Kalimantan

1992

Zaterdag 25 Juli 1992 - Vertrek naar Jakarta

 

Vertrek vanaf Amsterdam

Na de gebruikelijke stress situaties stappen we rond drie uur op de trein naar Schiphol. Onze ouders komen ons uitzwaaien. Ien had er speciaal om gevraagd en dat was net even nodig om ze over de drempel te trekken. We vinden het in ieder geval erg leuk. Ans was een beetje gespannen. Ze moet binnenkort het ziekenhuis in voor een ooroperatie en zal het zonder onze steun moeten doen. Ook Annemarie en Henri zitten tijdens de operatie bij Bob in Colombia.

Het inchecken gaat dit keer zowaar erg snel. Helaas zitten we alweer op een rokersplaats, alhoewel we ruim op tijd zijn. Het is wat het roken betreft steeds hommeles als we met de KLM vliegen. Na de gebruikelijke slofronde langs de winkeltjes vliegen we om 18:10 naar het Verre Oosten. Het eten was best te pruimen en we slapen zowaar een paar uurtjes. Tegenwoordig worden de passagiers meer bezig gehouden met tekenfilmpjes, nieuwsuitzendingen en korte filmpjes zodat de tijd omvliegt.

Via Singapore naar Jakarta, probleem met aansluiting

In Singapore mogen we er een half uurtje uit. Het veelgeprezen vliegveld valt zwaar tegen. Er zijn lang niet zoveel winkeltjes als we hadden gedacht en alles blijkt peperduur te zijn. Zelfs de elektronica die hier spotgoedkoop moet zijn is volgens mij duurder dan thuis. Na in totaal slechts 15 uur vliegen landen we in Jakarta. Het is er half drie 's middags zodat er voldoende tijd leek om de vlucht van morgen naar Pangkalanbun (Borneo) te regelen. Probleem is dat we vanaf een andere luchthaven vliegen. Aanvankelijk denk ik dat dit vliegveld vlak naast de internationale luchthaven is. Dit blijkt een misvatting te zijn. 's Avonds horen we bij toeval dat het aan de andere kant van Jakarta ligt. Ik ben dan inmiddels wel bij diverse Merpati en Garuda kantoren langs geweest waarvan de medewerkers bij elkaar nog geen IQ van 50 hebben. Ze staren wat naar mijn ticket en brabbelen iets van "computer doet het niet" of "die vlucht gaat morgen, dus vandaag weten we niets".

Moedeloos besluiten we maar morgen vroeg naar het Halim vliegveld te gaan en daar maar verder te kijken. We zitten wel in een verkeerd hotel vlak bij het andere vliegveld zodat we morgen met de taxi voor dag en dauw weg moeten.

Hotel bij het vliegveld

Het hotel ligt weliswaar vlak naast het vliegveld, maar niet op de aanvliegroute zodat het gelukkig erg rustig is. Ien rust wat uit als ik met het busje weer naar het vliegveld ben om alsnog (tevergeefs) de vlucht van morgen te regelen. 's Avonds eten we op het terras van ons hotel. Een angklung bandje zorgt ervoor dat we alvast in de Indonesische sfeer komen. Het is erg warm en we zoeken al snel de airco van onze kamer op. Op de TV volgen we de olympische spelen.

 

Maandag 27 Juli - Vliegen naar Banjarmassin (Kalimantan).

 

Onze vlucht is overboekt

Om half vier staan we op en na een roestige douche en een roestige kop thee nemen we de taxi naar het Halim vliegveld. We moeten de hele stad door maar zijn er toch redelijk snel. We zijn de eersten en moeten tot 6 uur wachten tot de incheckbalie open gaat. Als het eindelijk zover is blijken we niet op de lijst te staan. Zelfs niet op de reservelijst. De reden is ons een paar minuten later duidelijk als een groep van 13 Amerikanen nagenoeg alle stoelen op komt vragen. Hun reisleider heeft gewoon wat extra betaald om de hele groep op het toestel te krijgen. Wat roepias en weg waren onze namen van de lijst. Ik natuurlijk boos en naar de "boss". Die kon natuurlijk niets doen want het vliegtuig was al vol, maar er was wel wat te regelen met het vliegtuig dat over drie dagen gaat. Dit vliegtuig is weliswaar ook vol, maar voor wat centjes is wel wat te regelen. Ik heb geen zin drie dagen te wachten en ga op zoek naar andere mogelijkheden. Er blijkt vanmiddag nog een vliegtuig naar Banjarmasin te gaan. We moeten daar toch naar toe en kunnen het net zo goed als eerste doen. Van daaruit kunnen we dan makkelijk verder vliegen naar Pangkalanbun. We moeten wel eerste klas tickets kopen want de rest is vol. De tickets naar Pangkalanbun kunnen we pas in Nederland weer inleveren.

Ien beschrijft alle ellende als volgt:
".... We hebben verdorie in januari al geboekt en betaald! 't Is niet te geloven. Voor joker zijn we vroeg opgestaan. Wat nu? Zeer slecht geregeld dus. Leuk begin van de vakantie. Alles loopt op rolletjes maar niet heus. Censuur, censuur, censuur. Ik kon mijn tranen niet inhouden. Woensdag kunnen we misschien pas vliegen. Wat kan een vakantie toch kutklote zijn. Ik heb echt geen zin meer. Laten we maar naar huis gaan. Was ik daar maar. Lekker tekenen, uitslapen, TV kijken, lekker eten en bruin brood! Wat is Nederland toch fijn!".

Andere vliegveld, andere bestemming

We vliegen dus vandaag alsnog naar Kalimantan. Het vliegtuig vertrekt echter weer vanaf het andere vliegveld zodat we met de taxi weer de hele stad doormoeten. Van half negen tot 1 uur wachten we in een restaurantje. De tijd doden we met het schrijven van de eerste brieven en het zoeken van een paar ongelezen regels in de krant. Ien gaat ook nog even languit op de bank liggen. Ze is doodmoe.

Eerste klas behandeling

Om half twee begint het leven naar ons te lachen. We checken in bij de Merpati. Als gewoon voetvolk staan we in de rij. Als we eenmaal aan de beurt zijn worden we onder begeleiding van een knipmes in strak uniform over de rode loper naar de eerste klas bali gebracht. We hoeven niets zelf te doen. De koffers worden voor ons op de lopende band getild. Zelfs de tickets hoeven we niet zelf te dragen. Een hulpje brengt ons naar de "lounge" waar we ons te goed kunnen doen aan zalm en kaviaar. Die paar extra tientjes hebben we er dus meteen weer uitgehaald. Je bent tenslotte Nederlander of niet. We liggen krom van het lachen. Ien komt helemaal bij. In de wachtruimte zitten ook twee Indisch vrouwen die Nederlands spreken en onlangs nog op familiebezoek in Zoetermeer zijn geweest. Aardige mensen en uitermate beschaafde mensen die de thee met de pink omhoog drinken.

Kalimantan, here we come !

We zitten vooraan in het vliegtuig. Het is anderhalf uur vliegen naar Banjarmasin. Het is een verademing eens geen doos met vliegvoer te krijgen. Dat is alleen voor de 2e klasse. Ons vooroordeel tegen Japanners wordt nog eens gesterkt door een Jap die zich bijzonder arrogant gedraagt tegenover de bemanning. Het leek wel een kampbewaker. Gelukkig komen we verderop in deze vakantie ook nog aardige Japanners tegen, zodat ons vooroordeel alleen nog maar slaat op Japanse zakenlieden die je hier overal tegen komt.

Banjarmassin

Om 4 uur 's middags zijn we in Banjarmasin en rijden met de taxi naar het Maramin hotel in het centrum van de stad. Onderweg maken we al kennis met het "Venetië van het Oosten" als we lang de vele (vieze) kanaaltjes en paalwoningen rijden. Ien is helemaal in haar element in de kamer met warm water en TV met videokanaal. Ze had het ook wel even nodig. Nadat ik voor morgen een boottocht door de kanalen van Banjarmasin heb geregeld gaan we lekker plat.

 

Dinsdag 28 Juli - Banjarmasin - Drijvende markt.

 

Vroege boottocht door de kanalen van Banjarmassin

Om 4:45 gaat de wekker af en kunnen we maar net de opwelling tegengaan om hem tegen de muur kapot te gooien. Een douche doet wonderen en lopen verrassend fris met onze gids Mardiono naar de haven. Er is al heel wat leven op straat. De vismarkt, die zich grotendeels op het water afspeelt lijkt al uren aan de gang. Het is nog donker en we moeten uitkijken niet van de planken in het water te vallen. Mardiono kan in de drukte de boot niet vinden zodat we de tijd hebben om de markt te bekijken. Er wordt heel wat afgesleept. Soms zie je mensen met zakken vol vis lopen.

