Eindbestemming

TURKIJE

Schaakvriend Jim Klinge en ik gaan in de zomer van 1985 met mijn gammele volkswagenbusje 'even' heen en weer naar Turkije. Onderweg doen we een paar leuke Europese bestemmingen aan zoals de zomerski gebieden van Oostenrijk, VenetiŽ, de Plitvice meren in JoegoslaviŽ en enkele plaatsen in Griekenland. Via Griekenland rijden we Turkije binnen en bezoeken we het chaotische Istanbul. Via de Zwarte zee komen we terecht in het fantastisch mooie CappadociŽ. In het toeristische Kusadesi zetten we de bus op de boot naar Samos, waar vandaan we verder varen naar Athene. Van hieruit rijden we "langzaam" weer terug naar Nederland.

Vrijdag 5 en zaterdag 6 Juli - Nederland naar Oostenrijk

Vrijdag 5 Juli 1985 vertrekken Jim en ik om 19 uur met de 'Muy bien travel' bus richting Turkije. Volgens de tabel ligt Istanbul op 2800 km van Amsterdam, maar dan wel via Sofia. Wij gaan via Griekenland en dat is een behoorlijk stuk om. Vannacht rijden we naar Oostenrijk, waar ik Jim enthousiast wil maken voor het skiën. Na het routinestuk door Duitsland zijn we rond het middaguur in het zomerskigebied Sölden. We rijden meteen door naar de hooggelegen gletsjer. Een boer die we de weg vragen vertelt ons dat het nog 'dio kilometre' is, denkend met een stel Spanjaarden van doen te hebben. Op de gletsjer is het een waar paradijs. De felle zon is heerlijk en op de piste is iedereen aan het skiën in luchtige zomerkleding of zelfs in badpak. In het zonnetje rusten we wat uit en dromen al vast van de dag die ons morgen te wachten staat.
Weer beneden zetten we op de camping de tent op en maken macaroni met ham en kaas klaar. Lekker eenvoudig om er in te komen. Naast ons staan twee Nederlandse meiden die we weten over te halen om morgen met ons mee te gaan skiën. 's Avonds gaan we met z'n vieren stappen en komen via de disco bij een groot Oostenrijks dorpsfeest terecht waar we naar hartenlust swingen op de Tiroolse jodelmuziek.

Zondag 7 Juli Sölden - zomerskien in SŲlden

Als we opstaan heeft de blauwe lucht van gisteren plaats gemaakt voor een dikke wolkenmassa waar nu en dan een druppeltje uit valt. Desondanks gaan we skispullen huren en met de auto naar boven. Toos en Anja zijn redelijk ervaren skiërs. Alleen Jim heeft nog nooit op de lange latten gestaan. Door de miezerregen is de sneeuw papperig geworden. Ideaal voor Jim, die nu niet zoveel vaart kan krijgen. Zijn eerste 10 meter op de ski is de afstand naar de sleeplift. Ik gooi Jim meteen voor de leeuwen en neem hem mee naar boven. Zowaar zonder te vallen bereikt hij de top van de gletsjer. Na Jim de bochtentechniek een beetje te hebben uitgelegd komt hij over de stroeve sneeuw goed naar beneden. Het weer is één grote deceptie. Na de eerste afdaling gaat het regenen en na drie afdalingen houden we het kletsnat voor gezien. We zijn door en door koud. In het restaurant wachten we op een opklaring, maar als die niet wil komen gaan we maar weer terug naar het dorp. Om weer op temperatuur te komen pikken we 's avonds een sauna. Als we naar bed willen blijkt de voortent de hele dag open gestaan te hebben. Onze slaapzakken zijn doorweekt zodat we nu beiden in de auto moeten slapen. De ruimte die we hebben valt reuze mee, maar zonder slaapzak is het stervens koud. Jim zit een groot gedeelte van de nacht op de voorbank stevig te balen.

Maandag 8 Juli  -  Sölden naar Venetië

We nemen vanmorgen afscheid van Toos en Anja. Het zijn twee toffe meiden waarmee we heel wat hebben afgelachen. Anja imiteert perfect het vieze mannetje van Koot en Bie. Zo staan we vanmorgen in een bakkerij, waar ze tussen verbouwereerde Oostenrijkers de act met de 'zo heerlijk tussen je tanden glijdende bonbons' opvoert. Ze vinden ons in die zaak toch al vreemde snuiters aangezien ik gesneden brood vraag. Niet begrijpend pakt de welwillende verkoopster een broodmes en snijdt de plakjes één voor één voor ons af zonder iets extra te rekenen. Over de mooie maar helaas mistige Jimmelsjoch pas rijden we naar Italië. Na ontelbare S-bochten bereiken we na een paar uur de tolweg in Italië. Het is een waar noodweer. We zijn blij dat we onderweg tijdens een zonnig halfuurtje de spullen hebben gedroogd. Als we bij Venetië aankomen rijden we naar de P2 parkeerplaats. We parkeren onze primitieve Camper net buiten het terrein, maar kunnen door een gat in de omheining wel gebruik maken van de sanitaire voorzieningen. Zorgen maken over een eventuele beroving hoeven we niet. We liepen vanavond namelijk even binnen bij een even verderop gelegen sportschool waar Jim vroeg of hij even van de spullen gebruik kon maken. Dit mocht, waarna Jim de gereedstaande halter met alle in het gebouw aanwezige gewichten verzwaarde en enkele malen probleemloos oplichtte. Zoiets hebben die kleine Italiaantjes nog nooit gezien. Naast parkeerplaats is deze uithoek van de stad ook wipplaats. Rond elven gaan zeker acht auto's ritmisch op en neer. De avond brengen we grotendeels door met het spelen van ontelbare snelschaakpartijen.

Dinsdag 8 Juli  -  Venetië

We nemen de eerste boot naar het oude autovrije gedeelte van Venetië. Alle vervoer gaat per boot door de ontelbare grote en kleine kanalen. Er weinige gondels die er nog zijn dienen alleen nog maar om toeristen rond te leiden. 's Ochtends struinen we wat door het gedeelte rond het San Marco plein en de bekende Rialto brug. Als het hier overbevolkt raakt met andere toeristen nemen we de boot naar een wat rustiger gedeelte van de stad. De hele middag maken we gebruik van ons bootabonnement en laten ons naar alle uithoeken van de stad varen. Pas tegen de avond nemen we de laatste boot terug. Nadat we op de parkeerplaats een bak kleffe patat naar binnen hebben gewerkt rijden we vanavond nog door naar Postojna in Joegoslavië. Hier gaan we morgen de grotten bekijken. De auto zetten we net buiten de camping en nadat we ons hebben verfrist leggen we de planken weer in de slaapstand en gaan onder zeil.

