog de koudste dag sinds jaren (nachtvorst) en nu een onbewolkte hemel met een warm zonnetje. Ja, we zitten overal net op het juiste moment.
De terugtocht is een stuk minder interessant. Desondanks vliegt de tijd en zijn we voor we het weten weer terug in George. Het is pas vijf uur en ons restaurant gaat pas om zes uur open. We zoeken dus maar een barretje op om met een boekje de tijd te vullen. Het eten is weer perfect en met een goed gevuld maag maken we ons op voor de laatste nacht Wilderness.
 
Zaterdag 29 juli      Wilderness naar Hermanus
 
We blijven vanochtend in de buurt. Eerst stropen we het terrein af op zoek naar Knysna loeries. Ik zie er een paar, maar ze zijn te beweeglijk om ze goed op de video te krijgen. We moeten om 9 uur al uit de rondawel zijn. Een belachelijke tijd. We laden de spullen in de auto en lopen een stuk van de Giant Kingfishertrail, die vanaf het terrein van "Eb & Flow" begint. Het is een mooie wandeling langs de rivier. De eerste kilometer moet er veel geklommen en weer gedaald worden. Overal om je heen hoor je de vogels fluiten. Een klein paradijsje. Na twee kilometer zouden we over een brug moeten om te switchen naar een andere trail die terug naar het kamp gaat. De brug is echter niet meer dan wat stenen in de rivier. Het water staat te hoog en de "brug" kan alleen met natte voeten genomen worden. We besluiten terug te lopen. Ik hoor plotseling het geluid van de loerie en ja hoor, de hele boom zit er vol mee. Nog even kicken dus.
Voor we verder reizen rijden we even naar een nabij gelegen vogelschuilhut. Een heerlijk rustig plekje aan een meer. Helaas is er behalve wat waterhoentjes weinig te zien. We komen hier onze buren van vannacht tegen. Ze hebben net een mooie, korte trail gelopen en de vogel gezien waar ze vijf jaar naar gezocht hebben: de Narina trogon. Hoewel we al laat zijn lopen we toch een stukje van deze trail. Het is een mooi pad, dat gedeeltelijk langs een onbedorven riviertje loopt. Enorme bomen met witte stammen prijken tot aan de hemel. Ik ben 'een uur' bezig mooie vogeltjes met rode staartjes te filmen. Als ze weg zijn blijkt dat ik ze op het verkeerde bandje heb opgenomen. Met een bloedend hart spoel ik het meeste weer terug.
Het is inmiddels half drie geworden en we moeten nog een kleine 400 kilometer naar Hermanus. Desondanks stoppen we even bij een uitkijkpunt even buiten Wilderness. We zijn er al een paar keer voorbij gereden en ik wil toch even weten wat er allemaal vanaf "Dolphin view" te zien is. Wat hebben we weer een mazzel. Vlak onder het uitzichtpunt zwemmen drie enorme walvissen!!! We kunnen de witte kop, de grote staart en de logge lichamen goed zien. Het zijn Southern Right Whales. Ze blijven aan de oppervlakte. Als ze uitademen zien we het bekende spuiten. We kunnen niet goed schatten hoe groot ze zijn. Ze zijn groot, maar kunnen volgens mij nog groter zijn.
Met tegenzin stappen we weer in de auto en rijden in drie en een half uur naar Hermanus. Het is voor het eerst een weinig interessante weg. Het zal wel aan de snelweg liggen, die een stuk vanaf de kust loopt. Net voor donker arriveren we in Hermanus. Marten en Marieke hebben een overnachtingstip gegeven. Het blijkt een gouden tip te zijn. We worden warm ontvangen door een typisch Engelse man, Chris genaamd. Een en al vriendelijkheid. De "Whale Rock Lodge" blijkt onze stoutste dromen te overtreffen. We hebben een waanzinnige kamer. De luxe straalt er vanaf. We vrezen voor onze portemonnee, maar dat blijkt gelukkig mee te vallen. Als we de spullen uit de auto halen hebben ze snel een welkomsbriefje geschreven en een welkomsdrankje klaar gezet. Erg attent. Ien duikt meteen in de met vloerbedekking beklede badkamer en ligt even later languit in bad.
We eten gezellig in St. Tropez. Het is gezellig druk en het eten op de voorgerechten na heerlijk. We kletsen aan één stuk door en voor we het weten is het erg laat geworden. Als we thuis komen branden de lichten in onze kamer. Ien denkt aan inbrekers, maar het blijkt dat Chris en Sheila ons op een warm welkom onthalen. De bedden zijn opengeslagen, er ligt een snoepje op het kussen en in ons bed ligt een hete kruik! Wat een service! Even later hangen de kleren in de hanglamp en maken we er een nog groter feest van.
 
