Australië

Bangkok
Perth
Monkey Mia
Sidney

Blue Mountains
Parken New South Wales
Queensland
Singapore
1994

Zaterdag 2 Juli: Vertrek

Dag
Datum
Bestemming
1

Za 2/7

Vertrek naar Bangkok

2

Zo 3/7
Bangkok
3
Ma 47
Bangkok: Drijvende markt en Grand Palace
4
Di 5/7
Via Singepore naar Perth
5
Wo 6/7
Perth: John Forrest NP, naar Rockingham
6
Do 7/7
Rockingham naar Bunbury
7
Vr 8/7
Bunbury naar Geralton
8
Za 9/7
Geralton naar Monkey Mia
9
Zo 10/7
De dolfijnen van Monkey Mia
10
Ma 11/7
Kalbarri
11
Di 12/7
Pinnacles, terug naar Perth
12
Wo 13/7
Vliegen naar Sydney
13
Do 14/7
Sydney
14
Vr 15/7
Blue Mountains (met de camper)
15
Za 16/7
Blue Mountains: Three sisters, Katoomba
16
Zo 17/7
Blue Mountains: wandelen
17
Ma 19/7
Warrumbungles NP
18
Di 19/7
Warrumbungles NP
19
Wo 20/7
De Outback: Lightning Ridge
20
Do 21/7
Lightning Ridge: Opaalmijnen
21
Vr 22/7
Via Oxly NP naar Gibraltar NP
22
Za 23/7
Gibraltar (wandeling) naar Iluka aan kust.
23
Zo 24/7
Iluka (strandwandeling) naar Byron Bay
24
Ma 25/7
Brisbane
25
Di 26/7
De lories van Currumbin,
Movieworld (Brisbane)
26
Wo 27/7
Fraser Island
27
Do 28/7
Rijdag naar Cape Hillsborough
28
Vr 29/7
Cape Hillsborough (wandelen) en Eugella NP
29
Za 30/7
Eugella NP (platypus), rijdag naar Townsville
30
Zo 31/7
Port Douglas
31
Ma 1/8
Port Douglas: Lower Islands (snorkelen)
32
Di 2/8
Daintree NP
33
Wo 3/8
Port Douglas: Great Barriere Rif (Quicksilver)
34
Do 4/8
Cairns
35
Vr 5/8
Cairns naar Singapore
36
Za 6/8
Singapore
37
Zo 7/8
Weer thuis

Ien is om 4:45 al op. Jos slaapt uit en komt een uurtje later pas uit zijn warme bed rollen. Om half zeven de trein naar Schiphol en na het gebruikelijke inchecken volgen de al even onvermijdelijke peperdure tax-free winkels. Geen tax, maar wel een tien keer grotere winstmarge. We moeten eerst naar Londen aangezien Qantas niet vanaf Amsterdam vliegt. Londen Heathrow is een van de bekendste luchthavens ter wereld en blijkt nu ook één van de meest chaotische te zijn. Via een ondoorzichtig systeem moeten we per bus naar een andere terminal, waar we opnieuw moeten inchecken. In de primitieve hal zoeken we een bank om een paar uurtjes bij te slapen. Om 2 uur vertrekken we in de richting van het verre oosten. Uiteraard met een uur vertraging. Geen wonder, want de vliegtuigen moeten na de landing eerst naar een parkeerplaats en horen daar pas naar welke gate ze kunnen. Als er niets vrij is moeten ze wachten op het eerste vliegtuig dat vertrekt.
Qantas is een goede maatschappij. Lekker veel beenruimte en een goede service. Ook tonen ze naast de twee films nieuwsberichten en korte series.
Zonder tussenstop landen we 's ochtends om 8:15 (Nederland 3:15 's nachts) in Bangkok. We maken hier een stopover van drie nachten. Op de luchthaven wisselen we geld en bespreken een hotel in het betere gedeelte van Bangkok. Ik durf het Ien niet aan te doen om voor een paar gulden te overnachten in het Koa San road gebied, waar ik zeven jaar geleden heb geslapen. Het is raar geregeld bij de luchthaven. Het standaard tarief voor een taxi naar de stad is 400 Bath (fl. 36,-). Een stukje verder kun je echter ook tickets kopen voor een taxi die maar 200 Bath kost. Uiteraard nemen de meeste toeristen de dure, want die kom je het eerste tegen.
We overnachten in het Alpine hotel. Uiteraard met TV op de kamer voor het WK voetbal. Het is een schoon hotel. Aan de ene kant van de straat staan grote luxe hotels, maar aan de andere kant van de straat sta je tot je enkels in de modder bij de stalletjes. We duiken meteen ons bed in en komen er pas om half vier weer uit.
We gaan de stad in. Ik heb een kaart met alle busroutes zodat we met bus 2 voor een paar cent naar het oude centrum rijden. Het is druk in de miljoenenstad. Er zijn nog veel grappige tuktuks op de weg. Een tuktuk is een gemotoriseerde driewieler die als taxi dienst doet. Vaak zien ze er uit als een kerstboom vol lichtjes. We stappen uit bij een mooie tempel. een man vertelt ons er wat over. We mogen er niet in. Alleen de koning en dan nog alleen op zijn verjaardag. Het is nog maar een klein stukje lopen naar "mijn" Kao San road. Het is er nog gezelliger dan zeven jaar terug. Veel restaurantjes, goedkope hotelletjes en stalletjes op de stoep. Ien duikt meteen in de kledingrekken en komt met een hesje en een jurkje terug. Jos maar dokken. Gelukkig verkopen ze nog de muziekcassettes met illegale kopieën. Voor een paar gulden schaf je hier de hele collectie van Pink Floyd aan. We voorzien onszelf van muziek voor in de camper die we in Australië hebben gehuurd. Bij een andere oplichter laat ik een officieel uitziende perskaart maken. Kan altijd handig zijn.
In de bloedhitte lopen we door naar het koninklijk paleis. Het is als een sprookje verlicht. Ien is meteen enthousiast en ziet al uit naar ons bezoek van morgen.
Met de tuktuk rijden we terug naar het hotel. Heerlijk die wind door je haren. We rijden nog bijna tegen een auto op als de chauffeur zich meer met ons dan met de weg bemoeid. Ien's gil maakt hem op tijd wakker.
Om tien uur houden we het voor gezien.

Maandag 4 Juli: Bangkok

Bij het boeken van ons hotel hebben we een gratis tour gekregen naar de drijvende markt van Bangkok. Ik kan me herinneren dat het zeven jaar terug niet veel was, maar dat de boottocht door de klongs (kanalen) wel grappig was. Indertijd hadden we een eigen boot gehuurd en konden onze eigen route bepalen. Vandaag kon dat helaas niet. We werden door een gids opgehaald met de auto. Het meisje probeerde ons meteen al te strikken voor allerlei dure extra mogelijkheden en had onze dag al bijna ingedeeld. Na driemaal nee gezegd te hebben laten we haar maar praten als ze weer met wat nieuws aan komt draven. Bij de rivier worden we in een grote boot gepropt en in snel tempo naar het gebied gebracht waar twintig jaar geleden een drijvende markt geweest moest zijn. Nu waren er hooguit zeven bootjes met toeristische troep. Vijf minuten later worden we in Thonburi, de wijk van de drijvende markt, in een toeristenwinkel gedropt. Hier mogen wij een uur ijsberen. Het terrein mogen we niet af. Ik voel me flink genept en begin al aardig te koken. Ondanks protesterende wachtertjes vecht ik me door het hek naar buiten en loop met Ien de wijk in. We komen langs een terrein waar de in fel oranje kleden gestoken Boeddhistische monniken huizen. Het zijn vaak nog jongetjes. Het is voor een Boeddhistisch familie een goddelijke plicht één of meerdere van hun kinderen in het klooster op te bergen. Voor de kids lijkt het me een ramp om als bedelmonnik door het leven te moeten gaan. Geen geld, bedelen om eten en geen sex. AL valt het met dat laatste wel mee gezien het grote aantal aidspatienten onder de Thaise monniken. We lopen een stukje verder naar de spoorbaan die dwars door de wijk loopt. Er komt net een trein aan sjokken waar zoals gebruikelijk in dit soort landen hele volksstammen buiten boord hangen.
Als we terug zijn bij de boot denken we snel naar het eindpunt gebracht te worden. Mis! We mogen de "wereldberoemde" slangenshow niet missen. Voor slechts een tientje extra per persoon mogen we in sneltreinvaart kijken naar de Thaise variant van dierenmishandeling. Aangezien we anders weer een half uur op een loopplank moeten wachten laten we ons gelaten een poot uitrukken en gaan naar binnen. We lopen maar een beetje door de verwaarloosde dierentuin heen terwijl de rest naar het slangen mishandelen gaat kijken. Als we een half uurtje op ons gemak terug lopen blijkt de boot al een paar minuten op ons te wachten en krijgen we boze gezichten van al die stumperds die zich aan het handje van de gids hebben laten misleiden. Gelukkig varen we nu in één keer terug naar de auto. We vragen onze begeleidster, die tijdens de boottocht wijs alleen achterin is gaan zitten, ons direct terug naar het hotel te brengen. Helaas pindakaas. Eerst bleef ze verder zeuren over dingen die we beslist met haar moesten zien om vervolgens gewoon bij een zijdewinkel te stoppen waar we maar wat moesten kopen. Ien vindt het allemaal vervelend en laat zich de zaak in drijven. Snel de welkomscola naar binnen gewerkt en ze eindelijk aan hun verstand kunnen peuteren dat we echt naar het hotel willen. Wat is reizen toch vermoeiend.
In het hotel ploffen we meteen op bed voor ons middagdutje.
's Middags gaan we met twee bussen naar het Grand Palace. Het is bloedheet zodat we van schaduwplekje naar schaduwplekje rennen. Het paleis is ronduit schitterend met veel goud en glitter. Het goud wordt met heel dun bladgoud aangebracht. Alles blinkt in de felle zon. Ik vind nog steeds de enorme wachters het indrukwekkendste van het paleis, al zijn al de prachtige gebouwen, muurschilderingen en kleinere beelden ook allemaal een foto waard.
Naast het paleis staat Wat Po. Hier is de grootste liggende Boeddha van Thailand. Zeven jaar terug waren ze bezig met de restauratie. Ik zag toen hoe ze blaadje voor blaadje het beeld voorzagen van bladgoud. Bij monniken kun je muntjes van ½ en 1 bath kopen die je in koperen kommen kunt gooien waarbij er een muziekje ontstaat. Als echte Hollander en ex-muntenverzamelaar hou ik van de uit roulatie zijnde muntjes een aantal exemplaren achter.
Met bus 25 rijden we naar het nieuwe centrum. Ik weet daar nog een tempeltje waar je vogeltjes vrij kunt kopen voor een goede geest en ook danseressen op z'n Thais dansen. Het is even zoeken, maar uiteindelijk vinden we het tempeltje tussen de ronkende auto's. Een vogeltje vrij laten kost tegenwoordig al een tientje. Lekkere business aangezien de vogeltjes gewoon weer naar de eigenaar terug vliegen. Ook voor het dansen moet worden betaald. Er zijn verschillende opties. Twee danseressen kost fl. 20,- voor een kwartiertje en het loopt op tot fl. 70,- voor alle acht de danseressen. Er zijn veel overtuigde Boeddisten die dat er wel voor over hebben zodat we een mooie grote show kunnen zien. Ook bij deze tempel zijn veel biddende mensen die wat bladgoud op een beeld proberen te plakken.
Met de taxi terug. We hebben haast want we hebben afgesproken met Patie, een collega van Ien die ook in Bangkok is. Ze is samen met man Soeris en hun twee zoons voor het eerst zo ver op reis. Ze blijven een tijdje in Bangkok en zakken dan af via Maleisië naar Singapore. We gaan met z'n allen uit eten. Er is ook een Thai bij die een goede kennis is van hun familie. Het is even zoeken voor we een restaurant hebben. Het visje smaakt goed. Soeris trakteert. Erg aardig. Vanavond speelt het Nederlands elftal tegen Ierland. Hier in Thailand zijn ze nog gekker van voetbal dan bij ons. En dat terwijl Thailand niet eens zelf mee doet! In de stad staan overal grote schermen opgesteld waar de hele nacht de wedstrijden en herhalingen worden getoond. Er is zelfs een Frank Rijkaard cocktail te krijgen! We willen eerst de wedstrijd op zo'n groot scherm volgen maar hebben al snel genoeg van het zitten op de harde keien. We besluiten (helaas) met de tuktuk terug te gaan naar het hotel van Patie en Soeris om daar de wedstrijd te volgen. Ze hadden er al een beetje op gerekend gezien de grote voorraad chips en sterke drank. Het wordt een leuke wedstrijd en Oranje wint met 2-0. Kwart over één nemen we in een overwinningsroes de taxi naar ons hotel.