Woensdag 9 Juli  -  Grotten van Postojna

Als we rond negenen bij de grotten aankomen kunnen we meteen met het treintje naar binnen. Na een rit door een groot gedeelte van de grot mogen we er uit en gaan met een gids verder de grot in. Het is een gigantische grot die maar voor een klein gedeelte voor het publiek toegankelijk is. Overal zie je hangende en staande druipsteenkegels, ook wel stalactieten en stalagmieten genoemd. Soms is de druipsteenwand zo dun dat wanneer je er een lamp achter houdt het net een kleurig gordijn lijkt. In de grot leven ook blinde albino salamanders, die voor de toeristen in een kleine vijver gehouden worden. Na een flinke rondleiding worden we weer met het treintje weer naar buiten gereden. Het is inmiddels waanzinnig druk geworden en staat er een rij van minstens 500 meter voor de kassa. Dit betekent minimaal een wachttijd van drie uur voor deze 'late' toeristen. Het is gelukkig warm en zonnig. Via de kustweg rijden we richting Plitvice meren. Onderweg verpozen we ons aan de zonovergoten Adriatische kust. Het is al donker als we in het Nationale park van Plitvice aankomen. De droomcamping van 15 jaar geleden is niet meer te vinden en als we op de parkeerplaats van een andere camping willen overnachten worden we weg gestuurd. Na lang zoeken vinden we een plekje aan een stil weggetje en brengen daar de nacht door.

Donderdag 10 Juli  -  Plitvice meren

We zijn al heel vroeg in het park. De dure parkeerplaats kunnen we zonder betalen op door de afwezigheid van parkeerwachters. De kassa bij de ingang van het park is helaas wel net bemand zodat we fl.30.- pp moeten dokken. We aanschouwen de benedenmeren in alle stilte. De 16 meren vormen met elkaar een langgerekte trap. Het verval bedraagt in totaal 120 meter zodat er tussen de meren grote en kleinere watervallen zijn ontstaan. Het water is smaragdgroen en zit boordevol (uitgezette) forel. Als de eerste toeristen de rust komen verstoren klimmen we naar boven en hebben een prachtig uitzicht over de benedenmeren en zijn watervallen. Vervolgens lopen we naar de bovenmeren. In plaats van het bootje over het grootste meer lopen we de rustige route langs het meer. We zijn de eersten vandaag aangezien bij elke stap die we doen wel een paar adders opschrikken. Nadat we halverwege door een paar snelwandelaars worden ingehaald zien we geen slang meer. Als we aan de andere kant van het meer zijn blijkt ook hier de toeristenstroom groot te zijn, maar wat wil je, het is Juli. We nemen nu wel het bootje terug en na een fikse wandeling komen we weer bij de uitgang. Onderweg hebben we ontdekt dat je met de auto tot vlak achter de watervallen kunt komen. Na enig speurwerk vinden we deze weg en parkeren de auto op een grasveldje vlak boven de grootste waterval en besluiten hier te overnachten. Het is schitterend weer en poedelen in het stroompje dat zich even verderop naar beneden stort. We proberen met water uit de rivier koffie te zetten, maar krijgen het op het oog schone water niet aan de kook. Het wordt wel roestbruin, dat op een hoog gehalte aan ijzer duidt. De spaghetti krijgen we gelukkig wel aan de kook. De auto zetten we recht boven de waterval, waarna we gaan slapen met uitzicht op het park.

Vrijdag 11 Juli  -  Dodenweg Joegoslavië

We worden gewekt door een controleur van het park. Hij wil onze kaarten zien in de overtuiging dat we die niet hebben. We geven hem de kaarten van gisteren. Hij bestudeert ze aandachtig maar kan toch niet verhullen dat hij analfabeet is. Hij leest de kaarten namelijk op de kop! Na wat interessant gedoe zegt hij dat het klopt, maar dat we weg moeten omdat we het uitzicht op de waterval verpesten. Je kunt inderdaad van benedenuit onze auto zien. Via een zijingang bekijken we nog even het stuk waar we gisteren niet aan toe gekomen zijn en vertrekken na de lunch richting Belgrado. Dit stuk weg wordt ook wel de dodemansweg genoemd. Stukken redelijk goede tolweg worden soms honderden kilometers afgewisseld met een smalle en overvolle tweebaansweg waar iedereen haast heeft en de meest riskante inhaalmanoeuvres maakt. Bovendien is één op de twee auto's een 'Turkenbus', een meestal met een heel Turks gezin volgepropte VW-bus, die in één ruk door rijdt naar Turkije. Verschillende Turkse chauffeurs vertellen trots dat ze al 35 uur onafgebroken achter het stuur zitten en zonder pauzes verder willen naar Turkije. Eventuele zoons die ook kunnen rijden mogen de trotse pa beslist niet afwisselen. Een kwestie van eer. Vriendelijk zijn ze wel, zeker als ze horen dat we naar hun land op weg zijn. Zo maken we op de parkeerplaatsen al vast kennis met de Turkse gastvrijheid en theegewoonten. Belgrado halen we vandaag niet meer. Dit komt door een wel erg dankbare lifter die ons elk café dat we tegenkomen binnensleurt en ons bier aanbiedt, wat we niet mogen weigeren. Als we hem eindelijk in Slavonski Brod afzetten nodigt hij ons uit voor een laatste biertje in zijn stamcafé. Miçic is behoorlijk dronken en betast hij de serveerster waar hij haar maar kan krijgen en probeert zonder te vragen voor ons een wip te regelen. We besluiten maar te gaan, ook al omdat zijn aanbod bij hem thuis te slapen uiterst onzeker is, en bij de eerste parkeerplaats te overnachten. We moeten wel eerst de hele boel afrekenen omdat de kompleet afgeserveerde Miçic door alle eerdere rondjes door zijn geld heen is. Om 24 uur zijn we bij een parkeerplaats en na een vreselijk gore maaltijd in het wegrestaurant en een heerlijke bak thee van een Turk uit Enschede kunnen we in onze slaap deze wonderlijke avond nog eens overdenken.

Zaterdag 12 Juli  -  Thessaloniki

In de ochtenduren doen we het laatste stuk naar de Griekse grens. Onderweg word ik bekeurd wegens te snel rijden. Na wat heen en weer gepraat zegt de man met 1000 in plaats van 2500 Dinar genoegen te nemen als hij maar geen bon hoeft uit te schrijven. Glimlachend zegt hij : Ik 1000, jullie 1500, dus ik gelukkig en jullie gelukkig!
De grensovergang is één grote ellende. Uren wachten en veel formaliteiten. Een meisje wordt opgepakt als ze een foto maakt van de zonsondergang op een plaats waar alleen maar bergen te zien zijn. Laat in de avond rijden we de chaos van Thessaloniki in. Na uren zoeken komen we via allerlei omwegen bij het strand ten zuiden van de stad. Het lijkt de Spaanse kust wel, zoveel toeristen zijn er. We zetten de auto onder een paar bomen en houden het na een biertje vandaag voor gezien.

Zondag 13 en maandag 14 Juli - Griekse kust

Nadat we voor het laatst LPG hebben getankt verlaten we Thessaloniki en zoeken aan de kust richting Turkije een camping op. In het dorpje Aspro-valta storten we ons twee dagen in de strandcultuur. Zwemmen, schaken, stappen en 'nada mas'.

