Sulawesi

1992


Dinsdag 11 Augustus - Van Kalimantan naar Ujung Pandang in Sulawesi
 
Ons avontuur in Kalimantan zit er op en we kijken uit naar het tweede deel van onze reis, Sulawesi. We hebben een vlucht van Balikpapan naar Ujung Pandang geboekt en zien dus af van de primitieve oversteek per boot. Om 6:30 nemen we vanuit het hotel een taxibus (fl.45,-) naar het vliegveld van Balikpapan, waar we om 9 uur arriveren. Met een kleine vertraging vertrekken we naar Ujung Pandang, de hoofdstad van Sulawesi. Het is een korte vlucht van iets meer dan een uur. Vanuit de lucht kunnen we goed de schitterende koraaleilandjes voor de kust van Sulawesi zien.

Bantimurung, een vlinderparadijs

Vanaf het vliegveld nemen we voor fl.12,- de taxibus naar het plaatsje Bantimurung. Het is ongeveer 40 minuten rijden door de groene sawa's. Als we de zijweg naar Bantimurung op rijden moeten we onder een 10 meter hoge stenen aap door. We hebben geluk. Het hotelletje heeft maar 6 kamers en is vol. De meesten blijven hier een paar dagen, maar vandaag gaan er net twee weg. Het is een heerlijk hotelletje in het "Bantimurung Sanctuary", een soort natuurpark. Deze plaats is vooral bekend om zijn vele prachtige vlinders. Vooral na een regenbui moet het hier vol zijn van de vlinders. Ook nu zien we prachtige exemplaren. Het is jammer dat de mooisten door tientallen jongetjes na ontpoppen vrijwel direct gevangen worden om opgezet te worden. Het hotelletje ligt heerlijk rustig aan een riviertje. We hebben deze tip van Gert en Dagmar die we vorig jaar in Irian Jaya tegen kwamen. Zij sliepen iets verderop op een nog mooier plekje. Dit hotelletje van dezelfde eigenaar is echter vorig jaar in vlammen opgegaan. We zitten dus in een spiksplinternieuw hotel. Er wordt nog steeds hard gewerkt en het restaurant is nog in aanbouw. Het hotel is officieel nog niet eens open.

We lopen een stukje het bos in. Er zijn een paar grotten waar we naar toe lopen. We hebben geen licht en gids bij ons zodat we maar terug gaan. Bij een waterval relaxen we een uurtje en genieten van de omgeving.

Bij één van de primitieve restaurantjes werken we voor fl.1,- een heerlijke hap nasi naar binnen. De andere gasten van ons hotel zijn er ook. We zitten dan ook al snel gezellig te kletsen met twee Nederlanders die net uit Torajaland komen. We hebben mazzel, want er staat de komende week een grote ceremonie op het programma.

 
Woensdag 12 Augustus Bantimurung
 
We slapen heerlijk met het geruis van de waterval in de verte. Onze dromen worden om 7:15 wreed gestoord door het getimmer van de werklui. Als we onze neus buiten de deur laten zien staat meteen het knulletje klaar die ons gisteren aanbood onze gids te zijn. We gaan door de knieën en bespreken hem voor vanmiddag 16 uur om de grotten van binnen te bekijken.

Ujung Pandang

We gaan vandaag eerst naar Ujung Pandang. We lopen eerst langs het zwembad naar de grote weg. Hier nemen we een bemo naar Maros en daar weer verder naar Ujung Pandang. De reis valt tegen en we zijn pas na anderhalf uur in de stad. Met de beçak rijden we naar het postkantoor. Er is post van het thuisfront. Twee brieven van Ans en een van Ine. Ien is helemaal blij. We bellen ook even naar huis om door te geven dat alles nog steeds goed gaat. Bob had ook net naar huis gebeld om te vertellen dat Annemarie en Henri goed aangekomen zijn in Colombia. Ik bel ook even met de KLM op Bali om de terugvlucht te bevestigen. In een Amerikaanse MacDonalds-achtige tent nemen een cheeseburger en een drankje. Wat hadden we een dorst!

We gaan ook nog even naar het Nederlandse fort Port Rotterdam. Het is allemaal goed onderhouden. De meeste huizen zijn nog in gebruik of ingericht als museum. Het in 1673 herbouwde fort diende als basis voor de bescherming van de noordelijke buitenwijken. Er is hier in het verleden menig robbertje gevochten. De musea in het fort stellen teleur. Er zijn wat potjes en lapjes te zien, maar niets over de historie van het fort.

Nadat we alle zakelijkheden hebben geregeld gaan we weer terug naar Bantimurung. Het knulletje Ragman wacht ons al op. Het is te laat voor de excursie naar de grot, zodat we hem een drankje geven en het uitstellen tot morgen. Hij gaat naar huis en wij lopen nog even het park in. Er gaat een heerlijk stil paadje achter de waterval langs de rivier. We zijn helemaal alleen en horen alleen de krekels en het kabbelende water. De rivier is schitterend emerald groen. In de bomen zien we vijf apen die zich tegoed doen aan de tuakvruchten. Ook zien we weer nieuwe kleurige vlinders. Een te gek paadje. Vlak voor donker zijn we terug. Op het terrasje voor de deur genieten we nog even na. Van onze Duitse buren krijgen we een stukje watermeloen. Zouden ze weten dat dat mijn lievelingsvrucht is?

 
Donderdag 13 Augustus - Bantimurung naar Pare Pare
 
Bantimurung: wandelen in het paradijs

Ragman staat al vroeg met een olielamp voor de deur. Ien baalt dat we al zo vroeg naar de grotten moeten. Het is een klein, maar gemeen klimmetje naar de twee grotten die tegenover elkaar liggen. We gaan alleen de "dreaming cave" in. Er blijkt licht te zijn. Op een "geheim" plekje zit een schakelaar, die een paar lampjes ontbrandt. Lang niet voldoende om zonder sterke lantaarn de grot in te gaan. Er is ook een pad gemaakt dat een paar honderd meter de grot in gaat tot een grote kamer. Er zijn veel vleermuizen te zien. De grot zelf stelt niet veel voor en we zijn dan ook snel weer buiten. Ragman wil graag goed Engels leren spreken en vraagt of we met hem willen corresponderen. Ook wil hij de foto's hebben. We vinden het best, maar passen onze tactiek toe: We schrijven pas als hij eerst schrijft. We horen dus nooit meer iets van hem.

We gaan weer naar het paadje achter de waterval. Geen apen vandaag, maar wel veel hagedissen en vlinders. Ook heeft een prachtig ijsvogeltje hier zijn jachtgebied. Na een kilometer houdt de weg op bij een tweede waterval. Volgens het boek kun je na een klimmetje wel verder, maar een groot waarschuwingsbord houdt ons tegen. Er schijnen hier regelmatig dodelijke ongelukken te gebeuren.

