COSTA  RICA

1994

Miami (Florida)
Arenal Vulkaan
Caño Negro

Monteverde
Carara NP
Manuel Antonio


Donderdag 28 April 1994 - Vertrek
 

Een wens gaat in vervulling: Costa Rica !!

De route

1 28/4 Vertrek
2 29/4 Miami
3 30/4 San José
4 1/5 Arenal vulkaan
5 2/5 Caño Negro
6 3/5 Rijdag naar Monteverde
7 4/5 Monteverde
8 5/5 Monteverde
9 6/5 Monteverde
10 7/5 Rijdag naar Carara NP
11 8/5 Carara NP
12 9/5 Rijdag naar Manuel Antonio
13 10/5 Manuel Antonio NP
14 11/5 Manuel Antonio NP
15 12/5 Naar San José
16 13/5 Naar huis

Na jarenlang hoog op het verlanglijstje te hebben gestaan is het eindelijk zover. We gaan naar Costa Rica! Costa Rica is het enige land ter wereld zonder leger en heeft een gezonde democratie. Het is dan ook weinig in het nieuws. Grote delen van het land zijn uitgeroepen tot Nationaal park. Natuurbehoud kost doorgaans erg veel geld en juist daar hebben ze een goede oplossing voor gevonden. Zorg voor een goede toegankelijkheid en faciliteiten zodat rijke, vooral Amerikaanse toeristen veel geld uit kunnen geven. Zorg er bovendien voor dat de plaatselijke bevolking betrokken raakt bij de natuur. Laat ze mee profiteren van het toerisme en laat niet zoals in de meeste andere landen het geld in de zakken van een paar zakkenvullers verdwijnen. Het resultaat is een groeiend aantal natuurparken vol dieren en vogels die in andere landen zeldzaam of uitgestorven zijn. In Costa Rica leven meer dan 800 soorten vogels, meer dan waar ook ter wereld!

De vlucht naar Miami

Het is zeven uur als we opstaan. We kunnen voor het eerst in jaren relaxed op weg. De koffers waren in het weekend al gepakt. Bij het station staat Iens moeder ons tot onze grote verrassing uit te zwaaien. Ien heeft het ergens wel gehoopt, maar niet echt verwacht. Hartstikke leuk! Via Leiden naar Schiphol waar de gebruikelijke rituelen volgen. Inchecken, winkeltjes kijken en voor veel geld een uitsmijterje en nep jus d'orange in het restaurant. Om 11:30 moeten we bij de gate zijn. We vliegen met Martinair en ook dit keer is er iets mis met het vliegtuig zodat we 2 1/2 uur vertraging hebben. Altijd hetzelfde gedonder met Martinair. De aansluiting van Miami naar San José kunnen we dus wel vergeten. Ze zouden het doorgeven aan Miami en daar horen we wel verder. In het vliegtuig lezen we veel, afgewisseld met een potje rummicup. We kopen roosjes voor de moeders, die door Martinair binnen vier dagen samen met een wenskaart worden bezorgd. Het is bijna moederdag en Ans moet bovendien maandag aan haar oren worden geopereerd. "Groeten vanaf de Atlantische oceaan".

Aansluiting gemist

Om 18:00 uur plaatselijke tijd (Nederland 24:00) komen we aan in Miami. Zouden we het nog halen? De vlucht naar San José gaat om 18:40. Ik heb er nog goede hoop op, maar deze vervliegt als we geen enkele medewerking van Martinair krijgen. Het interesseert ze geen moer. We moeten gewoon als laatsten uit het vliegtuig en kunnen zodoende achter aansluiten in de rij voor de lastige douane. Als we door de douane zijn blijken de Martinair medewerkers niets te weten van de gestuurde fax met onze gegevens. Routinematig krijgen we een voucher voor een hotel in Miami en een tientje om te eten. Ze zullen regelen dat we morgen verder kunnen vliegen naar San José. Het is dat we eerder in Miami zijn geweest want anders waren de aanwijzingen van Martinair om bij het hotel te komen beslist onvoldoende geweest. Vanaf een platform pendelen er busjes van de diverse hotels. Eentje hiervan brengt ons naar het "Best Western" hotel. We zijn samen met Janka, een eigenwijs meiske dat ook de aansluiting naar San José heeft gemist. We hebben een prima kamer en na een douche en een hapje in een typisch Amerikaans MacDonalds restaurant vallen we doodmoe in slaap.

 
Vrijdag 29 April - Miami
 
Dagje Miami: Fairchild en Parrot jungle

De vlucht naar San José gaat pas vanavond, zodat we een hele dag in Miami hebben. Samen met Janka bespreken we tijdens het ontbijt hoe we de dag in zullen delen. We besluiten met de taxi naar de botanische tuinen van Fairchild en de parrotjungle te gaan. Het is warm weer met veel wind zodat we moeten uitkijken bij de open botanische tuin. Het park is ruim opgezet en heeft een aantal prachtige vergezichten. Naast alle planten zien we ook een prachtig rode kardinaalvogel, ibissen en hagedissen met een rode keelzak. Een bordje waarschuwt ons om niet te dicht bij het water te komen vanwege de aanwezige alligators. Na een uurtje hebben we het wel gezien. Een zijige portier wijst ons de weg naar de parrot jungle. Het is een kwartiertje lopen door de chique buitenwijk van Miami.

De parrot jungle is een kleine dierentuin met vooral veel papegaaien, kaketoes en parkieten. Het is bloedheet en de paraplu is geen overbodige luxe. Er zijn vooral veel ara's in de parrot jungle. We hopen ze in Costa Rica net zo goed te zien als hier. We kopen voer en laten ze uit onze hand eten. Een attractie is de mogelijkheid een vijftal ara's op je hoofd en schouder te dragen. Leuke plaatjes. Eentje poept mijn hele shirt onder. Brengt geluk zeggen ze. Als dat is poep ik zelf met plezier wat goedgelovigen onder! Naast de papegaaien hebben ze ook wat alligators en drie Orang Utangs. Er is een kleintje bij die op de schoot van de ranchers zit. We denken meteen terug aan "onze" Orang Utangs in Kalimantan. Ook kijken we even naar een typische Amerikaanse show waar kinderen bang gemaakt worden met spinnetjes en schorpioenen. Na het onvermijdelijke winkeltje nemen we de taxi terug naar ons hotel. De chauffeur draait ons een poot om door een stuk om te rijden. Hondsbrutaal, want ik hou hem met de kaart in de hand in de gaten. Op mijn opmerking dat we de andere kant op rijden komt een vaag verhaal over een snellere route. Uiteindelijk betalen we gelaten bijna het dubbele van de heenreis.

Avondvlucht naar San José

Met een busje van het hotel gaan we naar het vliegveld. Na het inchecken kaarten we wat met z'n drieën. Janka leert Ien duizenden.
Precies om 18:40 vliegen we met United Airlines naar San José. Niet te geloven! Na meer dan tien vliegtuigen met vertraging eindelijk een keer op tijd weg! Ien raakt ook van haar eetbakkencomplex af. Dit zijn de spontane kotsneigingen als ze een bak met vliegtuigvoer voorgeschoteld krijgt. Het complex heeft ze opgedaan tijdens de vlucht naar Nieuw Guinea. Tijdens deze 10 uur durende vlucht met zeven tussenlandingen kregen we telkens weer een blauwe bak met Merpativoer. De ene keer nog smeriger dan de andere. Nu bestaat het eten uit een heerlijke lasagna. Daar kan Martinair een puntje aan zuigen. Na anderhalf uur landen we in San José. Janka wordt gelukkig opgehaald door haar kennissen.

Zoeken naar een hotel in het overvolle San José

Wij nemen voor tien dollar een taxi naar de stad. In het busje zit ook een Amerikaan die al vaker in San José is geweest. Als hij uitstapt bij een redelijk hotel in het centrum vragen we of we dezelfde korting als hem kunnen krijgen. Dat kan en Ien inspecteert de kamer. Als ze terug komt en we in willen checken blijkt de prijs ineens 20 gulden opgetrokken te zijn. Als protesteren niet helpt verscheur in demonstratief het inschrijfformulier en ga op zoek naar een ander hotel. Ien blijft met de bagage achter in de lobby.
Het valt niet mee een redelijk en goedkoop hotel te vinden. Alles is vol, peperduur of niet om aan te zien. Uiteindelijk kom ik bij een eenvoudig hotelletje uit waar we voor veertig dollar terecht kunnen. Diana's Inn. Hele aardige mensen. Het is gelukkig om de hoek zodat pakezel Dool maar twee blokken hoeft af te zien. Het is hier 22:15, maar voor ons is het al acht uur later. Doodmoe laten we ons dus op het keiharde matras donderen. Ien slaapt meteen.