Dinsdag 15 Juli  -  Istanbul

Vandaag is het zover: we zijn in Turkije. Het scheelde niet of we waren het land niet in gekomen. Na een ruzie met een zich a-sociaal gedragende Mercedes bezitter aan de Grieks-Turkse grens windt een Turk zich zo op dat hij handtastelijk wordt. Bij Jim is hij dan aan het verkeerde adres en krijgt van hem een flinke zet. Het blijkt gelukkig geen Turkse ambtenaar te zijn, zoals ik aanvankelijk vreesde, maar een omhoog gevallen Turk uit Zwitserland en eigenaar van de door zijn vrouw bestuurde Mercedes. De man probeert met zijn grote mond nog het leger in te schakelen, maar nadat getuigen zich ermee gaan bemoeien wordt hij door de militairen streng tot orde geroepen. Even over de grens rijden we het dorp Ipsala binnen om geld te wisselen en benzine te tanken. In Turkije kennen ze geen LPG. De vriendelijkheid dat dit dorp uitstraalt doet ons na het kille Griekenland erg goed. Via een fraaie asfaltweg komen we tegen de avond in de hoofdstad van vroeger, Istanbul. Tegenwoordig is Ankara de hoofdstad, maar Istanbul blijft het tikkend hart van Turkije. Het is een hele klus zonder brokken deze miljoenenstad door te komen. Alles rijdt luid toeterend kris kras door elkaar. Als ik in mijn onschuld voor een rood stoplicht sta te wachten haal ik de woede op mijn nek van degenen die de weg nu geblokkeerd vinden. Links en rechts schieten de auto's langs me door het rode licht. Ik pas me meteen aan en druk me nu ook luid toeterend door de straten. Ik probeer het plein voor de blauwe moskee te vinden, waar je met de camper voor de bekende moskee kunt staan. De moskee is snel gevonden, maar door de vele éénrichtingstraatjes kom ik het plein niet op. Als ik de weg wil vragen bij een reisbureau word ik direct gecharterd om een gestrande groep toeristen tegen betaling naar de haven te brengen. Ze gaan een boottocht maken naar een eiland voor de kust en blijven daar één nacht. Onderweg toont reisleider Sjaak de weg naar het plein van de blauwe moskee. We worden uitgenodigd mee te gaan naar het eiland en gaan daar op in. Door kennissen van Sjaak wordt de auto vannacht bewaakt. De nachtelijke excursie is nauwelijks de moeite waard. Na een uur varen langs het verlichte Istanbul komen we op een onbewoond eiland. In plaats van het aangekondigde feest zoekt iedereen meteen een slaapplaats in het mulle zand, zodat er weinig lol te beleven valt. Het enige grappige is dat Sjaak ook op de Willem de Zwijgerschool in Schiedam heeft gezeten, net als Jim en ik.

Woensdag 16 Juli  -  Istanbul

Om 6.30 zijn we al weer terug in de stad en nemen met z'n allen een Turks bad. De bekende hammam is helaas gesloten, omdat het gedeeltelijk is ingestort. Na een lekkere poedelbeurt maken we ons op voor de even bekende als beruchte Turkse massage waarbij de ledematen zo'n beetje van de romp gescheiden worden. Net als de masseur de oren van Jim's hoofd af wilt trekken moeten we weg. We hebben beloofd de anderen naar de bus te brengen. Mokkend gaan we mee en laten Sjaak alles betalen. Als we ze hebben afgezet bij het door ons omgedoopte 'Gammel toers', omdat hier alles fout loopt, gaan we de stad bekijken. De auto parkeren we vlak bij de bazar op een plek waar het eigenlijk niet mag. Een winkelier komt uit zijn zaak, kijkt naar ons nummerbord en zegt 'touristico no problem'. We zullen deze kreet nog wel vaker horen. En inderdaad, bij terugkomst heeft iedereen een prent behalve wij. We lopen door het op een heuvel gebouwde oude gedeelte van de stad en bezoeken uiteraard de grote moskeeën met hun minaretten waar vijf maal iemand de mensen oproept tot gebed. De blauwe moskee heeft zes minaretten, meer dan welke moskee ter wereld dan ook. Hij staat recht tegenover de Hagia Sofia. Deze moskee was eerst een kerk, maar later omgebouwd tot moskee. De vaak opgehemelde bazar valt zwaar tegen. Er zijn voornamelijk luxe artikelen te krijgen, zoals juwelen en koperwerk. De verwachtte theestalletjes zijn niet te vinden. Wel lopen theeverkopers met loodzware koperen thee-installaties rond, maar die zie je in de hele stad. Engelsen zijn bekend vanwege hun theetradities, maar Turkije kan er ook wat van. Overal in de stad zijn overbevolkte theehuizen waar de alleen de mannen mogen komen. Jim was even wild van een leren lapjesjas, tot hij zwervers in vuilnisbakken stukjes weggegooid leer zag verzamelen die verdacht veel lijken op die van zijn gewenste jas. Even buiten het centrum staan nog houten huizen uit de vorige eeuw. Aan de vorm kun je zien dat het huizen van stand zijn geweest, maar ze zijn nu zo bouwvallig dat ze spoedig wel afgebroken zullen worden. Met de auto rijden we nog even door de smalle straatjes van de stad om die fantastische chaos nog éénmaal te proeven en toeteren er ook lustig op los. Na een laatste blik op het Topkapi paleis, het verblijf van de sultan kompleet met harem, verlaten we Istanbul. Ik hoop hier ooit nog eens terug te komen om alles nog eens op mijn gemak te bekijken en vooral rustig de sfeer die de stad uitstraalt op me in te laten werken. In file rijden we via de Ataturkbrug over de Bosporus. Het is de enige landverbinding met Azië buiten Rusland. Istanbul ligt voor de ene helft in Europa en de andere in Azië. Als we in Azië zijn schieten we meteen een zijweg in richting Zwarte Zee. Het is een bar slechte weg vol gemene gaten in het asfalt rijden. De eerste kilometers gaan door wat grote dorpen, maar als we dichter bij de Zwarte Zee komen wordt het bosrijker en ook heuvelachtig. Af en toe rijden we door een klein dorp vol boeren huisjes, waar de mensen ons vanuit het theehuis vreemd aankijken. Bij de kust aangekomen rijden we duinen in en kamperen op een eenzaam plekje op het zand. Het is winderig, zodat we voor het avondeten niet verder komen dan aardappels met appelmoes, sardines en een hap zand. Bovendien is er te weinig gas zodat we ons beloven morgen lekker uit eten te gaan.

