Reisverslag Costa Rica

San José
La Fortuna
Arenal Vulkaan
Caño Negro
Monteverde
Cahuita
Laguna Lagarta

Een reisverslag van Ans, Ien en Jos

Donderdag 20 april t/m donderdag 4 mei 2000

Donderdag 20 april Reis naar Costa Rica

We vertrekken om 6:55 per taxi naar het station in Schiedam. We hebben er weer helemaal zin in. Ans, de moeder van Jos, gaat dit jaar ook gezellig mee. Ze houdt wel van een avontuurtje en is al menig maal buiten Europa op vakantie geweest. Tot Schiphol loopt alles lekker. Om 7:20 de trein en een uurtje later bij de douane. Erg wordt tot onze verbazing streng gecontroleerd en dat blijkt dit keer maar goed te zijn ook. Ans heeft een drukke tijd achter de rug en is in alle commotie vergeten haar paspoort te controleren. De douanier constateert tot onze grote schrik dat haar paspoort precies tot vandaag geldig. We schrikken ons een ongeluk, want om Costa Rica in te komen heb je een paspoort nodig dat nog minimaal 6 maanden geldig is. De sukkelige douanier zegt dat het misschien geen probleem is en laat ons door. Jos baalt als een stekker en laat dit duidelijk blijken. Hierop komt de douanier achter ons aan en zegt dat het wellicht beter is ons even te melden bij de afdeling Grensdocumenten. Wij er naar toe. Hier blijkt dat het inderdaad een probleem geweest zou zijn Costa Rica in te komen met dit verlopen paspoort. Ans laat alle commotie over haar heen gaan. “Ze laten me er op mijn lieve gezichtje toch wel in ?!?!?!”. Gelukkig zijn er meer sukkels in Nederland en kan er ter plaatse een nooddocument worden gemaakt. Het kost wel een aardig sommetje, maar we kunnen nu wel met een gerust hart weg.
Het feestje heeft een uur geduurd zodat er weinig over blijft voor de gebruikelijke rituelen. Ien rent in sneltreinvaart wat shopjes af voor de goedkope stankjes, poedertjes en zalfjes, terwijl Jos de laatste fotorolletjes in slaat. Heerlijk gestresst stappen we in het vliegtuig. Tot nog toe is het vaak “hoe rotter het begin van de vakantie, des te mooier de vakantie zelf”. Deze vakantie kan dus niet meer stuk !!
De vlucht verloopt ondanks Martinair voorspoedig. In Miami even een uurtje er uit en weer door. In het vliegtuig is het even lachen als voor ons een baby zit die aan Ien doorgegeven wordt. Zij geeft het vrolijk lachende kind weer door naar achteren en even later gaat het kind het hele vliegtuig door.
Het is 16:45 uur ’s avonds, kwart voor één ’s nacht Nederlandse tijd, als we in de hoofdstad van Costa Rica San José aankomen. We moeten ruim een uur in de klamme hitte wachten op onze bagage. Als we eindelijk alles hebben worden we opgevangen door iemand van het reisburo. Goed geregeld denken we, maar als we even later buiten staan is hij niet meer te bekennen en hebben we geen idee hoe we aan onze in Nederland geregelde huurauto moeten komen. In de chaos stappen Ans en Ien bijna in een grote bus vol Nederlanders, die weet ik waar naar toe gaan. Ik weet ze nog net uit de bus te slepen. Gelukkig zie ik een hostess van hetzelfde CostaRicaanse reisburo als die van de man in de aankomsthal. Hoewel we niet op haar lijst voorkomen maak ik ons probleem het hare en gaat ze nukkig voor ons op zoek. Uiteindelijk blijkt er een man van het autoverhuurbedrijf rond te rijden met onze namen zo goed als onzichtbaar op een kartonneetje voor de voorruit geschreven. Hadden ze ons wel eens mogen vertellen. Deze man brengt ons naar het verhuurbedrijf even buiten de luchthaven. Op het bureau krijgen we pas de informatiemap die we nodig hadden op het vliegveld.
Het is inmiddels donker geworden als we met de leuke rode vierwiel aangedreven Suzuki Sidekick weg rijden. We hebben in San José een hotel gereserveerd en kunnen het gelukkig in één keer vinden. Hoewel we moe zijn van de reis nemen we in het restaurant van ons hotel “Fleur de Lys” nog even een drankje en een soepje.
Om half negen liggen we al op bed. In Nederland staan de eersten al weer op.