 
Zaterdag 30 April - San José
 
Na het ontbijt gaan we de stad in. Alle banken zijn al dicht, zodat we onze travellers cheques maar inwisselen bij een restaurantje. De koers valt nog mee. San José is qua straatnamen onlogisch ingedeeld. We zoeken ons een ongeluk en lopen menig ongewild rondje. Bij het postkantoor versturen we de eerste lading kaarten naar huis. Ze hebben drie bruivenbussen. Eentje voor Costa Rica, een voor de Antillen en een voor de rest van de wereld. Bij een boekwinkel kopen we twee gedetailleerde kaarten van de gebieden waar we naar toe gaan.

De straatnaamgeving

Zoals elk zichzelf respecterend Amerikaanse stad is San José in blokken opgedeeld. De straten heten in de ene richting calles, de dwarsstraten avenidas. Alle calles en avenidas hebben een oplopend nummer. Erg makkelijk.
Een adres is bijvoorbeeld c8a7, wat staat voor de 8e calle ter hoogte van avenida 7. San José hebben ze echter in vieren gehakt. Van oost naar west loopt de avenida central, doorsneden door de calle central. Ten noorden van avenida central zijn de even nummers. De oneven nummers ten zuiden van de avenida central. Ditzelfde geld voor de calles. Zo is het een kilometer lopen van c7a8 naar c8a8, terwijl dit normaal een blokje verder zou zijn. We hebben het niet helemaal door en gaan een paar keer goed de mist in.

Op een terras bij een gezellig pleintje vol stalletjes nemen we een grote bier. Het marktje is een soort kunstmarkt. Ien is dus niet meer te houden. Zeker niet als haar favoriete Otavalo indianen ook acte presance geven met hun kleden en muziekbandje. Als het begint te regenen vluchten we het goudmuseum in. Daar vinden we dus geen moer aan. Van alles honderd keer hetzelfde. Alleen de muntjes waren leuk. Het moet wel veel waard zijn gezien de dikke kluisdeuren die de kamers afsluiten.

Vlak bij het hotel is een leuk artistiek winkeltje. Ien is weg van een paar aquarellen. Vooral eentje van een toecan maakt diepe indruk. De afbeelding wordt in haar hoofd gegrift en in het hotel meteen op papier gezet. Waarschijnlijk de basis voor een nieuw meesterwerk van mijn kunstenaresje. In de winkel staat ook een schitterend stenen beeldje van een toecan. Het kost een bekkie, maar kopen hem toch. Als we terug komen van de rondreis halen we hem op. Op de hotelkamer maken we een bakje thee en slapen nog even bij. Tegen zevenen moeten we door een plensbui naar het restaurant. We eten bij Chalet Suisse. Ze hebben fondue op het menu en dat laten we ons niet ontgaan! Erg gezellig!

 
Zondag 1 mei - La Fortuna (Arenal vulkaan)
 
Met de bus naar La Fortuna

Als we met de hier spotgoedkope taxi bij het aftandse busstation aankomen blijkt de bus naar San Carlos op het punt van vertrekken te staan. Instappen en wegwezen dus. Met de luxe bus rijden we in drie uur naar San Carlos. Het is een mooie tocht met aardige uitzichten. Op het centrale plein van tussenstopplaats Zarcero zijn boompjes geplant, die in een aparte boogjes zijn geplant. Door de ruit van de bus kan ik nog net een foto nemen. In San Carlos moeten we twee uur wachten op de bus naar La Fortuna. Alle bussen vertrekken vanuit een overdekt straatje. We wachten eerst in een restaurantje in dit straatje, maar worden bij elk vertrek van een bus kompleet uitgerookt. We pakken de spullen op en zoeken ons heil op een bankje bij de centrale plaza.

Hotel zoeken in de bloedhitte

Vanaf San Carlos is het nog maar anderhalf uur naar La Fortune. De machtige vulkaan de Aranal zien we al van verre. Het is goed te zien dat het één van de aktiefste vulkanen ter wereld is. Tot tweemaal toe zien we een grote zwarte rookpluim uit de vulkaan opstijgen. Het is bloedheet in La Fortuna. We worden door een knulletje opgewacht die zegt een goedkope en mooie kamer te hebben aan de rand van het dorp. Ik laat me overhalen om te gaan kijken. Het blijkt niets te zijn zodat ik een half uur doorweekt van het zweet bij Ien terug kom. Nu moet Ien maar een paar hotelletjes af. Ze kiest een leuk hotelletje uit. Mooie kamer, rustige tuin en uitzicht op de vulkaan. Het hotel wordt gerund door een stagiaire uit Nigeria. Een leuke knul met een sterk ontwikkeld zakelijk instinct. Na een verfrissende douche doen we meteen zaken. Vanavond een toer naar de lava uitstotende vulkaan en morgen naar het tegen de Nicaraguaanse grens gelegen natuurpark Caño Negro.

Papegaaien in de tuin !

Tegen vijven worden we aangenaam uit ons middagdutje gewekt door het gekrijs van papegaaien. We denken eerst dat ze hier in een kooi zitten, maar na nader onderzoek blijkt dat een stelletje groene Amazonepapegaaien hun nest hebben in één van de drie dode palmbomen van de buren. Met de verrekijker kunnen we ze waanzinnig goed zien. Kicken! Hiervoor zijn we naar Costa Rica gekomen! Er blijken nog veel meer papegaaien in de buurt rond te vliegen. Zo heb ik het nog nooit gezien. En dat gewoon in de stad. Ongeloofelijk!

Naar de voet van de werkende vulkaan

Om zes uur worden we opgehaald door een busje. Samen met twee Amerikanen gaan we naar de andere kant van de vulkaan. Alleen daar is de uitstoot van lava te zien. We hebben pech. Om vijf uur is de top van de vulkaan verdwenen in de wolken. We volgen eerst een paar kilometer de gewone weg. Bij een bord waarop staat dat je het gebied op eigen risico betreedt gaan we een zandpad op. De bomen lijken hier wel kerstbomen door de vele vuurvliegjes. De auto blijkt niet geweldig te zijn en komt al na een kilometer vast te zitten in het mulle vulkaanstof. We lopen een stukje en wachten de gebeurtenissen af vanaf een boomstronk. De top is ongeveer zeshonderd meter onder de wolkenmassa verstopt. Waar de wolken ophouden is een tweede krater waar activiteiten zijn te bespeuren. Meer dan een puntje met rode lava is het niet. Af en toe zien je iets roods de lucht ingeslingerd worden en vormt zich een kleine lavastroom. Het staat niet in verhouding met de activiteit die zich achter de mist afspeelt. De vulkaan moet momenteel hyperactief zijn. Gisteren was het helder en was de hele kegel één rode massa. Op postkaarten hebben we gezien hoe waanzinnig dit is. We horen wel de enorme onweerachtige knallen. Als je niet weet dat het normaal is zou je je rot schrikken. Desondanks ervaart Ien het als erg beangstigend. In 1960 was hier een vreselijke uitbarsting van de tot dan rustende vulkaan. Een heel dorp verdween onder de as en honderden mensen vonden de dood. Sinds 1960 is de vulkaan aktief en is de dreiging van een grote knal geweken. De enige doden vallen onder de roekeloze toeristen die de vulkaan beklimmen. We zien aan de lichtjes dat ook vanavond mensen de vulkaan beklimmen en tot vlak bij de kleine krater komen. Bij een uitbarsting, gemiddeld eens per kwartier, vliegen de stenen letterlijk om de oren. Ook kunnen hete en giftige gassen vrij komen zoals een jaar terug waarbij twee Duitsers omkwamen. Een paar jaar terug was er plotseling een grotere lavastroom die tot aan de plek kwam waar wij ons nu bevinden. Gelukkig waren er toevallig geen toeristen op de berg. Die hadden het niet overleefd.

Enigzins teleurgesteld gaan we na een uur terug. Onze Amerikaanse busgenote wilde persé zwemmen met haar CostaRicaanse gids in een "pik"donkere warmwaterbron. Wij laten ons liever afzetten bij de termische baden van het wat luxere Tabacon. Van hieruit moet je de vulkaan goed kunnen zien. Helaas pindakaas. Ook voor al die mensen die met dikke telelenzen een glimp van de uitbarstingen vast proberen te leggen. Na een biertje in Tabacon en een Amaretto in La Fortuna zit de dag er op.