Donderdag 17 Juli  -  Zwarte zee naar Ankara

We besluiten eindelijk iets aan onze vette pens te doen en trimmen een stukje langs het verlaten strand. Vervolgens sleutel ik wat aan de auto en kom er achter dat we geen wieldopsleutel hebben om een eventuele lekke band te kunnen vervangen. En dat is niet denkbeeldig in dit ruige afgelegen gebied. Langs zonnebloemplantages en door bossen rijden we langzaam verder naar Sile. De tegenstellingen zijn hier enorm. Aan de ene kant het rustige boerenleven met zijn paarde- en koeienkarren en aan de andere kant de luxe campings, hotels en disco's. Verrassend genoeg zien we helemaal geen toeristen. Hoe verder we van Istanbul komen, hoe primitiever de mensen. Hier op het platteland lopen de vrouwen nog gesluierd en vervoeren de mensen zich nog per ezel, of als je rijk bent per paardenkar. De bedoeling was vandaag naar Ankara te rijden, maar dat blijkt door de slechte weg te ver te zijn. Tegen de avond slaan we maar een zijweg in en komen zo per toeval in een prachtig ruig gebied terecht. Vlak aan de weg ligt een schitterend boerendorp, kompleet met ganzenhoeders en loslopend vee. De kinderen komen meteen op ons af en willen allemaal op de foto. We rijden over een onverharde weg nog een stuk het binnenland in en komen bij een mogelijk nog primitiever dorp. Als we er door heen rijden blijft iedereen staan om ons aan te gapen, maar ze blijven wel op veilige afstand. Het is een vrij groot dorp, maar er is desondanks geen auto te zien. Één huis verraad het bezit van een TV door de aanwezigheid van een antenne. De beboste heuvels maken van dit dorp een plaatje. Dit is het Turkije dat ik zoek. Ergens in het bos tussen de twee dorpjes in zetten we de auto op een open plek en besluiten hier de nacht door te brengen. De geur van de naaldbomen is hier zo intens dat je je in de uitgestrekte bossen van Noord-Europa waant.

Vrijdag 18 Juli  -  Göreme

We worden al vroeg gewekt door het geroep van een schaaphoeder, die zijn kudde bijeen probeert te houden. Nieuwsgierig kijkt hij in de auto tegen twee slaperige koppen aan. In gebarentaal proberen we een beetje te communiceren, maar begrijpen doen we hem voor geen meter. Hij is wel net als alle andere Turken uiterst vriendelijk. Na een kort bezoek aan één van de dorpen gaan we weer verder richting Cappadocië. We komen langs een aantal zoutmeren. Over verdroogde akkers rij ik naar de oever van het grootste meer. Aan de kant bestaat het meer de eerste tientallen meters uit een fragiel ogende zoutkorst. We willen aan het meer lunchen, maar worden zo geplaagd door hele zwermen steekvliegen dat we met het brood nog in de mond de snelweg weer op vluchten. Hier hebben we de zoveelste politiecontrole. De man probeert ons op alle mogelijke manieren duidelijk te maken dat we de verplichte veiligheidsgordels niet om hebben. Pas bij het trekken van het bonnenboekje hebben we hem door en zeggen dat deze zeer oude bus geen gordels heeft en dat dat in Nederland ook niet verplicht is. Ongelovig gaat hij op zoek naar gordels, maar vindt de zorgvuldig onder de bank verstopte gordels niet en verscheurt teleurgesteld zijn half ingevulde bon. Even verderop het volgende probleem. Na het tanken zet de pompbediende de teller snel op nul en verlangt meer geld dan in werkelijkheid getankt is. Gelukkig heb ik het juiste bedrag nog net in een flits gezien en na een lekkere scheldpartij en een klacht bij de chef gaat de truc niet door. Als we in Göreme aankomen zoeken we meteen de camping op. Hier schrijven we op ons gemak een lading postkaarten. Het is bloedheet en aangezien Jim zich ook niet helemaal lekker voelt blijven we vanmiddag maar op de camping hangen.

Zaterdag 19 Juli  -  Göreme

Tegen de middag is Jim weer een beetje opgeknapt en gaan we de unieke vallei van Göreme bekijken. Vele duizenden jaren terug is deze vallei door een vulkaanuitbarsting onder een tientallen meters dikke laag lava bedolven. Door erosie is deze zachte laag gedeeltelijk verdwenen. Waar zich op deze zachte laag een harde bovenlaag had gevormd of zich een steen bevond werd deze zachte onderlaag beschermd bij de spaarzame regenbuien. De erosie van de zachte laag voltrok zich zo snel dat er grote hoogteverschillen ontstaan zijn tussen de beschermde en niet beschermde bodemlagen. De vallei staat nu vol met tientallen meters hoge pilaren met een grappig puntje op de kop. Joop noemde deze vallei dan ook de penissenvallei. Door de eeuwen heen hebben de mensen dankbaar gebruik gemaakt van dit poreuze gesteente. Zo hebben de Christenen zich eeuwen verborgen kunnen houden in deze vallei voor de Turken uit het oosten in hun uit het poreuze gesteente gehouwen stad. Hiervan is nog veel terug te vinden. Haast elke pilaar is geschikt gemaakt als leefruimte. De wanden zijn vaak versierd met religieuze tekeningen. Helaas is het wel erg in verval en wordt er helemaal niets gedaan om dit tegen te gaan. Deze vaak erg kleine ruimtes worden nu vaak gebruikt als duivenhok. Je kunt er vaak ook alleen maar in komen door een gat op enkele meters hoogte waar je via uitsparingen in de wand naar toe moet klimmen. We rijden eerst naar Ortahisar. Dit is een rots die door de vele uitgehakte kamers helemaal poreus is. Boven op de rots heb je een fantastisch uitzicht over de vallei. Na een uurtje rijden we naar het dorp Göreme. We komen zo langs het witte nog niet geërodeerde poreuze gesteente aan de rand van de vallei. Als je het aanraakt verkruimelt het in je handen. Het is maar goed dat het hier zo weinig regent. Grote gedeelten van het dorp Göreme zijn uit dit gesteente gehakt. Ondanks het toerisme ademt het dorp nog een rustig Turks plattelandsleven uit. Tussen de toeristenbussen gaan de mensen op hun ezel nog rustig hun gang. Een koele kamer van een uit de rotsen gehouwen pension blijkt nog goedkoper te zijn dan de camping, zodat de keuze snel is gemaakt en we meteen verkassen naar Göreme. Vanuit de tuin van ons pension laten we 's avonds alle indrukken op ons afkomen van het nu haast toeristenvrije dorp. We leggen leuke kontakten met de jonge medewerkers van het pension. We spelen om flessen wijn een paar spelletjes backgammon. Turken zijn daar uitermate bedreven in en we verliezen al snel twee flessen. Als deze niet gedeeld worden schakelen we maar over op een schaakmatch. Ik win met 10-0 en als we al lang weer terug zijn in Nederland baalt Jim daar nog steeds van. Na een heerlijke kabab van het spit zoeken we onze heerlijk koele bedden op.