Na een kwartiertje is onze boot er en varen we over het grote kanaal naar de Barito rivier waar de kleurrijke drijvende markt is. Banjarmasin heeft net zoveel kanaaltjes als gewone wegen. Voor veel huizen is de enige verbinding met de stad dan ook via het kanaal. Elk huis heeft een drijvend toilethokje. De mensen doen in het vieze water alles. Overal zie je mensen hun tanden poetsen, haar en lichaam wassen of de was doen in het water. Emmers water worden door het raam naar boven gehaald. Waarschijnlijk om te koken of om thee van te zetten. Wat een bedrijvigheid om half zeven 's ochtends.

De drijvende markt van Banjarmassin

Na een uurtje varen komen we bij de Barito rivier. Hier is elke morgen een "drijvende markt". In hun bootjes hebben de mensen hun handelswaar uitgestald. Het is voornamelijk etenswaar zoals groenten, fruit en kokosnoten. Het lijkt wel een mierennest. In tegenstelling tot Bangkok zijn we hier de enige toeristen. Een ontsnapte kip zorgt voor hilariteit als die plotseling blijkt te kunnen vliegen en van boot naar boot fladdert. Ook kun je hier van een op een bootje klaar gemaakt ontbijtje genieten. We kijken onze ogen uit. Er is ook zoveel te zien. Een hoogtepunt in ons "reisbestaan".

Apen plunderen onze boot

Na een uurtje kicken varen we naar een eilandje in de Barito rivier. Op de markt hebben we bananen gekocht voor de hier levende apen. Dat schijnt wel vaker te gebeurden want we hebben nog niet aangelegd of we worden bestormd door een tiental apen die de hele boot doorzoeken. Tassen moeten we stevig vast houden. Ze zitten zelfs op je schoot om beter te kunnen zoeken. We liggen dubbel van het lachen. De bananen hebben ze natuurlijk snel gevonden. Het eiland zit boordevol apen waar we dichtbij kunnen komen. Erg leuk al die speelse dieren.

De eerste neusapen

Na een half uurtje varen naar de monding van de rivier. Hier ligt op anderhalf uur varen een eilandje met de zeldzame neusapen. Deze apen komen alleen voor op Borneo. Ze hebben een gigantisch neus. Om te eten moeten ze eerst hun neus opzij duwen. Het zijn schuwe dieren, maar Mardiono weet een kreekje waar we bij hoog water in kunnen en naar het hart van het eiland kunnen varen. Als we er zijn gaat de motor uit en duwen we de boot voort met een lange stok. Heerlijk die rust waardoor je de oerwoudgeluiden op je in kunt laten werken. Het is even zoeken, maar uiteindelijk stuiten we op een groep neusapen. Met de verrekijker is ondanks de grote afstand hun neus goed te zien. Wat een dag ! Ook vliegen er schitterende vogeltjes rond. Vooral de lichtgevend blauwe ijsvogeltjes en de vogeltjes met knaloranje of gele borst maken indruk op ons.

Terug naar Banjarmassin

Pas als we helemaal voldaan zijn gaan we weer richting Banjarmasin. Een paar kilometer voor de stad varen we een zijriviertje in en varen zo via de buitenwijken de stad in. In dit gedeelte van de stad zijn helemaal geen wegen en is iedereen aangewezen op de boot. De kanaaltjes zijn erg smal zodat we een goed beeld krijgen van de leefomstandigheden hier. Iedereen is vriendelijk en zwaait naar ons. Ja, Banjarmasin heeft ons hart gestolen.

In Banjarmasin regelen we eerst voor morgen de vlucht. We hebben eerst bij de DAS onze vlucht geregeld, maar vliegen uiteindelijk toch met Bouraq. fl. 50,- goedkoper en ze vliegen ook wat later. Het vliegtuig is alleen kleiner en later horen we dat ze ook niet altijd de bestemming halen. Na een middagtukje van drie uur gaan we op jacht naar postkaarten. Tevergeefs. Alleen op het postkantoor hebben ze een hele lelijke van goudzoekers. Het kostte wel moeite om een bediende te vinden die zijn spelletje spaceinvaders op de computer wilde onderbreken om ons te helpen. 's Avonds speelt er een bandje in het restaurant van ons hotel. Traditionele muziek uit Banjarmasin. Leek ons wel leuk, maar het bleek kattengejank van een paar fanatieke moslims te zijn. Na een hapje garnalen houden we het vandaag voor gezien.

 

Woensdag 29 Juli - Pangkalanbun

 

Om 6:30 nemen we de taxi naar het vliegveld, waar we inchecken bij de rommelige bali van de Bouraq. Het is een kleine maatschappij, die ook met kleine vliegtuigen vliegt. Ze zijn berucht om hun vertragingen en slechte vliegtuigen. Dat zal ik maar niet tegen Ien zeggen. Zoals al de hele vakantie worden we achtervolgt door de Olympische spelen. Ook nu staat er in de vertrekhal een toestel constant onsamenhangende sportflitsen uit te zenden. Ik kom in gesprek met een Amerikaan die al 10 maanden onderweg is en nog 14 maanden voor de boeg heeft. Hij heeft al erg veel meegemaakt. Drie berovingen in Papua Nieuw Guinea en hij is met 70 (!) man naar de Komodo varanen wezen kijken. Het lijkt alsof hij deze 10 maanden zijn haar en baard niet heeft geknipt, zo lang is het. Volgens Ien heeft hij zich ook al die tijd niet gewassen.

In klein vliegtuigje naar Pangkalanbun

Met slechts ½ uur vertraging stappen we met z'n vieren in het vliegtuigje. De Amerikaan gaat ook mee. We vliegen over Banjarmasin en kunnen uit de lucht schitterend de vele kanaaltjes en de eilandjes in de rivier zien. Het is een klein uur naar de tussenstop Sampit. Hier stappen nog vier mensen in zodat het vliegtuig vol is. Zwaar beladen stijgen we na een lange aanloop weer op. We hebben goede hoop op de afloop aangezien de tweede piloot rustig de krant zit te lezen en de piloot rustig mee kijkt. Het is vanaf Sampit een half uurtje over het groene tropische tapijt naar Pangkalanbun. Ook de moerassen zijn vanuit de lucht goed te zien. Kleine vliegtuigjes vliegen nu eenmaal niet zo hoog. Vlak nadat mijn achterbuurvrouw me in mijn nek heeft gekotst landen we met een harde knal op de kleine airstrip.

Met de Amerikaan delen we een taxi naar het dorpje. Hij gaat meteen door naar Kumai, de plaats waar vandaan de boten gaan naar het Tanjung Puting reservaat. Wij blijven in Pangkalanbun en overnachten in de Blue Kecebung. In ons hotel zijn ze bijzonder behulpzaam. De twee permits voor het reservaat die nodig zijn willen ze voor ons regelen en ook de klotok (kleine boot) is geen probleem. Ze beweren echter dat je sinds 1 juli niet meer op de boot mag overnachten en dus aangewezen bent op de dure Rimba lodge aan de rand van het park. De eigenaar van Rimba is toevallig ook de eigenaar van de Blue Kecebung zodat ik er dus geen snars van geloof.

Permit regelen voor Orang Utang reservaat

Met de vriendelijke Pansyah ga ik dus maar achterop de motor naar het politiebureau om de papieren zelf te regelen en te checken of we inderdaad niet meer op de boot mogen slapen. Het verhaal blijkt helaas waar te zijn. Ik moet wel mijn lachen inhouden bij de "hoge" ambtenaar als hij met een stalen gezicht vertelt dat het voor onze eigen veiligheid is. De boot kan namelijk zinken en dan worden we door de krokodillen opgegeten. Een betere verklaring horen we later van de klotok kapitein. De Rimba lodge betaalt de nodige steekpenningen voor deze nieuw "veiligheidsvoorschriften".

De eerste permit is binnen een half uur rond. Met dit document rijden we naar het 23 kilometer verderop gelegen Kumai om bij het Wildlife Department de permissie aan te vragen om het Tanjung Puting reservaat in te mogen. We hebben pech. De man van het park is niet thuis zodat we de papieren met een briefje achter laten. Hopelijk is alles morgenvroeg rond.