Vrijdag 21 april San José naar La Fortuna

We zijn al vroeg uit de veren. Om zeven uur een ontbijtje en lekker zonder jas even het centrum in geweest. Het is doodstil op straat. De wegen zijn uitgestorven. Het is goede vrijdag en dan is het hele land in ruste. We doen wat noodzakelijke dingen zoals geld halen en bellen naar huis alvorens we op een gezellig terrasje neerploffen. Ons fondue restaurantje van 6 jaar terug is niet meer. Er rust een vloek op fondue restaurants in den verre. Als wij komen zijn ze met vakantie, net gesloten of gisteren failliet gegaan.
Na een relaxed rondje door het centrum pakken we de auto en gaan we op weg naar onze eerste bestemming La Fortuna. Onderweg komen we eerst bij het plaatsje Zacero. Hier hebben ze de centrale plaza veranderd in een open conifeer museum. De coniferen zijn door de plaatselijke kunstenaar geknipt in vogels, dieren en een erehaag. Heel erg leuk. Het gebied net buiten het noordwesten van San José staat bekend om de kleurrijke ossenkarren. De wielen van de karren zijn heel kleurrijk beschilderd en lijken net mandala’s. Het is een supertoeristische attractie geworden. Een atelier is nergens te vinden. Alleen nog maar souvenir winkels en nog eens souvenir winkels. De meeste zijn gelukkig dicht, maar bij die enkele die wel open is verdringen de grote bussen zich om de toch niet schaarse parkeerplekjes. Na een drankje op een zonovergoten terras rijden we snel weer verder. Het is een mooie route. Langs de kant van de weg zien we de eerste mooie vogeltjes. Eerst een zwarte vogel met fel rode rug en even later de eerste kleine toucanet.
Om drie uur rijden we La Fortuna binnen aan de voet van de actieve vulkaan de Arenal. Wat is het hier enorm veranderd. Haast niet meer te herkennen, zoveel hotelletjes zijn er bij gebouwd. Waren we pas zes jaar terug een van de weinige toeristen, nu zwermen ze als bijen door het langgerekte dorp. We hebben geboekt in de Arenal Observatory Lodge. Van hieruit houden ze de vulkanische activiteit van de Arenal vulkaan in de gaten. De uitbarsting van de schijnbaar in rust zijnde vulkaan aan het begin van de eeuw heeft vele mensenlevens geëist. Nu is het een van de actiefste vulkanen ter wereld met enkele uitbarstinkjes per dag. Als het ’s nachts helder is kun je de rode gloed zien en hem bij een uitbarsting rode stenen uit zien spuwen. Klinkt leuk, maar zo vaak is het hier ’s nachts niet helder. De vorige keer drie nachten tevergeefs gewacht, zodat we nu hopen op meer geluk.
We moeten vanuit La Fortuna nog een eindje rijden. De lodge ligt achter de vulkaan in het Arenal Park. Dit park is onderdeel van een groot groen gebied, waar verschillende parken waaronder het vermaarde Monteverde op elkaar aansluiten. Ien gaat uit haar bol als ze de mooie roze en rode bloemetjes weer langs de weg zien staan. Ans helpt haar uit haar droom. Het zijn “Vlijtige liezen” en die staan bij Ans gewoon in de tuin. Als we de weg naar de lodge in draaien zitten we meteen in de jungle. Al snel zien we een boom vol orependala’s. Deze prachtige lichtbruine met gele vogel komen we bijna altijd in de jungle tegen. Ze maken een heerlijk geluid. Vooral als ze zich om de vrouwtjes te imponeren als acrobaten voorover van een tak laten duikelen zonder er van af te vallen. We kunnen ze van dichtbij heel goed zien. Als we verder rijden roept Ans plotseling “een beer, een beer !!!”. Wij kijken elkaar wat aan en denken “die is gek, hier zitten helemaal geen beren”. Speurneus Ans heeft wel degelijk iets bijzonders gezien. Een neusbeer !!! Die hebben we nog nooit gezien en stond deze vakantie hoog op onze lijst. Hij zit lekker op zijn gemak in een boom langs de weg. We kunnen hem goed zien en mooi filmen. We zijn nog niet bijgekomen van de kick op speurneus Ans heeft het volgende alweer ontdekt. In een kale boom zit een grote toekan. En even later nog een, en nog een, en nog een !! Even later zit de hele boom vol. Het zijn de grote zwarte met geel-bruine snavel. De vorige reis waren deze dieren het hoogtepunt van de reis en nu komen we ze op de eerste dag al tegen. En hoe! Zo dichtbij en zo veel hebben we er nog nooit gezien. We gaan kompleet uit ons dak. We weten niet meer waar we kijken moeten. De neusbeer klimt langzaam uit de boom terwijl de toekans een voor een over ons hoofd verder vliegen en de kale boom ingenomen wordt door twee groene amazone papegaaien. We beseffen veel geluk te hebben. Een paar minuten na Ans haar ontdekking komt er een auto langs. De neusbeer is net de boom afgedaald en de laatste toekan verdwijnt net achter de bomen, waardoor deze mensen niets van dit tafereel zien. Jammer voor hun, maar voor ons misschien nu al de topper van de vakantie!
Bij de ingang van de lodge, die overigens een paar kilometer over slingerpaadjes verderop ligt, hebben oropendala’s hoog in een boom enorme hangnesten gemaakt. Iemand laat een oud nest zien. We zijn onder de indruk van het weefwerk van deze vogels. Het nest is zo diep dat je met je arm niet bij de eieren zou kunnen. Een mooie bescherming tegen de hier talrijke roofvogels.
De lodge verrast ons. We hadden een wat aftands onderzoekcentrum verwacht. Er blijkt veel verbeterd te zijn de laatste jaren. De lodge is veranderd in een luxe onderkomen. Wij slapen in een nieuw huisje, dat helemaal is ingericht om de vulkaan te zien. Enorme ramen bieden uitzicht op de Arenal. De bedden zijn zo opgesteld dat je vanuit je bed niets hoeft te missen. Als je ’s nachts een knal hoort en je ogen opent zou je de rode lava naar beneden moeten zien komen. Dat laatste idee had ik toen in de lodge boekte. De afgelopen jaren is de opening van de vulkaan echter langzaam naar het naarden verplaatst en valt er hier alleen nog maar met grotere erupties iets te zien. Jammer. Later hoorden we van mensen aan de andere kant van de berg dat ze vanuit hun hotel de rode stenen ’s nachts continue naar beneden zagen komen.
De lodge ligt midden in de jungle. Via leuke, ’s avonds verlichte paadjes loop je naar het gezellige restaurant. Er is midden in het groen een hangbrug gemaakt, die het extra spannend maakt. In het donker zie je allemaal grappige vuurvliegjes om je heen. We hebben een heerlijk lopend buffet. Ien heeft het helemaal naar haar zin als de kaarsjes op tafel worden aangestoken.
Om 20:30 liggen we al op bed. Vol verwachting staren we uit het raam, maar de vulkaan is geheel in nevelen gehuld. Gelukkig hebben we drie nachten.

Zaterdag 22 April Arenal Observatory lodge

We zijn om 6 uur al op. We hebben een wandelexcursie geboekt naar de lavavelden. Jos heeft zich in de tijd vergist zodat we een uur te vroeg bij de receptie staan te wachten. Om half negen gaan we met de leuke gids Brice op stap. Met z’n twaalven rijden we naar de voet van de vulkaan. We moeten eerst via rotsblokken een riviertje over steken. Hierna zijn we in het nationale park. We lopen eerst een stuk door de dichte jungle. In een boom zien we een opgedroogde slang. Als we dichter bij de lavavelden komen wordt de begroeiing dunner en komen we in een soort rietvelden terecht. Uiteindelijk bereiken we de ruige lava. Brice vertelt ons dat we bij een uitbarsting binnen 10 seconden beneden moeten zijn. De grapjas. Hij maakt zich wel zorgen om de vulkaan. Er is al een paar dagen geen uitbarsting geweest. Zo lang de vulkaan rommelt is alles in orde, maar als het stokt neemt de kans op een grote(re) uitbarsting toe. In het lava verscholen broedt een nachtzwaluw. Brice is zo stom ons het nest te wijzen. Er zijn van die idiote Amerikanen die de vogel door zijn schutkleur niet kunnen vinden en komen zo dichtbij dat het dier opschrikt en weg vliegt. Als we een half uur later weer terug gaan ligt het ei nog steeds onbebroed en zal ondertussen wel steenkoud zijn geworden. Ans lacht zich rot om die Amerikaanse mutsen. De hele vakantie doet ze hun na: “Oooh, my god !!”. Er is ook een Indisch-Amerikaans stel met twee irritante, verwende kinderen. Ze hebben overal schijt aan en verpesten de maagdelijke junglesfeer.
Brice heeft een telescoop mee genomen. Zodoende kunnen we vanaf de lavavelden de bossen rond de vulkaan afspeuren. En met succes!! In een vruchtenboom zien we als in een natuurfilm een neusbeertje met een brulaap strijden om de beste plekjes in de boom.
Lekker op ons gemakje lopen we door de jungle weer terug. Het is klammig, maar het beetje wind zorgt toch voor enige verkoeling. We moeten twee keer terug. Eerst verliest Ien haar pet en even later is Ans ook de hare halverwege vergeten.
Thuis nemen we een heerlijk biertje op de geslaagde ochtend. Vanuit het restaurant zien we de mooiste vogels. Kolibries zoeken honing in de plant vlak voor ons. Op een voederpaal zien we knalpaarse en turquoise vogels op de bananen afkomen. Ien is helemaal verliefd op een mintgroene prachtexemplaar.
Na de siësta maken we ons om 15:30 op voor de avondexcursie naar de noordkant van de Arenal. Het is bewolkt en gids Brice zegt dat de kans om rode lava te zien erg gering is. Hij wil de tour afblazen. Voor een aantal mensen is het hier de laatste avond en ze willen het er toch op wagen. Brice wordt overgehaald toch te gaan, zodat we rond vieren met een uitgedund gezelschap alsnog op stap gaan. Wij rijden met onze auto achter het busje aan. Dan kunnen we indien nodig nog even ter plekke blijven als de gids terug wil.
Het beste uitzichtpunt is vanaf een soort recreatieterrein. Hoewel we geen gebruik maken van de faciliteiten moeten we toch 20 gulden pp entree betalen. Via een slecht kronkelweggetje komen we bij een overdekt uitzichtpunt. Hier hebben we goed uitzicht over de vulkaan. Het is nog steeds mistig als we arriveren. Af en toe veren we op als er een vuurrode steen zover naar beneden rolt dat deze onder de mist uit komt. Als het donkerder wordt kun je door de nevel de rode gloed aan de top soms zien.
Ien heeft er na en uur geen vertrouwen in dat we meer te zien krijgen en wil terug. Toch blijven we nog even en worden hiervoor rijkelijk beloond. Plotseling trekt de mist op en is het zicht op de vulkaan helemaal vrij. Juist op dat moment is er een kleine uitbarsting en rolt er een hele stroom rode stenen naar beneden. Heel indrukwekkend. De Arenal spuwt alleen stenen uit. Voor vloeibare lava is de temperatuur in de vulkaan te laag. Een groep mensen is de vulkaan opgeklommen en lijken midden in de stenenregen terecht te zijn gekomen. Later horen we dat het wel allemaal erg dichtbij was, maar dat er geen ongelukken zijn gebeurd.
Om kwart over zeven rijden we in het pikkedonker weer terug naar beneden en via de thermische baden van Tabacon weer terug naar de lodge. Om negen uur liggen we moe, maar zeer voldaan op bed.

