PERU Reisverslag

1996




De kust en Titicaca meer



Manu NP



Cuzco en omgeving


Dag 1
Vertrek naar Lima
Zaterdag 6 juli 1996
 

De lange vlucht naar Lima

x
Vanuit Lima zakken we met de bus de kust af, via Nazca naar Arequipa. Vanuit Punu bezoeken we het Titicaca meer. Hoogtepunt is de omgeving van de oude hoofdstad Punu met o.a. het indrukwekkende Machu Picchu. In Manu verkennen we ruim een week de prachtige jungle van Manu NP..

Na weken stressen op het werk zijn we beslist nog niet in vakantiestemming als om 3 uur 's nachts de wekker gaat. We moeten om 5:30 op Schiphol zijn. Gelukkig brengen Ans en Ab ons weg. Nu station Schiedam gedegradeerd is tot provinciestationnetje rijden er hier vandaan geen treinen meer naar Schiphol. Het wegbrengen is naast heel gezellig ook een enorme tijdbesparing.

Aanvankelijk gaat alles voortvarend. Als eerste worden we geholpen bij een net geopende incheckbali en als we na het winkelen bij het vliegtuig aankomen kunnen we meteen instappen. De deuren gaan achter ons dicht en we vertrekken meteen. In Londen begint echter de ellende. Onbekende vertraging van minimaal anderhalf uur. We waren al ongerust, een vakantie starten zonder problemen zou een slecht voorteken zijn. Tot nogtoe wat de regel: Hoe meer ellende op de eerste dag, des te leuker wordt de vakantie. De vertraging wordt dan ook met gejuich begroet. Ien gaat maar op een bank wat bijslapen. In de vertrekhal zit in een stil hoekje de bekende tennisser Goran Ivanicevic. Ien wil meteen met hem op de foto (Ze kent hem niet eens!), maar ik kan haar nog net aan d'r haren meeslepen. Er is hier maar één bekendheid waarmee ze op de foto mag en dat ben ik ! Als we lunchbonnen krijgen, vrees ik het ergste voor onze aansluiting naar Lima. We hebben anderhalf uur overstaptijd en die is nu al opgesoupeerd door de vertraging. Uit ervaring weten we dat de door Viasa betaalde hotels in Caracas de moeite van een vertraging waard zijn, dus zo'n ramp is het nou ook weer niet.

We brengen de tijd door met vier gezellige Nederlanders, die met hetzelfde vliegtuig mee moeten. Ze gaan naar Ecuador. We kunnen ze dus veel tips aan de hand doen. Één van de jongens vertelt enthousiast over zijn beroep als tekenleraar en zijn hobby 'hagedissen'. Hij gaat in de buurt van Santo Domingo op zoek naar een speciale hagedis, die hij hoopt te vangen voor in zijn terrarium. Zijn spontane vriendin is kunstenares en heeft net als Ien tekenvellen en potloden meegenomen. Het andere stel is wat stiller. Hij is landmeter en zij is verantwoordelijk voor de zaalinrichting (de ontwerpen) voor de thema-avonden van het bekende Arjan van Dijk (1001 nacht etc.).

Met 2 uur vertraging vertrekken we naar Parijs, waar veel Belgen en Fransen instappen. Ruim 8 uur na ons vertrek in Amsterdam beginnen we hier vandaan pas aan de oversteek van de Atlantische oceaan. We hadden tot nogtoe redelijke ervaringen met de Viasa, maar deze vlucht is een ware belediging voor de passagiers. Als we opstijgen nemen ze niet de moeite de noodprocedure uit te leggen. Aan koptelefoons doen ze niet en de aangekondigde (oude) film laten ze ook maar niet zien. Verder is na het eerste rondje het bier op en wordt er geen sterke drank geschonken. Ook de service is onvriendelijk en onpersoonlijk. Er is gelukkig ook een pluspuntje te melden, al is dat ook in hun eigen belang. Ze zetten er namelijk flink de vaart in en halen anderhalf uur van de vliegtijd af. We zijn zo nog net op tijd voor onze aansluiting.