Zondag 30 juli      Hermanus
 
We worden om 8 uur gewekt met thee op bed. Het weer is pet vandaag. Bewolkt en een harde wind. Na weer een perfect ontbijt, waarbij we met de andere gasten uit Zwitserland hun ervaringen in Zimbabwe bespreken, gaan we op pad.
We horen dat bij sterke wind de walvissen niet graag aan de oppervlakte komen. Dat blijkt helaas waar te zijn. Overal zijn mensen op zoek naar de hier aanwezige walvissen, maar we krijgen ze niet te zien. Wat een mazzel dat we ze gisteren zagen.
In Hermanus hebben ze in het walvissenseizoen een walvisomroeper. Met een hoorn van zeewier geeft hij aan dat er walvissen in de baai zijn. Elk uitzichtpunt heeft een andere blaascode.
Als we de moed opgegeven hebben rijden we naar Betty's bay. Dit kleine plaatsje op zo'n 40 kilometer van Hermanus huist een kolonie Jackass pinguïns. Aanvankelijk de enige aan het vaste land. Er blijken er sinds kort drie te zijn, waaronder eentje vlak bij Kaapstad. In de koude storm proberen we de kolonie te vinden. We zoeken alle rotsen af, maar kunnen ze niet vinden. Wat een rotdag! Ien heeft het helemaal niet naar de zin. Op het pad moet ze steeds door een massa pissebedden lopen en in het zand krioelt het van de zandvlooien. Ze maakt soms de vreemdste bokkensprongen. Op het strand liggen mooie schelpen. Nadat ze op ongedierte zijn gecontroleerd gaan de mooiste mee. Als we tevergeefs de hele rotskust van Betty's bay hebben afgezocht lopen we enigszins gedesillusioneerd terug naar de auto. We vragen aan een paar mensen of zij weten waar er pinguïns zijn. We blijken de verkeerde kant opgelopen te hebben. We moeten aan de andere kant van de parkeerplaats zijn. Wij er naar toe en ja hoor, een hele kolonie pinguïns! Het gebied is afgezet, maar je kunt er toch heel dichtbij komen. Op de rotsen zitten ook aalscholvers en meeuwen. De pinguïns nestelen in holen. Sommigen hebben jongen die al redelijk groot zijn. De Jackass pinguïn verdient zijn naam omdat hij het geluid maakt van een ezel (Jackass). Het weer wordt steeds slechter, maar ondanks de regen en kou blijven we anderhalf uur bij deze waanzinnig leuke beesten. Het hek staat om de kolonie om de dieren te beschermen tegen roofdieren. Een aantal jaren terug heeft een luipaard de kolonie gedecimeerd. Ook de mongoose en sommige roofvogels hebben het op de eieren voorzien. De kolonie is hier pas sinds 1982. Na een aanvankelijke groei van het aantal broedparen neemt het nu weer sterk af.
Als we terug zijn in Hermanus gaan we weer op zoek naar walvissen. Niets, helemaal niets. In Hermanus zijn overal uitzichtpunten met stoelen om de walvissen goed te kunnen zien. Tegenwoordig is de populatie zo toegenomen dat het seizoen al van juni tot en met oktober loopt. Bij het grootste uitzichtpunt rijden de auto's af en aan. Iedereen is op zoek, maar het stormachtige weer werkt tegen. Tegen de avond komen er grappige clipdassen tevoorschijn. De speelse dieren, die op grote marmotten lijken, zijn gewend aan mensen. Ze komen gewoon naar je toe om voedsel te bedelen. Ook wij halen wat nootjes. Om bij het eten te komen schromen ze niet over je benen te lopen.
Na een warm bad eten we bij de plaatselijke pizzeria. We kunnen hem maar moeilijk vinden en rijden de stad drie keer in de rondte. Na het eten hebben we spijt dat we de tent alsnog hebben gevonden. Zelden zo'n slechte bediening gezien. Na een veel te hoge rekening werden we zowat gesommeerd tip te geven!
 