Zondag 23 april Caño Negro

Voor vijven zijn we al op. Het is Pasen en dat moet worden gevierd. We eten op de kamer op een tafelkleedje versierd met chocolade eitjes en kuikentjes. We hebben vanuit La Fortuna (een uur rijden vanaf de lodge) een privé-tour geboekt naar Caño Negro. Dit is een zogenaamd wetland in het uiterste noorden van Costa Rica. Het was zes jaar terug een van de hoogtepunten van de reis. Vanuit een bootje vaar je over de rivier door een waar dierenparadijs vol vogels, apen en reptielen.
Vanwege Pasen hebben we een privé-tour geboekt. De tours zitten volgens zeggen bomvol en we hebben weinig zin met 60 mensen op een bootje te zitten. Om deze massale inval voor te zijn hebben we afgesproken een half uur eerder te vertrekken, zoadat we als eersten de rivier op kunnen.
De afspraken waren leuk, maar daar kwam weinig van terecht. De arrogante gids kwam veel te laat bij het kantoor en maakt ook geen aanstalten om snel te vertrekken. Uiteindelijk heb ik de baas uit zijn bed getrommeld om de boel nog in orde te krijgen. Uiteraard veel misverstanden etc etc, maar de tijd liep wel door. Tenslotte hebben we maar eieren voor ons geld gekozen en zijn we om kwart voor 8, in plaats van 7 uur, met gids Santos vertrokken. De overige tours vertrokken al om half acht. Het duurt even voordat mijn adrenalinegehalte weer op Amsterdams Peil is.
Het is twee uur rijden naar de boot. Onderweg komen we langs de uitgestrekte rietsuikervelden. De velden zijn in brand gestoken om de stengels van hun bladeren te ontdoen. De zwartgeblakerde stengels worden door Nicaraguaanse gastarbeiders verzameld. Een smerig werkje voor de armsten uit de samenleving. De mensen zijn zo zwart, dat je het onderscheid tussen hun huid en de kleren niet kunt zien.
Als we halverwege een riviertje oversteken zien we bomen vol met grote leguanen. Het zijn er onnatuurlijk veel. De eigenaar van het nabijgelegen hotel blijkt de dieren te voederen om een attractie voor zijn hotel te creëren. Dat is goed gelukt, want het is een machtig gezicht zoveel “draken” in de boomtoppen te zien zonnen.
Als we bij Caño Negro aankomen schiet ik weer in de stress. Er gaan net drie volgeladen boten vol toeristen de rivier op. En wij hebben juist veel extra betaald om hier eerder te zijn. Het massale valt verder gelukkig wel mee. Er was ons gezegd dat we voornamelijk Homo Sapiens tegen zouden komen, maar de feestvierende Costa Ricanen lijken nog massaal op bed te liggen. We hebben een leuk klein privé-bootje. We zijn een kwartier na de grote hap vertrokken en de rivier lijkt er voor ons maagdelijk bij te liggen
Gids Santos is als mens een nul, maar als natuurgids een hele goede. Al snel wijst hij ons op de eerste ijsvogeltjes en hagedissen. We zijn al snel in een enthousiaste stemming en kijken onze ogen uit. We zien veel meer dan de vorige keer en toen vonden we het al geweldig.
Santos wijst ons alle vijf hier voorkomende ijsvogels. Een unicum. Tot tweemaal toe kunnen we een zelden waargenomen trogon goed observeren. De een heeft een oranje en de andere een gele borst. Het zijn nauwe verwanten van de mooiste vogel ter wereld, de quetzal.

Dieren van Caño Negro

 

IJsvogels:
- Amazon kingfisher
- Green kingfisher
- Pygmee kingfisher
- Ringed kingfisher
- Green-and-rufous kingfisher
Trogons:
- Black headed trogon
(gele borst)
- Slaty tailed trogon
(oranje borst)
Reigers:
- Grote witte
- Boat-billed
- Koereiger
- Kleine blauwe
- Tijgerreiger

Apen:
- Kapucijner aap
- Brulaap
- Spinaap
Specht
Anhinga (Darter)

Reptielen:
- Jesus Christ lizzard
- Kaaiman
- Groene hagedis
- Diverse schildpadden
Neusvleermuizen
Diverse groene
parkieten/papegaaien

En nog veel, veel meer.

We zien waanzinnig veel onderweg. Ook de bootsman ontdekt apen en vogels voor ons. Absoluut hoogtepunt van de dag was een klein zijriviertje. Hier gaan we stilletjes aan de kant liggen. In het struikgewas zit een pygmee ijsvogeltje. Santos gooit wat kruimels in het water, waar kleine visjes op af komen. Vlak voor onze ogen duikt het ijsvogeltje een paar keer naar de visjes. Uniek!! Even later krijgen we gezelschap van een kleine blauwe reiger en een tweede, een stuk grotere, ijsvogel. Ook zij proberen een visje mee te pikken. We wanen ons onderdeel van een unieke documentaire. We blijven hier lekker lang en zijn dolgelukkig dit met z’n drieen te mogen beleven. Een grotere boot was hier nooit gekomen.
Na drie uur kicken komen we in een open stuk. Hier hebben de Costa Ricanen massaal de waterkant opgezocht en moeten we uitkijken niet iemand te overvaren. In deze buurt gaan we er ook even uit voor de lunch. Een warm hapje na zoveel moois gaat er wel in.
De tour is ten einde. Na de lunch varen we nog tien minuutjes door, maar als we omkeren varen we met plankgas terug naar het dorp Los Chiles.
De terugweg wordt ook in ijltempo afgelegd. Het werk voor gids Santos zit er op en hij verlaagd zich niet meer om nog een woord met ons te wisselen. In La Fortuna worden we bij het bureau afgezet, waarna hij zonder wat te zeggen weg rijdt. We hadden nog een leuke fooi voor hem in gedachten, maar gaan daar nu maar een biertje van drinken. Bij zijn baas klagen we toch nog even over de gids. Een goede kenner van de natuur, maar absoluut niet geïnteresseerd in zijn klanten.
In een bar komen we in gesprek met Nico en Gerrie (ca. 50 jaar). Ien herkent hem uit het vliegtuig. We kletsen even gezellig bij. Ze blijken al in de Lagarta lodge te zijn geweest. Dit is de “onbekende” lodge in het noorden, die ik als uitsmijter van deze reis op het menu heb staan. Ze zijn er erg enthousiast over. Ze reizen ook erg veel en we wisselen leuke ervaringen uit. We eten in La Fortuna. Ik hoop dat de mist rond de top van de Arenal optrekt, zodat we nogmaals van het rode lava spektakel kunnen genieten. Helaas is dat niet het geval. We blijven wel zo lang in het dorp hangen, dat ik met twee lallende dronken vrouwen opgescheept zit. Op het pleintje treden Otavalo indianen op. Ans en Ien praten zo met dubbele tong tegen de groep, dat ze tot mijn afgrijzen Duits tegen ons begonnen te praten. Snel wegwezen dus.
In de lodge nemen we in het restaurant nog een kopje thee. De thee is hier gratis en daar houden Hollanders wel van.