Vanmiddag gaan we richting Torajaland. Als we de spullen nog aan het pakken zijn komen drie Nederlanders. Ze willen onze kamer en wachten tot we klaar zijn. Ze komen net uit Torajaland en geven ons een paar goede tips.

Busrit naar Pare Pare

Ien heeft last van haar rug. Niet leuk als we zo'n eind moeten rijden. Bij de restaurantjes wachten we op een bemo naar Maros. De zaakjes hier verkopen mandela's van vlinders. Erg mooi, maar het is triest dat er zoveel vlinders voor zijn gedood. De meesten hebben we niet eens in het wild zien vliegen! Gelukkig komt de bemo snel en kunnen we in Maros vrijwel meteen in een kleine bus overstappen richting Pare Pare. We hebben een leuke conducteur, die trots is twee Nederlanders in zijn bus te hebben. Een vrouwtje slaapt tegen mijn schouder en lacht verlegen als ze wakker wordt. We staan de hele rit in het middelpunt van de belangstelling. Ik geef de conducteur een stuiver. Hij is helemaal door het dolle heen. Onderweg stoppen we even om de inwendige mens te versterken. We nemen een fanta, maar daar neemt de conducteur geen genoegen mee. We moeten eten en even later komen ze met allerlei potten en pannen met voer aandragen. We zijn even koning en koningin. De ober buigt zelfs voor ons. Wat heeft de conducteur hem wijsgemaakt? Alle bezoekers lachen of gapen ons aan. Ik heb een shirt zonder mouwen aan en de conducteur is een en al bewondering voor mijn borstharen. Hij laat zijn eigen borst zien zonder ook maar een haartje er op en barst in lachen uit. Hij moet telkens even voelen. Als Ien een foto wil nemen moet iedereen er op. Mensen laten hun eten staan om in ons plakboek te komen. Hartstikke leuk.

Pare Pare

Na een leuke rit van bijna 3 uur (fl.3,50) komen we met een houten kont in de havenplaats Pare Pare. Bij de busterminal kopen we meteen tickets voor de bus van morgen naar Rantepao. Met de beçak rijden we wat hotels af. De meesten zijn vol of zien er niet uit. Uiteindelijk vinden we een redelijk hotelletje. Het stikt er van de muggen. Als we vragen of ze er wat aan kunnen doen spuiten ze zoveel gif naar binnen dat je zelfs met een gasmasker het loodje zou leggen. We nemen dus meteen de beçak naar een hotelletje aan de haven. Het ziet er niet uit. We zijn de enige gasten. Bij de lampen zwermen grote insekten (vliegende mieren?), terwijl buiten de muskieten heersen. We besluiten maar binnen te gaan zitten. Ik neem een lekkere moot vis, terwijl Ien het conservatief bij een vette kip houdt. Na de schitterende zonsondergang nemen ontelbare vliegende honden bezit van het luchtruim.

We lopen terug naar het hotel en komen zo bij de pasar malam (avondmarkt). Je kunt zien dat hier nauwelijks toeristen komen. Iedereen zwaait en lacht naar ons. Het is erg gezellig met al die met olielampjes verlichte kraampjes. Iedereen wilde weer op de foto en ze bedankten ons zelfs hiervoor. Een man met geluidsinstallatie bracht met behulp van tekeningen de gevaren van geslachtsziekten bij. Een amusante avond.

 
Vrijdag 14 Augustus Rantepao
 

Busrit naar Torajaland

Feest! Jos en Ien 4 jaar! We staan om 7 uur voor joker bij de busterminal. Ze hebben ons kaartjes verkocht voor de luxe bus van 10 uur. De vroege bus is van een andere maatschappij. Ik ben des duivels en maak in het nagenoeg lege buro veel stampij. Ik eis dat ze meteen op komen dagen en ons de goede kaartjes verkopen. Met een paar harde klappen tegen de golfplaten wand laat ik goed zien dat ik boos ben. Uiteindelijk kunnen we mee met een wrak, maar krijgen geen geld terug. De enige genoegdoening die we kregen was in de vorm van drie arrogante Italianen. Ze moeten veel meer als wij betalen en moeten ook een extra plaats betalen om niet met vier man opeen gepropt te worden. Wij zitten lekker voorin.

Het is een prachtige tocht. Na twee uur rijden komen we door een natuurpark. We zien schitterende vogels met lange staart en lange snavel. Jammer dat we er niet even uit kunnen. De benen worden pas bij een restaurantje langs de weg gestrekt. Het is gezien de onvriendelijke bediening en Westerse prijzen een door toeristen veelbezochte plaats. Na een kwartiertje vervolgen we langs de rijstvelden weer onze weg. Na een rit van bija zeven uur komen we aan in Rantepao, de hoofdstad van Torajaland.

Rantepao

We moeten even zoeken voor een goed hotelletje. De homestay die we als tip hebben gehad blijkt bezet te zijn. We bespreken hem voor morgen en slapen zolang in een andere homestay aan de overkant. Het zijn aardige mensen, al kun je wel zien met een doorgewinterd zakenvrouwtje van doen te hebben. De vrouw spreekt nog een beetje Nederlands en kan zelfs nog een paar psalmen zingen. We krijgen een bakje thee met een speciaal Toraja koekje.

Na een tukje gaan we op zoek naar het toeristenburo. Het is dicht, maar onze vragende ogen lokte meteen een lokale gids. Bij hem thuis toont hij ons een kaartje van de omgeving en vertelde wat er zoal te doen is in het land van de Toraja's. We besluiten morgen met hem op pad te gaan. We lopen ook wat andere hotelletjes af. Het Indra hotel is leuk met een tuin en gezellig restaurant. Wisma Maria is een stuk eenvoudiger, maar ziet er ook leuk uit.

Ien en Jos: 4 jaar samen !

Half acht begint ons romantische avondje om ons 4-jarig bestaan te vieren. Onder het genot van een duur wijntje laten we ons de garnalen en sateetjes goed smaken. Bij het afrekenen ontstaat en enige consternatie. Mijn creditcard is verlopen. Verbouwereerd loop ik naar Ien terug. Dat me dat niet eerder is opgevallen! Ien schudt me wakker en zegt dat het nog lang geen december 1992 is! Ik terug naar de kassa. Blijkt dat de tr.. het maar had gezegd om geen slipje uit te hoeven schrijven en aan mijn domme gezicht kon zien dat ze me wel wat op de mouw kon spelden. Wat ben ik toch een eikel! Ien ligt in een deuk.