Klotok (boot) huren voor komende dagen

Ook met de klotoks zit het aanvankelijk niet mee. Alle vijf de boten zijn op pad of al door anderen gereserveerd. Net als we weer terug willen naar Pangkalanbun komt er een klotok binnen met vier Nederlanders aan boord die net hun tocht hebben beëindigd. Het blijkt ook nog de beste klotok van allemaal te zijn zodat ik hem meteen voor de komende vier dagen charter. De Nederlanders zijn erg enthousiast over zowel de klotok, bemanning, hotel en over al het moois dat ze hebben gezien. Ik ben benieuwd !

In een kooi op het terrein van de parkwachter zie ik de eerste Orang Oetang baby. Het is net een zielig hoopje mens. Het is onduidelijk waarom hij hier is en niet in Camp Leakey waar ze deze dieren terug zetten in de natuur.

Op de terugweg rijden we in Pangkalanbun even langs een vriend van Pansyah om een gitaar te lenen voor zijn optreden vanavond in de eetzaal van ons hotel. Het duurt even. Ik denk een biertje aangeboden te krijgen en hap gretig toe. Het blijkt echter de smerigste bak koffie te zijn die ik ooit heb gehad. Heet water met koffiegruis dat niet naar beneden wilt zakken. Na elke slok moet ik even bijkomen en de troep uit mijn kortgeknipte snor peuteren. Vlak voor de klok half zes slaat rijden we met een noodvaart naar het hotel terug. Pansyah moet als de piep van zijn digitaal horloge af gaat in de moskee zijn voor zijn gebed (5 x daags). In het hotel regel ik telefonisch de terugvlucht. Maandag naar Banjarmasin en als we mazzel hebben meteen door naar Samarinda aan de Oostkust.

Ien met Narpik naar de markt

Terwijl Jos met Pansyah op de motor weg was, vroeg Narpik (het meisje achter de bali) of ik (Ien) het leuk vond om met haar naar de markt te gaan om wat te kopen en rond te kijken. Leuk hé! Het had net gestortregend, zodat paraplu en regenjas mee gaan. Narpik is een heel leuk meisje en spreekt goed Engels. De markt is niet zo veel aan, omdat er door het slechte weer weinig mensen zijn. Op de kledingmarkt koop ik een leuk pakje. Narpik dingt voor me af van fl.17,50 naar fl.10,-. Ik ben helemaal gelukkig. Ze moet me ook nog geld lenen want mijn geld is al op aan limonade en koekjes voor morgen. Het is een belevenis om hier rond te lopen. Iedereen zwaait, staart je aan of roept "hello mister". Lachen hé!

Narpiks ouders wonen op Java. Ze heeft heimwee en mist iedereen erg. Haar man heeft echter hier werk en er zijn niet genoeg roepies om op familiebezoek te gaan. Zielig hé. Nadat we nog even bij wat vrienden lang waren gegaan lopen we terug naar het hotel. Jos komt me al tegemoet. In het hotel geven we Narpik en haar inmiddels gearriveerde echtgenoot wat te drinken en nemen een foto van ze die we op zullen sturen. Achter op de motor rijdt ze even later naar huis.

Zingen bij het avondeten

Bij het avondeten maken we kennis met een groep van 12 Japanners die we de komende dagen in het park wel vaker tegen zullen komen. We hebben het in het algemeen niet zo op Japanners, maar die is een gezellig stel. Het zijn leraren en leraressen die samen met de hoogleraar op reis zijn. Iemand is jarig en Pansyah moet met zijn gitaar voor de nodige gezelligheid zorgen. Iedere Japanner moet een liedje zingen en het klinkt zowaar nog goed ook. Pansyah is op studiereis naar Japan geweest en spreekt de taal een beetje. Ook heeft hij wat Japanse liedjes opgepikt en dat slaat natuurlijk erg aan. Ook wij kregen een beurt. Ien is wel in voor zoiets en even later stond iedereen te swingen op het kinderliedje "twee kleine visjes". Ien bracht het als een volleerd popzangeres en een warm applaus wat dan ook haar deel. Als ik aan de beurt ben, ben ik zo driftig in ons dagboek aan het schrijven dat ik hun verzoek helaas niet opmerk. Desondanks mag ik meedelen in de heerlijke verjaardagstaart. Na nog even gezellig met Pansyah te hebben nagetafeld gaan we om 10 uur naar bed. Ien doet dat met een gil en een noodsprong vanwege de kakkerlak die plotseling door de kamer rent.

 

Donderdag 30 Juli - Tanjung Puting (dag 1) : Camp Leakey (1)

 

We hoeven pas om 8 uur in Kumai te zijn om onze permit op te halen zodat we redelijk uit kunnen slapen. Het blijkt allemaal nog veel te vroeg te zijn want de permit duurde even iets langer (ondanks een paar steekpenninkjes). Ook de boot is tot onze grote schrik "even" weg. We wachten bij de moeder van de kapitein de gebeurtenissen maar af. De boot is rond negen uur terug. Een andere boot had pech en onze boot is even te hulp geschoten om gestrande toeristen op te halen. Ook de permit is inmiddels rond zodat ons avontuur kan beginnen.

Met "onze" boot naar de jungle van Tanjung Puting

Een paar kilometer buiten Kumai draait kapitein Arzat de boot een zijrivier in en zijn we in het Tanjung Puting reservaat. We zitten heerlijk in het zonnetje op het dak van de goed onderhouden klotok. We kunnen het meteen goed vinden met Arzat en zijn hulpje Tono. Arzat spreekt een paar woordjes Engels, maar met Tono moeten we ons behelpen met gebarentaal en onze gebrekkige Indonesische woordenschat. De eerste kilometers gaan door een soort moeras met grote varens. Pas als we een paar kilometer hebben gevaren zien we de eerste bomen.

Na 2½ uur varen zijn we bij de Rimba lodge. Het is een leuk hotel midden in het oerwoud. De gezellig houten huisjes staan op palen en zijn onderling verbonden met houten loopplanken. Het is bloedheet nu we het windje van de boot moeten ontberen. Na het inchecken en een drankje gaan we dus snel weer verder.

Vlak bij de Rimba lodge is een klein opvangcentrum voor Orang Oetangs. Als we er langs varen zien we de tamme Herbie op de steiger staan. We kunnen er helaas niet te lang blijven omdat we op tijd bij het grotere opvangcentrum Camp Leakey willen zijn en het nog twee uur varen is. Onderweg komen we de eerste twee neusapen tegen. Normaliter komen ze pas 's avonds naar de rivier, maar deze twee zijn aan de vroege kant.

Orang Utang opvangcentrum Camp Leakey

Na een uur varen slaan we een zijtak in. De hoge bomen zorgen ervoor dat we door een tunnel van groen oerwoud varen. Bij Camp Leakey aangekomen staan op de lange steiger drie tamme Orang Oetangs ons al op te wachten. We lopen eerst naar een huisje waar de rangers zitten en moeten onze permit tonen.

In Camp Leakey worden Orang Oetangs die om de één of andere reden in gevangenschap terecht zijn gekomen weer voorbereid op het leven in de jungle. Het zijn vaak jonge exemplaren waarvan de moeder door stropers is gedood. De baby wordt dan voor veel geld verkocht aan rijke mensen in Japan en het Westen. Soms wordt zo'n zending onderschept en wordt de baby hier afgeleverd. Ook wat oudere Orang Oetangs komen door strengere regels in het Westen soms weer terug in Indonesië. De dieren worden hier dus onder begeleiding weer uitgezet in het park. Er leven momenteel nog maar 200 Orang Oetangs in Tanjung Puting, waarvan er momenteel zo'n 20 rond het kamp bivakkeren. Als er voldoende voedsel in het oerwoud te vinden is zijn hier echter alleen de laatst aangekomen dieren te vinden.

Zelf op zoek naar Orang Utangs

Er lopen vanuit het kamp diverse paden het oerwoud in en aangezien het voederen pas over een half uurtje begint lopen we een stukje in de omgeving. De Amerikaan is er ook en loopt toevallig op hetzelfde paadje. Plotseling komt hij in draf ons tegemoet. Er komen twee Orang Oetangs over het pad onze richting uit en hij is een beetje bang. Met z'n drieën voelen we ons sterk en blijven staan. Het is een grote en een kleine die weliswaar in het woud leven, maar toch aan mensen gewend zijn. Als ervaren modellen poseren ze voor de foto. De kleinste geeft Ien een hand en een voet en trekt haar mee. Hij wilde zelfs opgetild worden! Ien gaat helemaal uit haar dak. De grote wil nu ook een hand. Hij gaat met zijn volle gewicht aan Iens hand hangen en trekt haar zowat omver. We lachen ons rot als hij op zijn rug gaat liggen en humoristisch op zijn benen en buik gaat krabbelen. Even later loop ik met alle twee de Orang Oetangs aan mijn hand. Het kost me haast mijn rug. De grote wil het alleenrecht hebben en maakt dat de kleine met een gemene beet duidelijk.