Dinsdag 5 Juli: Via Singapore naar Perth

We slapen lekker uit en nemen rond enen de taxi naar het vliegveld. Het kostte wat moeite om het normale tarief van fl.12,- te krijgen in plaats van het "standaard" luchthaventicket van fl. 35,-. Het is druk op de weg en zijn bijna een uur onderweg. Bij het inchecken lachen we wat om de bordjes waarop gewaarschuwd wordt vooral zelf je koffer te pakken en met sloten dicht te maken. Ze mochten eens drugs in je bagage verstoppen. Dat lachen zou ons later in Perth wel vergaan. De vlucht vertrok al een paar uur later dan oorspronkelijk gepland, maar nu hebben we nog een uur extra vertraging door een man die wel ingechecked heeft, maar rustig een uurtje te laat komt omdat zijn bagage toch al in het vliegtuig is en ze tegenwoordig niet meer mogen vertrekken zonder de eigenaar. Dit voor het geval er bommen in de koffer zouden zitten. Na 2 uur mogen we er in Singapore weer uit en gaan met een andere Quantasvlucht om 21:30 richting Perth, waar we even na twee uur 's nachts aankomen. In Australië komen veel ziektes van fruit en dieren niet voor. Ook een aantal schadelijke insekten zijn er onbekend. Om dat zo te houden zijn ze ziekelijk voorzichtig. Fruit, vlees- en melkprodukten mogen absoluut niet worden ingevoerd. Het mag zelfs de binnenlandse staatsgrenzen niet over. We besluiten de chips, fruitthee en andere etenswaren op het formulier in te vullen en te beoordeling aan de douane aan te bieden. Mijn rugzak komt als allerlaatste van de band af. Iedereen is al door de douane en wij snellen ons ook naar de uitgang. We lopen dus netjes naar de balie om de etenswaren aan te geven. Ze blijken niet zo geïnteresseerd in de etenswaren, maar in de volledige inhoud van mijn rugzak. De man vraagt of het mijn rugzak is, of ik hem zelf gepakt heb en of ik precies weet wat er in zit. Rare vragen. We begrijpen er niets van totdat de man zegt dat de drughond bij mijn rugzak heeft aangeslagen. Ien schrikt zich rot. Ze herinnert zich meteen de waarschuwing op het vliegveld van Bangkok en denkt dat iemand een pakje in mijn rugzak heeft gestopt. Alle spullen worden betast en bekeken. Gelukkig vinden ze niets. Het is waarschijnlijk de leverpastij geweest wat het beest heeft geroken. Een tweede douanier bekijkt de etenswaren. De domheid straalt van zijn norse gezicht. Bij elk pakje vraagt hij wat er in zit en waar het vandaan komt. Als we antwoorden zegt hij het toch niet te geloven want de gebruiksaanwijzing staat in het Nederlands. Zo neemt hij onze soep, cappuccino koffie (melk), leverpastij in beslag. Na veel inpraten mogen we de fruitthee en gewone koffie houden. Gelukkig wordt de rugzak van Ien niet nagekeken, zodat we toch nog van alles hebben. Als alles weer ingepakt is verlaten we als laatste het vliegveld. Bij het informatiebord proberen we een hotel te regelen. Het gaat moeizaam aangezien de Amerikaanse vloot met 7000 man is neergestreken in Perth en de meeste hotels hebben bezet. Een man komt ons waarschuwen dat de laatste taxi's op het punt stonden naar huis te gaan en er pas morgenmiddag hier weer wat te beleven is als het eerste vliegtuig landt.
De vrouwelijke taxichauffeur brengt ons over nette asfaltwegen naar het Regency motel. Het regent, maar de koelte, rust en properheid zorgen ervoor dat de eerste indruk van Australië een positieve is. Om 3:30 zijn we er en gaan meteen plat.

Woensdag 6 juli: Perth

We liggen nog geen kwartier te slapen of een groep jongeren komt terug van het stappen en maken een vreselijke herrie in het gehorige motel. Ze gaan door tot 8 uur. We zijn ten einde raad. Doodversleten liggen we tot 12 uur in coma. De uitchecktijd is 10 uur, maar als ik uitleg wat er is gebeurd en we hier nooit meer willen slapen konden we zonder extra nacht te betalen vertrekken. We laten ons ophalen door een autoverhuurbedrijf rijden een half uurtje later in een leuke zeegroene Ford Fiësta de stad uit. We hebben een speciale verzekering afgesloten voor aanrijdingen met kangoeroes. In Australië rijdt men links, maar daar hebben we gelukkig geen problemen mee.
We rijden in een half uurtje naar het John Forrest NP. Het eerste, maar zeker niet laatste stukje natuur dat we van Australië te zien krijgen. Vanuit een uitkijkpunt zien we de skyline van Perth. Als we van het uitzicht genieten vallen er wat nootjes uit de boom. Als ik omhoog kijk zie de eerste papegaai. Het is de 28 ringlorie, die alleen in het zuid-westen voorkomt. Het is een groene lorie met zwarte kop, gele ring om de nek en van achter blauwe veren.
Een stukje verder parkeren we de auto en gaan een stukje lopen in een heerlijk stukje natuur. Volop lachende kookaburras, groepen lories vlak langs onze neus en een grote bruine kaketoe. In een flits zie ik ook een rode lorie. We genieten met volle teugen van de rust, al die mooie vogels en het schitterende geluid van de kookaburras. Het is zonnig en rond de 22C. We lopen naar een waterval en keren hierna terug naar de auto.
Als we het park uitrijden worden we door een bord gewaarschuwd voor overstekende kangoeroes. Wij zoeken, maar helaas. Even verderop gaan we helemaal uit ons dak als we een veld vol met roze kaketoes (Galah's) zien.
Het is al bijna donker als we in Rockingham aankomen, 50 km ten zuiden van Perth. Het kost wat moeite dit gehucht te vinden. Het hotel blijkt nog net een kamertje vrij te hebben. In de pizzahut kunnen we ons onbeperkt vol vreten en doen dat als rasechte Hollanders dan ook.

Donderdag 7 juli: Rockingham naar Bunbury

Lekker uitgeslapen tot 9 uur en na een echte bruine boterham op de kamer rijden we naar de boot naar pinguineiland. Een deceptie. De pinguins broeden uitgerekend deze maand en mag er niemand naar het eiland. Ook het robbeneiland gaat niet door. "Out of season". We zullen deze gehate zin nog vaak horen. Het weer is ook niet al te best. Guur, met af en toe een regenbui. We besluiten via Mandurah vandaag al naar Bunbury te rijden. We stoppen even in Mandurah, waar de bootjes over de "Peel inlet" deze maand ook niet varen. Wel zien we in het dorp een schitterende pelikaan de vuilnisbak plunderen. We rijden via de secundaire weg door een weinig verheffend nationaal park. Het slechte weer speelt hier ook parten. Ien rijdt haar eerste kilometertjes aan de linker kant van de weg.
's Middags bezoeken we een wildlife park. Het is een veredeld hertenkamp. Je krijgt voer voor de herten, die het eerste deel bevolken. Op een ander terrein mogen we er uit en kunnen er tamme kangoeroes worden gevoerd. Er lopen ook emoes rond en hebben ze een koala in een kooitje. Koala's leven niet in gedeelte van Australië, zodat het voor de bevolking hier een ware trekpleister is. Op het grasveld proberen de 28 lories een graantje mee te pikken.
Het is al donker als we in Bunbury aankomen. De informatietent is al dicht, maar als ze onze onschuldige gezichten zien worden we toch geholpen. We krijgen het adres van een hotelletje, "Fawlty Towers", met Nederlandse eigenaren. We zijn helemaal blij als ze vertellen dat de dolfijnen deze week aanwezig zijn. De dolfijnen die hier naar het strand komen zijn uiteindelijk ons doel. Morgen om 8 uur moeten we op het strand zijn.
Als we bij Fawlty Towers aankomen blijkt het een leuk hotelletje met uitzicht op zee te zijn. De Nederlandse eigenaren hebben het 1½ jaar geleden gekocht en er een knus Hollands hotel van gemaakt.
In de stromende regen rijden we naar een aanbevolen restaurant in het centrum. Flannagan café. Het is een zogenaamd BYO restaurant. "Buy Your Own". Typisch Australisch. Je moet dus zelf je drank kopen, want daar hebben ze geen vergunning voor. Wij wisten wel van het bestaan van zulke tenten, maar hebben niets bij ons. Ien gaat met succes op pad om bij de bottleshop een fles wijn te ritselen. Alle klanten komen binnen met zakken vol bier en andere drank. Heel apart. Het restaurant rekent wel fl. 2,50 om de fles wijn open te maken.
Terug in het hotel zitten we gezellig bij de open haard, terwijl het buiten stormt en regent.

Vrijdag 8 juli: Bunbury naar Geralton

We zijn al vroeg op. Bij het ontbijt spreken we met een leuke oudere man, die voor zijn werk de hele wereld rond reist. Hij weet meer van Amsterdam en Rotterdam te vertellen als wij.
Het waait, regent en is koud als we op pad gaan. Het strandje waar de dolfijnen naar de kust komen ligt even buiten het dorp in een ongezellig industrieterrein. In de verte zien we twee rangers wachten op hun komst. Het eerste uur zie ik aan de andere kant van de baai af en toe een dolfijn boven komen, maar echt dichterbij komen ze niet. Er is een bezoekerscentrum, waar we dia's kunnen kijken en een film over de interactie met de dolfijnen. Rond 9:45 komen de dolfijnen wat dichterbij. We zien alleen zo nu en dan de rug boven komen. Op de lijst in het centrum stond dat ze drie dagen terug voor het laatst gedurende twee minuten bij de rangers langs zijn geweest. We wachten nog een half uurtje en zien er bij elkaar een stuk of acht op een meter of 30 afstand af en toe boven komen in het troebele water. Kortom, de zoveelste mislukking in het gebied te zuiden van Perth. We moeten het tij keren en besluiten de auto resoluut om te draaien en naar het verre noorden te gaan. Om 12 uur hebben we de spullen gepakt en rijden tussen de buien door naar het 600 km hoger gelegen Geraldton, waar we om 19.00 uur aankomen.
We vinden een leuk hotel, de Motor Inn. Ien gaat helemaal uit haar bol als we in het uiterst romantisch restaurant eten. Kaarsen, een rose tafelkleed, romantische muziek en een leuke ober. Ien heeft het maanden later nog over dit restaurant.

Zaterdag 9 juli: Geralton naar Monkey Mia

Het is een schitterende weg naar het noorden. We springen een aantal maal de auto uit als we een mooi rood zandpad, groep roze kaketoes, weilanden vol schapen of zomaar een schitterend uitzicht tegen komen. De wegen zijn vaak kaarsrecht. Hoe noordelijker we komen hoe minder verkeer er op de weg is. Aanvankelijk rijden we voornamelijk door grote groene vlakten vol schapen, maar noordelijker komen we in een droog gebied vol lage struiken. Het moet er wemelen van de kangoeroes gezien de vele dode dieren langs de kant van de weg.
Aan het eind van de middag slaan we de grote weg af naar Denham. We stoppen even bij een schelpenstrand. Helemaal wit van de schelpen en kraakhelder water. Het strand bestaat uit een vijf meter diepe laag schelpen! Een unieke plaats.
In Denham rijden we naar de info voor accommodatie. Alles is al drie maanden volgeboekt! Hij belde nog een motel, maar ook dat was vol. Als Ien bij de auto terug komt is ze helemaal in paniek. Zit je in een uithoek en dan is er nergens een plaats om te slapen. Wij dachten dat het laagseizoen is. Dat is het ook in het zuiden. De mensen trekken in deze periode allemaal naar het warmere noorden en is het dus hier hoogseizoen! We gaan samen terug naar de info om de man te bewegen een laatste poging voor ons te wagen. Na enig aandringen doet hij een "vergeefse" poging bij de camping van Monkey Mia. Heeft er net iemand een on-site- van (stacaravan) afgebeld. Weliswaar voor 6 personen, maar hebben is hebben. Wij blij, bovendien nu het vlak bij de dolfijnen blijkt te zijn. Als we naar Monkey Mia rijden zien we heel dichtbij een struik vol rose kaketoes. Kicken! Als we vlak bij Monkey Mia zijn gaat de zon onder en krijgen de heuvels die fabelachtige rode gloed. Heel mooi!
Na het inchecken lopen we even over het strand. Plotseling zie ik twee dolfijnen aan de kant. We rennen er naar toe. Er is geen rancher te zien die de mensen op een afstand houdt, zodat we ze zelfs even aan kunnen raken. Ien gaat helemaal uit haar bol. Het verre rijden is nu al beloond.
We vieren ons eerste hoogtepunt met een fles wijn bij het eten. Ien kijkt te diep in het glaasje en verklaard hikkend dat ze niet dronken is.

Zondag 10 juli: Monkey Mia

Om 6:15 gaat de wekker. Snel een bak thee gezet. Deze blijkt echter zout te zijn omdat er hier geen zoet water uit de tap blijkt te komen.
Bij de eerste ochtendgloren staan we al op het strand. We zijn de eersten. Het koud en het water is als ijs. Nog geen dolfijnen. Wel een paar grote pelikanen en grappige wit-zwarte aalscholvers. Klokslag 8 uur komen de eerste dolfijnen. Het zijn er vijf. De mensen staan in een lange rij om een blik van de dolfijnen op te vangen. Aanraken mag alleen als de dolfijn het zelf wil. Ze zwemmen de hele tijd langs de mensenrij op 30 cm afstand. Er zijn ook jonkies bij.
Er worden ook enkele visjes gevoerd. Niet te veel, want dan zouden ze afhankelijk kunnen worden van het voeren. Ien is één van de gelukkigen die ze een visje mag voeren. Ien knipt heel wat foto's, wel 3 rolletjes vol!
Een dolfijn is verbrand door de zon. Hij heeft schroeivlekken op zijn rug. Hij is vastgelopen in ondiep water en kon pas op het laatste moment los komen. Van een andere dolfijn is een jonkje door een haai gedood. Een rancher zag het gebeuren en zag ook dat de volwassen dolfijnen wraak namen en de haai doodden.
Na het voeren verdwijnen de dolfijnen. We hebben bevroren tenen! We pakken alvast de auto en checken uit.
We hebben van 10 tot 12 een boottocht geboekt. Vanaf de catamaran zouden we dolfijnen op gaan zoeken in de baai. We zoeken ons een ongeluk, maar behalve een flits van twee grote schildpadden en twee zeekoeien zien we voor die fl.90,- helemaal niets. Pas als we bij het strand terug zijn zwemmen er twee "stranddolfijnen" onder de boot door. Een koude douche, zowel letterlijk als figuurlijk. We zijn blij als we terug zijn.
Nadat we ons eventjes hebben opgewarmd in het zonnetje blijven we nog een half uurtje bij de bij het strand teruggekeerde dolfijnen.
Het is een heel stuk terug naar Kalbarri. Met de benzinemeter al dik in het rood rijden we het dorpje binnen. Het is al donker en het laatste stuk was best gevaarlijk. Je zag de kangoeroes soms langs de weg grazen. Geen wonder dat iedereen je afraadt in het donker te rijden. De auto's die het toch doen hebben allemaal een stootrooster voor op de auto. Een Duitser die 's nachts met de camper door rijdt heeft in een week tijd al drie kangoeroes dood gereden.
De man bij het tankstation regelt ongevraagd accommodatie (plus korting) voor ons en voorziet ons van allerlei tips. Het blijkt een geëmigreerde Zuid-Afrikaan te zijn, die we gewoon in het Nederlands konden aanspreken. Na het inchecken gaan we naar een aanbevolen visrestaurant. Hier zitten ook twee Amerikaanse vrouwen die ons herkennen uit Monkey Mia. Het zijn twee dikke kakels, die ons de schrik op het lijf jagen als ze ons adres vragen om als ze in Holland zijn eens gezellig langs te komen. Die ene kan niet eens door de voordeur!