 
Zaterdag 15 Augustus - Tana Toraja - 1e excursie
 
De hele dag houden blaffende honden en kraaiende hanen ons wakker. Ook in dit opzicht lijkt het hier op Bali. Ik zoek in het donker een hotelletje. Het wordt wisma Maria. Schone grote kamer met warme douche. Een eigen balkon en een leuke tuin voor dezelfde prijs als onze homestay. We kunnen er pas om 10 uur in zodat we er alleen onze rugzakken droppen. De homestay die we gisteren besproken hebben doen we over aan twee Nederlandse budgettravellers. Samen met Angelique en Johan regelen we via de aardige vrouw van de homestay een auto met gids. We willen vandaag iets zien van de afgelegen Torajagebieden. Ook moet er ergens een begrafenisceremonie zijn.

Markt van Rantepao

De markt net buiten Rantepao staat als eerste op het programma. We geven twee Argentijnen, Ruben en Tessa, een lift. Als ze horen van onze toer besluiten ze met ons mee te gaan. De gids slaat er wel meteen een slaatje uit en verhoogt de prijs. Op de markt worden naast gewone goederen ook buffels verhandeld. Het zijn er honderden. Een gewone buffel kost fl.1000,-, terwijl een gevlekte wel fl.6000.- op kan leveren. Er wordt flink gehandeld. Veel buffels worden gebruikt als geschenk bij een begrafenisceremonie.

De begrafenisceremonie.

Als een Toraja sterft wordt hij/zij niet meteen begraven, maar ingebalsemd en in een kist in de Tongkonan (De fraai gevormde Torajawoning) bewaard. Voor de Toraja's is de overledene niet dood, maar ziek. In overleg met de familie wordt een datum voor de dodenceremonie bepaald. Doorgaans is dit in juni, juli of augustus omdat dit de vakantieperiode is en de Toraja's die buiten Sulawesi leven dan ook aanwezig kunnen zijn. Een ceremonie kost erg veel geld zodat het soms wel 10 jaar duurt voordat de financiën rond zijn voor het feest. Een eenvoudige ceremonie duurt 4 dagen. Uit alle uithoeken komen de gasten samen in het dorp van de overledenen. Hier worden speciale gastenverblijven gebouwd. Veel Toraja's hebben familie in het buitenland of de overige eilanden van Indonesië. Het is dus een hele organisatie. Aan het begin van de ceremonie wordt het lijk, vaak niet meer dan wat botjes, uit de Tongkonan gehaald en op een centrale plaats gezet. De directe familie blijft dag en nacht bij de kist. Als de Taraja's animist zijn (90 % is Christelijk) wordt er van de overledene een tau-tau gemaakt. Een tau-tau is een houten evenbeeld van de overledene die de graftombe moet bewaken.

De tweede dag van de ceremonie is de dag van de receptie. De gasten geven volgens eeuwenoude tradities geschenken in de vorm van buffels, varkens en eten. Het gegevene wordt zorgvuldig bijgehouden en dient laten bij een volgende ceremonie teruggegeven te worden. Hoe groter de hoeveelheid geschonken buffels, hoe groter het aanzien. Het hangt uiteraard samen met de hoeveelheid buffels die met vroeger zelf geschonken heeft.

De derde dag worden de buffels geslacht. Bij een grote ceremonie zijn dit er al gauw een stuk of 100, terwijl bij een arme sloeber altijd nog wel één buffel wordt geofferd. Normaal is 5 à 6 buffels. Het vlees wordt onder de aanwezigen verdeeld. Dit is pas door de Christelijke kolonialen, wij dus, ingesteld. Vroeger werd alles aan de goden geofferd, terwijl de mensen vaak niets te eten hadden.
Het slachten is een bloederig gebeuren waarbij niet zachtzinnig met de dieren wordt omgegaan.

Het einde van de ceremonie bestaat uit een mars naar het graf. In het zuiden en oosten van Tana Toraja wordt de kist in een holte van een klif op soms wel 70 meter hoogte opgeborgen. De tau-tau wordt bij de rest van de voorouderpoppen op een balkon vlak bij de tombe geplaatst om de wacht te houden.

Op de markt is ook een varkensafdeling. De dieren liggen in grote rijen aan een draagbaar op de grond. Ook de varkens gaan in deze ceremoniemaande grif van de hand. Als je niet zo close bent met de overledenen of simpelweg niet genoeg geld hebt geef je een varken. Er vindt ook een levendige handel plaats in palmwijn. Dit lokale brouwseltje wordt in bamboestengels bewaard. Met een kwastje lepelen ze wat op om eventuele kopers te laten proeven. Ook twee kappers doen goede zaken. In een supermarkt kopen we twee sloffen sigaretten als geschenk voor de familie van de overledene van de ceremonie die we vandaag gaan bezoeken.

Bezoek aan een begrafenis ceremonie

Via schitterende sawa's rijden we in een uurtje naar een uithoek van het Torajaland. Hier vindt in het dorpje Padang Iring een begrafenisceremonie plaats. Er zijn veel mensen op de been en we worden al voor we het dorp in gaan getroffen door de uitbundigheid van het geheel.
Een groot veld is afgezet voor de ceremonie. Buiten de poort wachten de uitgenodigde families tot ze compleet zijn om gezamenlijk het terrein te kunnen betreden. Rondom het veld zijn dagverblijven gebouwd voor toeschouwers en minder intieme gasten. De familie en genodigden verblijven vlak naast de Tongkonan (het huis met de overledene). Er staan 6 buffels aan een paal vastgebonden. Twee zijn er al geslacht om de gasten te voeden. In een open tent zingen ingehuurde mensen levensbeschouwende liederen. De dode is in een open Tongkonanwoning opgeborgen. De naaste familie zit er omheen en mag de plaats niet verlaten. Voedsel wordt via een steile trap naar boven gebracht. Iedereen is in het zwart. We gaan eerst naar de familie om onze deelneming te betuigen en de sigaretten aan te bieden. Van de gids moeten we "gefeliciteerd" zeggen want het is feest. Inderdaad worden onze wensen met een gulle lach aanvaard.

Het is vandaag receptiedag. In lange optocht lopen de mensen (vrouwen eerst) per familie het terrein op. De arme families met alleen wat etenswaren. De rijkere met één of meerdere varkens. Hele rijken geven een buffel, maar dat krijgen we niet te zien. De aangeboden varkens worden vrijwel meteen geslacht om als voedsel voor de talrijke gasten te dienen. Dit gebeurt een beetje achteraf, zodat alleen het gekrijs te horen is. In een tent in het midden van het veld wordt het vlees verdeeld. Het is een bloederige troep. Twee buffelkoppen liggen gewoon tussen de morgen nog te slachten buffels. De koppen worden geschonken aan de meest belangrijke personen van het feest. Ze gebruiken het voor in de soep. De horens komen als relikwie aan de Tongkonan van de gelukkige.