Bananen bijvoeren

Rond drieën volgen we twee rangers het woud in. Ze hebben een kar vol bananen bij zich. In deze periode is er weinig voedsel in het oerwoud te vinden en worden de apen op deze wijze bij gevoederd. Op de vaste voederplaats roepen de rangers de apen met een paar harde kreten. Een voor een komen ze uit het oerwoud tevoorschijn. Er zijn er twee bij met een kleintje vastgeklampt op hun rug. Ook is er een groot mannetje die beslag wilt leggen op de hele bananenkar. Als ze hem weg jagen laat hij gevaarlijk zijn tanden zien en moet er een grote stok aan te pas komen om hem weg te krijgen. Sommigen zijn erg schuw, terwijl anderen heel dichtbij komen. Samen met de Amerikaan zijn we de enige toeristen. Wat een zaligheid! We genieten met volle teugen van dit spektakel. Vlak voor de Orang Oetangs zich weer terug trekken in het oerwoud komt de groep Japanners van gisteravond aanstormen. Wat een slechte gids! We gaan er maar meteen vandoor Om 16:15 worden we door drie Orang Oetangs uitgezwaaid. De grootste duwt onze boot van de kant af. Het was een fantastische ervaring. Ver boven onze verwachtingen!

Neusapen

Tegen de avond komen de neusapen naar de oevers. We zien ze dan ook volop. Onze kapitein kan haast bij iedere boom stoppen, zoveel zijn het er. We zijn ook na de zoveelste neusaap nog enthousiast. Wat een neuzen! Naast de neusapen zien we aan gewone aapjes en een grote waterslang. Als het donker wordt steekt Arzat een sterke schijnwerper aan. We gaan maar benedendek want het begint behoorlijk koud te worden.

Rimba lodge

Terug in de lodge vraagt een knul, die zegt parkwachter te zijn, of we morgen twee Fransen mee kunnen nemen. Hun boot is stuk en terug naar Kumai voor reparatie. We staan er natuurlijk niet om te springen, maar doen het natuurlijk wel. Bij het eten zagen we ze. Saaie natuurzolen die alsmaar fluisteren. Een praatje en lachje kan er niet af. Wat een saaie lui. Ze blijken alles vooruit betaald te hebben aan de slimme "parkwachter". Deze zorgt voor het eten en vervoer, maar dat laatste had hij dus niet zo best gedaan. Tegen de Fransen heeft hij gezegd dat hij onze boot twee dagen voor hun had geregeld, maar was vergeten te zeggen dat wij er ook nog op zaten. De Fransman bibberde toch al en begon nu met trillende stem en zonder me aan te kijken het programma voor morgen te dicteren. Ik maak ze maar snel duidelijk dat ze te gast zijn op onze boot en dat wij bepalen wat er gedaan wordt en als ze wensen hebben dat altijd besproken kan worden. Mokkend gaan ze akkoord. Kunnen wij er wat aan doen dat ze belazerd zijn. Laten ze dankbaar zijn dat ze mee kunnen! Na het eten eerst een verfrissende douche en dan meteen naar bed. Het was een topdag!

 

Vrijdag 31 Juli - Tanjung Puting (dag 2): Primitieve goudmijn

 

Samen stukje peddelen

Om 6 uur varen we op een rimpelloze rivier met een geleende kano een stukje de rivier op. Ien vindt het doodeng. Alleen het instappen was al een ramp. Het is waanzinnig rustig en mooi. Je hoort alleen het geluid van vogels en apen. Tweemaal zien we een boom met probuscismonkeys (neusapen), maar hebben teveel moeite de boot stil te houden in de stromende rivier om ze goed te kunnen zien. Na een uurtje peddelen we weer terug.

Met Franse "gasten" op pad

Om 9 uur gaan we met de motorboot naar primitieve goudmijnen. De Fransen zitten al op de boot te wachten. Er kan net een mager goedemorgen vanaf. Ze hebben ook meteen de beste plekjes maar ingepikt voor de rest van de dag. Wat een eikels.

De tocht naar de goudmijnen duurt 4 uur. Het is bloedheet zodat we het niet lang uithouden op het dak en naar beneden verhuizen. Er vliegen regelmatig neushoornvogels over. Aangezien ze doorgaans met z'n tweeën zijn vliegt er even later meestal een tweede over de rivier. Hoewel we ze maar in een flits voorbij zien schieten is het kicken deze grote vogels in het wild te zien.

Bootje wissel

Na 3 uur komen we bij een vernauwing van de rivier. Wat we ook proberen, we komen er niet doorheen. We hebben veel geluk. De Amerikaan komt net terug van de goudmijnen. Hij heeft een kleinere boot die wel door de versmalling kan. We ruilen de boot. Hij wacht op ons bij een onderzoekcentrum voor neusapen. Het is nog een klein uurtje naar de mijnen. De omgeving hier is een stuk minder interessant. Er is veel gekapt en weinig te zien.

Straatarme gouddelvers

Het is onmenselijk heet als we aan land gaan bij een armoedig vervallen dorp. De goudmijnen zijn hier bijna uitgeput en de meeste mensen zijn verder landinwaarts getrokken. Net buiten het dorp lijkt het wel een maanlandschap. Overal grote putten. Van hieruit worden diepe tunnels gegraven. Per put zijn twee tot zes mensen bezig. Eerst wordt de kleiachtige zandgrond naar boven gebracht met kleine pannen, waarna het wordt gewassen en onderzocht op goudkorrels. Dit wassen gebeurd in twee stappen. Met een grote door een generator aangedreven spuit wordt eerst het losse zand weggespoeld. De dikke brei die uiteindelijk overblijft wordt met de traditionele pannen gewassen, waarna de goudkorrels op de bodem achterblijven. Het is heel zwaar werk, zeker in deze extreme hitte. We nemen het ze dan ook niet kwalijk dat ze ons liever zien gaan dan komen. De verdiensten zijn hier minimaal. Per dag vinden ze 3 gram goud dat fl.60,- oplevert. Ze moeten dat vaak met 6 tot 10 man delen. Ook de huur van de generator moet daar nog van af.

We hebben het na 45 minuten wel gezien. Aangezien we ook de boot nog moeten ruilen en de Amerikaan nog voor donker terug moet zijn in Kumai (de boot heeft geen licht) vragen we de Fransen ook mee terug te gaan. Ze laten echter tot onze grote ergernis nog een uur op zich wachten. Ook de booteigenaar is boos. Ondertussen vermaken we ons in het dorpje met de plaatselijke jeugd. We kopen snoepjes voor ze, die ze verlegen accepteren. Twee meisjes van 10, Trissiwati en Fatima, leren Ien wat Indonesische woordjes. Als na een uur alleen het Franse meisje arriveert en niet weet wanneer haar halve zool komt spring ik uit mijn vel en ga hem 10 minuten later persoonlijk halen. Gelukkig kwam de "eikel met zijn zenuwvingertjes en al zijn apparaten" (opmerking Ien) net aan. Nu snel terug naar de Amerikaan. Met enige moeite komen we voorbij de versmalling in de rivier. De Fransoos helpt uiteraard niet mee. Ik informeer of deze boot voor morgen al passagiers heeft. Dit blijkt niet het geval te zijn, zodat ik de overeenkomst met de Fransen met genoegen beëindig, nu ze in de gelegenheid zijn deze boot te huren. Het moet helaas wel kwaadschiks, want ze willen deze duidelijk mindere boot niet. We hebben echter genoeg van dit a-sociale zootje (Ze aten ook nog eens hun voorraad alleen op.) en zeggen dat we morgen alleen verder gaan.

Het neusapen onderzoekcentrum

Bij het neusapen-onderzoekcentrum aangekomen staat de Amerikaan te popelen. Hij baalt als een stekker, want Kumai zal nu zeker niet meer bij daglicht worden bereikt. We bekijken even het neusapencentrum. Er is weinig te zien, want de observaties vinden vanaf de rivier plaats. We praten even met een onderzoekster, die we later in Nederland op TV zagen, over haar werk hier. Ze proberen de neusapen te tellen en meer te weten te komen over hun leefwijze. 's Avonds komen ze naar de rivier, maar hun slaapplaats is diep in het woud. Ze hebben paden gemaakt naar deze slaapplaatsen om de dieren te observeren. De populatie hier neemt iets af. De oorzaak is zoals altijd de oprukkende mens.