Maandag 11 juli: Kalbarri

We moeten ons haasten vandaag want er is veel te zien in deze schitterende omgeving. Er is langs de kust een route uitgezet vol schitterende uitzichtpunten. Als we bij het eerste punt komen stokt de adem haast. Wat is dat prachtige, al die rode uitgesleten kliffen en steile rotsen waar de zee vrij spel op heeft. We bekijken "Red Bluff", "Mushroom rock", "Island rock", de "Natural bridge". Het ene punt is nog mooier dan de andere. Vanaf grote hoogte zien we tot aan de horizon de oceaan onder ons liggen. Vanaf "Island rock" zien we een groep van ongeveer 10 dolfijnen zwemmen. Ondanks de Monkey Mia ervaring was het "effe kikke". Ien denkt in de verte een bootje te zien, maar dat is even later verdwenen. Als we samen kijken komt het weer boven. Het is een WALVIS !! Met de verrekijker kunnen we het spuiten en de grote staartvin goed zien. We lopen een heel stuk terug om hem nog beter te zien. Na 45 minuten turen en een paar lamme armen verder gaan we terug naar de auto. In de lage begroeiing zie ik de eerste wilde (levende) kangoeroe. Na een zeer geslaagde ochten gaan we terug naar het dorp. We trakteren ons op een ijsje en na de boodschappen rijden we naar het oostelijke gedeelte van het park. Hier heeft de rivier een diepe canyon uitgesleten. Het is 25 km rijden over gele en rode wegen. Door Ien "kerrie-" en "paprikawegen". Het eerste uitzichtpunt, de looping, valt tegen. Een stuk verderop is de Z-loop. We lopen er over een sprookjespaadje heen. Vanaf een schitterend punt hebben we uitzicht over de indrukwekkende kloof. We hebben er een waanzinnig half uurtje, waarna we weer verder moeten. Van 16:30 tot 21:15 rijden we naar Jurien. Hier slapen we in een wat verlopen drive-inn. Langs de weg zagen we in het donker een paar keer een kangoeroe opdoemen. Gelukkig staken ze niet vlak voor ons over. Het is koud in Jurien. Het heeft ook flink geregend gezien de grote plassen op straat. Het is koud en we hebben dan ook de kachel vol aan staan.

Dinsdag 12 juli: Pinnacles en Perth

Het is een heldere morgen. Snel ontbijten en wegwezen naar de pinnacles. Vooral in een ochtendzonnetje moeten deze vreemde rotsen schitterend van kleur zijn. Het is zo'n 45 minuten rijden naar de pinnacles. Hoe dichterbij we komen hoe slechter het weer. Net als de zon definitief achter het wolkendek verdwijnt komen we bij de ingang van het park. Ik baal stevig. Gelukkig zijn we vroeg genoeg om zonder betalen naar binnen te kunnen.
De pinnacles zijn vreemde rotspunten die door erosie zijn gevormd. Ze staan in een woestijnachtig gebied en doen je denken op de maan beland te zijn. We rijden 45 minuten over de uitgezette paadjes door het unieke landschap.
Als we alles gezien hebben snellen we terug naar Perth. De auto ziet er niet uit zodat we eerst een Car-wash opzoeken. Hierna snel op het vliegveld de vlucht naar Sydney gereconfirmed en een motel opgezocht. Het Toorak motel is een stuk beter en ook goedkoper dan die ellende van een week terug.
Als alle dingen zijn geregeld rijden we naar Carvanches. Dit is een kleine verwaarloosde dierentuin waar ze koala's en kangoeroes hebben. Ik had zich er helemaal op verheugd, maar als blijkt dat de koala's tegenwoordig niet meer "gecuddled (vertroeteld)" mogen worden stort haar droomwereld in. Ze hebben drie koala's. Ze zijn moeilijk te onderscheiden van bolletjes wol. Ze slapen 80% van de dag. Het is dus moeilijk eentje op de foto te zetten met zijn ogen open. Na de koala's lopen we met een bak voer naar de kangoeroes. Sommigen hebben kleintjes in de buidel. Het is vooral een grappig gezicht als de kleintjes vanuit de buidel grazen. Het voeren gaat bijna mis. Als ze te opdringerig worden houdt Ien de bak met voer omhoog zodat ze er niet bij kunnen. Helemaal verkeerd! Alle kangoeroes gaan op hun achterpoten staan en proberen in Ien te klimmen. Ze weet niet wat haar overkomt. Een toevallig passerende oppasser schreeuwt dat ze haar bakje laag moet houden. Dat blijkt de enige manier om haar te ontzetten. Toch enige beesten die kangoeroes.
In Perth blijkt het een hele toer te zijn het verhuurbedrijf te vinden. Om 17:20 zijn we er eindelijk, tien minuten voor sluitingstijd. Het meisje was niet blij. Op het formulier stond dat we de auto om 17:00 in zouden leveren en de muts wilde nu voor die 20 minuten een extra dagdeel in rekening brengen. Ik laat me niet afbluffen en bedenk me dat we eigenlijk tot morgenochtend betaald hebben. Daar had de muts niet op gerekend! We pakken haar helemaal door te zeggen dat de eigenaar had beloofd ons terug te brengen naar ons motel. Met zichtbare tegenzin worden we even later bij ons motel afgezet.

Woensdag 13 juli: Sydney

Om 6:30 vertrekt het vliegtuig naar Sydney. Het is maar liefst 4 uur vliegen. Door het tijdsverschil van 2 uur is het dus pas 12:30 als we in Sydney arriveren.
Op het vliegveld zoeken we een op het oog redelijk hotel uit. Een Japanner lijkt het ook wel wat zodat we gezamenlijk telefonisch reserveren. Vanaf het vliegveld gaat een shuttlebus langs de diverse hotels. De eerste nattigheid voelen we als de chauffeur ons hotel niet kent en via de mobilofoon het adres opvraagt. Als hij het adres doorkrijgt ligt hij dubbel van het lachen en maakt hij een aantal dubbelzinnige grapjes. Als we er zijn, nadat we de overige toeristen bij vaak luxe onderkomens uit hadden zien stappen, blijkt het een hoerenkast te zijn met roze lampjes. Wij pakken meteen het boek om een nieuw onderkomen te zoeken. De Japanner duikt met een geile lach het hotel in. Dat was precies wat hij zocht.
Een voorbijganger geeft ons het adres van het Manhatten hotel een paar straten verderop. Het hotel blijkt een keurig hotel te zijn in een nette straat. Het kost wel fl.100,- per nacht. We doen eerst de was voor we om vijf uur de taxi naar het centrum nemen. Het is om zes uur al donker zodat we meteen kennis maken met de mooie verlichte skyline van Sydney Harbour. Het beroemde operahuis en de brug op de achtergrond zijn schitteren verlicht tegen een achtergrond van hoge wolkenkrabbers. De haven is best gezellig. Er vertrekken allerlei verlichte schepen die er mede voor zorgen dat er een gezellig sfeertje is. In is helemaal onder de indruk van deze wereldstad.
We lopen een beetje rond en proberen wat te eten in de buurt van het operahuis. Alles is vol en we zijn blij als we in een tentje een plekje hebben veroverd. Plotseling lijkt er een ernstige ziekte uitgebroken te zijn want tegen achten rent iedereen deze en ook de andere eettenten uit en zitten we even later moederziel alleen te eten. De voorstellingen zijn begonnen! Alle vier de zalen blijken vol te zitten en maken een spookstad in de nabije omgeving van het operahuis.
We kopen een Nederlandstalige krant voor de immigranten hier. De krant komt eenmaal per week uit en staat boordevol belangrijke onzin.

Donderdag 14 juli: Sydney

Het is de koudste dag van het jaar in Sydney. Min. 7 C en max. 16 C. Voor ons een lekker voorjaarsweertje.
We lopen van het hotel naar het centrum. Via de weinig verheffende botanische tuin lopen we in een lekker zonnetje naar een prachtig uitzichtpunt. Aan de andere kant van het water zien we het operahuis, de brug en de skyline van Sydney. Hierna lopen we naar het toeristische oude gedeelte van de stad, "The Rocks". Ien vergaapt zich aan de vele artistieke winkeltjes. Ik sla mijn slag in een boekenwinkel met een boek waar alle Nationale parken in staan en een mooi vogelboek. Iedereen blij.
In het havengebied is er van alles te zien. Aboriginals spelen op hun didjeridu, terwijl even verderop een pantomime speler zijn best doet. Het is erg leuk en gezellig in de stad.
Met de boot en een kabelbaan gaan we naar de beroemde Zoo aan de andere kant van de baai. Alle koala's, zadelbekdieren, giraffen en Orang Utangs laten we voor wat het is als we wilde lories over zien vliegen. De hokken zitten er vol mee, maar de wilde zijn veel spannender. Iedereen kijkt die gekken aan, maar het kan ons niets schelen en kijken wij lekker met onze verrekijker naar de schitterende "lories van de Blauwe bergen". Als kind was het een van mijn favoriete vogels uit het vogelboek.
Als we terug zijn zoeken we in het operahuis naar een boek over de akoestiek. Gerrit Jan, de tweede vader van Ien, heeft hier als geluidsdeskundige geadviseerd. Helaas vinden we niets bruikbaars.
We hebben voor vanavond een oud-Australische avond geboekt in "The Rocks". Als we aankomen worden we door een tandloze piraat heel brutaal verwelkomd. Binnen lopen de hoeren en ander tuig uit de vorige eeuw rond. Maggie is het stuk van de zaal met haar puisten en tandloze mond. Er spelen een aantal bandjes ouderwetse muziek en het is best gezellig. Het loopbuffet gaat er ook wel in.
Ik ben altijd de lul tijdens dit soort avonden. In Oostenrijk werd ik uitgekozen voor een "mister" verkiezing, in een theatercafé werd ik bezongen door een hitsige zangeres die ondanks mijn puisten, kale kop, weinige geld en gebrek aan borsthaar (??) toch van mijn trouwe honde-ogen hield. Ook hier moet ik weer het podium op om een paar tonen uit de didjeridu te krijgen. Uiteraard lukt het van geen kant zodat de dikke trien, die de show aan elkaar praat, de gelegenheid krijgt een paar hele leuke opmerkingen te maken waar de zaal echt helemaal plat van ligt.
Desondanks was het een leuke avond.

Vrijdag 15 Juli: Blue Mountains

Vandaag gaat de vakantie dan echt beginnen! Met de taxi rijden we naar Maui om onze camper op te halen. We praten honderd uit met de aardige Bulgaarse taxi die ons naar de andere kant van de stad brengt. Gelukkig wordt de hoge taxirekening door Maui vergoed.
Bij het verhuurbedrijf regelen we eerst alle formaliteiten. We nemen een chemisch toilet extra mee, evenals een tafel en twee stoelen voor buiten. We mogen ook allerlei kaarten uitzoeken. Goede service!
De camper valt Ien erg tegen voor wat betreft de grootte. Ze had alles een slag groter verwacht en vaste bedden. Nu moeten we elke avond de hele boel verbouwen om de slaapplaatsen klaar te zetten.
Vol goede moed rijden we rond het middaguur in westelijke richting. Het is een hele toer de stad uit te komen en we moeten menigmaal de weg vragen.
Aan de rand van Sydney bezoeken we eerst een koalapark. In een afgesloten stuk leven in deze kleine dierentuin een aantal koala's "vrij" in het wild. Ze zijn uiteraard erg tam en de meesten hebben zich dan ook op een plaats verzameld waar regelmatig verse ecalyptusbladeren worden verstrekt. Als we goed zoeken in de hoge bomen zien we ook "pluisjes" op een tak zitten.
Ien gaat helemaal uit haar bol bij deze schattige dieren. Om 3 uur is het knuffeltijd. Een strenge tante leidt de toeristen in een hoog tempo lang een koala. Even aaien en meteen een streng "thank you" om aan te geven dat de volgende aan de beurt is. Als het niet snel genoeg gaat schreeuwt ze nogmaals "THANK YOU" in je oren waarna je je maar snel uit de voeten maakt.
Naast koala's zijn er ook wombats (grote marmotachtige buideldieren), kangoeroes en dingo's te zien. Ook zien we hier weer lories vliegen.
Tevreden rijden we na een hotdog verder in de richting van de Blue mountains. De camper gaat niet zo hard bergop zodat we pas om 18 uur in het donker arriveren. We mogen in Leura, even buiten Katoomba, voor fl.25,- op een grasveldje staan. Een ongezellig veld waar behalve sanitaire voorzieningen weinig te doen is. Gelukkig is er wel een electriciteitpaal zodat we vannacht onze elektrische kachel aan kunnen zetten. Het is behoorlijk koud. Later hoorden we dat het de koudste dagen waren van het jaar in het koudste jaar sinds tijden.
De mensen hier in de Blue Mountains zijn een beetje geflipt. Ze vieren momenteel kerstmis!! De winter op het Zuidelijk halfrond zien ze als aanleiding alles in kerstsfeer te brengen en heuse kerstmannen met rendieren op te trommelen. Ze noemen het alleen Yulefest, maar dat zal wel met patenten te maken hebben.
In een gezellig Frans restaurant vol kerstverlichting nuttigen we bij de open haard een waar kerstmaal. Helemaal in het straatje van de knusse Ien.
In de vrieskou lopen we terug naar de camper, zetten de kachel aan en duiken meteen onder de wol.