Toeristen worden met bussen tegelijk aangevoerd. Het is genant om te zien dat ze als enigen over het terrein struinen, terwijl de echte gasten na overhandiging van de geschenken bescheiden hun plaats in de gastenverblijven of een plekje aan de kant opzoekt.

Lunchen in Makala

Na een uurtje rijden we naar het stadje Makala. Hier eten we in een primitieve wahrung het traditionele Torajagerecht piong. Het is in bamboe klaargemaakt vlees met rijst. We krijgen geen bestek en moeten met de hand eten. In een kommetje met water kunnen we onze handen reinigen. Ien en Angelique moeten hoog nodig naar het toilet. Ze worden naar buiten geleid, waar ze achter een één meter hoog hek in een gat mogen plassen. Nee bedankt, een andere keer graag.

De witte tau-tau's van Suaya

Na de niet al te verheffende lunch rijden we naar Suaya. Hier zijn erg oude graven met even oude tau-tau poppen. Erg indrukwekkend.
Een stukje verderop stoppen we voor een korte uitvoering van Toraja muziekantjes. Ze hebben volgens mij een dagtaak aan het amuseren van langskomende toeristen, want om de paar minuten stopt er wel een busje met passerende toeristen.

De baby boom

In Kambira, vlak bij Sangalla, staat een boom van 250 jaar oud. In deze boom begraven de Toraja's uit de omgeving overleden zuigelingen. Als criterium geldt dat de baby nog geen tandjes heeft om in de boom te mogen. Aan de andere kant van de richting van hun huis hakken ze een gat in de boom waar ze de baby na een korte ceremonie begraven. Het gat wordt afgedekt met een bamboe matje. Na verloop van tijd vergaat het matje en is de opening te zien. Dit gat wordt echter steeds kleiner en groeit zelfs helemaal dicht. Er is dan alleen nog maar een litteken te zien. Deze boom staat in een schitterend bamboebos. Wat is Indonesië toch mooi!

Ke'te' Kesu'

De laatste stop van vandaag is bij het verlaten dorpje Ke'te' Kesu'. Er komen hier zoveel toeristen dat de bewoners van de 4 huizen naar elders zijn vertrokken. Ke'te'Kesu' bestaat enkel uit traditionele huizen. Vier imposante Tongkonans voor de bewoners en een stuk of tien kleinere die dienst deden als rijstschuur. De woonhuizen hebben een buffelkop boven de ingang en zijn versierd met buffelhorens en schedels. Achter het dorp is een klip, waar al honderden jaren mensen worden begraven. De oude graven zijn in houten kisten aan de buitenkant van de klip op stellingen geplaatst. De kisten stellen een huis, buffel, boot of iets dergelijks voor. De oude graven zijn behoorlijk vergaan en we zien dan ook de botten en schedels uit de kapotte kisten steken. Op de grond zijn de botten die naar beneden gevallen zijn op een hoopje geveegd. Het is allemaal zo oud dat niemand meer weet wie wie is. Er wordt wel eens in de paar jaar een grote ceremonie gehouden ter ere van deze verre voorouders. Tegenwoordig worden de doden in een grot opgebaard, dat achter een nauw luik is uitgehouwen. In een kleine grot zijn de tau-tau's van deze mensen nog te zien. De meesten zijn replica's en vervangen de originelen die hier net als in Lemo en Londa op brutale wijze zijn gestolen en in Europese en Amerikaanse musea staan.

We zijn erg te spreken over onze gids Clemence en besluiten hem morgen nog een dag in te huren. De cijferblinde Argentijn rekent alles op zijn rekenapparaat nog even goed na. 25.000 plus 30.000 maal 2 is effe kijken, druk, klik, druk 110.000 roepies! Oei, nu zit hij diep in de problemen want hoe moet je een derde hiervan, oftewel 36.666,66 roepies betalen!
We zijn doodop van alle indrukken. Wat een dag! 's Avonds eten we in het gezellige Mart's café aan de overkant van onze wisma Maria. Het is hier veel beter en gezelliger dan die dure k... tent van gisteravond.

 
Zondag 16 Augustus - Tana Toraja - 2e excursie
 
De sawa's van Lempo

Om half 7 gaat de wekker. Snel op en naar homestay Rainbow om de rest op te halen. Clemence neemt het er echter van en komt pas om 8 uur aankakken. Volgens mij heeft hij al zijn geld van gisteren verzopen en loopt hij nu met een levensgrote kater rond. We gaan vandaag het noorden de Tana Toraja verkennen. Via een erg slechte weg komen we bij Lempo. Hier staan menhirs is de tuin van een verlaten Tongkonan. Ze moeten overleden voorouders voorstellen. We vinden de prachtige omgeving interessanter. Sawa's met hardwerkende mensen geflankeerd door in groen verstopte nederzettingen met grote Tongkonans. Een man heeft in de rivier net een enorme paling gevangen. Clemence koopt de vis meteen voor fl.20,- en denkt er op de markt het dubbele voor te kunnen vangen. Ook komen er veel mannen voorbij met geplukte bosjes rijst aan een bamboejuk. Een erg grappig gezicht.

Als we verder de bergen in rijden komen we bij een toeristenval. Het dorp moet het zijdecentrum van de streek zijn, maar blijkt een ordinair verkooppunt van T-shirts en andere prullaria te zijn. Zelfs het shopje waar zijde (uit Thailand ?) verkocht wordt toont niets van het zijdeproces. Ze hadden zich niet eens de moeite getroost een paar cocons op een schaaltje te leggen. Als we de zooi verlaten en ze alsnog entree willen heffen kan ik met moeite mijn middelvinger in mijn zak houden. Samen met ons zijn er ook nog drie bussen van de Boer en (Z)Wendel in dit dorpje. Wat een mensen. Ien heeft het meteen aan de stok met een arrogante Nederlander. Ze snauwt hem toe dat hij zeker die boer is van Boer en Zwendel.

Wandeling door sawa's en authentieke dorpjes

Een stukje verderop gaan we te voet verder. Je moet hier vanaf de heuvels een waanzinnig mooi uitzicht hebben over de groene sawa's. Helaas zijn de sawa's hier bruin door de droogte, zodat het wel mooi is, maar niet zo waanzinnig als verwacht en de plaatjes in de boeken. Na een uurtje komen we bij een guesthouse dat over de vallei uitkijkt en lunchen hier. Clemence zit stil in een hoekje. Als we vragen waarom hij zich zo afzondert bekent hij na lang aandringen dat hij hond aan het eten is en dat toeristen dat doorgaans niet zo kunnen waarderen.