 

Maandag 2 mei - Caño Negro

 
Vroege rit naar Caño Negro

We staan om 6 uur al op. In Nederland is het acht uur later en heeft Ans de ooroperatie al achter de rug. Hopelijk is het allemaal goed gegaan. Ik ga nog even op zoek naar de papegaaien. Ze zijn wel te horen maar niet te zien. We maken zelf ons ontbijt, aangevuld met een papaya en wat bananen van de aardige vrouw des huizes. Half acht vertrekken we samen met twee Amerikanen in de richting van de Nicaraguaanse grens. Daar is het park Caño Negro, waar vanaf een rivier veel vogels en dieren te zien zijn. Onze gids Oscar is een sympathieke vent. Hij vertelt tijdens de anderhalf uur durende rit naar het park veel over de dingen die we tegen komen. Het landschap is vrij droog in dit deel van het land. Er wordt voornamelijk suikerriet en sinaasappels verbouwd. Het oogsten van het suikerriet is een vieze bezigheid. Om de bladeren van de rietstengels te verwijderen steken ze vlak voor de oogst de akker in brand, waarna de zwartgeblakende stengels makkelijker kunnen worden geoogst. De mensen die dit doen zijn dan ook helemaal zwart van de roet. Voor dit smerige werk worden vooral straatarme illegalen uit Nicaragua gebruikt. Als we het park naderen zien we langs de weg een groep witte ooievaars en een schitterende karakara (roofvogel).

Boottocht door het Caño Negro park

Vlak voor de grens draaien we een zijweg in naar een klein dorpje waar we aan boord gaan van de boot. We hebben geluk dat het hoogseizoen net voorbij is aangezien we de enige vier op de boot zijn. Tot enkele weken terug zaten er wel vijftig mensen aan boord. Er is meteen al veel te zien. Aan de kant schiet een kaaiman weg en kunnen we de aparte helmbaselisk van dichtbij goed bewonderen. Een baselisk wordt in de volksmond ook wel Jezus Christus hagedis genoemd vanwege zijn vermogen met grote snelheid over het water te kunnen lopen. Ook zien we vele soorten reigers, waaronder enkele tijgerreigers. Er moet veel vis in de rivier zitten gezien de vele ijsvogels, aalscholvers en slangehalsvogels die we zien. Oscar toont ons de vier verschillende ijsvogels die hier leven. De slangehalsvogel is een soort aalscholver met een hele lange nek. Als hij zwemt komt alleen de kop af en toe boven water. Vissen spiest hij met behulp van zijn lange nek aan zijn snavel. Het is een hele toer om die vis er dan weer af te krijgen zonder dat deze weer in het water terug valt. Grappig zijn ook de waterschildpadden, die op een uit het water stekende boomstronk van het zonnetje genieten.

Als we wat verder de rivier opvaren zien we ook de eerste apen. De brulapen zijn het makkelijkst te vinden. Hun "hoe-hoe" gebrul is vanaf verre al te horen. Deze grote zwarte apen zijn vrij lui en zul je nooit betrappen op het zetten van een stap te veel. Dit in tegenstelling tot de bruine slingerapen die weg zijn voor je erg in hebt. De cappucijnerapen zijn het grappigst. Deze speelse dieren hebben een zwart kapje op hun kop en hebben door de hierdoor ontstane gelijkenis met een capucijnermonnik hun naam te danken. We hebben geluk alle drie de hier levende apen in onze verrekijker te mogen vangen.

Voor we bij het verste punt komen zien we nog een boom met kleine langneusvleermuizen, een woodstork (soort ooievaar), een groene ibis, een purper hoentje met gele vleugels, veel havikken en vooral bij het "eindpunt" veel grote kaaimannen. Aan de oevers worden de bossen afgewisseld door landerijen met koeien en varkens. Met de boeren zijn speciale afspraken gemaakt met betrekking tot het natuurbehoud. Dat moest ook wel, want in dit dorre landschap is de rivier voor de mensen van levensbelang. Vlak voor we het grotendeels opgedroogde meer bereiken gaan we aan wal voor de middagmaaltijd. Net als we ons tussen de koeien onder een boom hebben geïnstalleerd komen ze tot de ontdekking dat ze de borden zijn vergeten. We varen maar een stukje terug en lenen bij een farm een paar borden. Het warme eten is verrassend goed verzorgd. Als we klaar zijn varen we zonder noemenswaardige stop snel terug naar het dorp. Het was een erg leuk uitstapje dat onze verwachtingen ver overtrof.

In anderhalf uur rijden we weer terug naar La Fortuna, waar we even voor vieren weer aankomen. Na een douche gaan we lekker op het terras zitten. Tijdens het kaarten schrijven komen de papegaaien van gisteren weer terug. We kunnen het nu helemaal goed zien. Normaal zie je alleen maar de silhouetten, maar van deze kun je zelfs de kleine rode veertjes onder het overheersende groen goed zien. Dit is weer even kicken!

De Arenal vulkaan: 2e poging

Na een snelle hap bij een gedeeltelijk ingestort restaurant, foutje tijdens de verbouwing, staan we om zeven uur paraat voor de tweede poging de Aranal vulkaan te betrappen op een enorme lavaboer. We gaan nu met onze gids van vandaag, Oscar, en twee Amerikanen. De vulkaan is de hele dag goed te zien geweest, maar is tegen de avond weer vervelend bezig met verstoppertje spelen. Oscar rijdt zelf in een grote bus. We vragen ons af hoe hij die grote bus over het moeilijke stuk van gisteren kan krijgen. Dat was dus niet zo moeilijk. Carlos kon er gisteren dus geen reet van. Het uitkijkpunt blijkt maar een weinig verder te zijn dan de plaats waar we gisteren waren gestrand. Door de bewolking is ook vanavond weinig te zien. Er zijn wel drie groepen op weg naar de top. Ze komen tot ongeveer 50 meter van de plek waar een klein lavastroompje begint. We houden ons hart vast als er een redelijke uitbartsing is en de gloeiende blokken tot vlak bij de lichtpuntjes van de zaklantaarns vallen. Slecht tweemaal is het wolkendek bij de top iets dunner. De lucht wordt daardoor iets verlicht. Zo krijgen we een kleine indruk van het schouwspel zoals het moet zijn zonder de bewolking. Het is duidelijk dat de hele top moet gloeien.

Na een uur geven we het op. In het pikkedonker duik ik met de twee Amerikanen in het natuurlijke warmwaterbad op de helling van de vulkaan. Naast de vele vuurvliegjes leven hier ook glimwormen. Oscar vangt er twee zodat we ze van dichtbij kunnen bewonderen.
Als we om half tien terug zijn nodigen we Oscar uit voor een drankje. We kletsen gezellig in een bar, maar houden het na deze zware dag snel voor gezien.

 
Dinsdag 3 mei - Rijdag naar Monteverde
 
1e etappe: Bus naar Tilaran

Na een laatste blik op de bomen met papegaaien lopen we naar het dorpsplein. Hier wachten nog meer touristen op de bus naar Tilaran, onze eerste etappe naar Monteverde. We moeten helemaal om het meer van Aranal heen aangezien er geen weg gaat naar het hemelsbreed dichtbij gelegen Monteverde. Het is een mooie rit met uitzichten over het meer. De weg is slecht zodat we er drie uur over doen eer we aankomen in Tilaraann we aan de andere kant van het meer weer helemaal terug naar Monteverde. De meeste touristen gaan naar Monteverde en we leggen in afwachting van de bus leuke contacten.

Een Duits meisje en twee Italianen zijn gisteravond op de top van de Aranal geweest. Het was een waanzinnige, maar niet te herhalen levensgevaarlijke onderneming geweest. De brokstukken hoorden ze bij de erupties om zich heen vallen. Ze zijn in totaal zes uur onderweg geweest. Een klein meisje steelt met haar hondje de show. Onschuldig lachend geniet ze van de aandacht. We praten ook gezellig met een Amerikaanse familie. Pa, ma en dochter worden door zoonlief in een paar dagen Costa Rica doorgesleurd. Overal een dagje. Ze genieten er met volle teugen van.

2e etappe: Tilaran naar Monteverde

Om één uur stappen we in de krakkemikkige bus en vertrekken met een slakkegangetje over de hobbelige weg naar Monteverde. Tot tweemaal toe moet de chauffeur wat bouten en moeren vast draaien om het geval rijdend te houden. Een goede gelegenheid om aandacht te schenken aan de gigantische yuka's die langs de weg staan. Het meisje met het hondje blijft de aandacht trekken. Haast iedereen bemoeid zich met haar. Ze vindt het best, vooral als het koekjes en snoepjes oplevert. Onderweg zie ik de eerste toecan. Het is een hier vrij veel voorkomende groene toecan.

Fonda Vela

Om vier uur zijn we in Sante Elena, een dorp op enkele kilometers van het Monteverde nevelwoud. De buschauffeur is blij dat zijn rammelkar het heeft gehaald en is niet meer van plan de laatste vijf kilometer naar Monteverde te rijden. De meeste touristen blijven in Santa Elena hangen, maar ik heb weinig zin in het dorp te overnachten. Gelukkig rijden er in deze uithoek taxi's, zodat we ons af laten zetten bij het Fonda Vela hotel. Het hotel ligt het dichtst bij het Monteverde nevelwoud en kijkt schitterend uit over de begroeide bergen. We hebben pech dat de mooiste kamers vannacht door een groep zijn gereserveerd, maar kunnen morgen van kamer veranderen. Onze grote kamer is schoon maar wel erg vochtig. We hebben een tafel met stoelen zodat we gezellig kunnen kaarten. Als we zijn geinstalleerd drinken we wat in het restaurant en lopen een beetje rond over het terrein. Buiten twee voor ons inmiddels gewone papegaaien is er niet veel te zien. Tegen de avond wordt het een stuk koeler zodat we zelfs de truien tevoorschijn moeten halen bij het avondeten. Naast de groep is er nog een Amerikaanse moeder met haar twee volwassen zoons. De ene zoon heeft een vreemde feestsnor en van die achtelijke bretels over zijn dikke buik. De andere heeft geen kont waardoor zijn broek om een breinaald gefrummeld lijkt. De moeder heeft veel weg van ma Flodder. Kortom, de familie Doorzon. Na een paar wijntjes proesten we het bijna uit van het lachen. Wat zijn we toch gemeen.