Maandag 31 juli      Hermanus naar Stellenbosch
 
We nemen afscheid van de aardige Chris en Sheila. Ze hebben deze lodge nog geen jaar. Hij heeft het zonder te zien gekocht voor 3 miljoen Rand (1,4 miljoen gulden) nadat hij besloot als advocaat met pensioen te gaan en Sheila vond dat ze toch wat te doen moesten hebben. Sheila is lerares. Ze geeft naast drama ook privéles presentatietechniek aan mensen in goede posities die zich niet zo best uit kunnen drukken. Ze vinden het hotelleven schitterend. Alleen het restaurant kost te veel inspanning en wordt binnenkort vervangen door een bruidssuite. Hun kinderen wonen in Zimbabwe en Hong Kong. Zelf wonen ze nu 14 jaar in Zuid Afrika. Zij is Zimbabwaanse en hij een in India geboren Brit. Interessante mensen!
Na een laatste vergeefse poging walvissen te zien bezoeken we het walvismuseum. Erg interessant allemaal. Een vriendelijke knul geeft ons alle uitleg. Er is ook een foto van een enorme witte haai. Ik schat dat alleen de kop al hoger was dan 2 meter. De wateren hier schijnen vol te zitten met witte haaien. We krijgen een geestelijke tik te verwerken als de knul zegt dat er gisteren om half drie twee walvissen op nog geen 20 meter van de kant aan het spelen waren. Hij wees de plek aan vlak voor het museum. Het is de plek die wij gisteren even daarvoor gedesillusioneerd hadden verlaten!
Met de pest in mijn lijf rijden we naar Stellenbosch in het hart van het wijngebied. Bij de informatie halen we weer een lading folders. Je kunt hier wijnboerderijen bezoeken. Elke farm maakt zijn eigen merk wijn die je daar kunt proeven. Alleen al in de omgeving van Stellenbosch zijn 50 wijnfarms waar je terecht kunt. We kiezen de Hartenbergfarm even buiten Stellenbosch. Je kunt er ook lunchen. Zoals verwacht krijgen we ook wijn bij de lunch, maar een hele fles is toch wat overdreven. Het is bloedheet in het zonnetje. De gele wevertjes proberen kruimeltjes te pikken. We zijn de enigen die hier een tour willen doen. Het is geen seizoen en de aardige vrouw kan ons alleen de wijnkelder laten zien. Er staan een aantal enorme eiken vaten die als opslag worden gebruikt. Er kan wel meer dan 5000 liter in zo'n vat. Als het vat leeg is moet iemand door een klein luik naar binnen om de wanden schoon te krabben. Het blanke hout moet weer tevoorschijn komen. Het contact met eikenhout zorgt voor de smaak. Dat is de reden dat wijn eerst een paar maanden/jaar in een houten vat moet rijpen voor het gebotteld wordt. De vaten worden uit Frankrijk geïmporteerd. De reden is erg grappig: hier geplante eikenbomen groeien te hard waardoor het hout poreus is en de wijn er uit lekt.
Na de gratis rondleiding proeven we een aantal wijnen. Je proeft duidelijk het verschil tussen een goede (dure) en een minder goede (goedkope) wijn. Het verschil zit 'm in de druivensoort (je hebt verrassend veel verschillende soorten druiven) en de puurheid van het druivensap. Als het sap uit de druif geperst moet worden pers je altijd wat vellen en pitten mee, die de wijn bitterder maken. De beste wijn wordt verkregen uit niet geperst sap.
Na het wijnproeven kopen we een fles en gaan op zoek naar een hotel. Dat valt niet mee. Het eerste hotel is vol en de rest veel te duur. Uiteindelijk komen we in het overprijsde Stellenbosch hotel terecht. Ik ben niet helemaal lekker en als in het restaurant het soepje te lang op zich laat wachten laat ik Ien achter en zoek ik met een kruik op mijn buik het bed op.
 