Om 1 uur lopen we verder in de richting van Rantepao. We komen op deze populaire route kinderen tegen die in de hoop op een presentje uitbundig liedjes voor ons zingen. Ze zijn al van verre te horen. We zien ook twee koffieplukkers en de bomen waarvan de vruchten dienen om tuak te brouwen. Tegen deze bomen is vaak een primitieve ladder gebouwd om er beter bij te kunnen. Als de vruchten rijp zijn worden ze geplukt en een paar dagen gedroogd. Het sap loopt er dan vanzelf uit. In een bamboe koker laten ze het vervolgens gisten tot het alcoholrijke goedje.

Bij Pana staat ook een babyboom en een grot met graven. Bij de verder niet zo interessante graven staan beneden allemaal bordjes met eten voor de doden. In een piepklein traditioneel dorpje probeert de indo Angelique met succes een oude ani-ani (rijstmesje) voor haar ouders, die vroeger ook op de rijstvelden hebben gewerkt, op de kop te tikken. Een leuk souveniertje. De mensen hebben meteen de smaak van het handelen te pakken. De Argentijn Ruben is op zoek naar een pruimtabaksdoosje. Ze komen met een schattig bamboe doosje aan waar de natte pruimtabak nog in zit. Ze vragen fl.5,-. Hij wil het niet en zegt wel zo'n kitsding in de winkel te kopen, zodat wij er meteen beslag op leggen. Wat een rare pief die Argentijn. Liever een toeristisch geval willen hebben omdat het twee kwartje goedkoper is. Nu we er op letten zien we de vrouwen op de rijstvelden met de ani-ani werken. Het is een hele kunst.

Als we een paar uurtjes hebben gelopen krijgt Ien last van bibberbenen en ze is blij als we voor vieren bij een bemo komen die ons in 15 minuten terug naar Rantepao brengt. De rest moet nog zaakjes regelen zodat we Clemence hartelijk bedanken en we onze eigen weg gaan. Na wat winkeltjes afgelopen te hebben nemen we het er even van op onze galerij.

's Avonds eten we in het Mambo restaurant. Johan en Angelique zijn er ook zodat het erg gezellig is. Buiten is er een optocht met fakkels. Waarschijnlijk ter ere van de onafhankelijkheidsdag van morgen. We kopen nog een zak kroepoek en relaxen tot een uur of tien op de galerij voor onze kamer, waar de tjitjaks op het plafond op vliegjes jagen.
 
Maandag 17 Augustus Rantepao
 
Onafhankelijkheidsdag

Het is vandaag onafhankelijkheidsdag. Op naar het centrum. Op de rante, het grote plein, is een plechtige ceremonie aan de gang. Er zijn allemaal mensen in uniform of ander eenheidspakje. Onder tromgeroffel wordt de vlag gehesen en een man met veel blinkende insignes houdt een vaderlandslievende toespraak. Verder is er niet veel te beleven.

Als ik probeer cheques in te wisselen doet de man moeilijk over mijn handtekening die niet zou lijken op de andere. Ik krijg aanvankelijk geen geld en de waardeloos geworden cheque terug. Ik zet boos nog een handtekening die er beter op lijkt, maar de neuroot vraagt alleen waarom deze weer afwijkt van de vorige. Ik vraag naar de baas, maar deze is er niet. Als hij de volgende klant begint te helpen steek ik daar een stokje voor en zeg niet eerder weg te gaan voordat zijn baas er is. Uiteindelijk bemoeit een andere medewerker zich ermee en betaald de cheque uit. Als we ons geld na tellen horen we dat de man ook de cheques van de man na ons niet accepteert omdat ook deze handtekening niet zou kloppen!
We moeten morgen helaas uit ons hotel en regelen een ander hotel. Helaas een stuk minder, maar er is weinig anders te vinden.

Zware wandeling vanaf Londa

Na een korte siësta nemen we de bemo naar Londa. We laten ons aan de grote weg afzetten en lopen de laatste kilometers naar boven. Ook in Londa is er een klip met tau-tau poppen. Met een gids gaan we de grotten in. Het ligt vol met doodskisten van volwassenen en kinderen. Sommige kisten zijn vergaan en kun je de botten zien. Een skelet heeft bloemen in zijn handen, een brilletje op en een sigaretje in zijn mond. Ook is er een open kist te zien met een vrouw er in die haar kleren nog aan heeft. Op haar vergane hoofd zien we nog de vergane plukjes haar. De grot wordt nog steeds gebruikt. De laatste kist is een paar weken terug nog bijgezet.

De rijken hebben hoog op de klip een laatste rustplaats gevonden. Daar kunnen eventuele rovers maar heel moeilijk bij. De kist wordt met touwladders naar deze grotten gebracht. Je kunt goed de kisten op ca. 50 meter hoogte uit de kleine grotten zien steken. Onze gids laat ons ook nog koffieplanten, een cacaoboom en een kretjakplant zien (Indonesische sigaretten).

Na de rondleiding nemen we het paadje naar Lemo. We moeten telkens vragen waar we heen moeten. Ien voelt zich helemaal niet op haar gemak. Het is een leuke, maar zware wandeling. Na drie uur lopen denken we er te zijn. Ien is compleet gebroken en stort nu helemaal in als ze hoort dat we pas halverwege zijn. We besluiten het op te geven en drinken wat in een huisje langs de weg. Er gaan hier helaas geen auto's zodat we na een half uurtje maar weer op pad gaan in de richting van de grote weg, die we een klein uurtje later bereiken. In Rantepao duiken we na een fanta meteen in bed. Dat duurde voor Ien maar 5 tellen. Als ze echter buiten tromgeroffel hoort, strompelt ze uit bed en sleep zich naar het plein waar de vlag officieel binnengehaald werd. 's Avonds eten we weer in het gezellige Mart's café.

 
Dinsdag 18 Augustus Rantepao
 
Als Ien opstaat kan ze haast niet lopen van de spierpijn. Na de douche gaat het gelukkig wat beter. Nadat we alles ingepakt hebben en weg willen zien we twee mensen inchecken die niet hadden gereserveerd. Wij meteen de baas gevraagd hoe dat zit. Er blijken wat annuleringen te zijn, zodat we onze kamer kunnen houden. Ze zullen je niet even waarschuwen, hè.
Tijdens het ontbijt komt er een optocht langs. Ien gaat uit haar dak, want het is kindercarnaval.

De vliegende honden van Nangala

Nadat we het Indra hotel weer hebben afgezegd en op het postkantoor het hongerige thuisfront van leesvoer hebben voorzien nemen we de bemo naar het noordelijk gelegen Nangala. Het laatste stukje weg is erg slecht, maar brengt ons precies waar we moeten zijn. Ook hier moeten we de gebruikelijk 1000 roepies (fl.1,-) dokken om het piepkleine dorpje in te mogen. Er staan veel traditionele Tongkonan en heel veel rijstschuren. Aan de rand van het dorp is een klein bamboebos waar het wemelt van de vliegende honden.