Zaterdag 16 juli: Blue Mountains

Het is bewolkt en koud, zodat we tot 9 uur onder de wol blijven. Om 11 uur zijn we pas klaar met douchen, ontbijten en opruimen en kunnen we met de rondrit beginnen. Even buiten Katoomba parkeren we de auto en nemen een wandelpad naar het bekende uitzichtpunt "The Three Sisters". Het is "bibberkoud" en Ien kijkt verlekkerd naar al die mensen met dikke mutsen, warme sjalen en grote handschoenen. We passeren een aantal uitzichtpunten die niet zo veel indruk maken. We raken pas enthousiast als we rode papegaaien zien. Het zijn bonte rosella's, in rode en paarse kleuren. Ook komen we onze vrienden de kookaburra en de galah (roze kaketoe) weer tegen.
Bij de Three Sisters is het heel druk. Het uitzicht is dan ook adembenemend. De Three Sisters zijn drie naast elkaar gelegen steile rotspunten.
We lopen terug naar de auto en rijden naar het bezoekerscentrum bij de Three Sisters. Het centrum ligt op een kleine cliff en kijkt uit over een lager gelegen bos. Ze hebben voerbakken geplaatst, waar de plaatselijke papegaaien op af komen. Zo kunnen we van nabij de King's parrot, rosella's en galah's bewonderen.
In Katoomba doen we inkopen voor de komende dagen. Ook gaan we op zoek naar een sjaal om de ergste kou te weerstaan.
We hebben vannacht een wat gezelliger grasveld in Katoomba nabij de Katoomba Falls.
Om 8 uur maken we een korte wandeling. De weg naar de Katoomba Falls is ter gelegenheid van Yulefest verlicht. Een romantisch wandeling onder de halve maan en de heldere sterrenhemel. De waterval was verlicht, evenals de Three Sisters en een paar andere rotsen. Het is heel mooi en we zijn blij de kou te hebben getrotseerd.
In de camper spelen we onder het genot van een bakje thee nog een paar potjes rummicup.

Zondag 17 juli: Blue Mountains

Ik lig lekker te slapen. Voorzichtig test ik met een teen de buitenlucht. Ik trek hem even later bevroren terug en besluit de eerste dagen mijn bed niet te verlaten. Lekker doezelend zie ik in mijn dromen mooie papegaaien voorbij vliegen. Ze zien er wel erg levensecht uit. Nee!!, ze zijn echt!! Ik spring uit bed en sta even later in mijn onderbroek buiten. Hoezo koud? Het hele terrein is in bezit genomen van een grote groep witte kaketoes. Deze schitterende dieren met gele kuif maken een hels, voor mij hemels, geluid. Dit is pas lekker ontwaken! Ien schiet een paar rollen vol, terwijl ik de video zijn werk laat doen. Op het veld zoeken ze naar graszaden. Als ze genoeg hebben rusten ze uit in de bomen. Een schitterend gezicht die felwitte kleur tegen een strak blauwe lucht.
Er blijkt ook een tamme kaketoe van het kamp te zijn. In krijgt op haar falie als ze hem op haar arm probeert te nemen. Op het terrein zien we ook de mooie roze galah's, een kuifduif en rosella's.
We lopen nogmaals naar de waterval. Een grote zwarte kaketoe vliegt weg als we aankomen. Hierna lopen we naar het treintje dat ons naar beneden brengt. Het gaat bijna 90 graden naar beneden, dwars door een grot. Na een duizelingwekkende rit van één minuut ben je beneden.
Hier zijn een paar wandelingen uitgezet in een op zich weinig inspirerende omgeving.
Ik probeer Ien op een meter afstand close-up te filmen met de bergen op de achtergrond. Tijdens het filmen wurmt zich een Japanner tussen ons door, terwijl hij makkelijk achter mij langs had kunnen gaan. In mijn beste Japans scheld ik hem uit voor rotte vis. Als ik de film teruggespoeld heb en de scene nogmaals wil doen levert een Japanse vrouw uit dezelfde groep me hetzelfde kunstje. Ik geef d'r een tikje op haar hoofd en kijk haar als een uitgehongerde tijger aan. Ze weet niet hoe snel ze weg moet komen. Wij liggen uiteraard dubbel van het lachen.
Weer boven blijkt de kerstman gearriveerd te zijn. Ook wij krijgen een presentje.
We proberen vandaag nog verder te rijden naar Dubbo. De weg gaat langs wijnvelden en dorre grijsgroene graslanden. Het is hier geheel anders dan het westen van Australië. Het fototoestel vertoont kuren. De zoom werkt niet goed en door de zoeker is het beeld soms onscherp. Het lijkt er op dat hij vaak op macro staat. In Orange doen we een vergeefse poging iemand er naar te laten kijken.
Dit oponthoud plus het niet zo hard kunnen rijden zorgen er voor dat we Dubbo niet halen en in het ongezellige Wellington weer op een grasveldje terecht komen. We maken zelf een bakje soep en een broodje met ei en maken er zo een gezellige avond van.

Maandag 18 juli: Warrumbungles

Het is lekker fris weer als we met een flauw zonnetje naar Dubbo rijden. Omdat we ons fototoestel niet vertrouwen laten we bij een fotozaak voor de zekerheid een rolletje ontwikkelen. Het toestel zelf is hier helaas niet te repareren. We maken van het uurtje gebruik om geld te halen bij de bank. Ik probeer op mijn Visa-kaart $500 op te nemen, maar krijg tot mijn grote verbazing te horen dat de Visa daar geen toestemming voor geeft. Ik bel de klantenservice van Visa en krijg te horen dat volgens de computer alleen maar aangeeft of een transactie wel of niet geoorloofd is en in mijn geval is dat dus niet. Meer informatie geven ze niet. Ik snap er niets van. We hebben extra geld gestort en de kredietlimiet verhoogd tot fl.5000. Dit kan beste een groot probleem worden aangezien we niet voldoende cash bij ons hebben om de hele vakantie comfortabel uit te zingen. Gelukkig checken de meesten de geldigheid van de kaart niet na. Later in Nederland zou blijken dat de kaart helemaal niet geblokkeerd is geweest. Computerfoutje ?
In het centrum van Dubbo mag je maximaal een uur parkeren. Parkeermeters en -schijven kennen ze echter niet. Om overtreders toch te kunnen bekeuren zetten parkeerwachters, getooid met een heuse cowboyhoed, met krijt een streepje op de band en de grond. Na een uur komen ze terug en controleren de "verzegeling". Staan de streepjes nog steeds in elkaars verlengde, dan wordt het bonnenboekje getrokken. Wij zetten na een uur de auto dus een half metertje naar achteren.
Als we de (slecht afgedrukte) foto's ophalen blijkt onze vrees bewaarheid. Een aantal foto's zijn bijzonder wazig. Het toestel heeft hier blijkbaar zelf de macro-stand gekozen. Ik hoop dat we het met een trucje kunnen omzeilen.
Nadat we fl.400,- in Australische dollars hebben gewisseld gaan we weer verder in de richting van Warrambungles National Park.
Bij Coonabarabran houdt de weg op en rijden we over rood-gele wegen naar het park. We stoppen veel om foto's te maken van het schitterende landschap. Vlak voor het park zien we een grote zwerm witte kaketoes. Het is een hels kabaal. We maken mooie foto's van deze schitterende vogels tegen de felblauwe lucht.
Enig oponthoud hebben we als een gigantische kudde schapen de weg oversteekt. Een man op een motor drijft de kudde met zijn herdershond op. Ook hier dus "vooruitgang".
We passeren een paar opvallende rotspunten als we Warrumbungles inrijden. Bij het eerste picknickplaatsje stoppen we de camper en gebruiken we voor het eerst de tafel en stoeltjes.
Het stikt hier van de kangoeroes. Na enige aarzeling komen ze naar ons toe en bedelen om een gedeelte van onze lunch. We genieten intens als ze uit onze hand stukjes brood eten. Later horen we dat het niet mag, maar zijn blij dat we dat later pas hoorden.
We zijn de enige mensen op dit heerlijk rustige plaatsje. Heerlijk in het zonnetje met al die kangoeroes om je heen. Dat is pas genieten.
Plotseling komen er ook twee emoes voorbij. Ien is er een beetje bang van en is blij als ze op een redelijke afstand voorbij lopen.
Tegen donker rijden we naar het al gesloten informatiecentrum. Hier zien we onvoorstelbaar mooie parkieten. Ien schrijft: "Turquoise groene rug, beetje rood, gele buik en blauwe staart. Als ze vliegen zijn ze nog mooier".
Zonder permit rijden we naar de campplaats met electriciteitpalen. Er zijn nog een paar campers en mensen met een tent.
Dit terrein voldoet eindelijk aan mijn verwachtingen. Voor dit soort plekjes hebben we een camper gehuurd. Hier lopen de emoes en kangoeroes rond de camper, zie je kaketoes en galah's vliegen en lachen de kookaburra's je uit.
De meeste mensen hebben een gezellig vuurtje gemaakt en zorgen voor een lekker sfeertje. Morgen zullen wij ook hout verzamelen en een kampvuurtje maken. Nu vermaken we ons in de camper met een potje rummicup en een Hollands soepje die de douane over het hoofd heeft gezien en dus dubbel lekker smaakt.

Dinsdag 19 juli: Warrumbungles

Als we in het donker wakker worden zien we een emoe de camper verkennen. Een stukje verderop zitten de eerste kangoeroes al te wachten op de restjes van het ontbijt.
Snel op om de zon op te zien komen boven de heuvels. Het is zo vroeg al een heel kabaal. "Ouwe wijven" vogels maken een hels kabaal, terwijl ook de galah's, witte kaketoes en kookaburra's zich niet onbetuigd laten.
We ontbijten buiten en genieten van de stilte en het uitzicht.
Om 11 uur rijden we een stukje het park in en kiezen een korte wandeling van 8 kilometer. Het is een redelijk zware wandeling met een aantal klims. Hijgend en puffend komen we bij het eerste uitzichtpunt. Je ziet hier een aantal fraaie rotsformaties, die we herkennen van de folders. Er moeten hier veel koala's zitten, maar hoe goed we ook zoeken: geen pluisjes. Alles heeft hier ook zo'n schutkleur. Een groepje kangoeroes zien we pas als we er bijna over struikelen. Wel komen we onze mooie rode rosella's weer tegen.
Na 4 uur wandelen zijn we weer terug bij de camper. We gaan nog even terug naar het paradijsje van gisteren voor we terug rijden naar de camping.
Vlak bij de camping verzamelen we hout voor het kampvuur. Even verderop houden twee wippende emoes ons in de gaten.
Als de zon onder is wordt het snel koud. We maken dan ook snel ons vuurtje aan. Het is hartstikke leuk rond het kampvuur. Op het terrein branden er wel vijf. Het vuur moet gemaakt worden in een barbecue roosterbak. De andere mensen braden er hun vlees op. Wij houden het bij wijn en chips. Een kangoeroe vindt het ook gezellig en komt er gezellig bij zitten.

Woensdag 20 juli: Lightning Ridge

De velden zijn nog wit bevroren als we deze rijdag aanvangen naar de opaalmijnen van Lightning Ridge. We hebben medelijden met de koude kontjes van de kangoeroes.
We kiezen de kortste weg naar Lightning Ridge. Dit houdt in dat we over stoffige binnenwegen 80 kilometer afsnijden. Er komen hier maar weinig mensen en dat zie je dan ook aan de uitbundige natuur. De eerste kilometers stoppen we om de paar meter. Een schitterend knalgroene Supurb papegaai, grijze grasparkieten met oranje-gele wangen, emoes, roofvogels en natuurlijk hele zwermen kaketoes en galah's zwaaien ons uit naar het droge binnenland.
Als we de laatste paar honderd kilometer over de snelweg rijden zien we om de paar kilometer een dode kangoeroe liggen. Levende exemplaren laten zich overdag niet zien, maar komen 's avonds af op de koplampen.
In het dorpje Coonable doen we boodschappen en proberen te tanken met de creditcard. Tot onze grote opluchting kunnen we hem weer gebruiken!
Vroeg in de middag zijn we in het opaalstadje Lightning Ridge. Bij de info krijgen we een kaartje van de omgeving. Er zijn verschillende opaalmijnen te bezichtigen. Meestal is er een winkeltje bij en dient de mijn als lokkertje. Afhankelijk van de kleur is een opaal van $10 tot soms wel $8000 waard.
Bij de info is ook een kleine mijn. We gaan met een helm op naar beneden. Er is weinig te zien, maar toch even leuk. Buiten hebben ze een berg grond neergegooid, waar toeristen naar opalen mogen zoeken. Ien gaat er met een schepje meteen op af terwijl ze niet eens weet hoe een ruwe opaal er uit ziet!
We lopen een beetje door de omgeving en komen in gesprek met een student die stenen zeeft voor wetenschappelijk onderzoek. Aan de hand van zijn monsters wordt bepaald of het zinvol is op die plek naar opalen te graven.
De camper staat op een primitieve camping in het dorp. Het hele terrein staat vol met campers en we hebben mazzel dat er nog een plekje vrij was.
Na de lunch rijden we naar de "Walk in mine". Het blijkt een echte touristenval te zijn. Je moet $5,- per persoon betalen, waarna je even in een ondergrondse gang mag kijken. Aan het eind van de gang stond een video die je aan kon zetten voor een nietszeggend verhaaltje over opalen.
Enigszins teleurgesteld installeren we ons weer op de camping. We eten in de "bowling club". We moeten wel eerst lid worden. Het blijkt gewoon het plaatselijk uitgaanscentrum te zijn, waar je wat kunt drinken en eten. Een bowlingbaan hebben we niet gezien.
Je ziet hier de schitterendste mensen rondlopen. Sommigen lijken na arbeid in de mijn meteen hier naartoe gekomen te zijn. Wat een aparte types! In de "bistro", niet meer dan een ordinair fastfood restaurant, nemen we een portie fish & chips. Hierna nog een biertje in de bar. Hier hangen grote schermen die volgens mij voor het gokken op paarderaces en een of andere lotto worden gebruikt. Al met al een aparte tent in een aparte omgeving.