Op de terugweg zien we weer ontelbare apen en we maken weer heel wat opnamen. Wat is het heerlijk zo één te zijn met de natuur. Als het donker is gaan we weer benedendek. Het is gezellig bij het olielampje, terwijl buiten de regen en onweer losbarst.

In Rimba drinken we met Arzat, de kapitein, en Doren van de parkpolitie een biertje. Heel gezellig. Doren vertelt over zijn werk met de apen. De Japanners zijn er ook. Als ze klaar zijn met eten worden we uitgenodigd voor een Japans theeritueel. Ze schenken Japanse thee, dat eigenlijk meer op een groene drapsoep lijkt, in kleine kommetjes. Na drie buigingen wordt het bocht in één teug naar binnen gewerkt. Twee snoepjes toe is om de smaak te verdrijven. We komen in gesprek met een Japanse knul. Het zijn allemaal leraren en hun reis is georganiseerd door de professor die dit al 10 jaar doet. Morgen gaan ze terug naar Banjarmasin en direct door naar Japan. Dit park was hun enige bestemming.

 

Zaterdag 1 Augustus - Tanjung Puting (dag 3) : Camp Leakey (2)

 

's Nachts hebben bezoek van een muis. Tot driemaal toe gaan we op zoek. We betrappen hem uiteindelijk in onze voorraadtas, die we op een haak aan de kapstok hebben gehangen. Wat een acrobaat om daar in te kunnen komen. Met grote sprongen neemt hij de benen achter het bureau. Via de achterkant is hij in een la gekropen. We jagen hem flink de stuipen op het lijf, waarna hij de badkamer in vlucht en door een gat in de vloer het muizepad kiest. Die zien we nooit meer terug. We zwaaien de Japanners uit en gaan weer lekker met z'n tweetjes op pad. De bestemming is weer Camp Leakey, maar nu om er met gids een jungletocht te maken. Onderweg zien we weer veel neusapen. Het blijft een plezier om naar te kijken.

Trail rondom Camp Leakey: Orang Oetang met jong

We komen samen met twee Engelsen aan in Camp Leakey. Ze hebben mazzel. De permit zijn ze vergeten, maar mogen gelukkig toch door. Met de aanbevolen gids mr. Geddol en de twee Engelsen lopen we een trail door het dichte oerwoud. Het heeft vanochtend geregend en hebben ons flink gewapend tegen bloedzuigers die volop in de blubber moeten zitten. Het is een schitterende trail. Kleurige paddestoelen, vleesetende planten, oerwoudreuzen en alle planten die je in een oerwoud verwacht. Hoewel we drijfnat van het zweet zijn genieten we met volle teugen. Ook horen we de typische oerwoudgeluiden, die je altijd op de film hoort. Vogels en krekels. Plotseling horen we ook gekraakt in een boom. Het is een Orang Oetang met jong. Ze komen steeds dichterbij. De moeder is het nieuwsgierigst en komt heel dichtbij. Het jong blijft op veilige afstand in een boom hangen. Waanzinnig leuk. Na 2 uur lopen is Ien doodversleten. Haar haar is een plakkerig geheel op haar hoofd. We moeten zuinig zijn met het kleine flesje water dat we bij ons hebben.

Big Pappa claimt deel bananen

's Middags zijn we ook weer bij het voederen. We zijn er vrij vroeg. Ook een Orang Oetang met kind is er al. De kleine is speels en is koppetje aan het duiken. De grote leek zich af te vragen waar die kar met bananen nou bleef. Als de kar arriveert komen er ook meer apen uit de jungle. Een groot berucht mannetje komt ook zijn deel halen. De rangers kennen hem en gooien hem al wat bananen toe. Hij wil echter meer en doet een aanval. De kar moet het ontgelden en wordt gedeeltelijk gesloopt. Met stokken wordt hij verdreven. Er zijn nu ook meer toeristen. Naast de twee Engelsen zijn ook de Franse zolen, de bekende natuurfotograaf Alain Compost (Wereld natuurfonds) en twee Amerikaanse onderzoeksters aanwezig. Een van de Amerikaanse vrouwen doet hier vaak onderzoek en kent alle Orang Oetangs bij naam. De Franse zolen zijn met enorme telelenzen in de weer. Ze staan 15 meter vanaf de apen met enorme teletoeters te fotograferen. Wij staan er vlak naast en hebben wellicht mooiere foto's.

Op de boot wacht ons een aangename verrassing. Tono voelde dat we stierven van de dorst en heeft overheerlijke thee gezet. Op de weg terug zien we van dichtbij twee neushoornvogels op een tak zitten. Kicken! Arzat is een wereldvent. Bij elke neusaap stopt hij en probeert de boot zo dicht mogelijk bij de apen te brengen. Deze momenten zullen we niet snel vergeten!

Gezellig tafelen in de Rimba lodge

In de Rimba lodge komen we de twee Amerikaanse vrouwen tegen. We eten gezamenlijk en de "dokter" vertelt honderd uit over haar ervaringen met de Orang Oetangs. Het is onvoorstelbaar hoe slim die beesten kunnen zijn. Er was eens een vrouwtje dat graag mens wilde zijn. Ze aapte de mensen in alles na, maar kwam er tenslotte achter dat het haar nooit zou lukken. Ze werd daar heel depressief, werd agressief en begon mensen te bijten. De andere apen pikten dat niet en hebben haar van het terrein gejaagd. Ze is gegaan en nooit meer teruggekomen. Ze vertelt ook dat Orang Oetangs solitair leven en slapen in nesten, die ze elke avond hoog in de boom maken.

Het eten vanavond was een lachwekkende ramp. We bestellen "steak" met frites en een bord soep. Eerst wordt de hoofdmaaltijd op een wachttafel gezet. 10 minuten laten komt de soep. Een heel groot bord vol groente en kraakbeen en een kommetje dat je wel zes keer kunt vullen. Ondertussen stond ons vlees dus koud te worden en er is geen ober te zien. Ik pak dus zelf maar de "steak", die een gewone gehaktbal bleek te zijn. We hebben alleen geen mes. Ik zoeken in alle laatjes, maar geen mes te zien. Ik vind zowaar toch een bediende en vraag haar een mes. Komt ze even later met een slagersmes aanzetten. Alles was dus al koud toen we eenmaal, met slagersmes, konden beginnen. Maar gelachen hebben we wel. We zitten met z'n allen gezellig te eten, de Engelsen zijn ook aangeschoven, tot de Franse zolen er ook bij komen zitten. Enkel hun verschijnen wekt al irritaties op, want ze doen natuurlijk geen mond open.

Als we om half tien naar bed willen vraag ik de zolen of ze niet van plan zijn de kosten van de dag dat ze met ons zijn meegevaren te betalen. Hij begint te stotteren en zegt "yez, yez, but waz about ze foed". Ik sta verstelt. Ze hebben alles zelf opgegeten, iets wat ons ook al irriteerde aan boord. Alleen aan het eind van de dag hebben we een hap rijst gehad van hun gids, die niets wist van hun vrekkigheid. Ik begin nog met "maar wat moeten we dan van jullie hebben gehad", maar besluit maar minzaam te lachen en de helft (fl.3,-) van de kosten af te trekken van de bootkosten. Naar de grond starend rekent hij af.

 

Zondag 2 Augustus - Terug naar Pangkalanbun

 

Strandje buiten het park

We staan vroeg op en genieten nog even voor ons huisje van de rust. We hebben ontbijt op de kamer besteld om 7:30, maar als we om 7:15 naar buiten gaan staat het al op de veranda koud te worden. Rond negenen nemen we afscheid van de mensen hier en varen het park uit. De kleine Sungai sekonyer rivier waar we deze dagen op gevaren hebben komt dan uit op de grotere Teluk Kumai, die vlak onder Kumai in de Java zee uitmondt. We varen naar de monding van de rivier en stoppen even bij het strandje "Tanjung Keluang". We zoeken een lekker plekje in de schaduw en maken ons op voor een paar uurtjes rustig relaxen. Daar heeft de plaatselijke jeugd echter een heel andere mening over. We zijn de grote attractie van het strand en iedereen wil met ons op de foto of zoekt gewapend met grote gettoblasters (enorme radio's) een plekje vlak bij ons. Na de vijfde groepsfoto pakken we onze spullen en lopen naar een ietwat afgelegen stukje van het strand, waar we alleen nog maar aangegaapt worden. We dachten naar een godverlaten strand te gaan, maar dat is op zondag wel wat anders.