We nemen een paadje naar de sawa's achter het dorp. Er komen net vrouwen met bosjes rijst om uit te zetten. Ze gooien het in een lege sawa. Voor het planten stropen ze de sawa af op zoek naar slakken. Ze vinden er tientallen. Het is een lekkernij. Na de koffie halen ze de bosjes rijst uit elkaar en planten de jonge rijst in de blubber. Dit gaat razendsnel en de sawa is binnen de kortste keren beplant.
We lopen een stukje verder en zoeken een lekker plekje op om te lezen. We genieten van de stilte en het uitzicht. Als aan het eind van de middag een man achter ons hooi gaat verbranden is dat het sein om terug naar Rantepao te gaan.
's Avonds komen we Clemence weer tegen in het Mambo restaurant. Hij heeft een grote hoorntor aan een touwtje. Als hij het dier door het restaurant laat vliegen gaan sommige vrouwelijke toeristen op tilt en verlaten gillend het pand. Op aandrang van de eigenaar wordt het arme dier even later dood gemaakt.
 
Woensdag 19 Augustus Rantepao
 
Lemo

We slapen lekker uit tot 8 uur en relaxen tot het middaguur lekker op ons balkonnetje. Als de zon het hoogst staat en de toeristen terugkomen voor hun siësta nemen wij de bemo naar Lemo. Het is een bekend plaatsje. We zijn wel de enige toeristen, maar de winkeltjes en het gastenboek verraden dat het hier doorgaans wemelt van de toeristen. De attractie van Lemo is een schitterende klip met meerdere galerijen vol tau-tau's. Het is de mooiste die we tot nog toe hebben gezien. We lopen nog een beetje over en langs de sawa's, maar het is zo bloedheet dat we snel de bemo terugnemen en ons af laten zetten bij de brug vlak voor Rantepao. We gaan de brug over en volgen een stukje de weg naar de plaats waar we de eerste dag zulke mooie sawa's hebben gezien. We worden meteen lastig gevallen door kinderen die gula gula (snoep vragen). We antwoorden "amme hoela" en lopen door. Na een paar mooie foto's aan we weer terug naar Rantepao en kopen de tickets voor de bus naar Ujung Pandang van morgen.
Na een heerlijke maaltijd in het Mambo restaurant gaan we terug naar ons hotel en doen wat spelletjes op ons balkon.

 
Donderdag 20 Augustus - Terug naar Ujung Pandang
 
Om 7 uur staan we bepakt en bezakt op de bus te wachten. Op straat zijn al veel schoolkinderen en beçakrijders in de weer. De bus haalt ons bij ons hotel op. Als hij er om 8 uur nog niet is maken we ons een beetje zorgen. We blijken de laatsten te zijn die opgepikt worden. Scheelt toch weer een uur bussen.

Onderweg maken we twee korte stops. Ien gaat er naar het toilet en moet meteen weer aan het smerige Marallal in Kenia denken. Ze heeft meteen geen plasgevoel meer! Half vijf zijn we bij de terminal van Ujung Pandang en gaan met de overvolle bemo verder naar het centrum. Lopend bereiken we het sjieke Marannu hotel. Ien heeft het weer helemaal naar haar zin. Luxe 2 persoonskamer, TV en zwembad voor de deur. Desondanks lopen we nog wat andere hotels af, maar die zijn toch minder. Na een duik in het zwembad nemen we de beçak naar de pizzahut, waar we tot onze verrassing de enige westerlingen zijn. Heerlijk om na al die bakken rijst even wat anders te eten.

 
Vrijdag 21 Augustus - Ujung Pandang
 
We nemen vandaag eerst wat geld op bij de bank. De meisjes, waarvan er één Anneke heet, kennen ons nog van de vorige keer. Ze weten zelfs onze namen nog. Ze mogen ons blijkbaar zo graag dat we net als in Samarinda fl.100,- te veel krijgen. Ook nu geven we het uiteraard terug.

Snorkelen op Samalona

Bij de haven regelen we een boot voor fl.25,- naar het eilandje Samalona. We hebben geen zwemspullen bij ons en moeten eerst naar het hotel terug om die te halen. Het is 40 minuten varen naar het schitterende eilandje met witte stranden. Er staan slechts een tiental huisjes en een paar bomen op. In een half uurtje ben je het hele eiland rond. We huren een bamboe hokje om te schuilen tegen de zon. Het is hier een ideale plaats om te snorkelen. Ien kan overal staan en bij de brokken koraal wemelt het van de schitterende vissen. Ien heeft veel plezier van haar nieuwe duikbril.

Ien:"Allemachtig prachtig! Zo helder en zo veel vissen nog nooit gezien bij elkaar! Maanvis, grote lange snuit (50 cm), anemoonvissen (oranje met witte strepen met zwart lijntje), een inktvis, gele met paars, knalpaarse met turquoise, zeegels, blauwe zeester, zwart wit gestreepte visjes en zelfs een paar gekleurde grote Venezolaanse! Ook vissen die op de grond liggen en hele scholen. Ik kon overal staan, waanzinnig!". Als we uit het water gaan zijn we niet meer de enige toeristen. Er zijn een paar boten aangekomen met enkel Nederlanders. Eentje heeft zijn radio zo idioot hard aan dat we verkassen naar een ander hutje. We zijn bij mensen uitgenodigd in hun paalwoning om een heerlijke vismaaltijd te nuttigen. Naast de rijst en mie staat er inktvis en diverse zeevissen op tafel. Echt lekker!

Vlak voor zonsondergang zijn we terug in Ujung Pandang. Op een steiger zien we de zon onder gaan. Schitterend! We maken een waanzinnige foto als er net een primitieve vissersboot voor de rode zon vaart. Op de steiger zijn allerlei vissers bezig. De ene probeert het met een hengel, de tweede met een net, terwijl de derde door het water banjert met weer een ander soort net. Het resultaat is echter hetzelfde: weinig.