Donderdag 21 juli: Lightning Ridge

Om 10 uur zijn we bij de "Big Opal Mine". We hebben er weinig zin in na de flop van gisteren. Met de nodige scepsis betalen we de $6 entree en kijken voor de tour wat in de winkel.
Even na tienen begint de tour met een leuk, humoristisch verhaal over de opaalwinning in dit gebied. We krijgen in 45 minuten van de flink uit de kluiten gewassen Sheila alle wetenswaardigheden van opalen en de opaalwinning te horen. We mogen de stenen hierbij voelen en bekijken. Nadat we alles weten van triplet en doublet opalen en alle anekdotes hebben gehoord zetten we onze helm op en zakken via een wenteltrap af naar de op 30 meter diepte gelegen mijn. Een andere vrouw, Sandra, neemt het hier over.
Er wordt nog steeds gewerkt in deze mijn. Aangezien het erg vochtig is in de mijn moet alle apparatuur elke avond naar boven worden gesleept. Anders verroest alles binnen de kortste keren. Ook voor de mensen is de vochtige omgeving geen pretje. Ze mogen niet langer dan 6 uur in deze ongezonde omgeving werken. De opalen ged_en echter alleen in een vochtige omgeving. Ze drogen snel uit en vallen uit elkaar als het te droog is. Een opaal moet je dan ook regelmatig "in bad doen".
Sandra toont ons de barsten in de wand van zachte klei, waar de opalen gewonnen worden. We kunnen een aantal opalen glinsteren in de spleten. Sandra helpt ons snel uit de droom. Dit zijn opalen van een verkeerde kleur en brengen weinig op.
Het hele leven in het ruige Lightning Ridge is tot onze grote verbazing op eerlijkheid gebaseerd. Dat moet ook wel als je in ploegen werkt. Degene in de mijn moet er op vertrouwen dat zijn maat boven niet de mooie opalen achter houdt, terwijl de grondwerker er zeker van moet zijn dat degene in de mijn belangrijke vondsten niet achter houdt. Ook het vertrouwen in de slijpers is groot. Zij kunnen een steen maken en (letterlijk) breken. De slijpers, waarvan Sheila er één is, bepalen de waarde en de vorm. Één verkeerde beweging tijdens het slijpen kan vele dollars schelen. Vaak leveren de opaalzoekers een emmer vol stenen in, waarmee de slijper maar moet zien wat hij er mee doet. Doorgaans levert het alleen opalen op van de goedkoopste kwaliteit, maar soms zit er een hele goede bij. De opaalzoeker moet er natuurlijk op kunnen vertrouwen dat de slijper deze ene niet stiekem in de zak laat glijden.
Sheila heeft op vrijdag "wasdag". Dan wast ze de naar boven gehaalde klei van de hele week en kijkt of er wat tussen zit. Soms is het weken klein grut, maar af en toe is het bingo!
Sheila vertelt nog een leuk verhaal van een rechtszaak die momenteel loopt. Een chauffeur gebruikt een grote steen om zijn wielen te verankeren. Zijn maat vraagt na een tijdje of hij die steen mag hebben. Natuurlijk, denkt de chauffeur, stenen zat. Zijn maat slaat meteen de steen kapot en er blijkt een enorme opaal in te zitten van maar liefst $300.000. Beiden eisen de opaal op en het gerechtshof moet nu uitkomst bieden.
Lightning Ridge is een perfecte schuilplaats voor duistere types. Voor weinig koop je een paar vierkante meter grond, zet er een tent op om te wonen, graaf een gat en je bent een paar jaar zoet met het zoeken naar opalen.
Niemand weet hoeveel mensen er in Lightning Ridge en de nabije omgeving wonen. Mensen willen zich niet inschrijven en hebben alleen maar een voornaam. Na de laatste "inschrijfcampagne" wonen er officieel 2300 mensen in Lightning Ridge. Er zijn echter alleen al 13.000 postboxes in gebruik bij het postkantoor. Niemand heeft hier ook een rijbewijs. Het is ook niet nodig als je je niet op de openbare weg begeeft en openbare wegen zijn hier nauwelijks.
Om 12 uur zijn we weer boven, waar Sheila de tour weer overneemt van Sandra. Ze toont ons het hele slijpproces. Uit een bak met stenen pakt ze een in onze ogen gewone steen. Ze plakt het met een soort was op de punt van een stokje. Na een aantal bewerkingen komt er een schitterende opaal tevoorschijn. Ik vind het leuk om de opaal met het stokje te kopen en vraag naar de prijs. Het kreng blijkt $250 te moeten kosten! En die hele emmer zit er vol mee!
Na de demonstratie legt ze alles neer en loopt terug naar de winkel. Wij blijven alleen nog wat achter in de werkplaats om alles van dichtbij te kunnen zien en filmen. Wat een vertrouwen hebben ze hier in elkaar en in ons! Er ligt voor een fortuin aan opalen onbewaakt voor het grijpen! Hans van Leeuwen zou zijn zakken meteen hebben gevuld.
De rondleiding was boven verwachting en alleen al de moeite waard naar dit afgelegen oord af te reizen.
In het winkeltje koopt Ien een citrientje, waarna we in de camper stappen en oostwaarts rijden, op weg naar de bewoonde wereld.
We snijden een paar honderd kilometer af door de zandweg vanaf Lightning Ridge naar Moree te nemen in plaats van de hoofdweg terug naar Bourke. Het is een slechte weg en we hobbelen heel wat af. Regelmatig schieten de kastjes open en liggen de pannen en potten door de camper. Desondanks genieten we van de ruige rit. We zien emoes oversteken, een grote roofvogel op het kadaver van een dode kangoeroe zitten en natuurlijk weer veel papegaaien.
Als we een foto willen maken blijkt het toestel definitief de geest gegeven te hebben. Als we het reservetoestel pakken, de onderwater-Minolta, blijkt ook deze kapot te zijn. Gelukkig doet de video het nog om deze mooie omgeving vast te leggen.
We zijn blij als we na een paar uur bij de verharde weg aankomen.
We maken vandaag een hele mooie zonsondergang mee. Schitterende kleuren. Diep oranje overlopend naar lavendelpaars en diep donkerblauw. We besluiten in het donker verder te rijden naar Moree. Zonder een kangoeroe aan te rijden komen we in deze stad aan. Bij een fastfoodrestaurant even wat kip nuggits gegeten en daarna meteen door naar een camping even buiten de stad.
De camper ziet er niet uit. Door alle kieren en gaten is zand naar binnen gekomen. Overal zit een laagje rood zand op. Na een grondige schoonmaakbeurt liggen we om 10 uur op bed.

Vrijdag 22 juli: Oxly National Park

We gaan weer vroeg op stap. We schieten niet erg op met de camper en liggen een paar dagen achter op schema. Het blijkt onmogelijk veel kilometers te maken. De dagen zijn erg kort en de camper gaat ook erg langzaam bergop. 's Nachts rijden proberen we nog steeds zoveel mogelijk te vermijden. Toeristen die we spreken rijden meestal wel 's nachts met hun camper. Allemaal hebben ze al één of meerdere kangoeroes aangereden.
In het dorpje Warialda kopen we een nieuwe camera. Gelukkig kunnen we hem met onze Visa kaart betalen. We krijgen een adres in Brisbane waar we onze camera misschien kunnen laten maken.
Ons doel van vandaag is het Oxly National Park. Het is een stuk omrijden, maar moet volgens mijn boek de moeite waard zijn. Dat valt dus vies tegen. Je hebt twee mooie uitzichtpunten waar je naar toe kunt lopen. Verder is het maar een droog bos zonder franje. We maken een korte wandeling, waarna we besluiten terug te rijden en te overnachten in het Gibraltar National Park.
Onderweg zien we voor het eerst de schitterende "Eastern rosella's". Mooie parkieten met fel-geel, blauw, groen en rood. Een lust voor het oog.
Het is een heel stuk naar Gibraltar en we redden het niet voor donker. We denken aanvankelijk de afslag gemist te hebben en zijn blij als we in het pikkedonker om 18:15 bij de ingang zijn. We moeten over een zandpad 10 kilometer door het bos naar de camping.
De camping blijkt op één donkere tent na verlaten te zijn. Het is pikkedonker, zodat het een hele onderneming is zonder te verdwalen de toiletten te vinden. Tijdens deze zoektocht komen we de twee buren tegen. Het zijn Chris en Marge, twee vogelaars die op weg zijn naar het noorden.
Er is hier geen elektriciteit zodat we vannacht geen verwarming hebben. Om warm te worden bakken we voor de verandering een eitje en liggen we voor negenen al op bed.

Zaterdag 23 juli: Gibraltar naar Iluka

We worden wakker van de kraaien die de dode vliegen van het dak en de voorruit af pikken. We zijn meteen wakker en genieten van de vogelgeluiden om ons heen en de opkomende zon.
We gaan al vroeg wandelen. De zon heeft het ijs nog niet doen smelten van de stilstaande stukjes van de rivier. We volgen de rivier door een heel groen, jungleachtig bos. Einddoel van de wandeling is een waterval. Hier kun je met behulp van een steil pad naar de plaats waar het water neer komt.
Bij de camper buurten we even bij Chris en Marge. Gezellige mensen. De vogeltjes komen hier erg dichtbij en eten bijna uit je hand.
Om 13 uur nemen we afscheid van deze aardige mensen. Doel is het Iluka park aan de oostkust. De uitzichten zijn hier waanzinnig en we stoppen vaak om even van de omgeving te genieten.
Het is erg winderig als we even na vieren op de camping in Iluka arriveren. Het is een eenvoudige, maar leuke camping aan het strand.
Rond de camper zoeken ibissen naar wormen, terwijl bij de uitgang een aparte fazantkoekoek over het grasveld kruipt.
We lopen een stukje langs het strand. De zee is wild en slaat met grote kracht op de rotsen. De uitzichten zijn prachtig. Overal groeien banksia's met hun typerende houten denneappel-achtige vruchten. In Sydney heeft Ien er een paar voor fl.2,- per stuk gekocht!
We wachten tot de zon in de zee onder gaat. Het is weer een mooi spektakel.
Hierna rijden we naar de stad. Het is een echt rijkeluisdorp met enkel grote alleenstaande huizen. De bowlingclub wordt druk bezocht. Iedereen is geheel in het wit gekleed en gooit af en toe een balletje met de pink omhoog. Na een goedkope maaltijd bij een "chinees" zijn we snel weer terug op de camping.
We hebben de smaak te pakken en leggen een gezellig kampvuurtje aan. Het kost enige moeite met het weinige natte hout en de sterke wind een vuurtje te maken en te houden. Ondanks af en toe wat druppeltjes is het een gezellige avond bij het kampvuur.

Zondag 24 juli: Iluka naar Byron Bay

's Ochtends ga ik meteen op jacht naar de mooie lories die hier af en toe overvliegen. Na een aantal mislukte pogingen hebben we mijn favoriete vogeltje in het vizier.
Na het ontbijt lopen we een stuk over het strand. Het strand grenst aan een niet toegankelijk natuurgebied. We zijn dan ook de enigen. We komen hier twee zeearenden en een ijsvogel. We lopen tot de punt, waar een andere baai begint. Het waait nog steeds en de golven spatten woest op. Er ligt veel aangespoeld dood hout. Tot onze verrassing zien we geen schelpen op het strand.
Als we terug zijn genieten we nog even bij de rotsen van de camping van het woeste spektakel. In plasjes water is een hele dierengemeenschap actief. Zeekraal, slakjes en zeesterren kunnen we zo van dichtbij bestuderen.
In het Iluka reservaat lopen we een korte trail van 1 uur door de jungle. Er moeten veel koala's zijn, maar helaas. Desondanks is het een interessante tocht. Veel grote lianen en erg veel hertshoorns aan de bomen. Ook zijn hier veel vijgebomen. Deze boom staat bekend als een wurgboom. Zijn leven begint als een door een vogel uitgepoept zaadje hoog in één of andere boom. Uit dit zaadje ontspruiten hele dunne wortels, die soms wel tientallen meters lang zijn. Als deze wortels eenmaal de grond bereikt hebben groeit de vijg als kool en worden de wortels dikker en dikker. Ze omklemmen de moederboom net zolang totdat deze is gewurgd en sterft. De wortels zijn nu zo dik dat de vijg op eigen wortels kan staan. Deze vijgebomen worden erg groot en hebben van die typische wortelbladen bij de grond om meer stevigheid te hebben. Deze vijgebomen zijn van vitaal belang voor de jungle. Ze bevatten erg veel vruchten, waar de apen en vogels zich tegoed aan kunnen doen.
Langs de weg die door het park gaat staan borden die ons waarschuwen tegen overstekende koala's en emoes. Aangezien we geen van beiden hebben gezien speel ik maar even voor emoe.
Het is anderhalf uur rijden naar Byron Bay. Hier hebben Frans en Mik 15 jaar geleden op een camping gewerkt. De "Globetrotters" camping blijkt niet meer te bestaan. Hiervoor in de plaats is een "duur" resort gekomen waar alleen maar vakantiehuisjes staan. De prijzen zijn niet misselijk, hoewel de huisjes enigszins aftands aandoen. We mogen het terrein op. Ien vindt het leuk om van die oude zooi wat foto's voor Mik en Frans te maken. Heeft Mik die toiletpot misschien schoongemaakt? Foto, klik klik.
We staan op de camping in het dorp. Vanaf een hoogte hebben we uitzicht over de zee en de nevelige bergen in het noorden.
Ien is helemaal ontroerd als ze van de eigenaresse wat waspoeder krijgt omdat de onze op is en op zondag alles gesloten is. Nu konden we gelukkig de was doen. Erg leuk in die kou. Om 20 uur is het eindelijk uit de droger en gaan we het dorp in om te eten. Het blijkt een waardeloos dorp te zijn, waar je na achten al niet meer kunt eten. Fonduetent gesloten, pizzeria al dicht, Frans restaurant tot 20 uur geopend etc. etc. Uiteindelijk komen we met veel mazzel in een zijstraatje terecht waar we nog net wat kunnen eten.