 
Woensdag 4 mei - Monteverde 1e dag
 
Ien schrikt vannacht wakker als er tot tweemaal toe een enorme tor tegen haar hoofd op vliegt. Als we half zes opstaan heeft ze dus niet echt lekker geslapen. We gaan vandaag naar het park. De bagage pakken we alvast voor de verhuizing naar de andere kamer. Aangezien de meeste mensen al vroeg naar het park gaan kunnen we al vroeg een ontbijtje nemen in het restaurant. Bruin brood en een zwarte pannekoek met stroop.

Dagje in Monteverde park

Het is een half uur klimmen naar de ingang van het park. Het Monteverde park is in particuliere handen. Met de entree en buitenlandse donaties worden nieuwe aankopen gedaan zodat het gebied dat beschermd wordt steeds groter wordt. In een klein gedeelte van het park zijn trails uitgezet voor de toeristen. De rest is nagenoeg afgesloten, waardoor de dieren er in alle rust kunnen leven. Desondanks lijkt het niet goed te gaan met het park. Tot voor een paar jaren terug kwam hier als enige plek ter wereld massaal de gouden pad voor. Plotseling nam hun aantal sterk terug en binnen drie jaar lijkt dit prachtige dier uitgestorven te zijn. De oorzaak is onbekend, maar moet waarschijnlijk in de hoek van de luchtvervuiling gezocht worden. Het park is ondanks zijn afgelegen ligging bijzonder populair. Er mogen maximaal honderd mensen in het park. Wie te laat is moet wachten tot er mensen uit komen.

Hummingbird gallery

Nadat we tickets hebben gekocht lopen we eerst een stukje terug naar een plek waar met nepbloemen en voerbakjes kolibries worden gelokt, de zogenaamde hummingbird gallery. De kleine vogels vliegen af en aan. Ze hebben geen oog voor ons en zoeven links en rechts om je oren. Ze hebben prachtige lichtgevende kleuren. Er zijn verschillende soorten te onderscheiden. Ook een grote blauwe laat zich even bewonderen. Er moeten in Costa Rican meer dan honderd verschillende soorten kolibries leven.

Wandeling van 5 en een half uur

Door het stukje opengesteld woud zijn duidelijke en goed toegankelijke paden uitgezet. Iedereen sluipt door het dichte oerwoud. Er moeten hier veel vogels leven, waaronder de quetzal. Deze mythologische vogel geldt als één van de mooiste ter wereld en is in dit park relatief eenvoudig te zien. Een toevallig passerende gids vertelt ons welk van de vele vogelgeluiden die van de quetzal is. We horen veel, maar zien teleurstellend weinig. Alleen een groene toecan zien we even voorbij vliegen. Na twee kilometer sluipen komen we bij de top van de berg. Het waait hard en de koude nevelslierten vliegen om onze oren. Deze nevels zijn voor ons een probleem om foto's te nemen, maar voor het nevelwoud van levensbelang. Het voorziet de bomen en schitterende mossen van het broodnodige water.
Vanaf dit uitzichtspunt kun je op verschillende manieren terug naar de ingang. We kiezen voor het grote rondje. Blijkbaar doen niet veel mensen deze route want we komen een paar uur geen mens tegen. Als we bijna bij de uitgang zijn komen we bij een waterval. Hier zien we voor het eerst weer wat dierlijk leven in de vorm van een paar mooie vlinders. Nee, het Monteverdepark "vol dieren" valt een beetje tegen. De jungle zelf is uiteraard wel de moeite waard. Vooral de vele mossen die de bomen bedekten vonden we bijzonder.

Ien is blij als we er zijn. We hebben bij elkaar vijf en een half uur gelopen en moeten nog terug naar het hotel. Voor we terug gaan lopen we nog even langs bij de hummingbird gallery. Hier spreken we met twee Belgen die morgen met een gids dieper het Monteverde park in gaan. Vandaag hebben ze hiervoor speciale toestemming gevraagd.

Overvallen door een bijenzwerm

Als we terug lopen naar het hotel komt er een jongen aanrennen. Hij slaat met zijn handen wild om zich heen. Als hij bij ons is vraagt hij of we wat op zijn rug zien. We schrikken vreselijk want zijn witte T-shirt is helemaal zwart van de bijen. Vreselijk! De bijen hebben ons inmiddels ook ontdekt zodat wij ook op de vlucht slaan. De trui van Ien zit ook onder. Als ik dat zegt trekt ze de trui over haar hoofd uit. Niet erg slim dus, want een trui is altijd dikker dan een T-shirt en je moet die beesten natuurlijk bij je hoofd vandaan houden. De jongen was ondertussen al rennend ook begonnen met het uittrekken van zijn kleren. Ien, die toch al kapot was van de wandeling, kon niet meer. Tevergeefs zocht ze een rivier om in te springen, maar helaas. Gelukkig had ik snel in de gaten dat het weliswaar bijen waren, maar dat we geen steken voelden. Nadat de jongen weer in de richting van het park was gerend nam de ellende af. Ik sloeg de resterende bijen van onze kleren en peuterde er een stuk of vijf uit de haren van Ien. Ook zaten er een paar onder mijn shirt. Ik loop een stukje terug om te kijken waar die jongen is gebleven. Hij is terug gelopen naar het park en heeft daar gevraagd wat voor een beesten het zijn. Het blijken angelloze bijen te zijn. Hij is blijkbaar langs een nest gelopen, waarna de dieren hem aangevallen hebben. We realiseren ons dat we mazzel hebben gehad. In de omgeving leven ook killerbees. Die steken wel en niet zo zuinig ook. Jaarlijks sterven er mensen door een aanval van deze killerbees.

Nieuwe kamer met prachtig uitzicht

Als we in het hotel komen gaan we naar onze nieuwe kamer. Alle leed is meteen geleden. Perfect! Het is een grote kamer met een lekkere waranda met uitzicht over het meertje en de groene omgeving. Ik haal meteen twee biertjes om het te vieren. Voor ons huisje zien we meer vogels dan tijdens de hele wandeling door Monteverde. In een dode boom vlak voor ons hebben twee spechten een nest. Als we met onze verrekijkers enthousiast de omgeving beloeren komt onze buurvrouw naar ons toe. Ze is een fervent liefhebber van vogels en heeft het dikke vogelboek van Costa Rica bij zich. We mogen het lenen, zodat we de vogels die we zien en gezien hebben op kunnen zoeken.
Tot onze spijt blijkt de vogel die we voor een vrouwtjes quetzal hebben aangezien een oranje trogon te zijn.

Groene toecans plunderen spechtennest

We genieten op de waranda van de rust, het bier en de meegenomen borrelnoten. Plotseling worden we opgeschrikt door een hels kabaal. Het zijn de spechten die hun keel schor schreeuwen. Wat is het geval? Twee emerald toecans plunderen het nest. De ene toecan houdt met zijn grote snavel de spechten op een afstand terwijl de andere heel behoedzaam in de holle boom het spechtenest plundert. Dat laten de kleine spechten aanvankelijk niet op zich zitten en vallen de toecans aan. Ze vallen dan beiden al vechtend op de grond. Uiteraard is het verzet zinloos. Met de verrekijker zien we de toecans een ei uit het nest nemen. Even tussen de snavel en hop, doorslikken die handel. Ik kan er heel dichtbij komen en het spectaculaire gebeuren goed op video vastleggen. Ien probeert de spechten te hulp te komen door de brutale toecans weg te jagen. Het helpt niets, want nu ze eenmaal het nest hebben ontdekt zijn de eieren ten dode opgeschreven. Het is inmiddels gaan regenen. Nevelen is misschien een beter woord.

's Avonds eten we samen met onze twee oudere buurvrouwen. Het zijn erg aktieve vrouwen die al heel wat van de wereld hebben gezien. Zoveel zelfs dat ze de mooiste plekjes al twee of driemaal hebben gezien. De mannen zijn thuis in de States. Die hebben het allemaal wel gezien. Voordat ze in Costa Rica kwamen hebben ze in Belize apen geobserveerd en geteld in het kader van een wetenschappelijk onderzoek. Mary Jeane is ziek en gaat al vroeg naar bed, terwijl we met de andere gezellig aan tafel blijven. Na het eten schrijven we een paar brieven en gaan lekker vroeg naar bed.