Het is 28 ° C in Caracas. We zweten heel wat af. Ook hier hebben we een uur vertraging. Het overslaan van de bagage gaat langzaam en er blijkt bovendien even later een technisch defect te zijn. Als ik achterom het vliegtuig in kijk is het één bewegende massa. Iedereen probeert met kranten, tijdschriften of een waaier enige verkoeling te vinden. Naast me zit een vriendelijke Belg. Hij gaat voor 10 dagen naar Peru. Hij kan niet langer gemist worden in zijn pas 2 jaar geleden gestarte lederzaak. Hij heeft veel mazzel gehad met zijn specialisatie in natuurlijk gelooid leder. Veel mensen worden milieubewuster en kiezen niet meer voor het milieu vervuilende chroom-gelooid leder. In twee jaar tijd is hij marktleider in België geworden. Hij vertelt honderd uit over het gezellige Antwerpen, zijn zaak en de vele fietstochten in Nederland.

Aankomst in Lima

Om 22:30 landen we in het frisse Lima (15 ° C). Na de vlotte douanecontrole lopen we naar buiten. Het is een grote chaos. Het lijkt wel of de wereldkampioen voetballen net is geland. De mensen staan rijen dik achter een omheining te schreeuwen, op enige afstand gehouden door de politie. Uit de massa steekt een arm met het bordje 'vd Dool / vd Rest'. Het is Walter van ons hotel San Antonio Abad, die in plaats van Alex ons op komt halen.

Er gaat een slagboom open en we moeten ons door de dikke mensenmassa naar buiten wringen. We worden meteen geconfronteerd met opdringerige bedelaars en taxi-chauffeurs die ons af willen troggelen van Walter. Tot mijn verrassing weten we nog veel Spaanse woorden en kunnen we met Walter goed communiceren. Lima is een arme en bouwvallige stad. Ruim 5 miljoen mensen wonen er, waarvan het overgrote deel onder de armoedegrens leeft. We zien dan ook overal bedelaars en werkende kinderen rond lopen. Walter wijst ons trots op de neonverlichte casino's en winkels die in een voor ons aftandse omgeving 24 uur per dag open zijn.

Het is een half uur rijden naar ons hotel in de 'rijke' buitenwijk Miraflores. Het ziet er redelijk modern uit en is goed beveiligd met hoge puntige hekken en automatisch opengaande deuren. Tot onze verbazing staan we niet op de lijst! Ze komen ons halen, maar weten niet dat we komen !! Gelukkig is er nog een kamer vrij, zodat we even later in bed kunnen storten. Het is een vermoeiende reis geweest.

 
Dag 2
Lima (Miraflores)
Zondag 7 juli
 

Slenteren door Miraflores (Lima)

De Route
Dag
Datum
Bestemming
1

Za 6/7

Vertrek naar Lima

2

Zo 7/7
Lima (Miraflores)
3
Ma 8/7
Lima - Oude centrum
4
Di 9/7
Lima naar Paracas
5
Wo 10/7
Islas Ballestas
6
Do 11/7
Nazca
7
Vr 12/7
Arequipa
8
Za 13/7
Colca canyon
9
Zo 14/7
Colca canyon
10
Ma 15/7
Arequipa naar Puno
11
Di 16/7
Puno - Sillustani
12
Wo 17/7
Titicaca meer (Uros, Taquile)
13
Do 18/7
Trein Puno - Cuzco
14
Vr 19/7
Cuzco
15
Za 20/7
Cuzco
16
Zo 21/7
Munu NP - Truck naar Manu
17
Ma 22/7
Manu NP - Madre de Dios
18
Di 23/7
Manu NP - Lake Otorange
19
Wo 24/7
Manu NP - Lake Salvador
20
Do 25/7
Manu NP - Terug: Boca Manu
21
Vr 26/7
Manu NP - Parrot Inn
22
Za 27/7
Manu NP - Ara likplaats
23
Zo 28/7
Manu NP - Cocha Blanca
24
Ma 29/7
Vliegen naar Cuzco
25
Di 30/7
Cuzco - rustdag
26
Wo 31/7
Cuzco - citytour (Incaruïnes)
27
Do 1/8
Ollantaytambo
28
Vr 2/8
Cuzco
29
Za 3/8
Cuzco
30
Zo 4/8
Pisac (ruïnes en markt)
31
Ma 5/8
Trein naar Machu Picchu
32
Di 6/8
Machu Picchu
33
Wo 7/8
Cuzco naar Lima
34
Do 8/8
Lima
35
Vr 9/8
Naar huis

We worden gewekt door muziekkorpsen die langs ons hotel marcheren. Het ontbijt bestaat uit wat broodjes met jam. We vinden het wat karig, maar zullen er later deze vakantie nog likkebaardend aan terug denken als we weer aan die smerige zoete broodjes zitten.