Maandag 24 april Arenal naar Monteverde

Ik ben om 5 uur al op. De vulkaan is uit de mist en dus toch nog tijd om mooie plaatjes te maken. Jammer dat we vannacht zo moe waren dat we niet wakker zijn geworden. Ik denk dat we vanuit de kamer de rode gloed hadden kunnen zien. Het is heerlijk fris zo vroeg. Op het terrein vliegt een groep toucanets (kleine toekans) van boom naar boom. De vulkaan is vanmorgen heel mysterieus. De top is helder, maar op de lagere flanken “slapen” de wolken. Om 7 uur is de Arenal weer verdwenen. Met Ien loop ik nog een rondje in de omgeving.
Na een laatste kop koffie in het restaurant zeggen we de kleurige vogeltjes gedag en gaan we richting Monteverde. Hemelsbreed een klein stukje, maar voor ons een dag rijden omdat de weg helemaal rond het grote Arenalmeer gaat om hier 30 kilometer verderop weer uit te komen. Aanvankelijk is het een mooie asfaltweg, maar als we verder van de bewoonde wereld af komen zijn we blij dat we een auto met vierwielaandrijving hebben. Onderweg stoppen we een aantal keer om naar de beslist niet schuwe brulapen in de bomen langs de weg te kijken.
Tegen drieen arriveren we in Sante Helena, het dorp dat aan het Monteverde park grenst. De wegen in het dorp zijn extreem slecht. Het lijkt wel een maanlandschap zo slecht. We herkennen het dorp nauwelijks meer. Er is ook hier flink bijgebouwd. We vinden vrij snel een leuk en rustig gelegen hotelletje met een mooi uitzicht.
In het handboek staat een ecologisch hotel aanbevolen, waar we nog even naar op zoek gaan. Het blijkt ver weg in het dal te liggen. Helemaal godsverlaten. Ideaal voor overspannen schrijvers, maar niets voor ons. Ook ons vorige hotel Fonda Vela bezoeken we nu even. Het momenteel duurste hotel van het dorp is nu niet meer te betalen. Tot onze verrassing is er echter niet veel veranderd dat de forse prijsstijging zou kunnen verklaren. Alsof ze niet zijn weg geweest zien we twee groene toekans in de bomen achter het hotel. “Onze” boom waar de toekans een spechtennest leeg haalden hebben ze omgehakt. De Barbaren!
Vlak voor donker rijden we ook nog even naar het park. Het is al gesloten, maar de “kolibrie-galerij” vlak buiten het park konden we gewoon bezoeken. Ook nu zien we weer een viertal soorten rond vliegen.
We hebben een leuke pizzeria ontdekt. Helemaal Ien haar steil met lichtjes en tafelkleedjes. We komen hier ook twee families tegen waarmee we eergisteren naar de lavavlakte van de Arenal zijn gelopen.

Dinsdag 25 april Monteverde park

We hebben gehoord dat het erg druk is bij de ingang van het Monteverde park. Er mogen per dag maximaal 150 mensen naar binnen (was 100) om het park niet te zwaar te belasten.
Hoewel we de hoteleigenaar op het hart gedrukt hadden dat we absoluut om 6:30 wilden ontbijten komt hij op zijn gemak pas om 7 uur met het eten aankachelen. Snel die hap naar binnen en naar het park. Als we om half acht bij de ingang van Monteverde aankomen schrikken we ons een ongeluk. Er staat een hele rij om het eens zo maagdelijke oerwoud plat te stampen. Vlak na ons arriveert er ook een bus vol dikke toeristen. We kunnen er gelukkig nog wel in. Een tweede mazzel is dat vanuit de ingang diverse wandelingen beginnen en 99% van de mensen hetzelfde pad nemen, waarop ze een rondje van een uur kunnen maken. Wij gaan voor de grootste route. Ien ziet het wel met angst en beven tegemoet. In 1994 kon ze twee dagen niet lopen na deze wandeling. Indertijd moesten we wel het stuk van het hotel naar de ingang erbij lopen en dat scheelt een paar kilometer.
Gezien de drukte lopen we de route andersom en ontlopen zo de meute. Een goede beslissing, want we komen de hele dag nauwelijks mensen tegen. Het is een heerlijke wandeling. Goede paden en een heerlijk groen oerwoud. We hebben ook het lekker klamme oerwoudgevoel over ons. Ans geniet volop van al dat groen. Bij de ingang zien we een oranjegeel-zwart vogeltje vlak bij de grond kleintjes voeren en als we net op pad zijn komen we een luid tsjilpend vogeltje tegen, dat als een pauw zijn veren uit strekt. Na twintig minuten lopen zien we een jongen langs het pad staan. Hij heeft een aanzienlijke hoeveelheid fotoapparatuur uitgestald. Het blijkt een Nederlander te zijn, die ons heel opgewonden verteld dat in een boom langs het pad het nest van een quetzal is. De quetzal is één van de mooiste, zo niet de mooiste vogel van het dierenrijk. Glanzend turquoise, lange groene veren en een vuurrode buik.
De beide ouders zijn nu buiten het nest en hij verwacht elk moment dat er één terug komt. Het nest, voor ons slechts een gat in de boom, is heel goed te zien. Plotseling komt een betoverend mooi mannetje aanvliegen en blijft voor de foto een minuutje bij het hol tegen de boomstam hangen. We kunnen zijn grote veren goed zien. En dat zo dichtbij!! Als hij even later in het nest gaat, blijven zijn lange staartveren buiten. Wat een geluk. Een quetzal krijg je niet zomaar te zien !! Normaal gesproken blijft een quetzal ongeveer twee uur op zijn nest, waarna het nestzitten wordt overgenomen door de partner. Wij blijven nog even wachten en zien tot ons geluk de quetzal nog even uit het nest vliegen. Op een tak poseert hij even voor ons, komt recht op ons afvliegen en keert vlak voor ons. Hierbij slaat hij al zijn vleugels uit. Een waanzinnig mooi gezicht, dat we niet snel zullen vergeten. Hierna verdwijnt hij voor lange tijd in het hol. Na 45 minuten kijken en wachten gaan we verder. De dag kan niet meer stuk.
Halverwege de wandeling stoppen we even en nuttigen we de zelf meegenomen lunch. We komen in dit deel van het park helemaal niemand meer tegen. Heerlijk.
De “achterkant” van het park is zo vochtig, dat ze hele stukken hebben voorzien van loopplanken. Het doet ons sterk aan die lange loopplank van La Selva in Ecuador denken. In dit deel van Monteverde zie ik nog een quetzal over vliegen. Heel erg sierlijk. Op het eind komen we terecht op het “toeristenrondje”. Hier komen we ook weer wat mensen tegen. De grote meute zit echter al lang weer achter het bier. Er is onlangs een grote hangbrug gebouwd door de toppen van de bomen. Het gaat goed met de spieren, zodat we dit kleine ommetje maken. De hangbrug is behoorlijk lang. Ik schat wel 100 meter. De Nederlandse jongen die ons de quetzal wees is hier ook. Hij heeft nog een paar uur bij het nest gewacht, maar de quetzal niet meer gezien. Hij wijst ons op twee schitterend groene vogeltjes, die hoog in een boom maar vlak bij ons sprietjes verzamelen voor hun nest.
We zijn om half drie al weer terug en iedereen is nog verrassend fit. Ans heeft nog steeds Pieterpad conditie en je kunt zien dat Ien regelmatig stukken wandelt.
Als we nog wat drinken bij de ingang komen we Nico en Gerrie weer tegen. Je ziet het niet aan ze, maar ze hebben een hele actieve inslag. Vanmorgen paard gereden, nu even wandelen en morgen aan een kabel scheren over de boomtoppen. In de bosjes naast het huisje zien we een enorme tarentula (vogelspin) kruipen. Ien vindt haar heel erg mooi en groot, maar eng.
Na een kort bezoekje aan de kolibries en de kaasfabriek, waar we een stuk Gouda kaas kopen, gaan we op aandrang van de dames naar het jungletrammetje. Het is een soort kabelbaantje voor 80 plussers, dat langzaam een rondje van een uur door de begroeiing van een farm maakt. Het is zeer teleurstellend en we zien dan ook niets. Kostte wel f25,- pp. Bij het eindpunt lachten in een boom bij de auto een groep groene papegaaien ons uit.
We nemen dezelfde pizzeria als gisteren. De obers liggen dubbel tijdens onze stoelendans. We gaan we vier keer ergens anders zitten omdat het daar misschien toch wel een beetje gezelliger is. Ook Nico en Gerrie zijn er weer.
Om negen uur liggen we op bed en vallen meteen als een blok in slaap.