 
Donderdag 5 mei - Monteverde 2e dag
 
Relaxte ochtend

Ik ben al vroeg op en maak een wandelingetje in de omgeving. Er staat een koude wind zodat ik na een half uurtje maar de schommelstoel in de kamer opzoek en de omgeving van achter ons grote raam bekijk. Ik lijk wel de prins die op de slapende doornroosje past. Als ik mijn prinses wakker kus verandert ze gelukkig niet in een kikker. Hoewel, een mooie rode gifkikker of een lief klein boomkikkertje is ook niet weg. Ik moet mijn lachen inhouden als Ien uit bed stapt. Ze moet naar het toilet, maar heeft zo'n spierpijn dat ze niet kan lopen. "Ik haal het niet, ik haal het niet" kreunt ze. Als een vrouw van tachtig bereikt ze net op tijd het toilet. Dat wordt dus niet veel lopen vandaag. We maken er in ieder geval een relaxte ochtend van. Na een warme douche en een insmeerbeurt met één of ander vies ruikend smeermiddel gaat het met de kuiten van Ien weer een beetje beter en kan ze naar het restaurant lopen. Onder het genot van een bruine boterham met yoghurt ontdekken we in een boom het nest van een enorme zwaluwstaart wouw. Een schitterende roofvogel met een witte borst en gespleten staart. Tot half een blijven we lekker relaxen op ons balkon. De buurvrouw deelt een overheerlijke mango met ons. Jammer dat deze vruchten alleen maar lekker zijn als ze overrijp zijn.

De kaasfabriek

's Middags kan Ien weer redelijk lopen. We besluiten een "korte" wandeling naar het dorpje Monteverde te maken. Het is een kilometer naar het dorp dat uit slechts enkele huizen, een pizzaria en een kaasfabriek bestaat. We kunnen achter glas een kijkje nemen in de kaasfabriek. Ze maken allerlei soorten kaas, waaronder Gouda kaas. We kopen een blok en peuzelen het meteen op. Er is een stukje buiten het dorp een vlindertuin en een "ecologische farm". Onder de paraplu vanwege de brandende zon lopen we naar de vlindertuin. De entree is net zoveel als het Monteverde park zodat we er veel van verwachten. Het blijkt een "tourist trap", oftwel een toeristenval te zijn. In de drie kassen zijn bij elkaar niet meer dan een stuk of tien verschillende soorten te zien en van elke soort soms maar één exemplaar. Pure nep. Het kaartje van deze shitzooi is bovendien twee dagen geldig. Hoe verzinnen ze het dat er mensen zijn die hier terug zouden willen komen. De ecologische farm is een stukje verderop. Op de weg er naar toe zien we voor de tweede keer vandaag van heel dichtbij emerald toecans. Ondanks hun verwerpelijke roofactiviteiten vinden we het schitterende vogels.

De "Ecologische farm"

De ecologische farm blijkt slechts een stuk land te zijn waar een slimme boer een paar paadjes heeft uitgezet. Het is een redelijk open stuk land zodat je eventueel aanwezige dieren en vogels goed kan zien. Bij het huisje wordt voer gestrooid waar regelmatig een agouti op afkomt. Een agouti is een groot knaagdier dat een beetje vreemd voorover loopt. We hebben geluk en kunnen het diertje goed zien. Het paadje over de farm doet ons sterk denken aan een Nederlands bos in de herfst. De blaadjes waarop wij lopen knisperen zo dat eventueel aanwezige dieren ons van verre aan horen komen.

We hebben al spijt van deze onderneming als we bij het uiteinde van het landgoed komen. Hier heb je een schitterend uitzicht over een dicht begroeide vallei. Plotseling schiet er een op tien meter een grote gele vlek voorbij. Een enorme emerald toecan!! Als we dichterbij de afgrond komen zien we even verderop een boom vol met deze grote schitterende vogels. Ze hebben ons niet opgemerkt en hoppen vrolijk verder door de boom onder het uitslaken van hun typerende geluid. Deze ogenblikken maken de hele dag goed. We realiseren ons dat er maar weinig mensen die dit schouwspel mogen aanschouwen. We kunnen de grote felgele snavel, knalrode kont en gele borst met de verrekijker tot in de details zien. Vooral vliegend zijn ze schitterend. Als Ien niet zo'n last van haar kuiten had zou ze een huppeltje van plezier maken.

Het kleine uitstapje naar Monteverde is een beetje uitgelopen en Ien heeft steeds meer moeite met lopen. Vooral bij het dalen en stilstaan. In een op een kaart aangegeven groep bomen moet een luiaard zitten. We speuren elk blaadje af, maar kunnen het goed verstopte dier niet vinden. Ien begint haast te krijgen. Het is al over vijven en ze wil voor donker terug zijn in Monteverde. Tot haar grote opluchting zijn we half zes weer terug bij het huisje.

Pizza in Santa Elena

Als we naar Santa Elena/Monteverde terug lopen (strompelen) steekt er nog een agouti over. Als we bij de pizzaria aankomen blijken we vandaag weer vijf uur gelopen te hebben. Voor Ien iets te veel van het goede. We lachen ons rot om het knappe, maar o zo domme serveerstertje. Ondanks mijn perfecte Nederspaans presteert ze het om tot tweemaal toe de verkeerde drankjes te brengen. Als ik het dan maar opschrijf en bij "water zonder prik" het woordje zonder zes keer onderstreep knikt ze begrijpend en komt even later met een flesje sprite terug. Het lijkt me heerlijk om zo dom te zijn. Verder was het wel een gezellige tent. Na de pizza nemen we de taxi terug naar het hotel. Op de kamer zetten we een gezellig bakje thee en spelen een paar potjes boerenbridge. Het raam heeft vandaag open gestaan zodat allerlei wespen, motten en andere insecten bezit hebben genomen van onze kamer. Met een potje vang ik ze één voor één en wijs ik ze de deur. Nadat ik Ien met midelgan heb ingesmeert duiken we met een boekje in bed.

 

Vrijdag 6 mei - Monteverde 3e dag

 
Ien is vandaag niet meer vooruit te branden. Het weer is ook dreigend. Bewolkt, veel wind en af en toe een paar druppels. We blijven de eerste uurtjes van de dag maar lekker binnen voor het raam. Af en toe zien we mooie vogeltjes voorbij vliegen, zoals een spierwit pluizig vogeltje en een paar amazonepapegaaien met felrode vleugels aan de onderkant en een blauwe kop. Ien blijft de hele dag thuis lezen. Haar benen hebben rust nodig. Ik ga 's ochtends even Gouda kaas halen bij de kaasfabriek.

Alleen naar Monteverde park

's Middags ga ik alleen naar het Monteverde park. Ik ben gebrand op het zien van een quetzal en blijf bij de bekende bomen, waar ze vaak komen, een hele tijd stil zitten. Na een uurtje is er eindelijk wat te zien. Het is geen quetzal, maar een grote groep brulapen die zich aan de fruitbomen tegoed doen. Hartstikke leuk, maar de quetzal kan ik nu wel vergeten. Aan het eind van het kronkelpad neem ik de brede weg terug. Het is wat opener en er is meteen meer te zien. Een aantal grote zwarte vogels, black guan genaamd en een schitterende mot-mot kan ik van dichtbij bewonderen. Na een laatste blik op de steeds weer prachtige kolibries bij de hummingbird gallery ga ik weer terug naar Fonda Vela. Op de terugweg zie ik in een flits de schimmen van twee grote toecans overvliegen.
Ien is blij als ze me terug ziet. Het was maar saai geweest alleen. Het is onze laatste dag hier in Monteverde. Bij de receptie regel ik een taxi voor morgenochtend vroeg en reserveer alvast een kamer in Tarcoles, dat vlak bij het Carara park ligt.

 
Zaterdag 7 mei - Rijdag naar Tarcoles (Carara NP)
 
Om kwart over vier gaat de wekker al. De heerlijke dagen in Monteverde zitten er op. We maken op de kamer een ontbijtje van crackers met Monteverde Gouda kaas en een Hollands theetje. De gisteren geregelde taxi staat gelukkig klaar om ons naar de 6 uur bus naar Puntarenas te brengen die vanuit Sante Elena vertrekt. We zijn vroeg en kunnen zo voor de laatste maal genieten van de groene Amazonepapegaaien die in een boom naast de bus hun ochtendgekrijs laten horen.