Maandag 25 juli: Byron Bay via Brisbane naar Currumbin

De surfers zijn al vroeg uit de veren om te profiteren van de wind en de hoge golven. Wij halen bij het postkantoor de post op van thuis. Er zijn twee brieven van Ans, 1 van Ine en eentje van Mik.
We maken voor Mik een fotosessie van het dorp. Zelf hadden ze indertijd nagenoeg geen foto's genomen.
Ik bel de fotoreperateur in Brisbane om te vragen of hij onze Pentax kan maken. Als dit blijkt te kunnen en bovendien misschien vandaag nog wel ook, stappen we meteen in de camper en rijden in een uurtje naar Brisbane. We hebben een goede kaart van de stad en kunnen het adres meteen vinden. Het blijkt een heel klein winkeltje te zijn in het centrum van de stad. De eigenaar is een uiterst vriendelijke Japanner, die meteen door heeft wat er aan de hand is. Hij gaat meteen aan de slag en hoopt om vijf uur klaar te zijn.
Tot die tijd kijken we een beetje rond in het centrum. Er staan wat leuke gebouwen. Ook de snelweg door de stad is grappig. Deze is waarschijnlijk wegens ruimtegebrek gebouwd boven de rivier. Zoiets als een weg langs de maasboulevard. Het meeste in trek zijn echter de winkeltjes en de koffietenten.
Vol spanning lopen we tegen vijven terug naar de Japanner. Zou het gelukt zijn? Ja!, hij doet het weer. Het kostte wel fl.200,-, maar in Nederland had het waarschijnlijk duurder geweest. De hele binnenkant is vervangen vanwege een afgebroken onderdeeltje.
We zijn dolblij lopen we in het zonnetje terug naar de camper. We beseffen dat we voor het eerst zonder trui en jas buiten lopen.
We rijden een stuk terug naar het zuiden en proberen in de buurt van Currumbin een camping te vinden. De ene blijkt vol te zijn en bij de ander krijgen we ondanks langdurig bellen geen gehoor.
We besluiten aan de achterkant van de camping gewoon te parkeren en gebruik te maken van de faciliteiten.
Langs de weg nemen we een "pakken wat je pakken kan" diner voor fl.15,- dat zelfs Ien lekker vindt. We lachen ons rot bij de voorbereiding op de trouwerij van Annemarie en Henri. De tranen lopen over onze wangen.
Vanuit een telefooncel bellen we via een operator naar Ans in Nederland. We hebben razendsnel verbinding. Alles gaat prima in Nederland!

Dinsdag 26 juli: Currumbin en Movieworld

Ien staat extra vroeg op en neemt stiekem een douche op de camping. Hierna snel naar het Currumbin park. We zijn veel te vroeg aangezien de deur pas om 8 uur open gaat.
In Currumbin komen hele zwermen schitterende regenboog lories, ook wel lories van de blauwe bergen genoemd, af op de bakken met water, honing en wit brood. Vroeger was hier een bloemenfarm. De lories plunderden regelmatig de honing van de gladiolen. Hierop besloot de eigenaar de lories af te leiden van de gladiolen door het voeren van honing en brood. Het werkte prima, maar er kwamen steeds meer lories. Hij begreep dat het nooit meer wat met die bloemen zou worden en besloot een dierenpark te beginnen, met de zwermen lories als grootste attractie.
Het voer heeft maar een lage concentratie honing, het hoofdvoedsel van de lories. Het is niet genoeg om van te leven. Zodoende dwingen ze de lories zelf voedsel te zoeken en zijn ze niet afhankelijk van het voederen.
Vandaag zijn er naar schatting 400 lories aanwezig. Dit aantal kan soms oplopen tot enkele duizenden.
We krijgen van een aardige rancher meteen een schotel met voer in onze handen gedrukt. Er zitten meteen 6 van die extreem kleurige lories op het randje te schrokken. Het is een waanzinnige belevenis helemaal omgeven te zijn door alle kleuren van de regenboog.
Ze worden steeds brutaler. Ze gaan nu ook om je hand, je trui en zelfs je hoofd zitten.
Naast de regenbooglorie zien we ook nog een paar lories die groen zijn met gele stippen. Ien hoort met zichtbaar genoegen aan dat er geen verschil is tussen het mannetje en het vrouwtje. Eindelijk, denkt ze, zijn de vrouwen even mooi als de mannen!
Als in één keer alle lories van mijn bord vliegen gooi in door het tegenwicht het voerbord over me heen. Dit tot groot genoegen van de omstanders. Ook Ien komt niet ongehavend uit de strijd. Haar handen zitten onder de schrammen van de nagels. Lories eten ook niet zo netjes. Ze spetteren je helemaal onder, zodat je onder de broodresten zit.
Als na een tijdje de touristenbussen aankomen is het meteen druk. De Japanners doen hun naam weer eer aan als onbeschofte boeren. Zoals gewoonlijk gaan ze overal voor en tussen staan, zonder acht te slaan op anderen. Als ik Ien wil filmen komt er zo'n kleine troela tussen staan. Ik zet mijn camera maar op haar hoofd, want ik denk natuurlijk dat ze voor statief komt spelen. De muts is blijft stokstijf staan, want ze denkt dat er een vogel op haar hoofd is geland en is zo bang dat ze zich niet durft te bewegen.
Als het voederen is afgelopen verdwijnen ook al die toeristen weer en hebben we het rijk alleen. We komen aan de praat met een rancher, die ons alles over Currumbin vertelt. Hij zegt dat er 's zomers soms wel 4000 lories zijn, dat de toeristen bang zijn van de hoeveelheid en in paniek wegrennen. De vogels vliegen nog steeds af en aan. We genieten met volle teugen. Een hoogtepunt van de vakantie.
We lopen nog wat verder de dierentuin in. Het is niet veel bijzonders. Een fotograaf heeft foto's van ons gemaakt. Het blijkt een hele mooie te zijn, die we dubbel afgedrukt kopen. Het meisje heeft er ook eentje stiekem van Ien gemaakt met een lorie op haar hoofd. Die wilde ze haar als verrassing gratis geven omdat we zo belangstellend en enthousiast waren geweest. Ien bederft tegen haar wil deze geste een beetje. Ze had gezien dat deze foto genomen was en vroeg er naar, voordat het meisje de foto had kunnen geven.
Australische mensen kunnen nu helemaal niet meer stuk bij Ien.
's Middags rijden we naar het pretpark Movieworld. Het is een soort slap aftreksel van Disneyworld of de Universal studio's. Alleen de prijs is hetzelfde. Het park hoort bij de Australische vestiging van WarnerBrothers. Er is een soort Main street, waar poppen als Bugs Bunnie, Sylvester en Daffie Duck rondlopen. We bekijken een flauwe western, een 3 dimensionale film, batman, een scheef "Einstein" huisje en de politieacademie. Alleen de laatste was de moeite waard. Voor de show stal een "politieagent" de show, die met zijn fluitje de mensen of humoristische wijze naar de plaats wees.
Na de files van Brisbane zetten we even de vaart er in. In dit gebied zijn geen kangoeroes, zodat we doorrijden naar onze bestemming Harvey Bay. Als we er na tienen zijn ligt de stad er donker en verlaten bij. Alle campings zijn dicht. Na lang zoeken besluiten we de camper weer op de parkeerplaats van een camping te zetten.

Woensdag 27 juli Harvey Bay: Fraser island

We willen hier een paar dagen blijven. Vanuit Harvey Bay kun je een dagtocht maken naar Fraser island. Bovendien moeten rond deze tijd walvissen paaien in de baai en is het mogelijk met een boot erg dichtbij te komen.
Als om 8 uur de receptie open gaat regel ik meteen een tour naar Fraser island. Voor wat betreft de walvissen valt er weinig te regelen. Ze zijn dit jaar een paar weken te laat en nog niet in de baai gearriveerd. Wat een pech, zeker als je al die mooie folders ziet liggen van mensen die de walvissen bijna kunnen aaien.
Even over half negen worden we door een oude dubbeldekker opgepikt en rijden we naar de plaats waar de veerboten naar Fraser island vertrekken.
De oversteek duurt een half uur. De boot is volgeladen met jongelui, die een auto met vierwielaandrijving hebben gehuurd en zich een dagje op dit grote zandeiland willen uitleven. Op Fraser island zijn alleen zandpaden uitgezet, zodat normaal verkeer niet mogelijk is. Het spierwitte zand is heel erg fijn en wordt dan ook gebruikt voor fijn schuurpapier en om te polijsten.
Als we op Fraser island arriveren staan er vijf grote gele bussen met vierwielaandrijving voor ons klaar. De knotsgekke chauffeur Gorkie (of zo iets) heeft er zin in en hangt de lolbroek uit.
We moeten door een dicht bos naar de andere kant van het eiland. Halverwege het eiland stoppen we bij een door een met spierwit zand omgeven kristalhelder meer. Voor 20 minuten wordt het verlaten paradijs door de busladingen toeristen ontheiligd. Je hoorde het meer verzuchten "Blij dat die weer oprotten." als we weer in de bus stappen en naar de oostkust van het eiland gaan.
Zoals zo vaak met dit soort Japans-achtige uitstapjes heb je bij de mooie plekjes nauwelijks tijd om het tot je te nemen, maar verdoe je een paar uur in één of ander restaurant. Ook nu worden we om 11 uur aan de lunch gezet bij het enige restaurant van het eiland. Er is verder niets te doen en we wachten ongeduldig tot we verder gaan. Het enige dat vermeldenswaard is, is dat de schurftige hond die op het strand loopt een dingo blijkt te zijn.
Over het strand rijden we in rap tempo naar de "pinnacles" in het noordoosten. We mogen er vijf minuten uit om deze mooie, kleurige zandformatie op de foto te zetten. Thuis zien we op de foto pas hoe ontzettend mooi het hier is.
We rijden weer een stukje terug en komen bij een aangespoeld scheepswrak. Het werd in de oorlog door jachtbommenwerpers gebruikt om te oefenen. Dat was geen succes. De bommen sloegen overal in op het eiland, maar de boot werd niet geraakt.
Weer verder terug maken we een familie blij die lekker rustig bij de Eli kreek kampeert. De mensen worden in één klap van een plekje uit een sprookjesboek naar Benidorm getransporteerd.
Langs de kreek is een houten steiger gemaakt waarover je een stukje landinwaarts kunt lopen. Na 20 minuten worden we weer de bus ingedreven, want de kas van het restaurant moet nog even worden gespekt.
De laatste stop is in het binnenland bij een observatiestation, dat het regenwoud in de gaten houdt. Het is een mooi stukje regenwoud, vol hoge bomen en prachtige hertshoorn. Er is een houten brug lang een kraakheldere beek, de Wanggoolwa creek, gemaakt. Het is zo helder dat je in eerste instantie niet eens in de gaten hebt dat er op de witte zandbedding water stroomt.
Voor vieren zijn we weer bij de veerboot terug. Het is laag tij. In het drooggevallen mangrovenbos zien we een grote schildpad in de modder vast zitten. Er is veel te zien. Grote witten pelikanen, een roofvogel in de boom en een mooi uitzicht over de baai.
Tijdens de overtocht zie ik in de verte een groep dolfijnen.
Als we terug zijn in Hervey Bay gaan we tevergeefs op zoek naar een walvissentour. De verkenningsboot heeft nog geen walvissen waargenomen, zodat alle tours tot nader order zijn uitgesteld.
Een stel dat uit noordelijke richting komt geeft ons tips over plaatsen waar ze misschien wel te zien zijn. Zelf hebben ze walvissen bij de Whitsunday eilanden gezien, maar daar zijn ze inmiddels weer van vertrokken op weg naar deze baai. Nee, het leven van een walvistourist gaat niet over rozen.
We eten in een gezellig restaurantje in het dorp. Het was erg druk in 'Slaughterhouse' met leuke live muziek. We bleven erg lang zitten, maar dat had alles te maken met de "fluimerige" patat en de taaie biefstuk die maar niet naar binnen wilde.
Op de camping blijven we tot laat "keutelen". Ien heeft haar tekenspullen tevoorschijn gehaald en is alvast begonnen met haar vakantiemandela, terwijl ik de vele folders doorneem op zoek naar nog niet door ons ontdekte leuke uitstapjes.

Donderdag 28 Juli: Harvey Bay naar Cape Hillsborough

Als we weg rijden vergeet ik met mijn oenekop de stekker uit de electriciteitskast te halen. Ik neem zowat het hele kastje mee. Met een grote knal ontdek ik mijn stommiteit. Ik heb de hele kabel aan gort getrokken. Het kastje is bij de stekker helemaal zwart. Het valt achteraf allemaal erg mee en is de boel snel gerepareerd.
Schrikken doe je wel. Het doet me denken aan die keer in Nederland dat ik na het LPG-tanken zonder los te koppelen weg reed. Pas na een paar kilometer had ik in de gaten dat mijn auto een lange staart had.
Het is vandaag een lange oninteressante rijdag. Om tijd te winnen rijden we van half negen tot half acht flink door. Alleen af en toe een tank- en plasstop. Onderweg reserveren we vanuit een telefooncel een plekje op de camping van Cape Hillsborough.
In het park moeten we erg langzaam rijden om geen kangoeroes aan te rijden. Vooral bij de camping is het één grote huppartij.
Ook lopen hier veel wilde kalkoenen rond. Deze vogel is ook het symbool van het park.
De kampbaas is een aardige vent. Hij vertelt over "zijn" dieren. Hij vertelt Ien welke dieren te aaien zijn en welke niet. Een kangoeroe heeft een kleintje in de buidel. Het is grappig te zien hier het jonge dier vanuit de buidel uit de voederbak eet.
We worden door een meisje van het al gesloten restaurant gematst. Ze maakt nog even wat fish & chips voor ons klaar, die we gezellig in de camper nuttigen.