Woensdag 26 april Monteverde 2e dag

We gaan vandaag naar het park van Sante Helena. Hier kun je een zogenaamde Canapy tour maken door de toppen van de bomen. Je kunt hier ook via kabels van de ene top naar de andere rollen. Doen we maar niet al lijkt het me erg mooi. De Canapy tour is een wandeling van ongeveer anderhalf uur die je zonder gids kunt/moet maken. Er zijn zeven hangbruggen gemaakt, waardoor je een mooi uitzicht hebt over de boomtoppen. Op de vraag of er nog iets bijzonders te zien is wijst het meisje bij de kassa ons een quetzal nest! Goed dat we er even naar vragen, want je loopt er zo langs. Ondanks de aanwijzingen lopen we er in eerste instantie ook gewoon langs en lopen het hele rondje zonder ook maar een vogeltje te zien. Wij hoopten hier ook toekans te zien. Als we helemaal rond zijn lopen we nog even terug naar brug 2 waar het quetzalnest zich moet bevinden. Er zijn nog twee mensen en die wijzen ons op een goed verscholen opening in een oude boom. We gaan helemaal uit ons bol als we zowel het mannetje als het veel kleinere vrouwtje verschillende malen rond het nest zien vliegen. Ze gebruiken zelfs de boom het dichtst bij de hangbrug om te kijken of het veilig is om naar het nest te vliegen. Een waanzinnig plekje, waar we wel twee uur blijven kijken.
We houden siësta in het hotel. Bakje soep, crackers, wat lezen en het dagboek bijwerken.
Om half drie willen we naar de “Ecologische farm”, een haciënda waar verschillende wandelingen zijn uitgezet. Helaas, pindakaas. We hebben een lekke band. De band is snel verwisseld, maar nu moeten we eerst de lekke band laten repareren. We vinden gelukkig al snel een tankstation, die het voor slechts vijf gulden voor ons doet.
Het is al laat als we bij de farm arriveren. Het is nog licht en Jos en Ans maken nog een kort rondje. Ien spaart haar kuiten voor de avondwandeling. We zijn nog maar 10 minuten op pad als de hemel naar beneden komt. Wat een miezelbuitje leek veranderde snel in een stortbui. Na 45 minuten komen we helemaal verzopen terug. Ondanks het slechte weer gaat de avondwandeling gewoon door. We zijn samen met een Nederlands stel. Huub, Theodora en Arthuurtje. Zoals de namen al vermoeden een bijzonder onaangenaam en arrogant gezelschap.
We hebben poncho’s en regenkleding meegenomen en gaan gewapend met zaklantaarn in het pikkedonker op stap. We hebben een leuke gids met oog voor details. Hij staat stil bij het insectenrijk, zoekt tevergeefs naar een luiaard en toont ons het leven na zonsondergang. Door de regen wemelt het van de kleine boomkikkertjes. In het licht van de zaklantaarn lijken ze wel doorzichtig. Ik voel iets op mijn schoen vallen. Als ik kijk is het een boomkikker. Een stuk groter dan al die anderen. De gids is verrukt. Deze soort heeft hij hier nog niet eerder gezien. Hij toont ons twee naast elkaar gelegen nesten van een mannetje en vrouwtje tarantula. Met een stokje lokt hij de harige engerds uit hun hol. Na een heel scala van wandelende takken, krekels, spinnen en slakjes zijn we weer terug. Ans is onderweg languit gegaan. We schrokken ons rot, maar alles was gelukkig nog heel. De tour duurt veel langer dan gepland. De gids wil ons perse een luiaard laten zien. Het lukt niet. De luiaard heeft een droog plekje opgezocht en heeft geen zin weer nat te worden.
Ondanks de regenpakken is Ans doorweekt. Dus eerst naar het hotel om droog te worden en dan weer terug voor de derde pizza in drie dagen. Ondanks de vermoeiende dag liggen we pas over elven op bed. Ien is blij dat haar kuiten eindelijk mogen rusten.

Donderdag 27 april Monteverde naar Cahuita

Ans is vandaag jarig! Behangen met ballonnen en serpentines komen we haar zingend wekken. Op bed geven we haar de meegegeven kaarten van de familie. Ze is blij verrast dat iedereen zo aan haar heeft gedacht. Tijdens het ontbijt komt de eigenaar van het hotel aan onze tafel. “Wie is Ans ?”. Ans kijkt verbaast op. Hij zegt dat er post is voor ene jarige Ans en haalt achter zijn rug een enorme stapel post vandaan. Het zijn de verjaardagskaartjes van al haar vriendinnen. Edith heeft het geregeld, zodat Ans nu post heeft van onder andere Corrie en Ans de Goederen. Ze vindt het enig.
We moeten vandaag een heel eind rijden. We gaan naar de andere kant van het land. Via San José naar Cahuita aan de Caribische kust. De afdaling naar de kust is indrukwekkend. Ans vindt het net Colombia. Waarom gaat Bob niet hier wonen? Hetzelfde landschap, maar zonder al dat Colombiaanse geweld. Tijdens de afdaling zien we nog een prachtige motmot in de bomen langs de weg. Het is vier uur rijden naar San José. Het laatste stuk komen we in een grote file terecht. We moeten dwars door de drukke hoofdstad. Niet te vergelijken met de stille straten van nog geen week terug. Het is inmiddels bloedheet geworden. Via kronkelwegen rijden we San José weer uit. We moeten door het grootste park van Costa Rica, Braulio Carrillo. Ze hebben een weg dwars door het park aangelegd. Als we even pauzeren bij een ingang van het park laten de rangers ons met een telescoop het nest van een toekan zien. Beneden het nest zit een enorme havik te wachten op zijn terugkeer. De toekan heeft de roofvogel in de gaten en blijft zenuwachtig wat in de omgeving hangen. Een van de gebouwtjes is haast ingekapseld door spinnenwebben. Tientallen grote gele spinnen hebben elk vrij plekje benut om een web te maken.
Nadat we de benen hebben gestrekt en Annemarie even verderop langs de kant van de weg hebben gebeld gaan we verder. De weg is slechts eenbaans. Het is redelijk druk en er is veel vrachtvervoer. Net voor het donker arriveren we in Cahuita. Het uitgezochte hotelletje was niet veel zodat we het proberen in de dure Atlantida loge. Het is hier geen seizoen en we kunnen afdingen op de prijs, zodat we even later twee schitterende kamers hebben. De kamers kijken uit op een prachtige tuin, die de vergelijking met een botanische tuin goed zou doorstaan.
De eigenaar is een Canadees, die zijn fortuin gemaakt heeft als piloot van een privé vliegtuigje. Hij vloog in de arctische gebieden toeristen en werklui naar hun bestemming. Dit hotel heeft hij helemaal aangepast met als doel zo veel mogelijk verschillende vogels en dieren te lokken. Alle oude beplanting er uit en zorgvuldig nieuwe bomen en planten geplant. Dit trok fruitetende vogels, luiaards, insecten en kikkers aan. ’s Nachts zijn de kinkaju’s (soort wezels) in de bomen actief en komt hier regelmatig een ocelot op bezoek.
Ien blijft op de kamer om te wassen als Jos op onderzoek uit gaat. Even later is hij terug. “Als je weet wat er te zien is, zou je niet zo rustig staan te wassen!”. Jos laat Ien een stukje net opgenomen video zien. Groene boomkikkers !!!!!!!!!!!!! Die groene met paarse vingers en rode ogen! Ien gaat helemaal uit haar dak. De was wordt in de hoek gegooid en Ien rent mee naar de vijver bij de bar. In het riet om de vijver ziet ze de eerste fotomodellen. De tranen schieten in haar ogen van blijdschap en emotie, zo mooi vindt ze het. Dit was een hele grote wens. Als we verder het riet afspeuren zien we er veel meer. We blijven foto’s nemen. Het is ook zo’n mooi gezicht als ze op een stengel zitten en om het hoekje kijken.
Tussen de kikkers nemen we een heerlijk biertje op deze vakantie.
We eten lekker buiten in een klein restaurantje. We zitten aan de kust, dus wordt het vanavond een Red snapper (vis) met patat. Heerlijk.
Vlak voor we naar bed gaan lopen we nog even langs de kikkers en babbelen wat met de nachtwaker. Hij heeft nu al een paar avonden achter elkaar een ocelot op het terrein gezien. Hij zal ons wakker maken als hij vannacht langs komt.