Het is tien minuten lopen naar het centrum van Miraflores. Miraflores is de trots van Lima, maar dat is alleen aan de hoge prijzen te merken. Kleine kinderen bedelen of proberen voor een sole ( ¦ 0,75) drie pakjes kauwgom te verkopen. De weg zit vol gaten en auto's rijden luid toeterend de voetgangers van de sokken. Het is zondag zodat alle met graffiti besmeurde rolluiken het er niet gezelliger op maken. We gaan op zoek naar het fondue-restaurant waar Ien zich al weken op verkneukelt. Helaas, helaas, de tent is net 2 maanden geleden verkocht.

Het handelen in dollars moet erg lucratief zijn. We worden constant op straat aangesproken door geldwisselaars. Al snel blijkt dat Peru een erg duur land is geworden. Ze hebben een nieuwe munt, de nieuwe sole, die zijn plaats nog moet vinden ten opzichte van de dollar. De wisselkoers is 2,42 sole voor een dollar. Nu wordt er nog met tienden gerekend, maar het zal wel niet zo lang meer duren of je krijgt weer tienduizenden soles voor je dollar. De slechte koers zorgt er voor dat Peru van een extreem goedkoop land veranderd is in een land dat soms duurder is dan Nederland. Postzegels naar Nederland kosten bijvoorbeeld 3,30 soles, bijna 3 gulden ! Dat was met de oude munt nog een paar dubbeltjes.

We slenteren wat door Miraflores. Het is door de smog somber, grauw en ongezellig weer. Op het centrale plein kun je je door kunstenaars laten tekenen. Ook verkopen ze allerlei mooie schilderijen. Het lijkt een beetje op Montmartre in Parijs. We lopen naar de kust. Lima ligt op ongeveer 80 m boven de zeespiegel. De zee ligt dan ook achter een diepe afgrond. Het ziet er bijzonder onaantrekkelijk uit voor zonaanbidders en we kunnen ons ook niet voorstellen dat dit 's zomers zoveel badgasten trekt. Vanuit een parkje zien we pelikanen, aalscholvers en Jan van Genten vliegen.

Na een korte siësta gaan we terug naar het centrum van Miraflores. Er is een straatje met alleen maar pizzatenten. We kiezen een gezellige uit. De pizza is helaas niet te kanen. Naast ons zit een groep Nederlanders van één of andere groepsreis. Het lijkt een heel gezellige groep. Even lijkt het idee om met Ien ooit eens een groepsreis te maken bij me op te komen, maar als ik een dag later een andere groep vol sacherijnige mensen zie hoeft het al niet meer.

 
Dag 3
Lima (centrum)
Maandag 8 juli
 

Met de minibus naar het centrum van Lima

Eerst naar Miraflores om geld te wisselen. We moeten naar een bank voor onze traveller's cheques. Helaas krijgen we hiervoor een nog slechtere koers dan voor onze cash dollars. Vlak bij ons hotel horen we tot onze verrassing een bekend geluid: papegaaien !! Ien zei gisteren al dat ze er eentje had gezien, maar ik versleet haar voor gek, waarna zij ook maar dacht dat het een duif was. Later komen we in het centrum nog een groep papegaaien tegen. Het zijn kleine, vies-groene exemplaren.

Met de minibus rijden we naar het centrum van Lima, een half uur over een kaarsrechte weg. Het is een drukte van jewelste. Elke minibus probeert zo snel mogelijk bij een halte te zijn. Concurrenten worden gesneden. Als ze zelf gesneden worden volgt er een luid getoeter, aangevuld met een scheldpartij. Vanuit de bus kunnen we goed zien hoe grauw Lima is. Het is één van de kleurlooste steden waar ik ooit ben geweest. Er wonen 5 miljoen mensen op een kluitje, waarvan de meesten in de nog armoediger sloppenwijken op de kale zandheuvels rond de stad.