Afdalen naar Puntarenas

De eerste etappe gaat naar de provinciehoofdstad Puntarenas. De weg is erg slecht zodat we over die paar kilometers drie uur doen. We hebben als we de bergen afdalen een prachtig uitzicht over de baai. Puntarenas is gebouwd op een schiereiland. De verbinding met het land is zo smal dat er slechts ruimte is voor de weg en de spoorbaan. Het is bloedheet aan de kust. De aansluiting naar het zuiden gaat pas om 11 uur, zodat we ons maar installeren in een ongezellig restaurant. Er zijn nog twee Engelsen die onze richting op moeten. De knul heeft een zakcomputer bij zich. Handig om je reisverslag meteen in te typen. Het apparaat weegt alleen nog erg zwaar, maar nieuwere modellen zijn in aantocht. Als we ons bij de bushalte aan het strand installeren zijn we getuige van het oplichtersspelletje balletje-balletje. Argeloze klanten worden door twee handige lui aangespoord veel geld in te zetten op het raden van de juiste munt onder drie bekertjes. Het lijkt allemaal zo eenvoudig als de handlanger de ene na de andere keer wint. De truc is echter dat de handlanger zo enthousiast is dat hij voor het slachtoffer gaat spelen en dan uiteraard het verkeerde bekertje tilt voordat het slachtoffer het zelf kan doen. Een arme paraplu verkoper is voordat hij er erg in heeft een weekloon kwijt.

Met bus naar Tarcoles

Boven de zee cirkelen pelikanen en fregatvogels. We zijn echter zo blasé dat het ons nauwelijks iets doet. De bus is stipt op tijd. We vragen de chauffeur ons te wijzen op de plaats waar wij er uit willen. Met een speciaal voor dit doel gekochte kaart hou ik de exacte positie in de gaten. Het is ongeveer een uur rijden naar Tarcoles, een plaatsje vlak bij het Carara Nationale park. Nadat we de brug passeerden waar volgens het handboek ara's te zien zijn is het nog een paar kilometer naar Tarcoles. Balen, want ik dacht dat ons hotel vlak bij deze mooie plek zou zijn. Als we uitstappen vraag ik de weg naar ons hotel. Het blijkt meer dan een kilometer verderop te zijn. Net als we ons op maken om er heen te lopen in de moordende hitte worden we opgepikt door een auto van ons hotel. Dat is mazzel. Een voordeel van reserveren. Het hotel is eenvoudig, maar redelijk schoon en heeft zowaar een zwembad. Bovendien ligt het vlak bij het strand. De jongen die ons ophaalde blijkt één van de twee nieuwe eigenaren te zijn. Hij is erg aardig en biedt aan ons morgen naar het park te brengen en vanmiddag om vier uur naar de brug waar de ara's vliegen.

We lopen 's middags even over het strand. Er is niet veel aan. Ik wil vanmiddag niet verloren laten gaan, maar krijg Ien niet zover om een paar uur in de bloedhitte te lopen. Ik ga er maar zelf op uit om te zien of er bussen naar het ongeveer drie kilometer verderop gelegen Carara park gaan. Ik loop naar de weg en merk dat er maar een paar bussen per dag gaan. Aan de andere kant van de weg ligt anderhalve kilometer bergop een hotel. Ik er naar toe. Het is een schitterend hotel aan een riviertje. Het is echter zonder auto moeilijk toegankelijk. Onderweg zie ik een paar grote leguanen wegschieten en op een paal zit een enorme roofvogel. Ik ben drijfnat als ik terug ben van de wandeling. Niet alleen van het zweet, maar ook van de tropische regenbui die me halverwege overviel. Ik neem meteen een duik in het zwembad en kruip langzaam uit mijn dip.

Ara's en enorme krokodillen

Even over vieren kruipen we weer met z'n drieën in de aftandse bak van Harby en rijden naar de brug. Vanaf de brug heb je een prachtig uitzicht over de rivier en de omringende groene heuvels van het Carara park. In de rivier laten de zeldzame Midden-Amerikaanse krokodillen zich goed zien. We zien er wel vier. Ook het prachtig gekleurde hoentje dat we eerder in Caño negro zagen is weer van de partij. In een boom maken kleine parkieten een hels lawaai. In spanning wachten we of de ara's zich vandaag zullen laten zien. Elke ochtend vliegen de ara's van het nestplaatsen in de ontoegankelijke mangrovebossen naar hun "dagverblijven", waar ze zich tegoed doen aan allerlei vruchten. 's Avonds vliegen ze weer terug. Ongeveer kwart over vijf zien we het eerste paar in de verte vliegen. En dan volgen er in rap tempo steeds meer. Ze maken een hels kabaal. Drie keer vliegt er een paar vlak over ons hoofd. De kleuren zijn prima te zien. In totaal zien we er wel meer dan twintig! Het is echt kicken deze prachtige dieren te zien vliegen.

Prachtige zonsondergang bij hotel op rots

Harby vraagt of we zin hebben in de mooiste zonsondergang van Costa Rica. Nou, dat hebben we wel. Hij neemt ons mee naar een schitterend (en peperduur) hotel op een berg aan de kust. Van hier uit heb je een schitterend uitzicht over de zee. Vooral vanuit het kunstig gebouwde zwembad is alles schitterend te overzien. Als de zon onder gaat nemen we inderdaad de mooiste foto's. Op het terras nemen we een biertje, terwijl Herby met zijn vroegere collega's (hij heeft hier tot voor kort gewerkt) aan de bar hangt. Voor we weg gaan krijgen we nog een rondleiding van Herby door het hotel. Veel Chinese kunst en oude Europese spullen. Herby zie je hopen dat zijn hotel ooit nog eens zo zal lopen als hier. Om acht uur stouwen we ons weer in Herbies brik en keren terug op aarde in ons eigen hotelletje. De aardige Herby rukt ons een poot uit door voor het rijden, hij noemt het "excursie", een fors bedrag te vragen terwijl hij het voordeed als een vriendendienst. In ons restaurant nemen we een overheerlijk gefrituurd visje en gaan na nog een biertje enigzins aangeschoten naar bed.

 
Zondag 8 mei - Carara Nationale Park
 
Vanochtend gaat alles mis. We staan om half zes op en als we om zes uur ons met Herby afgesproken ontbijt willen nuttigen vertelt de kok doodleuk dat de tent pas om zeven uur open gaat. Wij balen, maar de man zegt geen sleutel van de keuken te hebben en durft de tweede baas niet wakker te maken. Herby slaapt in het dorp. Op de kamer zetten we snel zelf thee en eten een crackertje. We hebben om half zeven met Herby afgesproken, maar deze is in geen velden of wegen te bekennen. Misschien had hij spijt van zijn aanbod ons als service voor niets weg te brengen. We hebben behoorlijk de pest in, want we wilden voor de toeristenstroom in het park zijn. Als we het hadden geweten zou ik wel wat anders hebben geregeld. Als hij er om kwart over zeven nog niet is vragen we of er iemand anders is die ons weg kan brengen. We hebben mazzel. Een man stelt zijn grote patserauto beschikbaar, waarmee de hoteleigenaar ons graag even weg wil brengen.

Het Carara Nationale Park

We zijn toch als eerste bij het park. Tot onze verrassing worden we bij de ingang aangesproken door een Nederlandse parkwachter. Hij is aankomend bioloog en loopt hier stage. Het park blijkt niet modderig te zijn zodat Ien haar laarzen en naar 's avonds pas bleek ook haar verrekijker hier achter laat. Jammer dat we hier weer terug moeten komen, want volgens een vogelaarsboek kun je via een paadje, waar weliswaar "verboden toegang" op staat, naar het mooiste stuk van het park lopen. Dit pad komt dan uit bij de brug, waar we dan weer de bus terug kunnen nemen.

De officiële trail valt een beetje tegen. Het is nog geen kilometer lang en er is vrijwel niets te zien. We hebben waarschijnlijk poep in de ogen, want de boeken spreken over één van de dierenrijkste parken. We horen wel het gekrijs van de ara's. Na een aantal mislukte zoekacties zie ik een ara hoog in een boom zitten. Erg ver weg en met het blote oog nauwelijks te zien, maar het is er één! Plotseling valt er van alles uit de boom. Ien springt naar achteren en valt bijna in de doornen. De ara heeft tot twee keer toe wat laten vallen! Ik heb een trofee op mijn blouse zitten. Dat heb je ervan als je onder die grote vogels gaat staan. Een stukje verder zien we in een flits nog twee ara's over vliegen. De rode en blauwe kleuren zijn perfect te zien.

Als we bijna terug zijn bij de ingang zien we de eerste toeristenstroom al aankomen. Desondanks stuiten we op een grote groep capucijner apen. Grappige dieren die hun naam te danken hebben aan hun zwarte "petje". Het sterft hier van de muskieten. Als je even te lang met de verrekijker naar de apen kijkt heb je er weer een paar beten bij. We kunnen de slingerapen van heel dichtbij zien. Ze zijn heel beweeglijk en springen van boom naar boom.