Zondag 20 Juli  -  Göreme

Met Salim, de broer van de pensionhouder, gaan we vandaag het dorp en de vallei van Göreme bekijken. Met hem komen we op plaatsen waar we anders nooit geweest zouden zijn. Hij loodst ons onder andere naar een schitterend uitkijkpunt net boven het dorp waar we op ons gemak het dagelijkse leven van dit door toerisme nauwelijks aangetaste dorp kunnen volgen. Ook gaan we te voet de vallei in en laat Salim ons een paar van de tientallen verborgen kerken zien. De meesten zijn behoorlijk in verval. Er wordt niets aan gedaan omdat alleen het moslim geloof hier zalig makend is. Oude moskeeën staan er schitterend bij, maar voor Christelijke bouwwerken is geen geld beschikbaar. Ook oud-Syrische opgravingen in oost Turkije liggen daar te verpauperen. Doodzonde. Een paar kilometer verderop is in Zelve een heel gangenstelsel in de rotsen gemaakt. Salim weet de weg en leidt ons in het pikkedonker de weg door het doolhof. Het is soms behoorlijk steil en moeten we hand in hand op de tast achter onze gids aan. We komen uiteindelijk aan de andere kant van de berg uit. Na een bijzonder interessante rondleiding komen we toevallig terecht bij een Turkse bruiloft. De feestende families maken een hels kabaal en het hele dorp weet zo dat er getrouwd gaat worden. Ondanks Salims dringend verzoek mogen we de festiviteiten die zich binnen afspelen niet bijwonen. Tegen de avond zijn we weer terug in Göreme. We lopen een beetje door het dorp en komen zo in contact met een vroegere gastarbeider die in 15 jaar in Nederland heeft gewerkt. Net als elders in Turkije zijn hier veel mensen die in Nederland hebben gewerkt of er familie hebben wonen. Ondanks de discriminatie in ons land zijn ze bijzonder positief over ons land. Ze vinden tot onze verbazing Nederlanders zelfs aardig. De kinderen zijn in Nederland geboren. Aanvankelijk vonden ze de remigratie maar niets, maar nu zouden ze niet graag meer terug willen naar dat koude land. Hun gebektheid hebben ze duidelijk overgehouden uit Nederland. Het steekt schril af bij de verlegen aard van de hier geboren kinderen.

Maandag 21 Juli  -  Kaymakli

We gaan weer verder richting Pamukkale. Onderweg stoppen we nog een paar maal bij de vreemd gevormde pilaren, waaronder de bekendste van allemaal. Het zijn drie pilaren naast elkaar die alle drie een stenen hoedje op hebben. Een paar kilometer buiten de vallei bezoeken we de nog niet zo lang herontdekte onderaardse stad Kaymakli. Samen met het 40 kilometer verderop gelegen Derinkuyu is deze stad eeuwenlang verborgen gebleven. Kaymakli is 8 verdiepingen diep en alleen via een goed verscholen ingang te bereiken. We mogen er zonder gids in. Het is zaak niet buiten de afgebakende paden te geraken aangezien daar overal diepe valkuilen zijn die niet zoals op de afgebakende route zijn afgedekt met roosters. We hebben verhalen gehoord over het in paniek raken van mensen bij een stroomstoring en we prenten de gevolgde route goed in ons hoofd. Soms moet je op je knieën door de lage gangen kruipen. Het is onvoorstelbaar dat zich hier een hele gemeenschap zich jarenlang verborgen heeft gehouden. Door het hele 80 meter diepe complex liggen grote molenstenen. Deze konden bij een eventuele vijandige aanval zo voor de gangen geschoven worden dat ze alleen maar van binnenuit verwijderd konden worden. Een kamer is gezellig ingericht en geeft een beetje aan hoe het er vroeger binnenshuis uit gezien moet hebben. Vanuit een gemeenschapsruimte loopt een 40 kilometer lange gang naar de veel grotere zusterstad Derinkuyu.
Door woestijnachtig landschap rijden we naar Aksaray. Deze stad is een drukke oase waardoor vroeger twee belangrijke handelsroutes liepen. De in de handboeken aanbevolen karavanserai, waar de caravans op adem kwamen, in het nabij gelegen Sultanhani is niet meer dan een kleurloos en vervallen bouwwerk. Niet eens de moeite van een foto waard. Het is meer het idee dat zich hier taferelen uit de 1001 nacht hebben afgespeeld. Twee zich in een poeltje verpozende ooievaars spreken ons meer aan. In Konya gaan we de grote weg af en rijden binnendoor naar Isparta. Het is een prachtig groen bergachtig landschap. Overal zijn de boeren druk in de weer op het land. Vooral vrouwen moeten het ontgelden. Terwijl de mannen onder een boom met elkaar een sigaretje roken zie je de vrouwen hard doorwerken. Helemaal bont maakt een man het die gezeten op een door zijn vrouw voortgetrokken ezel rustig een sigaretje rolt. De kromgebogen vrouw draagt bovendien een grote hoeveelheid brandhout op haar rug. Hoezo emancipatie ?! We willen vannacht aan een meer kamperen. De moeilijkheid is dat we er niet kunnen komen omdat zich aan het water enkel boomgaarden en andere landbouwgronden bevinden. Brutaal rijden we een boomgaard op en zoeken ons een weg naar het water. Als de boer op een ezel naar ons toe komt maken we ons al op om een uitbrander te incasseren. Tot onze verbazing is hij een en al vriendelijkheid en worden we bij hem thuis uitgenodigd. Zijn dorp ligt zes kilometer de berg op. Hij geeft zijn ezel aan een kennis,neemt plaats in onze auto en wijst ons de weg. Even buiten het dorp vraagt hij ons lange broeken aan te doen uit om zo respect te tonen voor de hier geldende zeden. Zijn huis heeft twee verdiepingen, waarvan de onderste als stal voor de enige koe dienst doet. Boven worden we ontvangen in de gastenkamer. We zitten op een over de vloer uitgerold kleed. De man praat honderd uit. Hij is in Frankrijk geboren en als vijftienjarige weer terug gegaan naar Turkije. Beneden aan het meer heeft hij land wat hij van zonsopkomst tot zonsondergang bewerkt. We komen er niet achter of hij één of twee vrouwen heeft, maar het is duidelijk dat de twee hier in huis niets te vertellen hebben. Zwaar gesluierd doen ze hun werk. Als we ze willen begroeten wenden ze hun blik af en duiken de keuken in. Als ze denken dat we niet kijken observeren ze ons stiekem van top tot teen. Samen met twee vrienden van onze boer Yeslikoy krijgen we avondeten aangeboden. Een enorm blad met etenswaren wordt met tafelkleed en al in het midden gezet. Beleeft wachten we op de vrouwen, maar als iedereen aanvalt beginnen we ook maar. Jim kijkt wat vies naar de bruine servetten met zwarte schroeivlekken. Lachend vertel ik hem dat dat het brood is, waar je een stuk vanaf moet scheuren waarmee je dan het eten uit de pan moet lepelen. Het eten bestaat uit pannetjes melk met suiker, yoghurt, servetten en haco. Haco is een onbestendige brij met bonen. Het ziet er niet erg gezond uit voor ons verziekte westerse magen , maar smaakt prima. Als ik een wat hard uitgevallen boon uit mijn mond verwijder blijkt het een grote zwarte tor te zijn. Als Yeslikoy klaar is gaat hij lekker achterover zitten en produceert een harde boer. Wanneer hij ziet dat wij ook voldaan zijn fluit hij tussen zijn vingers. Ik kijk Jim vragend aan. Hij zal toch niet ... ? Maar ja hoor, daar komt zijn vrouw al aan tippelen, pakt de vier punten van het tafelkleed en brengt de schaal met eten naar de keuken. Daar mogen ze met z'n tweeën de restjes opeten. Yeslikoy zal wel nooit meer naar Frankrijk verhuizen. Na het eten neemt hij ons mee naar de plaatselijke bar. De hele zaak komt ons een handje geven en iedereen staat in de rij om ons een rondje te mogen geven. Het lukt ons niet een rondje terug te geven. Voor onze gastheer is het de avond van zijn leven en hij geniet er zichtbaar van. Als we naar een paar drankjes naar de concurrent gaan nemen we alle stamgasten en de eigenaar van het eerste theehuis mee. De tent wordt dan ook meteen gesloten terwijl in deze gelegenheid geen mens meer bij kan. Ook hier schudden we weer veel handen en vertellen we weer de bekende verhalen over Nederland en Turkije. Redelijk vroeg gaan we weer terug naar het huis van Yeslikoy. Hij moet morgen weer vroeg op.