Slenteren over de boulevard van Ujung Pandang

Tijdens het eten in één of andere hamburgertent komen we in gesprek met een zeeman uit Maleisië. Hij heeft een paar dagen de tijd om wat van het land te zien en vraagt wat er zoal te doen is in Sulawesi. Hij is ook in Schiedam en Rotterdam geweest. Grappige vent.
Na het eten lopen we over de gezellige boulevard van Ujung Pandang. Om de meter staat een karretje met iemand die in een enorme pan eten klaar maakt. De meesten hebben ook tafeltjes waar je de hap kunt nuttigen. Bij de armere karretjes eten de mensen op de rand van de zeewering. Afwassen gebeurt op de grond in steeds hetzelfde water. Blij dat we al gegeten hebben. Met een gastank verwarmen ze de grote wajangpan. De voorgesneden groenten en rijst worden razendsnel gebakken. De smurrie wordt vervolgens op borden geschept voor het wachtende en hongerige klanten. Alles gebeurt in de pan. Ook soep wordt er in klaar gemaakt. Nasi kun je ook voor thuis meenemen. Ze pakken het gewoon in een stuk papier, elastiekje er omheen en klaar is Kees. Erg leuk om er naar te kijken. We blijven bij één kraam wel 10 minuten staan kijken.

Iedereen zegt je gedag. Een sigarettenverkoper loopt een stuk met ons op als Ien voor haar moeder en pakje sigaretten koopt. Hij studeert engels en probeert met de sigarettenverkoop een centje bij te verdienen. De aardige knul legde een beetje de dingen uit die hier op de markt gebeuren. Welk voedsel ze maken, hoe laat ze naar huis gaan en meer van dat soort dingen.
Na een geslaagde avond kijken we nog even TV op de kamer en zien we een uitgebreid verslag van de Floriade.

 
Zaterdag 22 Augustus - Ujung Pandang
 
Ik heb in het handboek het adres ontdekt van een bakker. Wij er met de beçak naar toe. We kopen een halfje brood en ik neem in het "restaurant" twee zoete broodjes met een bakje thee. Ien wil een paar sneetjes van het halfje ongezoet brood, maar dat begrijpen ze niet. Pas als we weg gaan komen ze met het halfje, gedragen op een glimmend presenteerblaadje, aanzetten. In de kamer nemen we dus pas een boterham met jam.

Weer naar Samalona

We gaan vandaag weer naar het eiland Samalona. Dit keer hebben we een snelle boot en zijn er al in 15 minuten. Het is weer een heerlijke dag en we zijn hier dan ook van 10:30 tot 16:30. Ien zwemt tweemaal anderhalf uur, ik wat langer. We zien weer erg veel. Vooral van de schitterende anemoonvissen kunnen we geen genoeg krijgen. Ik vind een mooie schelp die ik achteloos in mijn broek bewaar. Als ik terug ben bij ons tentje en hem aan Ien laat zien komt er een grote heremietkreeft uit met lange harige poten. Mazzel dat ik niet in mijn bil ben gebeten! We lopen ook nog even het eiland in de rondte. Op de koraalstrandjes vinden we allerlei kleine dingetjes als rood koraal en aparte schelpjes.

Als we terug zijn in de haven van Ujung Pandang moeten we een stukje door het smerige en stinkende water lopen. Bij een put kunnen we gelukkig onze benen wassen. Een Indonesiër heeft er niets van en staat een stukje verderop zijn kleren in het vieze water te wassen. Ik ben niet vies uitgevallen, maar het is echt smerig.

Ien is een beetje zielig. Er is geen post uit Nederland. Ik denk dat ze alles naar Bali hebben gestuurd. Na een lekkere douche gaan we op zoek naar een in het handboek aanbevolen restaurant dat in de buurt van het hotel moet zijn. We kunnen het niet vinden en niemand schijnt het ook te kennen. Eindelijk hebben we iemand te pakken die het weet. We lachen ons rot als hij ons naar het restaurant van ons hotel brengt dat inderdaad de gezochte plaats blijkt te zijn. We nemen een lekker visje in het verder niet zo bijzondere restaurant.

We lopen na het eten nog even over de boulevard met zijn 250 eettentjes. Het is weer erg druk. We kopen schuimrubber muizen à fl.0,50 voor de nichtjes en neefjes thuis. Erg leuk primitief speelgoed. Onder een paar bomen spelen jongeren een domino competitie. Op een groot bord wordt de stand bij gehouden. Ook wordt er een ander, voor ons onbekend spel gespeeld. Ze doen het op een houten bord met pinda's en stukjes avocado als poppetjes. Pas om twaalf uur liggen we moe maar uiterst voldaan op bed.

 
Zondag 23 Augustus - Ujung Pandang
 
We slapen lekker uit en checken om precies 12 uur uit. Bij de receptie vragen we naar de prijs van een taxi naar Bantimurung. Ze vragen fl.50,-. Ja dag, we gaan wel ergens anders. Een mannetje probeert voor ons af te dingen terwijl wij (vergeefs) op het postkantoor kijken of er post ligt. Op de parkeerplaats regelen ook even een andere taxi voor fl.17,-. We liggen dan ook dubbel als het mannetje van het hotel met een gezicht van "dat heb ik even gefikst" vertelt dat hij de eerste taxi voor ons geregeld heeft voor maar fl.45,-.

Terug naar de rust van Bantimurung

Het is 45 minuten naar ons laatste paradijsje van deze vakantie. Het is zondag en het Bantimurung park is dan ook bomvol met dagjesmensen. Het hek van ons hotelletje is om de boel buiten te houden op slot. We wachten even, maar als er niemand komt klim ik over het hek en vind zo iemand om het hek voor ons open te houden. We hebben een week geleden gereserveerd, maar hebben niet echt de indruk dat ze dat nu nog weten. Gelukkig is er wel een kamer vrij. Het is dezelfde kamer als de vorige keer. Ze maken ook in dit gloednieuwe hotel de boel niet schoon. In de vieze badruimte liggen bij wijze van spreken onze haren nog op de grond. Over een paar jaar is dit een vies oud hotel als ze zo door gaan.

Als om 17 uur de meeste dagjesmensen weer naar huis zijn gaan we het park in. We lopen weer het betoverende paadje achter de waterval. We zien dit keer geen apen, maar wel een schitterend ijsvogeltje en uiteraard weer veel vlinders. Het is bloedheet en we zijn dan ook helemaal doorweekt van het zweet als we terug zijn. Na een bevrijdende douche eten we weer bij de stalletjes net buiten het hek. Mie goring voor fl.1,-, en het smaakt nog voortreffelijk ook! Onder het genot van een biertje spelen we het zoveelste potje boerenbridge. We genieten ook nog een tijdje van de stilte op het terras van ons hotelletje. Géén auto's of brommers. Alleen krekels, vleermuizen en het geluid van de waterval. We genieten met onze ogen dicht.