De tweede trail

Binnen een uur zijn we het park weer uit. Drie kilometer verderop is er een trail die een stuk langer is. We halen de laarzen van Ien op, zeggen die tientallen hagedissen die bij de ingang rondhangen gedag en nemen een toevallig passerende bus naar de andere ingang. Er is bij het andere pad net een bus met Amerikaanse toeristen uitgeladen. De wat oudere mensen lopen 200 meter en gaan dan weer terug naar de bus. Ze hebben dus niet veel gezien. Een boomklimmende leguaan is het eerste en enige dat ze te zien krijgen.

Vol goede moed lopen wij verder. Het begin is hoopgevend. We horen hard gekrijs in boom vlak bij het pad, maar zien de ara's helaas niet. Ook wemelt het van de enorme leguanen. Prachtige dieren! In een droog gevallen plas, of zijn het de laatste resten van een riviertje, vechten kikkervisjes tegen de tijd. Hoe verder we lopen hoe minder er te zien is.

Water, water ....

Wij lopen slechts tweeëneenhalf van het vier kilometer lange pad. Het is zo bloed verziekend heet, dat verder lopen niet verantwoord is. Bovendien zijn we zo stom geweest om geen water mee te nemen. Vanaf de uitgang is het een kleine kilometer naar de brug. Op ons tandvlees lopen we naar het hier gelegen restaurant, waar we twee koude drankjes tegelijk naar binnen werken. We wachten hier tot het ara schouwspel begint. De uurtjes brengen we door met spelletjes en luieren.

40 overvliegende ara's

Vanaf half vijf tot kwart voor zes staan we op de brug. De ara's laten vandaag erg lang op zich wachten. We dachten al dat we gisteren veel geluk hadden gehad, maar als de eersten komen volgen er als snel veel meer. Uiteindelijk tellen we er meer dan veertig. De meesten vliegen erg ver weg. Eenmaal vliegen ze boven ons hoofd. Het was weer kicken. Ien is een beetje in paniek als de bus later is dan verwacht. Ze is als de dood in het donker. Als de bus om tien voor zes arriveert springt ze een gat in de lucht.

In Tarcoles lopen we van de weg naar het hotel. Ik denk een kortere weg te weten langs het strand, maar we stuiten op een rivier. Gelukkig voor Ien zijn we nog net voor donker terug in het hotel. Herby komt aarzelend zijn excuses aanbieden. De auto was kapot. We geloven het graag. Na het eten gaan we na een potje kaarten meteen naar bed. We zijn versleten. Aan hitte wen je nooit.

 
Maandag 9 mei Naar Manuel Antinio NP
 
Met de bus naar Quepos

Het dreigt vanochtend weer mis te gaan. We moeten de bus van negen uur hebben en de vriend van Herby, die ons weg zou brengen, laat het afweten. Om 8:55 is er nog steeds geen auto. We sturen Herby er op uit om dan maar wat anders te regelen. De volgende bus gaan pas over vier uur. Gelukkig heeft hij redelijk snel een andere auto gecharterd die ons voor een paar piek naar de weg rijdt. We hebben geluk. De bus heeft vertraging en is er pas om 9:20, zodat we toch nog op weg kunnen. Het is 2,5 uur naar Quepos. De weg gaat langs kilometer lange palmplantages, waarbij we soms over een beangstigend plankenbruggetje moeten.

Met de taxi verder naar Manuel Antonio

In Quepos nemen we even de tijd om wat zaken te regelen. De resterende post naar Nederland wordt geregeld en ik bel even naar huis. De operatie van Ans is goed gelukt en de woekering in haar oor bleek gelukkig onschuldig te zijn. Nadat ook de terugvlucht is bevestigd nemen we een taxi naar het nabij gelegen dorpje Manuel Antonio. Het hotel dat we hadden uitgezocht zijn ze aan het verbouwen zodat we bij een achteraf veel leuker hotelletje terecht kwamen. Heerlijke kamer, balkon en een grote rustige tuin. Het zijn ook hele aardige mensen. Met de huisbaas en de kok hebben we gezellige gesprekken.

Tegen zonsondergang lopen we even over het in de handboeken opgehemelde strand. Het is inderdaad een juweeltje. Het oerwoud groeit tot aan het strand. De rotsen en groene heuvels doen de rest. Op het strand verhuurt een man tenten. Hij kookt voor zijn gasten op een houtvuurtje. De tenten staan op een zandheuvel om de zee op een afstand te houden. Primitief, maar erg gezellig. Het strand wemelt van de heremietkreeftjes. Deze diertjes leven in de schelpen van dode slakken. Het is erg grappig deze diertjes over het strand te zien rennen. Op een terrasje genieten we van een biertje en de waanzinnige omgeving. Dit is pas leven.

 
Dinsdag 10 mei  - Manuel Antonio NP (dag 1)
 
Bezoek aan het Manuel Antonio Nationale Park

Bepakt en beladen lopen over het strand naar het nationale park van Manuel Antonio. Om bij de ingang van het park te komen moet er bij het mangrovenbos een rivier worden overgestoken. De rivier staat zo aan het einde van de regentijd vrij laag zodat we over stenen naar de overkant kunnen springen. In de natte tijd is de rivier meer dan een meter meter diep. Bij het parkwachtershuisje kopen we kaartjes en een plattegrond van het park. Het voor toeristen toegankelijke deel van het park beslaat voornamelijk een aantal stranden en de toegangswegen er naartoe. We lopen over het mooie en rustige Espadillastrand naar het schiereiland waar op de rots een rondje is uitgezet. Het is bloedheet en zweten als een otter. De rots is dicht begroeid. Tussen de bladeren zien we een agouti een noot kraken. Ook zie je overal krabben met feloranje poten.

Na het vermoeiende rondje van nog geen half uur zoeken we een plekje op het Playa Manuel Antoniostrand. Er zijn hier meer toeristen. De zee is hier betrouwbaarder dan bij de andere stranden, waar gemene onderstromingen ettelijke verdrinkingen per jaar veroorzaken. Het handboek spreekt over de vele apen, leguanen en andere dieren die je hier zou zien. Je moet zelfs oppassen voor je spullen. We speuren alle bomen het strand af, maar zien niet één aap. Ook het snorkelen valt zwaar tegen. Het water is wild en erg troebel. Er is dan ook weinig te zien. Als ik mijn duim openhaal aan een scherpe steen hou ik het maar voor gezien. We denken dat we onder de bomen in de schaduw liggen. Helaas pindakaas. Na een paar uur zijn we zo rood als een kreeft. Tegen het einde van de dag lopen we een paadje op waar veel luiaarden moeten zitten. Je moet wel weten in welk soort bomen ze leven, want anders is het zoeken naar een speld in een hooiberg. Geen luiaard dus. Bij een klein riviertje zien we wel een aantal bruine baselisken. We proberen er tevergeefs een paar het water op te jagen. We balen echt van deze dag. We hadden ons er zoveel van voorgesteld.

Net als Ien wanhopig uitroept "Where are the monkeys" zie ik een groep. Ik zeg "Daar!". Het kost me moeite Ien te overtuigen dat het geen grap is. We denken dat het capucijnerapen zijn, maar komen er later thuis achter dat het de zeldzame doodshoofdaapjes zijn. De schuwe dieren maken zich al slingerend snel uit de voeten. Het park sluit om 4 uur en het is ondertussen half vijf geworden. De tijd dat de dieren uit hun schulp kruipen. Als we terug zijn bij de plaats waar we de hele dag hebben gelegen lopen we tegen een groep capucijnerapen op. Er was geen mens meer te zien. Ze zijn helemaal niet schuw, zodat we ze goed kunnen zien. Toch nog een leuke afsluiting van de dag.

Als we om vijf uur bij de uitgang zijn is het park al dicht. We springen over het indrukwekkende touw heen en lopen naar de rivier. Deze staat nu een stukje hoger dan vanmorgen zodat we er tot onze middel door moeten waden.
We zijn vandaag heel erg verbrand. Ik heb zelfs koude koorts. Na we ons hebben ingesmeerd gaan we naar een gezellig restaurantje. We maken samen een spiegeltekening. Ien slijmt en zegt dat ik talent heb. Ammehoela.

Bij het hotel komen 's avonds grote bruine padden tevoorschijn. Ze hebben zuignappen aan hun poten waarmee ze tegen de muren opklimmen. Plotseling komt er zomaar uit de lucht een schitterende kikker vallen. Ien schrikt zich rot. Het dier is prachtig getekend. Ik probeer ze met mijn nieuwe videolamp te filmen, maar krijg de lamp niet aan de praat. De pootjes zijn verbogen. Pas na lang klooien lukt het me de lamp te maken. Dit mooie kikker is dan al weg. Ik heb het nu te pakken en stroop alle muren van het hotel af. Dat kost me bijna een been, want de hond van de nachtwaker heeft me gezien en staat even later drijgend tegenover me. Gelukkig is zijn baas ook in de buurt. Als ik weer bij onze kamer terug kom zit er een klein boomkikkertje tegen onze muur. Het diertje is kleiner als mijn pink. Een schattig beest. Oranje gele rug, bolle ogen en grappige zuignapjes.