Dinsdag 22 Juli  -  Pamukkale

Om zes uur zijn we al weer wakker. Na het gezamenlijke ontbijt, uiteraard met alleen de mannen, bestaande uit servettenbrood met geitenkaas nemen we afscheid van dit sympathieke gezin. We krijgen warme melk mee voor onderweg. Als dank voor hun gastvrijheid, waar ze geen cent voor willen hebben, spreken we onze voorraad 'luxe' artikelen aan en geven ze een aantal blikken ananas en groenten. Na vier uur rijden komen we in Pamukkale. De rots met zijn witte kalkterrassen zien we al van verre. Pamukkale betekent katoenkasteel, wat slaat of de katoenproductie in de omgeving en de hoge ligging van de witte terrassen. Door de werking van warm kalkrijk water is deze unieke plaats ontstaan. We rijden meteen door naar boven. Het is haast file rijden zoveel toeristen zijn er. De werkelijkheid van Pamukkale staat in schril kontrast met de mooie plaatjes die we ervan hebben gezien. Boven op de terrassen staat een groot hotel en de asfaltweg er naartoe gaat dwars over de terrassen. Waanzinnig !! Door de droogte staat maar een klein gedeelte onder water. Via kanalen en sluizen kunnen ze bepalen welk gedeelte ze onder water zetten en het mag niet verbazingwekkend heten dat precies het gedeelte dat bij het hotel hoort deze eer heeft. Iedereen banjert door het water en over de kalkdijkjes. Het lijkt het kikkerbadje van bad Groenoord wel. Als ze zo door gaan is het hier binnen een paar jaar kompleet vertrapt. We doen ook maar ons zwembroekje aan en gaan langs de weg in een aangelegd kanaaltje liggen. Het water is heerlijk warm. Als je er uit komt zit je helemaal onder de witte kalk. We wachten tot 's avonds laat met het nemen met foto's, maar zelfs dan lukt het niet een foto te nemen zonder toeristen er op. De ene buslading is nog niet weg of het volgende blik wordt weer opengetrokken. Teleurgesteld zoeken we in het dorp een slaapplaats. Het eerste pension ziet er goed uit, maar als de bediende voor de tiende maal 'allemachtig prachtig' heeft uitgekraamd lopen we geïrriteerd naar de concurrent aan de overkant. Het dorp lijkt niet goed raad te weten met de elk jaar grotere stroom toeristen en maakt een knullig commerciŽle indruk. Zo gaan we 's avonds naar de disco die niet meer dan een huiskamer met rode lampjes blijkt te zijn. Iemand maakt voor de zes discogangers wat geluid met twee lepels. Alleen de prijzen die twee maal zo duur zijn als de prijslijst aangeeft hebben iets met een disco te maken. In ons pension logeren ook drie leuke Turkse Tiny's, maar ondanks de interesse die ze voor ons tonen vinden we de vader er te gevaarlijk uitzien om er werk van te maken. Voor je het weet sta je met een geweer in je rug voor het altaar. 's Avonds willen we pizza eten. Het is echter zo'n zootje dat ik kwaad weg loopt. Als Jim al lang zijn pizza op heeft zit ik nog steeds op de mijne te wachten. Volgens de ober een vergissing die hij twee maal belooft recht te zetten. Als ik hem voor de derde maal wil roepen loopt hij met een grote boog om onze tafel heen waarna we zonder betalen weg lopen en ik recht tegenover de pizzeria bij de concurrent in mijn nijd een halve kip naar binnen werk. 's Nachts is er nog een leuk voorval. Onze vijf buren willen midden in de nacht nog even douchen. Geen probleem natuurlijk, maar ze maken daarbij zo'n enorm lawaai dat Jim in een onbewaakt moment de lamp van de douche los draait. Deze hangt zo hoog dat je er alleen bij kunt met een trapleer of zoals Jim als spiderman tegen de muur op klimmend. Het is natuurlijk meteen een nog grotere herrie, maar ze kunnen tot ons genoegen niet bij de lamp komen. Zelfs niet met behulp van een stoel. Eindelijk rust.

Woensdag 23 Juli  -  Afrodisias

We staan vroeg op om nog een paar foto's te kunnen nemen van de terrassen zonder toeristen er op. Helaas, het is al hartstikke druk en bovendien staat er helemaal geen water in de terrassen. We verlaten de deceptie van onze reis maar snel en rijden naar Afrodisias. Volgens de boeken is het de best bewaarde ruïnestad van Turkije. De ruïnes dateren uit de Romeinse tijd. De stad wordt voortdurend met nieuwe vondsten uitgebreid. Het stadion had een capaciteit van 30.000 man. Het is bloedheet en na een rondje langs o.a. de oude raadzaal zijn we weer cultureel genoeg voor vandaag geweest en zoeken verkoeling in een riviertje langs de weg.
We gaan vandaag richting Kusadasi aan de westkust. Onderweg komen we op een terrasje een Belgische Turk tegen. Trots vertelt hij dat hij in Joegoslavië 100 DM in plaats van 200 DM moest betalen voor te snel rijden . Hij vertelde de agent dat hij een stuk eerder maar 100 DM moest betalen, waarna de agent de boete verlaagde. Hij wordt helemaal niet goed als hij hoort dat wij maar fl.10,- hebben betaald. Hij woont al lang in België en voelt zich in België niet thuis, maar hier wordt hij ook niet meer geaccepteerd. In zijn dorp wonen allemaal van die 'wijven met al die doeken om hunne kop en 20 broeken aan' waar hij ook al geen raad mee weet.
In Kusadasi winnen we informatie in over een oversteek naar Griekenland of Italië. De prijzen vallen allemaal best mee. Na een hapje bij de Griekse Chinees nemen we een pintje op een terras. Het lijkt hier de boulevard van Scheveningen wel op een hete zomeravond. Afschuwelijk druk en vol 'Spanjegangers'. We proberen in hetzelfde pension te overnachten als dat van drie leuke Tiny's die we vanmiddag tegen kwamen, maar het pension blijkt net als alle anderen propvol te zitten. We rijden de stad maar uit en vinden een plekje aan het strand. Het blijkt het terrein van een hotel in aanbouw te zijn en zolang het hotel nog niet staat mag er op het terrein gekampeerd worden. Zo staan we met enkel Turken op een ideale plaats. Overnachten doen we in de open lucht.