Dinsdag 1 augustus       Kaapstad
 
Het is mistig als we opstaan. Als we Kaapstad naderen wordt het zicht plotseling beter en kunnen we zowaar de tafelberg zien. We wijzigen meteen ons gewijzigde plan en rijden naar het Blaubergstrand voor het bekendste uitzicht over Kaapstad. Als we in Blaubergstrand zijn is alles weer in nevelen gehuld. De blauwe gaten in de lucht worden echter steeds groter zodat we in een cafeetje geduldig wachten. Plotseling doemt uit een voor ons onverwachte hoek de tafelberg op uit de nevelen. Een schitterend gezicht. De stad in de mist en de heldere berg er boven. We rijden door Kaapstad om de tafelberg heen en langs de kust het schiereiland Peninsula op. De uitzichten zijn magnifiek. Vanaf Houtbaai loopt de bekende Chapman's drive. Het is een historische weg die met veel bloed, zweet en tranen in het begin van de eeuw is aangelegd. De hele vakantie horen we al hoe mooi deze weg is en dat is misschien de reden dat het een klein beetje tegen valt.
Ons doel is vandaag het Zuid Westelijke puntje van Afrika: Kaap de Goede Hoop! Via allerlei mooie uitzichtpunten komen we bij de rots. Als ware ontdekkingsreizigers beklimmen we de kaap en voelen ons alsof we net Afrika hebben veroverd. Op de weg terug door het lage fijnbos komen we tot drie keer toe een groep zeldzame bontebokken tegen. Ze leven alleen in dit park en in het Bontebokpark. We rijden terug via de False Bay, steeds uitkijkend naar de ook hier voorkomende walvissen. Nop natuurlijk.
Van Chris en Sheila hebben we de tip gekregen van de pinguïnkolonie in Simon's Town. We hebben eigenlijk geen tijd, maar als we er langs rijden en het bordje zien sla ik toch even af naar 'The Boulders'. Ons wacht een grote sensatie. De pinguïnkolonie die in het handboeken helemaal niet genoemd wordt ('Betty's Bay is de enige kolonie ...') blijkt uiterst succesvol te zijn en groeit als kool. We zien er al meteen een paar bij de parkeerplaats en de grote stenen die in de zee liggen. Een jongen attendeert ons er op dat het strandje even verderop helemaal vol staat en dat het er steeds meer worden. Ze komen in groepen terug uit zee na een hele dag vissen. De ene na de andere groep komt binnen. Bijzonder spectaculair. Een paar komen vlak onder ons de rotsen op, maar de meesten zwemmen naar het verderop gelegen strandje. We blijven met de verrekijker tot het laatst kijken en maken zodoende ook nog een schitterende Afrikaanse zonsondergang mee. We besluiten in de buurt te overnachten en vinden al snel een redelijk huisje. We eten in het dorp in een klein druk restaurantje. Ien is weg van de knul met paardenstaart. Ik vind het neusje van zijn vriendin te gek. Ien probeert ook zo'n wipneusje op te zetten, maar dat lukt niet zo best.
 