Zeer aparte degencrab

Een jongen heeft een vreemd zeedier gevangen. Het heeft een schild als een krab, staart van een rog en de poten van een garnaal en is ongeveer 80 centimeter lang. Op de kop zit een grote stekel en Ien vergelijkt het met een legervoertuig. Het blijkt een degencrab te zijn. Een zeer primitief dier ("levend fossiel"), dat al 300 miljoen jaar niet is veranderd! De soort wordt momenteel helaas met uitsterven bedreigd. Ook spoelen er vreemde vruchten aan. Het lijken we grote rode ananassen. Als het om 14 uur te warm wordt zoeken we de boot op en genieten met volle teugen van de wind als we weer varen.

Via Kumai terug naar Pangkalanbun

In Kumai nemen we de taxi naar Pangkalanbun en laten ons weer afzetten bij de "Blue Kecebung". Ien's vriendin Narpik is er ook. We drinken gezamenlijk even een fantaatje. Ze nodigt ons uit bij haar thuis, maar we moeten vandaag helaas nog veel dingen regelen. Eerst de tickets voor morgen. We kunnen niet gelijk door naar Samarinda aan de Oostkust. Dat moeten we in Banjarmasin regelen. Balen, want dat kost ons een extra dag in Banjarmasin. Vervolgens geprobeerd naar huis te bellen. Traditioneel wordt er aan de Voorberghlaan niet opgenomen, maar Ien's ouders zijn gelukkig wel thuis. De ooroperatie van Ans is op zich gelukt, maar het resultaat laat nog wel een paar weekjes op zich wachten. Het is een erg slechte lijn en hele woorden vallen weg, maar we zijn blij in deze uithoek contact met het thuisfront te hebben gehad. Het gesprek ging vanuit ons hotel via een operator van het postkantoor. Deze rekende na afloop 4 minuten, terwijl wij zelf exact 2:50 hadden geklokt. Ook moest er 2 minuten worden betaald voor het niet-thuis gesprek. Ik pissig en de operator gebeld en naar zijn baas gevraagd. Ze verschuilen zich achter de operator in Jakarta. Na veel heen en weer gepraat houden we het op 4 minuten plus 20% servicekosten. 's Avonds eten we gezellig in het restaurant van het hotel en hebben leuke gesprekken met de knullen van het hotel.

 

Maandag 3 Augustus - Tussenstop in Banjarmasin

 

We zeggen weer hartelijk iedereen gedag en nemen de taxi naar het vliegveld. Pansyah brengt ons weg. Het is een aardige knul. Hij leert Ien twee Indonesische liedjes, die ze later de kinderen op school weer zal leren. Het vliegtuig heeft twee uur vertraging zodat we pas rond het middaguur vertrekken. We vliegen met een erg oud legervliegtuig van DAS. Het heeft 20 stoelen en de bagage ligt achterin opgestapeld. Weinig vertrouwenwekkend allemaal.

Het is anderhalf uur vliegen naar Banjarmasin. Hier aangekomen probeer ik de vlucht naar Samarinda te regelen, maar alle kantoortjes zijn al gesloten. Samen met de twee Engelsen nemen we dus maar de taxi naar de stad. We nemen weer het Maramin hotel. Mardiono begroet ons met een 'big smile'. Na het inchecken doen we wat brieven op de post. Een loketbeambte is net met een computerspelletje bezig en wijst ons lachend door naar een volgend loket. Vervolgens naar de Merpati om de vlucht te regelen. Het kantoor is helaas al dicht. Ook Sempati is al gesloten, zodat zelfs het reisburo niets meer voor ons kan doen. Balen dus. Op de markt kopen we wat fruit en doen verder weinig meer vandaag.

 

Dinsdag 4 Augustus - Vliegen naar Balikpapan

 

Via Balikpapan naar Samarinda

We gaan op de gok naar het vliegveld. Er blijken nog een paar plaatsen vrij te zijn bij de Sempati op de vlucht van 8:25 naar Balikpapan. Door dit mazzeltje zijn we al om 10 uur in deze grote oliestad in het noordoosten van Kalimantan. We proberen eerst van hier verder te vliegen naar Samarinda, maar dat blijkt vrij prijzig te zijn. Bovendien gaat de vlucht pas 's middags. We laten ons maar door een taxi af zetten bij de bus naar Samarinda. Het blijkt ook veel leuker aangezien de tocht dwars door het oerwoud gaat. We vragen ons wel af hoe lang dit oerwoud nog stand houdt. Er wordt driftig gekapt en de meeste oerwoudreuzen zijn dan ook al verdwenen. De chauffeur scheurt behoorlijk door zodat we al na anderhalf in plaats van twee uur in Samarinda zijn. Bij de busterminal van Samarinda worden we meteen aangesproken door een gids die ons voor fl.770,- wel 5 dagen rond wilde leiden. Dat is te gek natuurlijk. We doen een beetje vaag, zodat hij behulpzaam is bij het zoeken naar een hotel. De beste hotels blijken vol of veel te duur te zijn, zodat we uiteindelijk uitkomen bij het schone, maar sombere en muffe hotel Swarga Indah. De gids horen we nog even uit over de mogelijkheden hier. Hij haakt vanzelf af als we voor de tour niet meer dan fl.50,- over blijken te hebben.

Zoektocht naar een Mahakam rivierboot

We gaan 's middags op zoek naar een boot die de grote rivier Mahakam op vaart. Het is een heel gezoek en in deze bloedhitte valt het niet mee. Bemo in, bemo uit. Het lukt niet erg, zodat we maar op zoek gaan naar een aanbevolen toeroperator. Als deze verhuist blijkt te zijn en we zijn nieuwe adres na lang zoeken hebben gevonden, vertelt de muts ter plekke dat ze net gesloten zijn. We zijn na al dat zoeken in deze hitte door deze tegenslag witheet van woede en gooien de deur achter ons zo hard dicht dat het gebouw bijna instort.

We besluiten nog één adresje af te lopen. Het is een aanlegplaats op een half rijden van het centrum. Na eerst nog even bij de verkeerde haven af gezet te zijn komen we bij de gewenste plaats. Het geluk begint ons toe te lachen. Morgenochtend om 7 uur vaart een grote boot de Mahakam op. Er is plaats zat voor passagiers. Het is 10 uur varen naar onze bestemming Kota Bangun, maar er zijn matrasjes aan boord waarop je heerlijk kunt liggen.

Na dit succesje laten we ons door een bemo af zetten bij het luxueuze Mesra hotel. Uitgeblust nemen we een drankje bij het zwembad. We blijven ook maar eten in het romantische restaurant. Er speelt een bandje die afwisselend populaire muziek en islamgejammer laat horen. Ik dien een verzoekje in. "I can't live without you" van Nilsson. Aan dit romantische avondje bij kaarslicht zullen we nog wel eens terugdenken.

 

Woensdag 5 Augustus - Bootreis Mahakam rivier

 

Het is een verschrikkelijke nacht. De airco maakt een vreselijke herrie en stinkt ook nog eens. Ze zouden het gisteren repareren. Niet dus. Geen airco dus zodat het vannacht bloedheet was. In de ochtend is het wat koeler, maar bleek er weer geen warm water te zijn. Dit soort dingen maakt normaal gesproken niets uit, maar als je apart voor deze dingen hebt betaald, sta je bij het uitchecken wel even moeilijk te doen. We blijken niet de eerste klagers en krijgen zonder problemen ons geld terug.

Met een grote boot de Mahakam rivier op

We zijn ruim op tijd bij de boot. De grote boot heeft twee verdiepingen. Beneden worden de goederen vervoert, terwijl boven het passagiersgedeelte is. Iedereen heeft een ligplaats op een houten verhoging. Je kunt zo lekker naar buiten kijken. Om 8 uur vertrekken we. Het is een heerlijk ontspannen tocht. We slapen, lezen en kaarten de dag voorbij. Bij elke aanlegplaats bestormen verkopers van rook- en etenswaren de boot. Het hele gangpad raakt verstopt met deze vaak erg jonge kooplui. Een gezellige bedoeling. Als we een paar uur varen zie je haast geen huizen meer aan de oevers. Het is één groot oerwoud. Passagiers zien apen in de bomen, maar in de groene zee kunnen wij ze niet ontdekken. Wel zien we tegen donker een neushoornvogel overvliegen. De zonsondergang is waanzinnig mooi. Schitterende kleuren met de rivier en het oerwoud als decor.

Aan land bij Kota Bangun.