 
Maandag 24 Augustus - Bantimurung
 
De grotten van Leang Leang

In de bloedhitte gaan we met twee bemo's naar de grotten van Leang Leang. De eerst bemo zet ons af bij een zijweg, waarna een tweede ons over een stoffige weg door een schitterend landschap naar de grotten brengt. Als we bij de grotten aankomen blijkt het hek dicht te zijn. We balen stevig. Een man ziet het en waarschuwt de sleutelbewaarder die ons matst en het hek open doet. Hij leidt ons rond en toont ons de prehistorische tekeningen die deze plaats zo bekend maakt. In de eerste grot zijn 5000 jaar oude afbeeldingen van handen te zien. Ze hielden gewoon hun hand tegen de rots en spuwden met rode kleurstof de rots rond hun handen rood. Om de tweede grot te bereiken moeten we een hoge trap op klauteren. Ook hier weer die handjes en een tekening van een karbouw of varken.
Het is te warm om een stukje te wandelen in de omgeving, zodat we achter in de laadbak meeliften naar de grote weg. De rest van de middag verblijven we in een groot en schoon zwembad met een grote tuin in Bantimurung. Het is extreem rustig en als we aankomen zijn we de derde en vierde bezoeker.

Tegen de avond verpozen we weer bij de waterval in het park. Ik ga er dit keer onder. Goddelijk. Er zijn in de rotsbodem een paar gaten waar je heerlijk in kunt liggen. Als Ien een foto van me wil nemen snelt een leuke vrouw naar me toe om er ook op te kunnen. Komisch mens. De avond is weer lekker relaxed. Ien vindt deze vakantie zo heerlijk dat ze het in tegenstelling tot andere jaren niet leuk vindt om naar huis te gaan!
 
Dinsdag 25 Augustus - Naar Bali
 
Nog even relaxen in Bantimurung

We eten onze laatste voorraad op. Crackers met lekker dik beleg en een heerlijk bakje bosbessenthee. Nadat we voor vanmiddag een taxi naar het vliegveld hebben geregeld zoeken we weer de hemelse waterval op. Ook Ien waagt zich nu onder de massagestralen. Het is behoorlijk druk. Busladingen toeristen komen even een foto nemen als laatste stop naar het vliegveld. Veel van hen zijn zo stom om opgezette vlinders te kopen. Zo help je lekker mee om dit paradijsje om zeep te brengen.

Na een hoop gezeur met (alweer) Fransen over ons transport naar het vliegveld gaan we met een andere dan de geregelde taxi om half vier naar het vliegveld. Het inchecken gaat vlot. Het is nu nog twee uur wachten op vertrek. Vorig jaar zaten we ook al in deze hal. Toen kwamen we uit Irian Jaya en moesten ook naar Bali. We hadden een paar uur vertraging en kregen de zoveelste blauwe Merpati-bak met voer. Die bakken voer achtervolgen ons nog wel eens als we een nachtmerrie hebben.

Vliegen naar Denpasar (Bali)

Het is twee uurtjes vliegen naar Denpasar in Bali, waar we om half acht aankomen. Het is net of we op een ander vliegveld zijn beland. Ze zijn het helemaal aan het verbouwen, zodat we het haast niet herkennen. We kopen in de chaos een taxiticket, waarmee we een taxi kunnen nemen naar het toeristenplaatsje Legian. De chauffeur praat aan één stuk door. We zeggen af en toe "yes", waarna hij weer verder praat. We nemen net als vorig jaar het Matahari hotel. Ook Matahari is enorm veranderd. Er is een moderne vleugel, een restaurant en een groot zwembad bijgebouwd. We verwennen ons en nemen een kamer in het nieuwe gedeelte. Als we zeggen dat we hier vorig jaar ook zijn geweest valt er meteen van alles te regelen. De prijs zakt en morgen mogen we ook na het uitchecken van alle faciliteiten gebruik maken. Na het inchecken gaan we meteen naar ons favoriete restaurant van vorig jaar, "kopi pot". Er is gelukkig nog een tafeltje vrij in dit waanzinnig gezellige openluchtrestaurantje. We nemen weer saté op een roostertje. Alsof we niet weggeweest zijn.
Op ons balkon genieten we voor de laatste maal van de krekels.
 
Woensdag 26 Augustus - Kuta - Naar huis
 
Kuta (Bali)

We hebben een lekker ontbijtje op ons balkon. Jaffle (tostie met ei en tomaat) en een fruitsalade. Thee zetten we zelf maar, want die is niet te pruimen. We brengen zelf het dienblad terug. Dit kleinigheidje wordt zo erg gewaardeerd dat de bedienden ons de hele dag toelachen. Op weg naar het postkantoor loopt Ien alle winkeltjes af, en dat zijn er nogal wat! Ze slaagt meteen. Voor Mik een zilveren hangertje (wajangpop) en oorbellen (angklung), voor Nine een houten kikker en voor Ans een bananenboompje.

Post uit Nederland!

Op het postkantoor gaat Ien uit haar dak. 5 brieven! Van beide moeders twee en ook eentje van Annemarie uit Colombia. Hartstikke leuk! Op ons balkonnetje lezen we ze nog eens over voor we om 12 uur uit checken. De spullen zetten we in een kamer, waarna we de bar bij en in het zwembad opzoeken.

Onze vakantie sluiten we af in steil bij Kopi Pot. We realiseren ons nauwelijks dat de saté die we in deze leuke gelegenheid nemen de laatste is die we voorlopig in Indonesië nemen. Het avontuur zit er op. We pakken de spullen en nemen de taxi naar het vliegveld. Ik denk vroeg te zijn (2 ½ uur van te voren) om een niet-roken plaats te bemachtigen en we staan ook nagenoeg vooraan in de alsmaar langer wordende rij. Desondanks is er niet één niet-roken plaats in het vliegtuig te vinden. De groepen hebben alle niet-roken plaatsen ingepikt. Die komen straks natuurlijk paffen bij ons. We vragen ons af waarom zij wel en wij niet een niet-roken plaats kunnen reserveren bij het bevestigen van de vlucht. Aangezien dit al de tweede maal in successie is dat de KLM ons zo iets flikt besluiten we ter plekke voorlopig niet meer met de KLM te vliegen. Bij andere maatschappijen hebben we nooit last gehad. Achter ons staan mensen zich over hetzelfde op te winden. We nemen dit jaar geen groen uitgeslagen ijsje in de wachtruimte en na het gebruikelijke "Tax-free" winkelen vertrekken we om half acht richting huis. Na een voorspoedige vlucht zijn we een halve dag later terug in Amsterdam.

We hebben weer een fantastische reis achter de rug. Vorig jaar maakten we kennis met het drukke Java, de papoea's van Irian Jaya en de uitbundige Hindoe-cultuur van Bali. Kalimantan en Sulawesi  waren dit jaar weer heel andere eilanden. De natuur van Kalimantan (Borneo) en het Toraja volk in Sulawesi lieten weer een heel ander Indonesië zien. Apart en indrukwekkend! Een land dat we iedereen aan kunnen raden.