Woensdag 2 augustus      Kaapstad
 
We gaan al vroeg naar het strandje van de pinguïns. Er is alleen in de verte een pinguïn te zien. Shit, denken we, ze zijn al weg om te vissen en komen vanavond pas terug. Teleurgesteld gaan we eerst maar ontbijten en de spullen bij elkaar pakken. Als alles in de auto zit rijden we naar het strandje. Weer niets. Via een binnenweg proberen we naar 'The Boulders', de pinguïnplaats van gisteravond, te rijden. Misschien is daar nog wat te zien. De weg loopt dood, maar er gaat een voetpad verder. Plotseling zien we pinguïns tussen de struiken zitten. Als we goed kijken zijn het er steeds meer. Ze komen nu ook nieuwsgierig naar ons toe. Veel liggen op het nest. We zien als ze even opstaan het ei liggen. Anderen hebben wat oudere jongen. Ze zijn haast net zo groot als hun ouders, maar hebben een andere kleur en soms nog het nestdons. We zien nu pas dat het hele pad vol ligt met uitwerpselen. Geen wonder dat ze bij de bewoners niet zo populair zijn. Ze nestelen in de tuinen en aangezien het beschermde dieren zijn kunnen de bewoners alleen maar knarsetandend toekijken. Een bewoner werd betrapt bij het doden van pinguïns. Hij had er al tien gedood. Er lopen hier vier mensen rond om de boel een beetje in de gaten te houden, al komen wij niemand tegen. Als we verder lopen blijken we ons vanochtend vergist te hebben in het strandje. Het pinguïnstrand is hier pas en het staat helemaal vol!! Wat een waanzinnig gezicht! Aanvankelijk blijven we achter wat bosjes het schouwspel bekijken, maar als er nog twee mensen komen die gewoon tussen de pinguïns door lopen zonder ze te verstoren gaan wij er ook op af. We wanen ons weer even op de Galapagos. Dit strandje is één van de hoogtepunten van deze reis! De pinguïns spelen in het water en lijken zich ook te wassen. Als het wat later wordt vormen ze groepjes en gaan de zee op om te vissen. We blijven zolang op dit onvergetelijke plekje dat we de boottocht naar het zeeleeuweneiland bijna mislopen. We moeten echt racen om half elf in het 40 km verderop gelegen Houtbaai te zijn. Precies op tijd rijden we de haven binnen en kunnen meteen aan boord. Het is fris. Ien kan gelukkig binnen zitten, terwijl ik helemaal voorop de punt ga staan. Dat is de enige plek waar je niet nat wordt van opspattend water. En dat is er genoeg. Sommigen worden helemaal nat. Het is maar 10 minuten varen naar Seal island. Het zijn een paar rotsen in zee waar de kolonie lekker ligt te rusten. Er zitten ook een aantal zeevogels. Meeuwen en aalscholvers. Na een korte stop van nog geen tien minuten varen we weer terug.
We willen nu naar een aanbevolen wijngaard in Constantia. Als we in Constantia zijn moeten we eerst op zoek naar een bank en verlaten zonder het te weten Constantia weer. Plotseling zitten we op de snelweg naar het centrum van Kaapstad en laten het dan maar zo. We willen nu eerst de post ophalen. Het is een enorme teleurstelling als er niets blijkt te zijn. We zijn ook wel erg vroeg. Hierna naar de informatie voor een leuk hotelletje en het verzamelen van folders. Het is er enorm groot. Het lijkt wel een beurs. Er zijn informatiestands over hotels, de natuurparken, de wildflowers, auto verhuur, sportieve vakanties, info over steden en provincies etc. etc. Het is echt een must hier rond te neuzen voor je op reis gaat. We vinden een leuk hotel en rijden er naar toe. Helaas vol. De aller-aardige mensen sturen ons door naar Olaf's guesthouse. Wel wat duurder, maar ze raden ons aan af te dingen van 220 tot 180 Rand. We worden warm verwelkomd door Olaf. Hij begint nog net niet te zoenen. Het afdingen lukt, zodat we even laten in dit prima hotelletje zitten. Het is ook erg veilig aangezien we vier sloten moeten openen eer we bij onze kamer zijn. Het guesthouse zit in de Setpoint wijk vlak bij het strand.
Nadat we de spullen in de kamer hebben gedropt gaan we naar het uitgaanscentrum van Kaapstad, 'The Waterfront' aan de oude haven. Het blijkt een redelijk gezellige buurt te zijn vol restaurants en veel te dure winkeltjes. We lopen de passage in en uit tot ik er genoeg van heb. Ik ga ergens zitten terwijl Ien zich uitleeft in allerlei prullenwinkeltjes. Van souvenirs kopen komt weinig terecht. Alleen twee spijkershirts worden gekocht.
In de haven zwemmen een aantal zeeleeuwen. We tellen er een stuk of drie. Bij een cafeetje, "Bertie's landing", kunnen ze via een trap omhoog en liggen ze lekker op het terras te zonnen.
We hebben een tafel gereserveerd in de Musselcracker, een restaurant dat allerlei prijzen heeft gewonnen en elke avond propvol zit. Het heeft een lopend buffet met enkel visgerechten. De ober geeft een excursie langs de eettafel. Bij elk schaaltje geeft hij een uitleg. Erg leuk en gezellig. Het eten zelf was helaas wat minder. De garnalen te gaar en de mosselen ijskoud. Erg jammer, maar toch een aanbeveling waard. Hierna snel de auto uit de parkeergarage gehaald en terug naar huis gereden.
 