Het is al donker als aankomen in het gehucht Kota Bangun. Met een bootje worden bij de 'lodge' afgezet. Het is pikkedonker en het lijkt er op dat niemand aanwezig is. Wij roepen. Ien is blij als er iemand verschijnt en de lichten aan doet. Er komen hier niet veel mensen. Alleen zo af en toe een groep, die hun komst maanden van te voren aankondigt. Hij heeft een schone kamer voor ons, maar er is hier niets te eten of drinken.

We lopen met de knul, John, naar het dorp om inkopen te doen. Het is een leuk dorpje. Iedereen roept en zwaait naar ons. Met warme cola en wat kroepoek als buit keren we terug. John informeert ons over de mogelijkheden. We willen naar het Dayakdorp Tanjung Isuy. Doorgaans varen de mensen door naar Muara Muntai en nemen van daaruit een taxiboot, maar wij willen via de meren omdat daar de zeldzame zoetwaterdofijnen te zien zijn. Dat kan alleen via een gecharterde boot en die is vrij prijzig (fl. 77,-). We besluiten het te doen, maar ik wil dan wel voor de zekerheid nog wat extra geld wisselen. Dat blijkt in een gat als Kota Bangun een hele opgave te zijn. Samen met John rijd ik op de fiets het hele dorp af. Een oom die bij de bank werkt, iemand van een hulporganisatie en nog wat kennissen. Niemand die het wilde of kon. Ien blijft ondertussen in de lodge met de vrouw van John. Ze spreekt geen Engels, zodat ze af en toe maar een beetje naar elkaar lachen.

Onze vriend de mierenstift

Langs de muren van onze kamer lopen een aantal grote mierensporen. Op sommige plaatsen lijkt de witte muur wel zwart. Onze mierenstift verricht echter wonderen.  Met de stift trekken we cirkels rondom onze rugzakken en houden ze zo op afstand. Ook trekken we wat strepen door de paden van de mierenlegers. Kijken of het helpt. Hierna tellen we nog even het geld. Als we zuinig doen moeten we voor de komende week toch genoeg hebben. Tegen elven liggen we pas op bed.
Salamat Malam.

 

Donderdag 6 Augustus Naar Tanjung Isuy

 

Girobetaalkaart cashen in de jungle !

Alle mieren zijn dood! De muren zijn weer wit. Ien is in haar element. Er is warm water zodat ze d'r haar kan wassen. Ik doe met John nog een poging om geld te wisselen. Met de motor rijden we naar een kantoortje. Ze willen wel geld wisselen, maar voor een erg onvoordelige koers. Als ik nog over de koers onderhandel heeft John een briljante ingeving. Er is hier een postkantoortje, dat misschien girobetaalkaarten inneemt. Wij er naar toe. De postbeambte blijkt nog nooit een girokaart gezien te hebben, maar na enkele pogingen weet hij de werkinstructies uit één van zijn ordners te vissen. De voorbeeldkaart van een girobetaalkaart wordt naast de mijne gelegd en op ieder detail gecontroleerd. Als een echte Sherlock Holmes weet hij drie verschillen te bespeuren. De naam is niet gelijk (gek hé), er staat "geldig tot" op de specimen en er is iets met de hand bijgekalkt wat lijkt op "paspoort nr'. Hij vertrouwt het niet helemaal en ik moet steeds weer dingen uitleggen. Tenslotte gaat hij akkoord als ik eerst van de girobetaalkaart een kopie maak, zodat de kleuren gelijk is aan die van zijn kopie. Na nog wat handelingen krijg ik uiteindelijk het geld. We kunnen nu de extra kosten van de boot en een eventueel te organiseren Dayakfeest betalen. Het hele grapje heeft bijna twee uur gekost en Ien is doodongerust. Ze heeft al hele plannen gemaakt om alleen terug naar huis te gaan.

Met de motorboot naar Tanjung Isuy

We pakken meteen onze spullen en gaan met de motorboot op pad. We varen via de meren. Hier leven ook de zeldzame zoetwaterdolfijnen. We hebben mazzel en zien twee keer een groep dolfijnen. Eenmaal weten we tot op 10 meter te komen. Waanzinnig! Het eerste stuk naar Muara Muntai doen we in anderhalf uur. Hier steken we de Mahakam rivier over en komen na een klein zijriviertje op het ondiepe meer van Jantur terecht. Grote delen zijn begroeid met riet. Soms moeten we er dwars doorheen om bij het volgende open stuk te komen. We zien veel vogels. Vooral vele soorten reigers, aalscholvers en hoenders. Vissers hebben op veel plaatsen "hefboomfuiken" neergezet en halen die nu net op. De bootsman weet niet goed de weg door het steeds dichter wordende riet. Na 3½ uur zijn we plotseling in Tanjung Isuy. Het dorpje blijkt aan het meer te liggen en niet aan een klein riviertje zoals het handboek suggereert. Het valt een beetje tegen. Tanjung Isuy is een gewoon dorp. Veel huizen staan op palen en er is uiteraard ook weer die arrogante moskee. 1% is moslim, zodat ze elke ochtend om 4 uur het hele dorp wakker moeten jammeren. Bij het uitstappen breekt het hengsel van Ien's rugzak waardoor deze in het water valt. De schade valt gelukkig mee.

Overnachten in een Dayak longhouse

We overnachten in het plaatselijke longhouse. Een longhouse is het traditionele huis van de Dayaks. Hier leefden een groot aantal families. Soms wel het hele dorp. De reden is dat zo'n gezamenlijk onderkomen bescherming bood tegen sneltochten van naburige stammen. Slaven sliepen aan de uiteinden van het huis. Bij een overval zij het eerste het haasje en werd hun kop het eerste gesneld.

Ons longhouse ziet er waanzinnig uit. Veel beelden en "totempalen". We hebben een primitieve kamer. Meer dan een hokje met twee matrassen en muskietennet is het niet. In de gang staat een theetafel, waar we de hele dag thee kunnen drinken. Een gezellig onderkomen. Samen met vier Nederlanders en drie Engelsen zijn we de enige gasten.

De medicijnman

We regelen een optreden van de medicijnman. Het halve dorp komt er op af. Het is bij de medicijnman thuis en wij zitten als eregasten op een stoel op een plaats waar we alles goed kunnen overzien. De rest van de mensen zit op de grond om een paal met gekleurde linten. De traditioneel geklede medicijnman dans samen met twee helpers onder het uitslaken van allerlei kreten om de paal. Een oude vrouw met de traditionele lange oren wordt met een paar bezweringen en geneeskundige kruiden "genezen". Ook wij worden met citroenbladeren en wierook gezegend. Het vele publiek juicht en heeft het naar de zin. Na afloop krijgen we een ketting met steentjes, grote zaden en een houten poppetje omgehangen. Erg leuk allemaal. De medicijnman heeft ook een klein winkeltje, waar je naast tegenvallende houtsnijwerkjes ook blaaspijpen kunt komen. Op verzoek krijgen we ook een blaaspijpdemo en mogen we het zelf ook even proberen. Verbazingwekkend, hoe diep je de eenvoudige pijltjes in de houten wand kunt schieten!

Tegen donker lopen we naar de pier en genieten van het leven hier. Mensen zijn aan het vissen of met gewone huishoudelijke dingen bezig. Ook hier zie je weer die drijvende latrines. Op een ervan wordt net een kip geslacht. We lopen ook toevallig de gids uit Samarinda tegen het lijf die een paar honderd dollar vroeg voor dit uitstapje. Hij heeft een groep Italianen gestrikt die gelukkig vanavond nog doorvaren naar een ander dorp.

Tanjung Isuy is een gezellig dorp. Iedereen roept "Hello mister" tegen ons en kinderen geven je soms een handje en lopen een stukje met je op. We lopen ook even naar het tweede longhouse van het dorp. Het is net zo'n leuk gebouw als ons onderkomen. Er staan ook hier veel beelden en "totempalen". Verder is er weinig te doen zodat we maar terug gaan naar ons longhouse voor een kop thee. We regelen bij een schipper een boot voor morgen naar Mancong. Dit gaat niet zonder problemen want dezelfde man heeft al een afspraak lopen met een paar Engelsen die naar Melak willen, maar daar blijkt hij eigenlijk niet zo'n zin in te hebben omdat hij dat te ver weg vindt. Na een uur heen en weer praten wordt er een boot gevonden die wel naar Melak wil. 's Avonds vindt er op de binnenplaats van ons longhouse een grote oefening plaats voor een ceremonie. Er wordt heel wat afgegiecheld door de meisjes, maar het resultaat mag er zijn.