Vrijdag 29 juli: Cape Hillsborough en Eugella NP

We maken een vroege ochtendwandeling, de Andrew trail, door het park. We zijn eindelijk in wat warmere streken terecht gekomen. Ien doet voor het eerst haar korte broek aan! We zitten tussen de duizenden vlinders. Als je in je handen klapt ben je er helemaal door omgeven. Waar zouden ze van leven? Er zijn nauwelijks bloemen te zien. Plotseling horen we geritsel tussen de struiken. Ik ga op onderzoek uit en vind een echidna. Het is een apart dier, dat net als de platypus nergens onder te delen is. Met zijn lange stekels lijkt het nog het meest op een stekelvarken. Het legt echter net als een reptiel eieren, maar zoogt de kinderen als een zoogdier. Met de spitse snuit zoekt het naar wormen. Een apart dier, die je niet snel in het wild tegen zult komen.
Het is een leuke wandeling, die gedeeltelijk door bossen vlak langs de kust loopt. Vanuit een paar uitzichtpunten hebben we een mooi uitzicht over de ruige kust.
Via het strand lopen we terug naar de camping. Hier genieten we nog even van de kangoeroes , voor we om twee uur weer verder rijden.
Doel is het Eugella NP, waar de platypuses niet schuw zijn en je een grote kans hebt ze te zien.
De weg er naar toe gaat door enorme suikerriet plantages. Er is veel bedrijvigheid, want er moet worden geoogst. Er is langs de plantages een heel railsnet aangelegd voor de speciale treintjes, die het suikerriet vervoeren naar de fabriek. Een aparte wereld!
Samen met twee fietsers beginnen we aan de steile 10 km lange klim naar het park. Het is zo steil dat onze bagage uit de rekken schuift en in de camper stort. We verplaatsten de rest van de bagage maar naar het gangpad en prijzen ons gelukkig dat we geen fietsers zijn.
Boven regelen we een plekje op de camping. Dat gaat heel apart. Op een bord moet je op een leeg nummer je naam plaatsen. Dat is dan je plekje. Het geld doe je in een envelop, waarna je het in een bak deponeer. Eens in de zoveel tijd haalt de ranger de bak leegt.
Platypussen, vogelbekdieren, zijn aparte dieren. Een leek zou zeggen: een knaagdier met een snavel en zwemvliezen.
Platypussen zijn nachtdieren, maar komen tegen het einde van de middag uit hun hol, waarvan de opening onder water ligt.
We hebben mazzel en zien er na vijf minuten zoeken al eentje vanaf de brug over de rivier. Het zijn grappige diertjes, die even boven komen om adem te halen om vervolgens weer voor een tijdje onder te duiken. Met de verrekijker kunnen we het allemaal goed zien.
Na een half uurtje rijden we naar de campeerplek. We hebben een prachtig plekje. Het is een beetje verlaten inham, waar we als enigen kunnen staan. We sprokkelen meteen hout voor de barbecue vanavond. Achter ons plekje stroomt een riviertje, waar een paadje naar toe loopt.
Nadat we ons hebben geïnstalleerd gaan we terug naar de brug waarvandaan de platypusses het beste te zien zijn. Af en toe komt er eentje even boven, maar het is te veraf om het goed te kunnen zien. We hebben mazzel gehad de eerste keer. Er zijn ook twee platforms waar je de platypusses kunt observeren. Als we op zo'n platform wachten komt er ineens een groep van misschien wel duizend witte kaketoes aanvliegen. Eentje let te veel op ons en vliegt met volle kracht tegen een boom. Versuft zoekt hij een tak op om bij te komen.
We komen hier Debbie tegen. Ze is alleen op reis. Haar vriend past op hun kind, terwijl zij er een paar maanden tussenuit is met haar tot camper omgebouwde volkswagenbus. We nodigen haar uit ons vanavond gezelschap te houden.
Na het bakken van de pannekoeken maakt Debbie op professionele wijze het kampvuur. De dikke houtblokken branden binnen een mum van tijd.
Als we gezellig aan het babbelen zijn bij het kampvuur horen we geritsel naast ons. In richt mijn zaklamp op de houten tafel. Daar blijkt een grote opossum op zoek te zijn naar voedsel.
Een opossum lijkt op een groot uitgevallen kruising tussen een eekhoorn en een muis.
Het roodbruine dier is een scheet om te zien. De grote zwarte ogen maken duidelijk dat het een nachtdier is. Debbie zegt dat we hem gerust brood kunnen geven. Dat doen we en even later heeft de opossum vier boterhammen naar binnen gewerkt. Hij eet zelfs uit de hand. Je moet wel oppassen voor zijn scherpe klauwen.
Om half tien maken we na een gezellige avond het vuur uit en duiken in bed.

Zaterdag 30 juli: Townsville

's Ochtends proberen we even de platypusses te observeren. Net als we de moed op willen geven komt er eentje boven. We kunnen hem van heel dichtbij bekijken. We ontdekken waar hij zijn nest heeft en kunnen nu dichtbij de plaats komen waar hij het meeste vertoeft.
Na een korte wandeling in de omgeving komen we in gesprek met de ranger. Deze vertelt dat de snavel van de platypus zo zacht is als je lippen. De mannetjes hebben gif bij hun achterpoten en ze hebben zwemvliezen aan de voorpoten. De man, Steve Pearson, is vooral gek op planten. Hij heeft twee boeken uitgebracht met plantenfoto's. Hij ontdekt in het oerwoud regelmatig nog niet beschreven planten. Eentje draagt zelfs zijn naam!
Van 11:20 tot 16:45 rijden we in één stuk door naar Townsville. We gaan speciaal naam deze plaats om de door medereizigers sterk aanbevolen film over het Barrièrerif in het Omnimax theater te zien. Ons doorrijden wordt niet beloond. Er zijn geen avondvoorstellingen.
We besluiten de film morgenochtend te bekijken en lopen een beetje door de stad. We eten bij het haventje op een terras. We hebben hier een leuk uitzicht over de haven, de baai en de omringende bergen en genieten er van een mooie zonsondergang.
Na een lekkere vismaaltijd gaan we op zoek naar een camping. Alles blijkt vol te zijn, waarna we een heel eind de stad uit moeten om een plekje te vinden. Het is een weinig inspirerende camping, waar de fruitetende vleermuizen in de boom boven ons het enige is wat de moeite waard is.

Zondag 31 juli: Port Douglas

Nadat we in Townsville kaartjes hebben gekocht voor de film over het Barrièrerif herkennen we pas de plaatjes van de poster over deze film. We hebben hem een paar weken terug al in het omniversum van Den Haag gezien! Desondanks genieten we van de film en zien we fragmenten die ons nu veel meer zeggen dan een paar weken terug.
Na de film bezoeken we het aquarium. Het is erg groot en er is veel te zien. In sommige bassins mag je de zeekomkommers, zeesterren en andere zeedieren zachtjes aanraken.
We worden zeer indringend gewaarschuwd voor de gevaarlijke jellyfish. Dit is een zeer giftige kwal met nagenoeg onzichtbare tentakels van soms wel 10 meter lang. Elk jaar sterven er tientallen mensen door de aanraking met deze tentakels. We zien foto's van mensen met striemen op hun lichaam, die doen denken aan zweepslagen met prikkeldraad. Gelukkig is dit niet het seizoen van de jellyfish.
We leggen vandaag de laatste 400 kilometer af naar onze eindbestemming Cairns. We hebben als een gek door Queensland geraced. Vooraf had ik me veel van deze staat voorgesteld. Dat is helaas niet helemaal uitgekomen. De hele kust is een aaneenschakeling van hotels en doet sterk aan de Spaanse kust denken. We hebben weinig ongerepte gebieden kunnen ontdekken. Alles is in cultuur gebracht en lijkt heel sterk op Europa. We zullen vast wel leuke plekjes voorbij gereden zijn, maar die zijn dan niet in de boeken vermeld.
We verblijven de laatste dagen in Port Douglas, zo'n 80 kilometer ten noorden van Cairns. De weg langs de kust van Cairns naar Port Douglas wordt in de boeken als erg mooi beschreven. Het is misschien vanwege de vermoeidheid, maar dat erge mooie zien we er niet vanaf.
Port Douglas is een leuk relaxed vakantiestadje. Ien is in haar sas met de leuke winkeltjes en gezellige restaurantjes.
Het weer valt helaas sterk tegen. Het is fris en er staat een sterke wind. Ondanks de niet zo goede vooruitzichten boeken we bij de VVV 2 tours. Morgen met een zeilboot naar de Lower Islands vlak voor de kust en overmorgen met de luxueuze Quicksilver naar een observatieplatform bij het buitenrif. Het is wel even dokken. Het uitstapje met de Quicksiver kost alleen al $70 (fl. 112,-) per persoon. Ze weten hier ook wel dat je niet thuis kunt komen zonder het Barrièrerif gezien te hebben.
Port Douglas zit bomvol. Alle campings in het dorp zitten propvol. Buiten het dorp kunnen we gelukkig nog op een "noodgrasveldje" buiten de camping staan. Elektriciteit krijgen we via het huis van de Nederlandse eigenaar.
We eten in het dorp bij een BYO (Buy Your Own) restaurant. We hebben dus een fles wijn gekocht in de bottleshop om er een heerlijke avond van te maken. We hebben het prima naar de zin met onze biefstuk en zeefruitschotel. Desondanks voelen we ons genomen als we fors moeten betalen voor onze zelf meegenomen wijn. Openmaakkosten fl. 5,-, dank u wel.

Maandag 1 augustus: Port Douglas - Lower Islands

We worden bij de camping opgehaald door een busje, die ons naar de catamaran brengt die ons vandaag naar de Lower Islands zal brengen.
Het is koud, bewolkt en winderig. Niet het weertje dat je je voorstelt bij een dagje snorkelen. Wij zijn met 29 man, waaronder een driekoppige bemanning.
Vanuit Port Douglas kun je de eilanden in de verte zien liggen. We varen er dan ook in slechts 1½ uur naar toe. Vlak voor we er zijn wordt er een groot net achter de boot gegooid, waar de mensen aan kunnen hangen. De meesten zijn sportiever als wij en springen in het water. Dit "netsurfen" blijkt hier een soort gewoonte te zijn.
Met een glasbodemboot worden we op het eiland gezet, waar we welgeteld één uur mogen verpozen. Ien probeert wat te snorkelen, maar houdt het snel voor gezien. Ze kan door het vele koraal nergens goed lopen. Bovendien is zowel het water als de buitenlucht koud. De meeste mensen blijven aan de kant. Op de radio wordt gezegd dat het tot dusver de koudste dag van het jaar in Queensland is.
Ik ga met een groepje onder begeleiding van een gids op "snorkelsafari". Ien wordt met de glasbodemboot weer naar de catamaran gebracht. Als een echte Hollander neemt ze daar geen genoegen mee en vraagt of ze niet met de glasbodemboot rond willen varen. Dat doen ze, zodat de niet-snorkelaars 30 minuten ook van al dat moois onder water kunnen genieten. Er is veel koraal, maar weinig vissen te zien. Desondanks is ze blij een tipje van de onderwatersluier opgelicht te hebben, al hoopt ze met de Quicksilver alles beter te kunnen zien.
Mijn snorkelsafari heeft wat weg van de tien kleine negertjes. De een na de ander haakt af door het koude water. Ik ben verre van sportief en dus best een beetje trots als ik als laatste naar de boot terug zwem. Het zeeleven is hier niet zo overvloedig als je misschien zou verwachten, maar voor een leek als ik is er voldoende te zien. Je kunt een leuk spel doen met de enorme klapschelpen (ca. 70 cm groot). Ze klappen dicht als je de binnenkant aanraakt. Als je niet snel genoeg je hand terug trekt zit je vast. Je kunt er dan ook beter een steentje in laten vallen. Ook zie je koralen in vele kleuren. Door de bewolking komt het helaas maar gedeeltelijk uit de verf. De grootste verrassing was een zeeschildpad. Ik probeer een stukje mee te zwemmen, maar hij is me veel te snel af. Uiteraard zijn er ook vissen te zien. Mooie kleuren, maar weinig tot geen vissen die ik nog niet eerder heb gezien.
Een jongen wordt door een kwal gestoken. Hij is meteen in paniek, want hij is natuurlijk bang voor een jellyfishsteek. Hoewel zijn arm helemaal rood is wordt hij snel gerust gesteld, want een jellyfishsteek moet veel erger zijn.
We hebben een heerlijke lunch. Grote garnalen, zoveel als je maar wilt. De restjes gooi je over boord, waarna grote vissen er wel raad mee weten.
We zijn redelijk vroeg in de middag al weer terug in Port Douglas.
We proberen tevergeefs een onderwatercamera te huren voor overmorgen. Het apparaat is helaas kapot.
Er is een plekje vrij gekomen op de camping. Het blijkt een rothoekje te zijn, waar we maar net inpassen. Het is erg druk en iedereen zit op elkaars lip. Leuk hoor, een camper.
In Port Douglas hebben we voor vanavond een heel gezellig restauranntje ontdekt. Het ligt wat afgelegen tussen de palmbomen. Overal staan kaarsen en vuurbakken opgesteld. Het lijkt wel een beetje op de tuin van Dracula. We zinken haast weg in de gigantische rotan stoelen. Als ze horen dat wij Nederlanders zijn wordt er meteen een Nederlandse ober op ons afgestuurd. Hij blijkt Sven te heten en als hij ook nog een staartje blijkt te hebben kan Ien's avond niet meer stuk.