Donderdag 3 augustus      Kaapstad
 
Het weer is bijzonder slecht. Regen, wind en zware bewolking. Ongeschikt om één van de laatste drie onderdelen van de vakantie te kunnen doen. We hoorden gisteren dat er 14 walvissen in Hermanus waren gezien. Olaf belt even voor ons naar Hermanus voor het weer. Het is daar ook slecht, maar ze hebben goede hoop dat de walvissen zich ook vandaag zullen laten zien. We besluiten er vandaag heen te gaan in een laatste poging ze alsnog van dichtbij te zien.
Bij het ontbijt komen we Tineke en Leon tegen. Twee Nederlanders die ook met deze rotdag in de maag zitten. We vertellen ze over de walvissen en onze pinguïnervaring. Ze zijn meteen enthousiast en we besluiten vandaag samen op pad te gaan. Hermanus en de pinguïns in Simon's Town. Leon rijdt. Het blijft lang slecht weer. Vlak voor Hermanus lijkt het op te klaren. Een hele mooie regenboog kondigt de zon aan. Helaas pindakaas, de donkere wolken komen achter ons aan. In Hermanus blijkt het te stormen, iets waar walvissen helemaal niet van houden. Ze zijn vandaag dan ook nog niet gezien. We blijven een hele tijd blauwbekken zonder een glimp op te vangen. Op advies van een man rijden we naar een ander uitzichtpunt. Aanvankelijk zien we alleen maar de wilde zee, tot Ien plotseling enthousiast roept dat ze een walvis zag. Heel ver weg, maar ze was heel zeker van haar zaak. Wij turen, maar helemaal niets. Na ongeveer 10 minuten zien we op Ien's plek een wolkje. Een walvis spoot! Wij kijken en zien door onze kijkers even later een enorme staartvin rechtop in de zee verdwijnen. Leon staat te schreeuwen van sensatie. Helaas is het wel een paar kilometer verderop. We houden de plek goed in de gaten en zien de walvis elke 10 minuten even boven komen, spuiten en weer onder duiken. Een stuk verderop zien we ook regelmatig puntjes uit het water komen. Het moeten ook walvissen zijn, maar het is te ver om er wat van te maken.
Na een half uurtje turen houden we het voor gezien en zoeken we Chris en Sheila van de Whale Rock lodge op. We worden warm onthaald met thee en ovenverse koekjes. Leon en Tineke slaan steil achterover van de mooie lodge. Een aanbeveling voor hun vrienden die later dit jaar hier heen gaan. Na een gezellig uurtje babbelen doen we nog een rondje langs de walvisplekjes, maar helaas. We hadden ons de moeite kunnen besparen, want in het walvismuseum kun je via een op een boei bevestigde microfoon live luisteren naar het gezang van de walvissen als deze er zijn. Het geluid draagt kilometers en aangezien er niets is te horen zijn er dus ook geen walvissen in de buurt. We nemen een snelle meeneemhap bij een Wimpy en rijden snel terug naar Simon's Town. Leon rijdt goed, maar erg voorzichtig zodat we er bijna twee uur over doen. We zijn blij nog een keer bij deze schattige dieren te zijn. Ook Leon en Tineke gaan uit hun bol. Het gekke is dat ze gisteren een rondje hebben gereden en zowel in Hermanus en Simon's Town zijn geweest zonder van walvissen en pinguïns af te weten. Vooral van de walvissen is jammer aangezien ze gisteren goed te zien waren. Net als gisteren komen er weer vele groepen pinguïns aan land. Het blijft fantastisch om te zien. Vooral nu we op het strandje staan waar ze binnenkomen. We zien nu ook de ouders de kleintjes voeren. Met z'n tweeën zitten ze hun vader of moeder flink op de huid. De snavels verdwijnen diep in de krop. Het staat mooi op de video. We kunnen weer geen afscheid nemen en verlaten het strand pas als het donker wordt. In het hotel wisselen we even van auto voordat we naar de waterfront gaan om met z'n vieren te eten. Het wordt dit keer een Belgisch restaurant. Het is erg gezellig en het eten mocht er ook wezen. Hierna proberen we nog even de tafelberg een stukje op te rijden voor een mooie avondfoto. De poging moet helaas in dichte mist worden gestaakt. Het spookte er echt.
 