 

Vrijdag 7 Augustus -  Uitstapje naar Mancong

 

Over een riviertje naar het longhouse van Mancong

Het is vroeg dag vandaag. De haan begint al om 4 uur en als om 6:15 de wekker gaat zijn we al uren wakker. We maken zelf wat ontbijt en na een primitieve wasbeurt stappen we in onze boot naar Mancong, waar een groot longhouse moet staan. Het is een waanzinnige tocht van 3½ uur over de door dichte jungle omgeven bruine rivier. We komen tweemaal een groep neusapen tegen. De eerste steekt net een rivier over. Je ziet ze met een grote sprong in het water springen en met hun neus omhoog naar de overkant zwemmen. Waanzinnig! Ook zien we regelmatig felgekleurde ijsvogels. Ien is blij als we in Mancong aankomen want ze heeft een aardig houten kont van de primitieve boot.

Het longhouse van Mancong valt een beetje tegen. Het is erg groot en oogt modern ondanks zijn ouderdom van 122 jaar. Ron en Mariska hebben hier vorig jaar overnacht. Even later komen er nog twee bootjes met toeristen. Het zijn Nederlanders en van het soort die je 10 jaar geleden uitsluitend in Spanje tegen kwam. We lopen een stukje in de omgeving en het dorp en varen hierna weer terug naar Tanjung Isuy.

Terug in Tanjung Isuy

Weer terug komen we in het restaurant gezellig in gesprek met twee Nederlanders. Jammer dat ze vandaag weer terug moeten. In het longhouse hebben de vier Nederlanders een kip gekocht, zelf geslacht en zijn nu zelf hun avondeten aan het bereiden. We maken zelf een bakje soep en genieten op de veranda van de rust die hier heerst. Met een paar kinderen doe ik een potje badminton, de nationale sport. We spelen niet met rackets, maar met een stukje hout en een shuttle. De kinderen lachen zich rot om zo'n stomme bleekgezicht.

 

Zaterdag 8 Augustus - Tanjung Isuy

 

Dayak ceremonie

We keuvelen vanochtend wat aan. Ien heeft last van haar buik en schrijft wat brieven. Ik hoor muziek in het dorp en ga een kijkje nemen. Er blijkt een groep toeristen aangekomen te zijn die een dansvoorstelling hebben geregeld in het andere longhouse. De mensen worden nu opgetrommeld voor de voorstelling. Ondertussen krijgen de toeristen een rondleiding door het dorp. Ook ons longhouse ontkomt niet aan de massale invasie. Om 12 uur gaan we alvast naar de ceremonieplaats. Er is een lint van planten gemaakt dat doorgeknipt mag worden als welkom. De Dayaks staan in vol ornaat opgesteld. We mogen wel kijken, maar geen foto's maken. Dat mogen alleen de toeristen die betaald hebben voor deze ceremonie. Ikke niet begrijpen dus. Als de toeristen er zijn worden de dansen opgevoerd die we ze gisteren bij ons longhouse zagen oefenen. Ze zijn nu wel in traditionele kleding gestoken. Erg leuk om te zien allemaal. Het optreden duurt bijna twee uur. We moeten helaas eerder weg. Ien is hondsberoerd en we moeten vanmiddag nog terug naar Muara Muntai.

Met de boot terug naar Muara Muntai

We zeggen de vier Nederlanders gedag en pakken onze spullen. We worden hartelijk uitgezwaaid door de dorpelingen. "Salamat jalan!". Hartverwarmende mensen zijn het! Met de boot naar Muara Muntai, waar we twee uur later aankomen. Meteen naar de losman van Ron en Mariska. De kamer is schoon, maar wel donker en klein. De wasgelegenheid ziet er ook al niet uit. Als Ien vraagt of er een douche is komt de man trots met een verroeste douchekop naar buiten. Ien voelt zich nog rotter, zeker als de moskee ook al begint te jammeren. Ik beur haar maar op door te praten over het luxueuze Mesra hotel waar we morgen zullen zijn.

Muara Muntai is verder best een leuk dorp. De huizen staan op palen en de wegen zijn niet meer dan brede steigers. Het is zo netjes gedaan dat je niet eens door hebt dat het leven zich op een verdieping afspeelt en bij hoog water de rivier onder de stad door stroomt. Als het wat koeler is lopen we door de gezellige straatjes. De winkeltjes zijn allemaal open en verlicht met olielampjes. Ook hier louter gezellige mensen die allemaal een praatje willen maken of je groeten.

 

Zondag 9 Augustus - Terug naar Samarinda

 

Met de boot terug naar Kota Bangun

Na een minder comfortabele nacht regelen we een boot naar Kota Bangun van waaruit we met de auto verder willen naar Samarinda. Heerlijk die wind door je haren. Ik zie een laatste neusaap en een dolfijn, terwijl Ien lekker ligt te pitten. We zijn een paar uur te vroeg in Kota Bangun. Ik schaak een paar potjes met de lokale kanonnen terwijl Ien in gesprek komt met mensen die ons nog kennen van de vorige week. Ien gaat ook nog even terug naar de lodge van John.

Met de auto terug naar Samarinda

Half twee vertrekken we met onze benen in de nek naar Samarinda. De tocht gaat over rode kleiwegen dwars door de jungle. De weg is pas aangelegd en je ziet dan ook overal plaatsen waar mensen bezig zijn met het ontginnen van het oerwoud. De ontbossing gaat razendsnel. Ien vraagt een paar maal een plasstop aan. Iedereen profiteert hier dankbaar van om de benen te strekken, maar Ien kan geen druppel produceren. Blaasontsteking? Na vier uur hobbelen zijn we in Samarinda en laten ons afzetten bij het luxe Mesra hotel. Ien gaat weer uit haar dak. Op TV zie ik het Nederlands volleybalteam de Olympische finale kansloos verliezen. We doen de was en na een voortreffelijke maaltijd gaan we lekker naar bed.

 

Maandag 10 Augustus - Rustdag in Samarinda

 

Nou de dag begon al goed. Om 7 uur wordt er gebeld. Of we het wasgoed even weg willen halen. Het hangt op het balkon en dat is verboden. Ja, dadelijk, als we uitgeslapen zijn. Vijf minuten later: klop, klop op de deur. Of we het wasgoed nu weg willen halen. We kunnen het meegeven aan de drie man sterke delegatie, die het dan in de wasserij zullen drogen. We zijn niet aangekleed en zeggen dat we het zo zelf wel zullen brengen. Weer 5 minuten laten de telefoon. "Do you mind ...". "Yes, I DO mind" schreeuw ik terug. Ik probeer ook deze man te vertellen dat we het dadelijk zelf wel komen brengen als we aangekleed zijn. Dit komt niet over want een minuut later wordt er weer geklopt en staat een schichtig mannetje voor de deur die onze was komt halen. Scheldend laat ik de man binnen en schreeuw "Don't look at my naked wife!". Even later verdwijnt hij in ganzepas met ons wasgoed. Ze hebben gewonnen. Eindelijk rust. Ien is nog steeds niet lekker zodat we uitslapen tot 9:30. We kunnen ontbijten tot 11 uur staat in het boekje. Niet dus. Als we om 10:15 beneden zijn zijn ze alles al aan het opruimen en valt er niets meer te regelen. Dan moet de manager maar komen. Deze biedt zijn verontschuldiging aan voor het ongemak en de verkeerde informatie en sommeert de man die ons niet meer wilde helpen een eerste klas ontbijtje te serveren.

Nadat Ien zich nog even driemaal leeggespoten heeft op het toilet gaan we de stad in. Brieven posten en op zoek naar een vlucht of boot naar Sulawesi. Ien heeft mazzel. Het blijkt nog mogelijk te zijn naar Sulawesi te vliegen. Dat bespaart ons een barre boottocht van 48 uur op een oncomfortabele vrachtboot. Nadat we wat boodschappen (Hollandse kaakjes) hebben gedaan gaan we snel terug voor Iens volgende spuitpoepje.

De rest van de middag relaxen we aan de rand van het zwembad. De stoelen zijn wel smerig. Vreemd dat in dit soort landen zelfs de eerste klas hotels vaak smerig zijn. Voor het eten gaan we even terug naar de kamer. We hangen de bruine handdoek op het bruine balkon. Binnen een minuut hebben we de receptie weer aan de lijn. Of we het wasgoed weg willen halen. Ien moet meteen naar de toilet van het lachen. Ze kunnen de handdoeken komen halen, maar moeten dan wel meteen droge meenemen. We horen er niets meer van.

Als we gaan dineren komen we de vier Nederlanders uit Tanjung Isuy weer tegen. Ze zitten in een ander hotel, maar zijn hier om te relaxen. We schuiven aan en hebben een heel gezellige avond. Morgenochtend vertrekken we vroeg naar Sulawesi.