Donderdag 25 Juli  -  Kusadasi

Met Mustafa, een aardige Turk die het ene sterke verhaal na het andere vertelt, snorkel ik wat in de omgeving. Hij weet de weg naar een eiland tussen scherpe steenmassa's door. Zonder bril is zo'n duiktocht aan mij niet besteed en de vissen en zee-egels zie ik dan ook in een waas. Jim is weer behoorlijk aan de dunne en duikt niet mee.
In Kusadasi regelen we de overtocht naar Athene via het eiland Samos. Vervolgens struinen we met Mustafa een beetje door de stad. Voornamelijk van toilet naar toilet. Ik erger me dood aan al die toeristen hier en neem me voor nooit meer in de zomermaanden in Europa op vakantie te gaan. 's Avonds hebben we afgesproken met de drie Tiny's van gisteravond en hebben een gezellige avond. Twee zijn zussen van elkaar en hebben van kleins af met hun ouders, die bij een oliemaatschappij werken, over de wereld gezworven. Morgen gaan ze helaas weg richting Istanbul. De nacht brengen we weer door op het strand.

Vrijdag 26 Juli  -  Kusadasi

We blijven in onze slaapzak liggen totdat de zon zo warm wordt dat we in ons zweet naar buiten kunnen zwemmen. Jim voelt zich zo rot dat we in de stad een hotelkamer nemen. We nemen een baaldag op en doen vandaag helemaal niets.

Zaterdag 27 Juli  -  Kusadasi naar Samos

Het hotel verslaapt zich en vergeet ons zo te wekken zodat ome Jos het hotel maar opent. We rijden na een kort ontbijt naar de haven om ons te laten verschepen naar het Griekse eiland Samos. We blijken flink beetgenomen te zijn door Venus tours. Ze geven ons het geld terug van de boottocht Samos-Athene en zeggen dat ze niet gerechtigd zijn tickets naar Athene te verkopen, maar alles kunnen regelen bij hun zusterorganisatie op Samos. In werkelijkheid kunnen ze dat wel, maar zijn alleen maar geïnteresseerd in de verkoop van tickets naar Samos en om dat aantrekkelijk te maken vroegen ze een erg lage prijs voor het stuk Samos-Athene die ze nu niet waar kunnen maken. We besluiten toch maar naar Samos te gaan en de gok te wagen bij hun 'zusterorganisatie'. Op Samos blijkt inderdaad de prijs naar Athene twee maal zo duur te zijn en dat ze al tijden geen zaken meer doen met die oplichters van Venus toers. We balen wel, maar hebben geen zin meer om terug te gaan naar Turkije om die klojo's op de bek te slaan. We vergeten deze tegenvaller maar snel en zijn meteen weer in vakantiestemming. Nadat we de auto van de kleine boot hebben gereden en na veel gescheld de veel duurdere tickets naar Athene hebben gekocht proberen we motoren te huren om het eiland te verkennen. Het is net siësta en alles is net dicht, zodat we de auto maar weer nemen. We rijden naar de andere kant van het eiland en vermaken ons op het strand. 's Avonds rijden we naar een dorpje in de bergen. Ik mis een afslag en kom in een nauw straatje terecht, waar een bakkerswagen al moeite heeft door te komen. Na een paar honderd meter gaat het straatje steil omhoog en maakt een scherpe bocht naar rechts. Het hele dorp loopt uit om te zien hoe die gekke toerist zich daar uit zal redden. Zonder brokken en met een liter angstzweet op mijn voorhoofd neem ik deze klip, de bewoners teleurgesteld achterlatend. In het donker rijden we terug naar het dorp Samos en eten samen met twee aantrekkelijke Françaises een enorme ijscoupe. We slapen langs de haven. Jim maakt me om het uur wakker om te vragen of het nog geen tijd is om in te schepen.

Zondag 28 Juli  -  Van Samos naar Athene

Om 6.15 zijn we al op en schepen in. Het is een luxe veerboot, te vergelijken met die van Dover naar Calais. We zoeken een plekje op het bovendek en zitten al snel in de felle zon. De boot doet veel eilanden aan en het wordt steeds drukker aan boord. Na 13 ipv de geplande 6 uur zijn we in Pireus, de voorstad van Athene. Samen met drie Friese meisjes die we aan boord tegen kwamen rijden we naar Athene en nemen na lang zoeken een kamer bij een oud mannetje. Het is een oud en aftands pensionnetje. Er is een lift, maar die ziet er uit alsof die van voor de Eerste wereldoorlog is. We nemen voor de gein de lift en komen dan ook meteen muurvast te zitten tussen twee verdiepingen. De oude baas bevrijdt ons met enige trappen tegen de duur. Het is een smerig pension, waar de bedden kraken als de hel. We moeten er nog fl.16,- pp voor neertellen ook. Als we thuis zijn horen we dat de dag nadat we weg gegaan zijn alle spullen zijn gepikt van Karin, Marleen en Hendrika (de drie Friese meisjes). 's Avonds lopen we wat door het gezellig drukke centrum.

Maandag 29 Juli  -  Athene

We gaan vandaag de Acropolus op. Het is snikheet en benauwd door de luchtverontreiniging. Als we ons bovendien nog door een toeristenmassa naar de Acropolus moeten begeven hebben we het snel gezien en verlaten de stad. We komen niet verder dan Larissa omdat de wagen vervelend begint te tikken en ik eerst een garage wil raadplegen. De auto zetten we in het centrum van de stad en maken de auto slaapklaar. De mensen vinden het maar vreemd en we hebben heel wat bekijks. Jim heeft de weinig richtingsgevoel. Als hij rechts een winkel in gaat zal hij altijd naar rechts lopen als hij de winkel weer uit komt, ook als hij weer terug moet. Hij moet altijd denken waar hij naar toe moet, en dan gaat het meestal nog verkeerd. Als we het er over hebben zegt hij dat het wel gezellig is verkeerd te lopen en dat is het vanavond! Als ik hem gelaten volg als hij weer de verkeerde weg terug neemt komen we bij een gezellig deel van de stad uit en pikken hier een soort loop in bioscoop. Voor de prijs van één kun je op elke van de vier verdiepingen een film zien. Als de ene je niet bevalt, kun je je geluk bij een andere film proberen.