Vrijdag 4 augustus      Kaapstad
 
Als we opstaan is het weer opnieuw erg slecht. Regen, storm en zwaar bewolkt. In Kaapstad kun je behalve winkelen weinig doen zodat we toch maar naar de westkust rijden. Als het hier niet twee weken erg slecht weer was geweest hadden we het begin van de wildflower periode mee kunnen maken. Hele bergen staan dan in bloei. De dieren staan in velden vol oranje, gele, paarse en witte bloemen. De bloemen wachten op de zon voordat ze hun knoppen willen openen. We rijden in noordelijke richting naar het Westkust nationale park. Het weer wordt alleen maar slechter en we vragen ons af of we toch niet beter in Kaapstad hadden kunnen blijven. Als we het op een schiereiland gelegen park oprijden zien we struisvogels op de weg. We zijn meteen weer enthousiast. Als we een stuk verder langs het water moeten zien we plotseling een kolonie flamingo's. We kunnen er vrij dichtbij komen. Toch nog even kicken! We zien hier ook veel ibissen en twee lepelaars. Op het puntje van het schiereiland ligt het Postbank reservaat. Dit park is alleen maar open gedurende het wildflowerseizoen. Je mag er wel in, maar alle zijwegen zijn gesloten. We moeten zelf de gate openen om er in te komen. We zien dat de bloemen op uitkomen staan. Er hangt een vlaagje oranje over de velden. Als je goed kijkt kun je je voorstellen hoe weelderig het er over een paar dagen uit moet zien. Aangezien we de enige bezoekers zijn zien we veel wild. Een klein bokkie, zebra's, springbokken, een eland en zelfs een kudde bontebokken. Wat moet dat mooi zijn ze te fotograferen in een zee van fel oranje, geel en paars. We filmen de bloemetjes apart en van heel dichtbij, zodat ze thuis denken dat we het heel mooi gezien hebben. We besluiten het Postbank reservaat maar te laten voor wat het is en naar Lambert's bay te gaan. Het is er wat noordelijker en misschien wat beter. Er is ook een eiland vol vogels, Birdisland. We stoppen nog even bij een groep flamingo~s die in het zeewater staan. Ook zien we een hele mooie groene sunbird met een lange staart.
We rijden eerst naar Velddrif, tanken daar en beginnen aan de laatste 80 kilometer naar Lamberts's bay. De pompbediende keek me al vreemd aan toen ik de weg vroeg, maar na tien kilometer weet ik pas waarom. De M27 die in Kaapstad begon als een vierbaansweg en tot nogtoe een goede asfaltweg was veranderd plotseling in een vieze blubberweg vol gaten. Ik probeer het toch. De blubber vliegt in het rond en binnen de kortste keren kunnen we alleen nog maar op de plaats die door de ruitenwissers wordt schoongeveegd naar buiten kijken. We kunnen niet harder dan 40 km/uur en moeten twee uur over deze weg. Na 10 kilometer houden we het voor gezien. Ien is in paniek en vindt er niets meer aan. De omweg via de hoofdweg is een extra 100 km zodat we maar terug gaan naar Kaapstad. In Velddrif laten we de auto wassen. Zo vies heb ik een auto nog nooit gezien. Het kost 8 Rand voor het water als we het zelf doen en maar 12 Rand als we het laten doen. Water is hier blijkbaar duurder dan het loon van een zwarte werknemer. De man is ruim een uur bezig om de auto weer toonbaar te krijgen. Ondertussen nemen we in een hotelletje een bak koffie. Nadat alles netjes opgewreven is gaan we verder. Onderweg zien we plotseling in een inham een aantal pelikanen. Die hadden we deze vakantie niet meer verwacht. Er vlak achter staat nog een grote groep flamingo's. Vanmiddag zagen we ook twee secretarisvogels. Ze hadden waarschijnlijk net een nest van twee pluvieren geplunderd want ze moeten een hele tijd de duikvluchten van deze opgewonden diertjes vlak boven zich dulden. Ze vinden het zichtbaar niet prettig en rennen zich rot met hun vleugels beschermend boven hun kop.
Tegen donker zijn we terug in Kaapstad. Het is toch nog een leuke dag geworden. Van Olaf krijgen we een gezellig eetadresje voor ons galgemaal. De traditionele laatste fondueavond gaat helaas niet door. Het enige restaurant is twee weken met vakantie. Zo zitten we na een korte rit in het Bayside restaurant. Een leuk informeel restaurant met prima eten. Het schijnt in het hoogseizoen al een maand van tevoren volgeboekt te zijn. Ik heb een combinatie van overheerlijke spareribs en een biefstuk. Ien houdt het weer bij vis.
 