Vrijdag 28 april Cahuita: Bri Bri indianen

Het heeft vannacht keihard geregend zodat de ocelot het af heeft laten weten. Om 6 uur worden we gewekt door het heerlijke geluid van de orapendala’s. Ik ben al vroeg in de tuin te vinden op zoek naar vogels en kikkers. Soms zijn hier ook rode gifkikkers, maar die zijn al een paar weken niet meer gezien. Ook de ongeveer 5 luiaards die in de tuin moeten zitten kan ik niet vinden. Ans is ook vroeg op. Ze geniet van de bloemen en planten in de tuin. Ze schiet een rolletje vol, zo mooi vindt ze het. Op het pad naast ons huisje zien we mintgroen met zwarte gifkikkertjes. Hartstikke leuke beestjes. De kleur is zo onnatuurlijk dat het wel plastic lijkt.
Na het ontbijt babbelen we wat met de eigenaar. Een hele geschikte vent. Zijn vrouw en drie kinderen zitten momenteel in San José. Hij heeft huizen in Parijs en Amsterdam, maar deze lodge is zijn favoriet. In het laagseizoen (2 maanden) neemt hij hier het werk over van zijn bedrijfsleider die dan op vakantie is. Hij geeft ons heel wat informatie over de omgeving.
Op zijn advies gaan we naar de Bri Bri indianen. Hij heeft een routebeschrijving voor ons gemaakt waarmee we om 10 uur op weg gaan. De dag begint goed, want langs de weg zien we een grote toekan herrie maken. Het is er een met gekleurde snavel en die hadden we deze vakantie nog niet gezien. Het is een heel gezoek om de Bri Bri indianen te vinden. Uiteindelijk vinden we de huisjes. Een oud mannetje werpt zich op als gids. Hij heet Ammatheo. Ans is helemaal door het dolle heen. Dit vindt zij nou fantastisch. De gids wordt omgedoopt in Theodoro en krijgt de volle aandacht van Ans. Met haar Theodoressie steken we op blote voeten de rivier over naar de indianenwoningen aan de andere kant. We bezoeken een huis op palen, waar enkele families samen wonen. In de grote gemeenschapsruimte hangen een vijftal mensen lusteloos rond in een hangmat. Ze lijken knetter stoned te zijn. Wel leuk zo’n half open huis. Het is enorm smerig, maar dat kan haast niet anders als je in de jungle woont. We kopen wat sambaballen en rijden weer terug naar Cahuita
Ien loopt wat winkeltjes af terwijl Ans en ik op een muurtje van de zee genieten. Bij een straatverkoper kopen we een kokosnoot, maar voordat we kunnen afrekenen wordt hij door de politie opgepakt. Het blijkt een illegale Nicaraguaan te zijn. Ook een sierraden verkoper wordt ingerekend. Later horen we dat dit gebied overspoeld wordt met illegalen. Sommigen verdienen eerlijk hun brood, maar anderen zorgen voor een sterk toenemende criminaliteit.
Bij de lodge doen we de rest van de middag rustig aan. Even zwemmen, biertje er bij en dat soort dingen.
Vanwege de door de sterke wind ruwe zee gaat de schildpadexcursie van vanavond niet door. De zee komt te hoog op het strand waardoor de schildpadden niet het strand opkomen om eieren te leggen. Tot onze verrassing is het momenteel in dit deel van Costa Rica het seizoen dat de schildpadden eieren leggen. Hopelijk morgen beter, maar de vooruitzichten zijn niet best.
Ans trakteert nog vanwege haar verjaardag op een pinacolada. Als het donker wordt komen de groene kikkers met rode ogen weer tevoorschijn. De barman laat het kikkerdril onder de bladeren zien. De kikkervisjes groeien in het dril onder het blad. Als ze te zwaar worden druppelen ze in het water. We kunnen naar de kikkers blijven kijken, zo leuk is het.
Voor we naar bed gaan praten we nog even met de nachtwaker. Hij probeert ons een kinkaju te laten zien. We horen het speelse dier wel, maar we kunnen hem niet in de lantaarn vangen. ’s Nachts horen we ze op het dak spelen.

Zaterdag 29 april Cahuita

We gaan vandaag wandelen in het nationale park van Cahuita, dat zich als een lang lint langs de kust in de richting van Panama uitstrekt. We willen al om 5 uur op. Het giet vreselijk zodat we toch nog maar even blijven liggen.
We zijn toch nog om 8 uur bij de ingang van het park. Het park grenst aan het dorp. De mensen hier zijn in opstand tegen het toeristenbeleid van de regering om hoge toegangsprijzen te vragen. Ze vrezen dat de toeristen weg blijven en laten het aan de mensen over wat ze willen geven.
Er gaat een pad langs de zee door het hele park. Het heeft zo geregend dat hele delen erg modderig zijn. Stom dat we onze laarzen niet hebben meegenomen. Halverwege moeten we een riviertje over. Tot je knieën in het water. Ien wilde al terug, maar sportieve Ans stroopte haar broek op en stak over. Ik neem Ien op mijn rug zodat we toch verder kunnen. De weg wordt steeds slechter en we moeten door steeds diepere blubber. Uiteindelijk komen we in een soort moeras uit zodat we helaas terug moeten. Met laarzen hadden we naar de punt gekund. Daar zitten veel kapucijnerapen. Die krijgen we nu niet te zien helaas.
Als we in het dorp terug zijn zien we in een boom een luiaard hangen. Het is zo’n lage boom dat je het arme dier zo aan zou kunnen raken. Hebben we er toch nog een gezien deze vakante. Een luiaard is het meest voorkomende dier in de jungle, maar is door zijn goede camouflage ook een van de minst waargenomen dieren.
We staan deze vakantie niet stil. Na de lunch nemen we de auto naar de monding van de Estrella rivier. Onderweg worden we gecontroleerd op het vervoeren van planten, dieren of illegalen. Bij de monding van de Estrella rivier kun je vanuit een klein hotel een boottocht maken . Het hotel is ook een opvangplaats voor dieren, al lijkt het meer een kleine dierentuin. In een rieten hangstoel huist één van de luiaards. Het is een scheetje. We mogen hem even vasthouden. In de natuur zitten luiaards onder het ongedierte, maar deze gaat regelmatig in bad. Op het terrein hebben ze hokken voor de dieren die ze hier opvangen. Ze hebben hier naast een vijftal luiaards ook wat toekans en spechten. Als de vogels weer kunnen vliegen worden ze vrij gelaten.
Om half drie gaan we met een roeiboot de rivier op. Eerst varen we een stil kreekje in. Hoewel het vlak bij de aan de weg gelegen lodge is, zien we verrassend veel dieren. Een hele groep boatbill reigers, een ijsvogel, brulapen en een havik die een reiger probeert te verschalken.. De gedachten gaan terug naar La Selva, zo stil is het hier. Na dit geweldige begin valt de rest een beetje tegen. We varen langs de weg door de delta van de Estrella rivier. Af en toe een brulaap, maar verder niets bijzonders. Ook de uitzichten zijn door de brede rivier een stuk minder. Als we bij de monding van de rivier zijn gaan we even aan land. De kust is niet veel bijzonders. Het zand is zwart door de vulkanische activiteit in dit gebied. Om kwart over vijf zijn we terug bij het hotel. Veel te vroeg. We hebben $90,- betaald en eisen dat we de tijd vol maken. We varen dus maar weer in de richting van de kreek. Een enorme groep koereigers is hier neergestreken voor de nacht en het worden er steeds meer. De ene zwerm na de andere strijkt neer. Een mooi gezicht.
Als we terug zijn in Cahuita proberen we via John de gids Carlos te pakken te krijgen voor de schildpadden excursie. Na heel wat heen en weer gebel blijkt de gids niet te willen. Het weer is volgens hem nog steeds te slecht.
We komen in contact met een gezellig Nederlands stel. Zij heet Deborah Appel en blijkt een bekende concert pianiste te zijn, die ook wel eens op TV te bewonderen is geweest. Op vrijdag en zaterdagavond speelt ze in Rotterdam in “pasta e Basta”, een bekende pizzeria die ook op ons lijstje staat.
Voor we naar bed gaan nemen we nog even afscheid van “onze” groene kikkertjes. Wat zijn ze toch mooi.