Bij Plaza San Martin stappen we uit. In de buurt van de VVV lopen we bij een klein touristenbureautje naar binnen. Het zijn aardige mensen. Aangezien ze zijn aanbevolen in een handboek laten we ze een schema opstellen naar Cuzco. Het komt nagenoeg overeen met ons schema, zodat we met ze in zee gaan. Dat bespaart ons heel wat uitzoekwerk. Alle bussen, hotels, de trein naar Cuzco en een vlucht naar Puno (ipv de trein) zijn nu al geregeld. Als extra service worden we in elke plaats opgewacht en naar ons hotel gebracht.

Herinneringen ophalen op Plaza de Armas

x
Pizarro, de grote maar wrede Spaanse veroveraar.

Hierna gaan we de stad in. Ik ben weer even 26 jaar oud en waan me in 1983. Lekker struinen door de winkelstraat met al zijn lekkere eettentjes, hoog opkijken naar het standbeeld van de grote veroveraar Pizarro en het leven op je in laten werken op de Plaza de Armas met zijn historische gebouwen. Fotografe Ien (ik bedien de video) krijgt de opdracht foto's te nemen van mensen en gebouwen waar ik in 1983 geen oog voor had, zoals snoeptentjes, lotenverkopers, mooie gebouwen en gewone straatscenes. Ook drinken we wat in het populaire tentje van weleer. Op de Plaza de Armas is een demonstratie aan de gang. Met tanks en een bataljon militairen wordt er een oogje in het zeil gehouden. Het is overigens een kleine en gemoedelijk ogende demonstratie. Het doel wordt ons niet duidelijk.

We gaan eerst naar het postkantoor om de eerste (lelijke) kaarten te posten. We schrikken ons dood van de postzegelprijs. Eindelijk een reden om de eindeloze lijst postklantjes van Ien in te korten. Hierna over een marktje gelopen vol leuke T-shirts en andere goedkope souvenirs. Vlak achter de markt heb je uitzicht over de sloppenwijken van Lima, die zich op de kale zandheuvels hebben genesteld als een termietennest. Het is dat we zelf mensen zijn, maar wat zij wij een plaag voor deze aardbol.

De catacomben van de San Francisco kathedraal

San Francisco Cathedraal
De San Francisco kathedraal heeft indukwekkende catacomben

In de San Francisco kathedraal maken we een interessante rondleiding. Er is ondanks de vele verwoestende aardbevingen veel bewaard gebleven uit de 17e eeuw. Vooral de oude bibliotheek en de catacomben zijn indrukwekkend. De boeken in de bibliotheek zijn zo oud en slecht geconserveerd, dat ze tot stof zouden verpulveren als je ze beet pakt. In de catacomben liggen de resten van 25.000 Peruanen begraven. Iedereen wilde vroeger in de kathedraal begraven worden. Dit was ondoenlijk, zodat ze de mensen in massagraven plaatsten. Om extra ruimte te maken werden de lijken ingesmeerd met een chemisch goedje waardoor ze extra snel verteerden. Na 8 jaar werden de massagraven open gemaakt en de beenderen bijeen geveegd. Deze werden dan op een andere plaats begraven, waardoor de massagraven weer vrij kwamen voor nieuwe doden.

We mogen de catacomben in om de opengelegde graven te bekijken. In het plafond van de catacomben zijn luchtgaten gemaakt naar de vloer van de kathedraal. Aangezien de nabestaanden niet in de catacomben mochten komen, konden ze de overledenen op deze manier eren door bloemen naar beneden te gooien. Al met al een leuke rondleiding. Tijdens het wachten op de rondleiding kwam Ien in gesprek met een Peruaanse en haar moeder. Ze vonden het gesprek met haar zo leuk, dat ze de voor hun georganiseerde rondleiding lieten schieten.