 

Woensdag 11 mei Manuel Antonio (dag 2)

 
Nogmaals het Manuel Antonio Nationale Park

We slapen uit tot negen uur. Het is te laat voor een onbijt in het hotel zodat de meegenomen crackers wederom goed van pas komen. We lezen wat op de waranda van het hotel en gaan pas tegen de middag naar het park. We hebben ons ondanks de warmte goed gekleed om onze gisteren zo verbrande huid te beschermen. We gaan meteen naar het strandje van gisteren en zoeken een goed beschut plekje op. Het is vrij druk en er wederom op een paar leguanen na weinig dierlijk leven te zien. Ien probeert even te snorkelen, maar houdt het nog sneller als ik gisteren voor gezien.

Rond drieën is het water zo hoog gestegen dat de golven het hele strand opslokken. We moeten noodgedwongen ons heil zoeken bij de hoger gelegen picknick tafels. Ien is verslingerd aan een boek en vermaakt zich best. Met tegenzin gaat ze een kwartier later mee wandelen. Het is te warm en we zien toch niets zegt ze. Wat zal ze het mis hebben! Eerst komen we even na het strand een groep capucijnerapen tegen. Ze springen van boom naar boom en zijn een lust om naar te kijken. Vooral het gebruik van hun slingerstaart is apart. De staart rollen ze om een tak om meer grip te hebben. Ook zien we ze bij elkaar vlooien. Het zijn vooral de vrouwtjes met jongen die we dat zien doen. De mannetjes denken alleen aan eten. Ze eten harde vruchten uit een palm. We worden door een speelse aap bekogeld door deze vruchten. Eerst vliegt er een rakelijng langs mijn hoofd. Als ik verbaasd omkijk wordt ik op mijn rug geraakt. Wegwezen dus!

De eerste luiaard !

Als we naar een afgelegener stukje van het park lopen zien we de prachtige mot-mot vogel met zijn eigenwijze kop en lange staart. Dit deel van het park is een aantal jaar geleden getroffen door 'Gert' de welverstorm. Overal liggen omgevallen bomen weg te rotten. Het oerwoud herstelt zich echter in een verbazingwekkend tempo, al zal het tot het jaar 2010 duren eer het weer de oude is. We lopen een stuk zonder iets bijzonders te zien en besluiten terug te gaan. Net als we op deze in feite laatste dag de vakantie evalueren en tot de conclusie gekomen zijn dat we alles hebben gezien behalve een luiaard zie ik in een boom een zich traag voortbewegend dier. Een luiaard !! Lang gezocht en na al die jaren toch gevonden !! De tweetenige luiaard, je hebt er ook met drie tenen, beweegt zich op geringe hoogte in een tergend langzaam tempo voort. Op zijn rug hangend daalt hij poot voor poot langzaam af. We zijn er net gewoon voorbij gelopen. Hij heeft ook zo'n schutkleur. Bruin met groene mossen in zijn haar. De meeste mensen vinden hem lelijk, maar ik vind het een waanzinnig leuk dier. Vooral die aparte kop doet me aan een buitenaards wezen denken. Een perfecte afsluiting van de vakantie die we niet meer hadden verwacht. Na een aantal minuten is hij weer verdwenen in het struikgewas en lopen we naar de uitgang. De rivier staat nu erg hoog zodat alle kleren uit moeten en we met de spullen boven ons hoofd naar de overkant moeten. In het aangrenzende mangrovenbos zie ik boven op een boom de witte ibis zitten die we de afgelopen dagen steeds even boven de zee zagen cirkelen.

We lopen nog een stukje langs de zee en bestuderen nogmaals de grappige heremietkreeftjes. Vanaf een terrasje bekijken we de surfers die in het water wachten op een goede golf. Plotseling gaat het gieten. Ien blij dat ze de paraplu niet voor niets de hele vakante meegesleept heeft.

We eten deze dagen lekker weinig. Ik ga me steeds beter voelen. Ik zou thuis ook op 2 crackers en een zakje chips moeten leven in plaats van 2 zakken drop en al die vette zooi uit de ANWB kantine. Ons avondeten bestaat vandaag ook uit niet meer dan een paar rijstkorrels en wat botjes van een kip (hopen we). Na afloop nemen we een afzakkertje aan de bar van het restaurant van gisteravond. We komen in gesprek met drie meisjes en een jongen uit Australië. Een van de meisjes woont in Perth, waar we over twee maanden zitten. We hebben het even over de dolfijnen, maar ze blijkt "mijn" dolfijnenplekje Bunbury (naar later blijkt terecht) niet eens te kennen. De tent gaat om half elf al dicht. De Australische jongen geeft ons "ouderwets" een hand als we naar ons hotel terug gaan.

 
Donderdag 12 mei - Terugreis naar San José
 
Na een onvervalste tropische bui maken we een laatste strandwandeling. Ik zie er uit als een zeerover met mijn rode zakdoek over mijn verbrande hoofd. In een poeltje midden in het dorp zit een hele groep witte ibissen. Ook azen er twee tijgerreigers op een kikkertje.

Om twaalf uur nemen we de expressbus naar San José. Hij stop alleen even in Quepos, waar best nog veel mensen instappen. Ook een man met een tamme papegaai. Arm dier. De tocht duurt maar 3,5 uur. We hebben echt het idee terug te gaan als we weer langs de uitgestrekt kokosnootplantages en de ara-brug van Carara rijden.

In San José nemen we meteen een taxi naar Diana's Inn. We hebben twee weken terug gereserveerd. Erg nodig was het niet aangezien we de enige gasten zijn. We gaan meteen naar de winkel waar we de stenen toecan hebben gekocht om hem op te halen. Ien is nog steeds helemaal weg van de toecan aquarel. Samen nemen we nogmaals alle details goed in ons op. In de hotelkamer wordt de al eerder gemaakte schets meteen aangepast. Thuis zal ze weer een meesterwerkje afleveren. De rest van de middag gaat Ien op T-shirt jacht. Ik loop er als een schoothondje achteraan. Alles blijkt waardeloos of peperduur te zijn. Nog meer lopen dus, maar uiteindelijk zonder resultaat. Op het centrale plein bij de toeristenmarkt spelen tot Ien's grote genoegen Otavalo indianen. Ik wordt gek van die paardestaartenmanie. Costa Rica sluiten we af met een heerlijke fondue bij chalet Suizo. Erg gezellig en lekker.

 
Vrijdag 13 mei - Naar huis
 
Om vier uur zijn we al op. Na een eigen ontbijtje nemen we een uur later de taxi naar de luchthaven. We dumpen bij de taxichauffeur de laatste colones en checken even later in. We horen dat vrijdag de dertiende een ongeluksdag is omdat Judas de dertiende discipel van Jezus was en hem op een vrijdag heeft verraden. Het stelt de bijgelovige Ien wat gerust. We moeten in Miami lang op onze aansluiting wachten. Vooraf hebben we allerlei plannen gemaakt om de zes uur nuttig te besteden, maar als alle bagagekluizen op de luchthaven vol blijken te zijn hebben we een excuus gevonden om verder te gaan met onze spannende boeken. We zoeken een comfortabele fauteuil en proberen een paar uur te doen met ons colaatje van een tientje. Ien vindt in een winkeltje allerlei "handige" reisprullaria en is even later fl. 72,- armer. En ik maar sjouwen. Ik kan een glimlach niet onderdruk als Ien even later dezelfde troep voor fl. 20,- goedkoper ziet liggen. Na een eenhapspizza checken we in. Ik wil graag een krant en ken die krenterige Martinair ondertussen, zodat ik tegen mijn gewoonte vooraan in de rij ga staan om een krantje te bemachtigen. Als we na de gebruikelijke Martinairvertraging mogen inchecken blijken ze het voor het eerst van mijn leven op nummer te doen, zodat wij als allerlaatsten het vliegtuig in mogen. Wat heb ik misdaan ? Ik ben toch niet de reïncarnatie van Judas?

Na een erder voorspoedige vlucht komen we om 10 uur Nederlandse tijd aan in Amsterdam. Voor ons is het pas 4 uur 's nachts. Annemarie komt over 2,5 uur aan uit Griekenland, maar hebben geen puf meer om op haar te wachten. We zijn moe, duf en zweverig als we de trein naar huis nemen. Thuis bellen we meteen even de ouders. Fijn om ze weer te horen. Alles gaat goed. Ook met de oren van Ans. Met onze auto gaat het minder. Er is in de vakantie een grote deuk in gereden. 's Middags gaan we naar Ans en Ab. Annemarie en Henry zijn er ook. Zo zit je in de jungle en een paar uur later in de tuin bij Ans en Ab aan een oer Hollands soepje te lurken.
Het kost weinig moeite iedereen te overtuigen dat Costa Rica een perfect land is en dat we er zeker nog een keer terug komen.