Zondag 30 april Cahuita naar La Laguna Lagarta

Het heeft weer enorm geregend vannacht. Geen nacht om de ocelot of een kinkaju te zien dus. We moeten vandaag een eind rijden, zodat we om 5 uur al opstaan en voor zevenen al onderweg zijn.
We rijden weer in de richting van San José en verlaten vlak voor het Braulio Carrillo park de weg in de richting van Puerto Viejo de Sarapique, waar we even stoppen om te lunchen. We drinken buiten in een barretje op een barkruk een bakje koffie. Ien belt haar vader vanuit de telefooncel. Bellen is zelfs hier in dit gat een peulenschilletje. Bij Pital houdt de mooie asfaltweg op en moeten we over een blubberige hobbelweg verder. Ien rijdt ook een uurtje en vindt het best leuk. Na bijna drie uur gaten ontwijken zijn we bij de Lagarta lodge. Een schitterend plekje. De lodge ligt op een heuveltje,. De aangelegde tuinen lopen naar beneden af naar een dode tak van de rivier, die wat weg heeft van een gracht. Omdat de lodge wat hoger ligt heb je een perfect uitzicht over de omgeving. De lodge zelf heeft een gezellig groot balkon met uitzicht over al dat moois. In de tuin zijn voederplaatsen, waar ’s ochtends toekans, orapendala’s en andere vogels op af komen. Dat beloofd wat voor de komende dagen!!
De kamers zijn ook prima. We hebben een eigen balkon met hangmatten. Het is heerlijk rustig. Het seizoen is net ten einde en we zijn de enige gasten !
Ze hebben hier een pratende huispapegaai. Het is een groene Amazonepapegaai en heet Archi. We lachen ons rot om dat beest. Als hij aandacht heeft is hij niet te stoppen. “Lorrrrieeeetaaaaaaaaa” en nog veel meer grappige teksten en geluiden. We liggen krom van het lachen.
Met iemand van de lodge lopen we een stukje door de tuin. Hij laat zien wat ze hier zelf verbouwen (mango bomen, ananas, peper enz) en toont ons ook hun vlindertuin. Aan het uiteinde van het terrein maken ze momenteel op een vlonder een soort schuilhut. Ze willen volgend seizoen via een katrol voedsel aan de andere kant van de rivier brengen waar dan weer beestje op af moeten komen.
Als we via het blubberpad langs de rivier terug lopen zien we tot onze grote vreugde een paar rode kikkertjes. Het zijn “Jeans frogs”, zo genoemd naar de blauwe spijkerbroek die ze aan lijken te hebben De knul zij net dat ze hier op het terrein niet zitten (maar wel in de jungle achter de lodge !), maar de vele regens van de laatste dagen hebben ze ook hier uit hun schuilplaatsen gelokt. We gaan helemaal uit ons dak. Voor dit soort dingen zijn we hier heen gekomen.
Na een drankje op het terras, waarbij we vele groene papegaaien voorbij zagen vliegen, stappen Ien en ik in een kano en varen een stukje de lagune op. Lekker rustig peddelen we door het groene oerwoud. Wat een stilte! Het is dat Ien nog niet weet dat hier grote krokodillen zitten, die we later zonder problemen een kano in zien klauteren!
Tegen donker struinen we nog wat door de tuin. We vinden weer van die kleine rode kikkertjes. In de lagune zien we ook een kleine kaaiman zwemmen. Het is een heerlijk temperatuurtje. Niet te heet en we hebben ook weinig last van muggen.
Om 18:30 hebben we op het balkon ons diner. Romantisch bij een kaarsje. Hierna schrijft Ien nog even in het dagboek, terwijl Ans en Jos genieten van de avondgeluiden die uit de jungle opstijgen.

Maandag 1 mei La Laguna Lagarta

Als de zon net op is zitten we al aan het ontbijt op het balkon. Orapendala’s, een papegaai, een specht en veel kleine kleurige vogeltjes doen zich te goed aan de bananen die op een kaal boompje zijn geprikt. Helaas laten de toekans, die hier ook dagelijks komen, zich niet zien.
Om negen uur trekken we onze laarzen aan en gaan we met onze gids/kok Adolfo de jungle achter de lodge in. Het heeft hard geregend en de paadjes nauwelijks begaanbaar. Fabrees is ook mee. Hij is eigenlijk de gids, maar hij heeft last van zijn keel en kan nauwelijks praten. Ze hebben een kapmes mee genomen om indien nodig het pad vrij te hakken. De overvloedige regenval is perfect voor het zien van boomkikkers. We zien nu tientallen rode kikkertjes, waar je er in de droge tijd hooguit na lang zoeken eentje zult vinden. We zien er eentje met een kikkervisje op de rug. Het kikkertje is net op weg naar een bromelia hoog in de boom. Een bromelia houdt water vast waar het kikkervisje prima kan opgroeien. Een uniek gezicht.
Adolfo laat ons veel leuke dingen zin, zoals allerlei verschillende paddestoelen, junglevegetatie en een zeldzame trogon. Van lianen maken ze een ketting voor ons. De geur van deze liaan is zo sterk, dat het muggen p een afstand houdt. Als het uitgewerkt lijkt moet je de lianen een beetje knakken, waarna het natuurlijke antimuggenmiddel weer als nieuw is. Er zijn veel mieren aan het werk. Het zijn vrij vertaald “bladsnijders mieren”. Ze trekken een heel spoor door het oerwoud. In een “boom ver weg” snijden ze stukjes van de bladeren, die ze in colonne naar het nest brengen. De mieren zijn blind en kunnen 24 uur per dag door werken. Alleen als het regent laten ze hun spullen vallen en zoeken ze dekking. Tegen twaalven komen we weer bij de weg. Hoog in de boom zien we in de stromende regen een groep spinapen ons uitzwaaien.
In de lodge hangen we even alles te drogen, waarna we lekker een uurtje in de hangmat gaan liggen. Ien en Ans blijven de rest van de middag heerlijk relaxen bij de lodge. ik ga nog een keertje op avontuur in de jungle achter de lodge. De aangelegde paden zijn duidelijk en je kunt niet verdwalen als je niet van het pad af gaat. Er zijn weer ontelbare rode kikkertjes te zien. Ook een gele trogon laat zich prachtig zien. Als ik vlak voor donker weer terug ben bij de lodge ontdek ik een grote groen spinapen, die even later ook vanuit de lodge goed te zien zijn.
’s Avonds is het weer reuze gezellig. Goed eten en een kaarsje. Wat wil je (Ien) nog meer. Ans wordt wel gek van de hond. Het jonge beest is speels en wil graag met oma spelen. Hij heeft ook al die laarzen gepikt. Gelukkig niet die van ons, maar de geleende van de lodge.
’s Avonds gezellig een spelletje Yahtzee gedaan en om 21:30 weer naar bed.