Zaterdag 5 augustus      Kaapstad
 
Bij het voorbereiden van de terugreis kom ik er achter dat ik de ondertekende huurovereenkomst van de auto niet goed heb nagekeken. Als inleverdatum staat 3 augustus en als tijd 7:50. Ik bel meteen de Avis op om het te regelen want we hebben tot en met vandaag betaald. De computer blijkt een langere huurperiode dan 30 dagen niet aan te kunnen, zodat er een fictieve datum op het papier staat. Dat zeggen ze althans, want ik proef dat ze een foutje hebben gemaakt. Later krijg ik ook een bon van de laatste dagen met een te betalen bedrag er op. Het is dan gelukkig al uitgezocht zodat we niets hoeven te betalen.
We profiteren nog even van onze laatste ochtend. In de stromende regen bekijken we het nu ongezellige centrum. Bij het postkantoor halen we de post uit Nederland op. Dit keer ligt er wel wat. Van allebei de moeders een brief. Ze zijn idioot lang onderweg geweest. Alles gaat thuis goed, al valt de campertocht voor Ans wat tegen. Het is bloedheet (tot 43E C) en Bob zet er veel te veel de vaart in.
We geven wat aan een inzamelingsactie voor kinderen in de sloppenwijk Cross Roads, dat we gisteren langs de kant van de weg hebben zien liggen. We hebben meteen andere bedelaars achter ons aan die ook een graantje mee willen pikken.
We hadden geen kleingeld voor de parkeerautomaat. Ik had van Leon gehoord dat bekeuringen hier nauwelijks betaald worden en vooral taxi's ongestraft de ene na de andere verkeersovertreding kunnen maken. Ik kijk even hoeveel mensen wat in de automaat hebben gegooid en als blijkt dat er maar weinig gekken zijn die parkeergeld betalen zetten we met een gerust hart de auto neer.
Het centrum is in dit weer erg ongezellig zodat we maar naar het gezelligere Waterfront rijden. Ien heeft een leuk T shirt gezien en ik moet nog wat boeken hebben. Plotseling trekt de bewolking iets op en is de tafelberg te zien. Hebben we hem toch nog even op de foto vanuit de stad. Na een laatste bak koffie halen we bij Olaf de spullen op en rijden naar het vliegveld. De auto is snel ingeleverd en we worden bij de SAL afgezet. De hele vertrekhal is leeg, zodat we supersnel door de douane zijn. We worden meteen gestrikt om een evaluatieformulier over Zuid Afrika in te vullen. Het zijn nogal wat vellen en we zijn er een half uur mee zoet. Het vliegtuig vertrekt precies op tijd. Via een mooi dor landschap vliegen we naar het bewolkte Johannesburg. Ien praat honderd uit met een champagnedrinkend ei. Vlak voor we landen worden we getroffen door de bliksem. We zien hem spectaculair vlak naast ons inslaan. We zitten in een gloednieuwe 747 op de tweede verdieping. Er is erg veel beenruimte en de service is weer prima.

In Amsterdam worden we door Annemarie en Ans opgehaald. Even wat gedronken en daarna door naar huis. Wel even de sleutel bij Ab halen want de onze hebben we zo goed verstopt, dat die pas bij het uitpakken tevoorschijn kwam.