Dinsdag 30 Juli  -  Larissa naar Joegoslavië

Ik zoek eerst een garage op. De eerste heeft er geen zin in en zegt dat er niets aan de hand is. De tweede wil wel helpen en vervangt een loszittend koppelingslager. Ik wordt gematst met de bon waarop de garage schrijft dat het grootste bedrag sleepkosten is, die ik weer terug kan vorderen van de ANWB. Tijdens de reparatie worden we uitgenodigd bij een gezin en schaken wat met de kinderen. Vlak voor de grens maken we een noodstop om twee liftsters op te pikken. De ene blijkt helaas een langharige knul te zijn, maar we vinden het lullig om alsnog door te rijden. Het zijn twee Nederlanders die een rondje Griekenland hebben gemaakt. Als we ze in Joegoslavië afzettenen vragen we of ze niets vergeten zijn. Enkele kilometers verder zitten we dus met hun shag waar ze net 20 minuten voor in de rij hebben gestaan. Ook Karin zei niets vergeten te zijn en
blijkt achteraf haar bril en kaart van Griekenland in de auto achtergelaten te hebben. We kunnen nog een winkeltje beginnen.

Woensdag 31 Juli  -  Dwars door Joegoslavië

We rijden om en om de hele nacht door en zijn in recordtijd bij de Oostenrijkse grens. Alleen een bekeuring wegens het inhalen bij een doorgetrokken streep houdt even op. Alle eerdere trucs, zoals het niet hebben van Joegoslavisch geld en het afgeven van een al jaren verlopen internationaal rijbewijs, halen niets uit. Hij wil ons terug sturen naar een benzinestation 30 km terug om geld te wisselen. Op ons argument dat we alleen maar girokaarten bij ons hebben wordt hij nog kribbiger en dreigt met hardere maatregelen. Uiteindelijk dumpen we bij hem voor fl.24,- aan overgebleven Italiaanse lires, Griekse Drachmen en een restje Dinars zodat we verder kunnen. Via de Felber tauern tunnel rijden we naar Kaprun, waar we morgen lekker willen skiën. In een dorpje nodigen we de dochter van een restauranthouder uit om het dorp te laten zien en ergens een drankje te nemen. Ze doet er erg lang over om zich op te maken en als 'madame', zoals haar moeder d'r noemt, eindelijk beneden is, is het al zo laat geworden dat we er helaas vandoor moeten gaan. Op het dorpsplein van Kaprun zetten we tegen middennacht vermoeid onze auto neer en zijn snel onder zeil.

Donderdag 1 Augustus  -  Kaprun

Vandaag wordt onze grote pechdag. Eerst verwennen we ons met een duur, maar 'net' pensionnetje. Jim voelt zich zo op zijn gemak dat hij uitgebreid gaat poepen, wassen, scheren etc etc zodat we net na de middagsluiting bij de skiverhuur aankomen. Ik ben al geïrriteerd door al dat getreuzel en nu we vandaag met dit schitterende weer ook al niet kunnen skiën wordt het me te veel. Met een prachtige slingerworp ontdoe ik me van mijn moneybelt, die vervolgens aan de hoogste tak van een enorme boom blijft hangen. We hebben nu dus een ander tijdverdrijf: Hoe krijgen we onze geldbuidel met een paar honderd gulden uit de boom. Takken gooien helpt niet en voor mij is de boom te hoog en te steil om er in te klimmen. Na een half uur rijdt Jim terug naar het pension om zijn oude kleren aan te trekken om ook een klimpoging te wagen. Als hij net weg is lukt het me met een goed gemikte worp de buidel los te krijgen en loop triomfantelijk terug naar het pension. Daar staat Jim een beetje om de auto heen te draaien. Hij heeft de sleutel er in laten zitten en kan niet meer in de auto. De reservesleutel zit in mijn rugzakje, dat ook in de auto ligt. We slopen de halve auto, maar komen er niet in. We gaan maar hulp halen bij een garage. Binnen 10 seconden is de auto open. Even met een schroevendraaier de deur een stukje open trekken, met een ijzerdraadje het knopje omhoog en klaar is Kees. Als we ze hartelijk willen bedanken presenteren ze ons een rekening van fl.25,-. Autohandelaren blijven waar dan ook ter wereld lid van de maffia. Na al deze ongein rijden we naar Zell am See en gaan naar het openlucht zwembad aan het meer. Voor veel geld huren we een stoel, maar op het moment dat we ons willen installeren komt er over de bergen een grote onweerswolk aandrijven en breekt er binnen een half uur een enorm onweer uit. Nog niet moe van alle tegenslagen stappen we in de auto en rijden naar het 60 km verderop gelegen Kirchberg. Daar is 's winters altijd een gezellige kroeg. 's Zomers blijken er maar enkele mensen te zijn in deze nu dooie kroeg. Terug in Kaprun duiken we ook maar een disco in, die we al snel de 'lelijke meiden disco' noemen. Zo'n verzameling moeders mooiste hebben we nog nooit gezien. Wat een dag!

Vrijdag 31 Juli   - ZomerskiŽn op de gletsjer van Kaprun

Na weer oneindig geleuter komen we rond 12 uur bij de piste, net als de zon verdwijnt en het begint te regenen en misten. We vrezen het ergste, maarna een uur breekt de lucht open en dalen we langs een gevaarlijk steil pad af naar de gletsjer. Er is maar één enkele afdaling, maar de zon maakt alles goed. Gekleed in enkel mijn korte broek maak ik een paar flitsende afdalingen. Ook Jim komt goed naar beneden. Hij heeft de techniek redelijk snel onder de knie. Om half drie gaat de piste al dicht, zodat we besluiten vandaag nog naar Ulm te rijden. Even buiten deze Duitse universiteitsstad zetten we de wagen langs de kant en overnachten in deze bosrijke omgeving.

Zaterdag 1 Augustus  -  Zwarte woud

We rijden vandaag een toeristische route door het Zwarte woud. We komen o.a. langs het indrukwekkende kasteel Hohenzollern, maar hebben weinig zin het ook te bezoeken. Als we langs de weg willen picknicken bij een riviertje breekt Jim bij het zien van een paar blaffende honden het wereldrecord 100 meter als hij een veilig heenkomen in de auto zoekt. We rijden nu maar een bospaadje in komen zo bij een wild observatiepunt, waar we een uniek picknickplekje vinden. Midden op de dag is helaas geen tijd voor het wild om zich te laten zien, maar dat hadden we ook helemaal niet verwacht. Alleen gemene steekvliegen zijn nadrukkelijk aanwezig. Tegen de avond gaan we richting Holland. In Stuttgart gaan we even de stad in om wat te eten. De centrum zit vol met dronken idioten die lallend over straat lopen of in een hoekje voor Pampus liggen. In Frankfurt stoppen we ook even en pikken de nachtfilm (the blues brothers), een goed idee van de filmgekke Jim. Tegen de ochtend zijn we weer thuis.