Dinsdag 2 mei La Laguna Lagarta

Om 7 uur zitten we al weer aan het ontbijt bij de voederplek. Het zonnetje laat zich even zien maar niet voor lang. Voor vandaag staat er een boottrip naar de grens met Nicaragua op het programma. Adolfo is gelukkig weer onze gids. Het is een leuke spontane knul, waar we het goed mee kunnen vinden.
De rivier tot aan de grens is vrij breed. Het is slecht weer en dus niet al te best om vogels te zien. Ook is er hier veel oerwoud weg gekapt. Zonde. Ondanks de regen zien we van onder onze poncho’s toch nog wat reigers, een ijsvogel en vlak voor ons een otter (!). Waar de rio San Carlos uitmondt in de grotere San Juan rivier betreden we Nicaraguaans grondgebied. In Nicaragua is het gebied nog niet in cultuur gebracht en stuiten we op een dichte jungle. Voor we de San Juan op mogen varen moeten we langs de douane in het dorpje Boca San Carlos. De mensen hier zijn uiterst vriendelijk. Als de papierwinkel is afgehandeld wandelen we even het dorpje in. We komen bij een schooltje, waar we natuurlijk even een kijkje gaan nemen. Tot onze verrassing is het hier keurig netjes, zeker vergeleken met die school bij Cahuita. Er is maar een meester. ’s Ochtends krijgen de ouderen les, ’s middags de groepen 3 t/m 5. Adolfo zegt dat Ien ook lerares is, waarna ze wordt uitgenodigd even voor de klas te gaan staan. Ien schrijft wat op het bord en laat de kinderen het liedje vader Jacob zingen.. De meester laat zich ook niet onbetuigd en zingt ook (alleen) een liedje, waarna de klas het na mag zingen.
Nadat we bij de zwaar bewapende douane van Nicaragua toestemming hebben gevraagd de grensrivier te betreden varen we een klein stukje de San Juan rivier op. Het is gelukkig droog geworden. Hier zie je veel meer dieren dan in het gedeelte van Costa Rica. Krokodillen, een grote “Jezus Christus leguaan” en mooie reigers. Het mooie stukje duurt helaas maar een half uurtje, waarna we met volle vaart terug varen naar de auto.
Adolfo laat ons nog een enorme oerwoudreus zien. De boom staat niet ver van de weg. Het stukje er naar toe is echter een ware beproeving door de dichte muggenzwermen waar we doorheen moeten. We komen er nog tapir sporen tegen. Dit nachtdier leeft hier in de buurt, maar zelfs de mensen hier zien hem maar sporadisch.
Als we terug zijn duiken we meteen in de hangmat. De arme Adolfo moet meteen weer aan het werk.
’s Middags doen we nog een jungletochtje. Weer veel rode en twee bruine kikkers gezien. We moeten twee keer door een moeras lopen. Mooi om te zien, maar wat minder om doorheen te moeten. Ien is dolblij dat we geen slang tegen komen.
Als we terug zijn (16:30) relaxen we lekker in de luie schommelstoel. Lekker biertje er bij, ja dit is pas echt genieten. De Duitse baas is er niet zodat we bij het avondeten extra verwend worden. Adolfo en Fabrees eten met ons mee. Heel gezellig. Er komt zelfs een karaf wijn op tafel !
Na het eten gaan we met de nachtwaker Henri op zoek naar Charlie de kaaiman. Henri is een vriendelijke goedlachse, ietwat kinderlijke man. In het pikkedonker, slechts gewapend met de zaklamp van Henri, lopen we naar de lagune. Henri heeft een zak met kippenkoppen meegenomen, die hij flink heen en weer schudt terwijl hij “Charlieeee, Chaaaaarliieeee” roept. In het water zien we wel de ogen van een vrouwtjes kaaiman en een kleintje opflikkeren n het licht van de zaklantaarn, maar geen Charlie. Uit het donker komt over het pad plotseling een grote kaaiman aanwaggelen. Het is dat Henri even op het pad schijnt, want we hadden hem echt niet in de gaten. Het is Hosse, een ander groot mannetje van anderhalve meter. De kippenkoppen gaan nu dus naar Hosse. Charlie zal wel achter de vrouwen aan zitten. Hosse is zo bezig met zijn kip, dat we hem van Henri wel even aan kunnen raken. Ien vindt het helemaal niets, maar als Ans de griezel zonder enige vrees gaat aaien kan ze niet achter blijven. Als het eten op is kiest Hosse de kortste weg naar het water. Een kano kan hem niet deren. Gewoon d’r op en d’r over.
We hebben nog een geweldige afsluitavond met Adolfo. Hij vertelt over zijn aapje en zijn familie in Nicaragua. Hoewel hij het hier heel erg naar zijn zin heeft, gaat hij toch binnen een jaar terug naar Nicaragua om zijn familie te helpen op de farm. Een geslaagde afsluiting.

Woensdag 3 mei San José

Het is vandaag heerlijk zonnig. Hadden we van de week moeten hebben! Adolfo verwent ons vanmorgen met pannenkoeken. We kunnen geen afscheid nemen en blijven nog even hangen op de veranda. De tuinman heeft bij het harken een groene gifkikker ontdekt. Dezelfde als die we in Cahuita hebben gezien. Erg leuke afsluiting.
Nadat we de papegaai Archibald uitgebreid gedag hebben gezegd nemen we om 9 uur met moeite afscheid van dit kleine paradijs. De rit naar San José valt tegen. Veel kronkelweggetjes en vlak voor de stad een aaneenschakeling van files en rode stoplichten. We stoppen nog even bij wat watervallen. Niet veel bijzonders, maar we komen ze in elk boek tegen. Zouden we decadent zijn ?
We zijn rond twee uur weer in ons hotel Fleur de Lys, waar we de vakantie ook begonnen. Snel alles in de kamer gedropt en de stad in om inkopen te doen. We zoeken ons een ongeluk naar de grote souvenirmarkt. Niemand kent het, maar uiteindelijk vinden we hem toch. De dames vinden gelukkig alles wat ze nodig hebben. Dat hebben we dan ook weer gehad.
Ans trakteert vanavond op een fondue in het chique Zermatt restaurant. Heel gezellig. Om 21 uur weer terug. Taxi of toch lopen? Het is lekker weer dus we gaan lopen. Niet erg slim want we moeten door donkere weggetjes en met een fototoestel om je nek val je snel op. Vlak voor het hotel was die dus weg. Erg stom van ons en een waarschuwing onze ingeslopen nonchalante houding van de afgelopen jaren te herzien. In het restaurant drinken we nog een wijntje om bij te komen van de schrik.

Donderdag 4 mei San José

Door het gedoe van gisteravond valt onze laatste ochtend in duigen. We zitten uren bij de politie om aangifte te doen. Pas tegen tienen hebben we de papieren. We pakken de koffers en checken uit. De bagage wordt gestald, waarna wij de taxi nemen naar de Zoo. Het is een kleintje, maar wel erg leuk omdat er vooral inheemse dieren worden getoond zoals de tapir, kinkaju en de verschillende toekans. In het wild zien we nog een prachtige mot-mot. Vroeg in de middag zijn we weer terug in het hotel. Op het terrasje nemen we een pizza van de brengservice. Een uurtje later is het echt afgelopen. Spullen in de auto, auto wegbrengen en afgezet worden bij de luchthaven. Snel even de laatste colonnes opmaken. Nico en Gerrie zijn er ook. We hebben elkaar veel te vertellen. Om 18 uur vertrekken we mooi op tijd naar Miami. Een feestje. Martinair vliegt voor het eerst zonder vertraging !! Thuis stonden Annemarie, Henri en Thomas ons op te wachten. Als we zo boven de A4 in het restaurant aan de koffie zitten kunnen we ons nog niet voorstellen weer in ons kikkerlandje te zijn. Een overvliegende meeuw wordt nog even goed bekeken of het toch niet een bonte toekan is. Helaas, hij is wit en we zijn terug op aarde.