Dinsdag 2 augustus: Port Douglas - Daintree NP

Het heeft deze vakantie voor het eerst geregend. Het leken wel kanonskogels op het dak van de camper. Vandaag bekijken we een beetje het achterland van Queensland.
Het is een uurtje rijden naar de Daintree. Het is een wat jungleachtige omgeving rond een rivier die een stukje verderop in zee stroomt.
Over een afstand van enkele luttele kilometers vertrekken om het uur bootjes van misschien wel tien organisaties vol toeristen om dit "onbedorven" gebied te bekijken.
Onze gids kent dit stukje als zijn broekszak en toont ons de hier levende dieren. We zien hier 2 soorten ijsvogels, 3 slangen, 3 krokodillen en verschillende onbekende vogels. Hij vertelt veel over de verschillende mangroves en de gevaarlijke zeekrokodillen die wel 7 meter lang kunnen worden. Om zijn verhaal levendiger te maken heeft hij bloemen, zaden en een mooie groene kikker bij zich, die hij de boot rond laat gaan. Als een echte prinses is Ien meteen verliefd op die mooie kikker. Als zij haar ogen dicht doet, de kikker zoent en een prins verwacht komt ze van een koude kermis thuis als ze mijn giegel ziet.
Na een uur zijn we terug. Het was een leuke, maar erg toeristisch uitstapje.
We rijden nog even naar het plaatsje Daintree, maar als we de busladingen vol dikke toeristen door de straten zien lopen keren we de camper en vluchten we weg.
Via het ecocentrum, waar twee verwaarloosde wallibi's in een hokje zitten, rijden we naar Mossman. Hier is in een stuk jungle een wandelroute ontdekt. Aanvankelijk denken we bij de ingang van het Beatrixpark te zijn beland, waar alle parkeerplaatsen bezet zijn en mensen hopeloos rondrijden op zoek naar een plekje. Gelukkig valt de wandeling erg mee. Het is uiteraard wel druk, maar de omgeving maakt het allemaal meer dan goed.
De wandeling gaat langs watervalletjes en een sterk stromende beek. Via een hangbrug moeten we naar de andere kant. Een man maakt ons attent op een 70 meter lange wortel van een wurgboom. Ik zijn ijver om het uiteinde te vinden verliet hij het pad en raakte hierbij een soort brandnetel aan. Zijn hele arm zag er niet uit. Hij leek gemene brandwonden te hebben. Hij kende de plant en zij dat de pijn nog wel een paar dagen zou duren. Hij zei ook dat hij ook mazzel had gehad, aangezien er planten in het oerwoud leven die dodelijke zijn. Met een natte lap om zijn arm loopt hij verder.
Het oerwoud zou prima geschikt zijn voor Tarzan. Overal hangen grote lianen waarmee hij van boom naar boom zou kunnen slingeren.
In Port Douglas gaat Ien op souvenirjacht, waarna we terug gaan naar de camping. We eten voor het eerst buiten voor de camper. Pannekoeken met een wijntje. We horen de zee op de achtergrond, maar hebben nog niet de moeite genomen deze te bekijken.

Woensdag 3 augustus: Port Douglas - Quicksilver

Vandaag moet de laatste topdag van de vakantie worden. De boottocht naar het buitenrif met de grote Quicksilver boot staat op het programma. De voortekenen zijn niet zo best. Het miezert en het zonnetje is ver te zoeken.
Om half tien worden we op een "loveboot" manier door de bemanning verwelkomd. Van binnen is de boot erg lux. De thee en koffie staat al klaar.
Klokslag 10 uur vertrekt de enorme catamaran met volle kracht. Binnen 10 minuten schieten we de Lower Islands voorbij op weg naar het buitenrif.
Na anderhalf uur zijn we bij het platform. Het weer trekt iets op. Het waait weliswaar behoorlijk, maar het zonnetje komt af en toe door.
Vanaf het platform kun je verschillende dingen doen. Snorkelen, duiken, een onderwater observatorium of een ritje met de duikboot. Als we aankomen veroveren we meteen een plaatsje in de duikboot. De tocht is een onvergetelijke ervaring, haast te mooi om te beschrijven. Je vaart tussen de koraalriffen door, waarbij je een onbelemmerd uitzicht hebt door de grote glazen wand. Het duurde bijna 40 minuten! We komen naast alle verschillende soorten koraal ook veel kleurrijke vissen tegen. Het is echt net als op de televisie. Ook een gevaarlijke schorpioenvis kunnen we van dichtbij bewonderen. Nogmaals, een onvergetelijke ervaring.
Na een snelle hap van het overheerlijke lunchbuffet leen ik een duikbril met geslepen glazen en ga snorkelen. Het water is extreem helder en er zijn veel kleurrijke vissen. Het is een meter of vier diep. Op de bodem krijgen een aantal mensen duikles. Een grote vis laat zich door de duikers aaien. Ien kan mij vanuit het onderwater observatorium zien. Het is een te gekke plaats om te snorkelen.
Ien gaat voor de tweede maal met de duikboot mee. De tocht duurt nu nog maar 20 minuten en er is minder te zien dan tijdens de tocht van vanochtend.
De tijd vliegt en het is dan al veel te vroeg drie uur als we weer naar Port Douglas terug varen. Eigenlijk mogen ze voor dit geld best een uurtje langer blijven. Op de terugweg krijgen we een film over het rif te zien.
Half vijf zijn we al weer terug. In de passage kopen we T-shirtjes, waarna we terug gaan naar de camper om ons te verkleden.
Met de camper rijden we terug naar het haventje. We hebben op het terras een tafel gereserveerd bij Fiorelli's. Een leuke afsluiting van een geweldige dag.

Donderdag 4 augustus: Cairns

Na het ontbijt zijn we 2½ uur bezig om de camper van binnen en buiten schoon te maken. Dat is best even zweten. We betalen nu de tol van het illegaal rijden over niet verharde wegen.
Tegen de middag maken we ons laatste uitstapje. We gaan naar de tafelbergen van Tafelland. We rijden drie slagen in de rondte, maar er is geen tafelberg te bekennen.
Centrum van tafelland is Kurunda. Hier rijdt een populair toeristentreintje naar toe. We bekijken even een weinig indrukwekkende waterval en besluiten hierna het tafelland maar voor gezien te houden en naar Cairns te rijden.
Meteen door naar het postkantoor. Er blijkt maar een brief van Ans te zijn. De post blijkt langer onderweg te zijn dan ik verwacht had en we moeten vrezen dat de rest pas aankomt als we al weg zijn. Wat een vervelende dag om af te sluiten.
Nadat we ons in een motel hebben geïnstalleerd brengen we de camper terug. Alles is snel geregeld. Ietwat onwennig lopen we het stuk terug naar het motel.
We houden vanavond een traditie in ere: fonduen in een gezellig restaurant. Als we net gezellig aan tafel zitten en we aan de wijn willen blijkt het een BYO te zijn. Geen alcohol dus. Ik offer me op en loop naar de bottleshop aan de andere kant van de stad om een fles wijn te kopen. Uitgedroogd kom ik terug. De fles is dan ook binnen de kortste keren leeg.
Hebben we toch nog een leuke afsluiting van de Australië vakantie!

Vrijdag 5 augustus: Cairns naar Singapore

Nu we weg gaan klaart het weer op. Een lekker zonnetje en een heerlijk verkoelend briesje. Korte broekenweer dus. We lopen nog even langs het postkantoor. Buiten zijn op een computeruitdraai alle namen mensen die post hebben bij de poste restante opgehangen. Wij zoeken bij Rest. Nop. En bij Dool? YES! 2 brieven! Eentje van Ans en eentje van Ine. Ien springt een gat in de lucht. We zoeken een lekker plekje om ze te lezen. We zijn blij dat we 's middags pas vliegen in plaats van 's ochtends, wat het oorspronkelijke vluchtschema was.
We lopen over de boulevard terug. Cairns heeft geen strand. Zeker met Eb is het maar een grote blubberzooi. Uiteraard gaat Ien achter T-shirtjes aan. Na tientallen winkeltjes heeft ze eindelijk haar "G'day mate" shirtje en kunnen we op tijd naar het vliegveld.
Om 14:40 vertrekken we. De eerste stop is Darwin. Vanuit de lucht een schitterende plaats. Zeker de moeite waard als we hier nog eens komen.
Om 20:30 (plaatselijke tijd) arriveren we in Singapore. Er blijkt een feest in de stad te zijn en de meeste hotels blijken vol te zijn. Uiteindelijk laten we ons flink te grazen nemen door een "tout" (klantenlokker) die ons naar een vies achterafhotelletje in Chinatown brengt. Het kost $100 (fl.120,-). En dat voor een goor kamertje zonder ramen en warm water. Ze hebben zelfs geen lakens! We hebben geen lust om op zoek te gaan naar een ander hotel en blijven hier dus maar zitten tussen de muggen, mieren en steekvliegen.

Zaterdag 6 augustus: Singapore

We hebben een hele dag in Singapore. De bagage slaan we op bij de "receptie" en gaan de stad in. Volgens zeggen is Singapore een schone stad.
Je hebt zo een boete te pakken. Kauwgom kauwen $10.000 (!!), schuin oversteken $500, drugsbezit de doodstraf, rochelen $500, papier op straat gooien $1000 en roken in het openbaar $500.
In Chinatown nemen ze het niet zo nauw met deze regels. De straat ligt vol vieze troep en oude mannen rochelen gewoon op straat.
We ontbijten bij Chinese fastfood stalletjes. Het is er bloedheet. Met de metro rijden we naar de Chinese en Japanse tuinen. Er valt niet veel te beleven en na een korte rondwandeling gaan we weer terug naar het centrum.
Bij een taxihalte, waar je in de rij moet staan voor de taxi, nemen we een taxi naar het World Trade Centre. In deze buurt merken we voor het eerst iets van de befaamde properheid van Singapore. Vanaf het WTC gaat een kabelbaan naar een uitzichtpunt en het vakantie-eiland Santosa. We gaan eerst naar het uitzichtpunt van Mt Faber. Vanaf deze hoogte kun je genieten van de indrukwekkende skyline van Singapore.
Ik check voor de zekerheid de vertrektijd van het vliegtuig. Deze blijkt niet om 00.00, maar om 22:40 uur al te gaan. Mazzel dat ik daar nog aan dacht.
Na Mt Faber gaan we met de kabelbaan naar Santosa. We worden verwelkomd door een grote draak. Er gaat een monorail rond het eiland, waarmee we het eiland een beetje verkennen. Het waterorgel moet 's avonds erg mooi zijn, dus wachten we daar maar op. We moeten daarna alleen wel opschieten om op tijd op het vliegveld te zijn.
Om 19:30 begint het waterorgel. Het is best mooi met kleurige waterfontijnen, die dansen op de muziek. Het is echter na 15 minuten al afgelopen.
We rennen meteen naar de uitgang en nemen de kabelbaan terug naar het WTC. Een mooi gezicht, al die lichtjes van deze wereldstad.
Beneden wacht ons een bijzonder onaangename verrassing. Er staat een vreselijk lange rij mensen op een taxi te wachten en deze laten het helemaal afweten. Af en toe eentje, maar het schiet absoluut niet op. Na een uur wachten zijn we nauwelijks iets opgeschoten. Het is inmiddels 20:20 en we moeten om 20:30 op het vliegveld zijn. De rit naar de luchthaven is alleen al ½ uur. We raken aardig in paniek en ik probeer op een andere plek een taxi te regelen. Helaas, helaas, overal staan lange rijen en er is nergens een taxi te bekennen.
We besluiten maar in de eerste de beste bus te stappen om maar van het WTC weg te komen. Zo komen we in een toeristische bus terecht die ook in de richting van Chinatown gaat. De bus blijkt echter een rondje te maken en stopt nergens! Als we horen dat hij nergens stopt schreeuwt Ien in paniek: "We miss the plane!!". Een behulpzaam meisje kijkt een beetje met ons mee en vraagt de chauffeur vlak bij ons hotel te stoppen. Wij uit de bus, maar we hebben geen idee waar we zijn. Aan de andere kant van de weg staan twee lege taxi's. Snel over de flyover naar de andere kant. Als we aankomen is de eerste taxi al weg en stapt er net een meisje in de tweede. Ien barst in tranen uit, waarna het meisje weer uitstapt en wij de taxi krijgen. Het is al bijna 21 uur. Wij blij, maar niet voor lang. De chauffeur rijdt de halve stad door, eenrichtingswegen zegt hij, en zet ons vervolgens af bij een verkeerd hotel. Weer paniek. Hij vragen waar hij dan wel moet zijn. Er gaat een lampje branden en wij weer terug. Als we de straat van het hotel in willen rijden blijkt op onze kaart de rijrichting verkeerd aangegeven te staan en mogen we er niet in. Weer stoplichten, file en een stuk omrijden. Uiteindelijk zijn we er. Het hotel deed (uiteraard) nog even moeilijk als ik in ijltempo binnen kom rennen en onze bagage mee sleep zonder mij te legitimeren. Ik vraag of ze de Qantas voor me willen bellen dat we er aan komen. Het is 21:15 en we vliegen over ruim een uur! Dat deden ze dus niet. Kon ik mooi mijn frustraties kwijt over het klotehotel. Met een klap gooi ik de deur dicht en gaan we op weg naar het vliegveld. Het is normaal 35 minuten rijden. De chauffeur voelt zich rot na al zijn missers en overtreed de maximum snelheid fors. In elke auto is een pieper ingebouwd die gaat werken als je te hard rijdt. Met tutende oren van het gepiep arriveren we bij het vliegveld, waar we even na half tien arriveren. We blijken nog op tijd te zijn en kunnen meteen inchecken. Pfft, dat was even zweten.
Compleet afgeserveerd laten we ons in onze vliegtuigstoelen neerploffen.
Na een tussenstop van 3 uur arriveren we om 16:40 Nederlandse tijd weer in ons vertrouwde kikkerland. Ans, Ab, Annemarie en Henri wachten ons op en kunnen in het restaurant van Schiphol meteen onze avonturen aanhoren.