De dag vliegt voorbij. We moeten ons haasten om op tijd de vouchers op te halen bij het 'reisbureau'. Bij toeval komen we bij het straatje met de schaakplaats. In de stank van een man die bruine bonen kookt, zitten ongeveer 30 schakers te spelen alsof hun leven er vanaf hangt. Net als 13 jaar terug speel ik een potje. Mijn tegenstander weet zowaar wat theorie van het Hollands. Na een spannende partij moeten we ons haasten om nog voor donker terug te zijn in Miraflores.

Terug naar Miraflores

We nemen weer de bus. Het is spitsuur en we komen maar langzaam vooruit. Onze bus is zwaar gehandicapt: Hij heeft geen toeter. Om dit te compenseren schreeuwt de helper zich schor en slaat hij onder het slaken van een kreet samen met de chauffeur om de haverklap hard op de buitenkant van de auto. We amuseren ons best en vinden het helemaal niet erg om zo lang onderweg te zijn.

's Avonds heeft Ien het helemaal naar haar zin. Eten in een gezellige tent met een kaarsje op tafel. Het kost wel een vermogen, maar oke. Net als gisteren jagen we er een fles wijn doorheen. We besluiten maar een taxi terug te nemen. Het lijkt wel of iedereen met een eigen auto hier een sticker met 'taxi' er op heeft gekocht. Dit keer worden we vervoerd door een kever! Ik heb nog nooit van een kevertaxi gehoord, maar hier rijden er ontelbare.

We betalen alvast de rekening van het hotel. We hebben 25% korting omdat we in Nederland hebben geboekt. Door absurde prijzen voor de gekookte eieren en een fles water te rekenen halen ze een deel van de korting terug. Desondanks hebben we het hier naar ons zin gehad en reserveren we voor over 4 weken.

 
Dag 4
Lima naar Paracas
Dinsdag 9 juli
 

Met de bus naar Pisco

We zouden om 6:30 opgehaald worden, zodat we al vroeg uit de veren zijn. Als we bezig zijn met pakken worden we gebeld door Victor Travel, met de mededeling dat de bus later vertrekt en we dus ook later opgehaald worden. Een voordeel is dat we nu op de bakker van ons hotel kunnen wachten en alsnog een heerlijk ontbijtje kunnen nuttigen. Het wordt zelfs op de kamer gebracht.

Om 7 uur worden we opgehaald door een klein Peruaantje met een enorme bierbuik. Hij brengt ons naar een verrassend moderne busterminal. De bagage wordt gewogen (33 kg !) en gelabeld alsof we met het vliegtuig gaan. De bus naar Pisco is een moderne dubbeldekker. We nemen meteen boven plaats op de eerste rij, zodat we een geweldig uitzicht hebben. Als we de stad uitrijden zien we nogmaals hoe somber Lima is. De smog zorgt tot ver buiten de stad voor een deprimerende grauwsluier. Pas na twee uur rijden breekt er een flauw zonnetje door. Buiten Lima begint meteen de woestijn. Kale bergen en grote zandduinen beheersen het landschap. Af en toe rijden we door een oase, als een riviertje zijn weg naar de Stille oceaan vindt.

Na drie uur zand zijn we in Pisco. Ik denk dat we er uit moeten. Buiten staat een oude vrouw ons op te wachten. Ze duwt een voucher voor de boottocht naar de Ballestas eilanden voor morgen in mijn handen en brabbelt een heleboel onverstaanbare dingen in het Spaans tegen me. Als de bus weg rijdt worden we plotseling weer in de bus geduwd. Deze moet ons van de vrouw bij ons hotel El Mirador afzetten. Wat een chaos! Gelukkig begreep ik nog net dat we morgen na de boottocht om 11:30 klaar moeten staan voor de ophaaldienst, die ons dan brengt naar de bus naar Nazca. We moeten alleen maar afwachten of er ook transport geregeld is naar de boot van morgen. Hotel El Mirador ziet er van buiten heel erg leuk uit. Een gezellig terras en een goed onderhouden tuin. De kamer is echter een heel stuk minder.

Tour naar het Paracas schiereiland

Nadat we ons hebben geïnstalleerd regelen we een tour naar het schiereiland. We kunnen nog net mee met een groep Peruanen. Deze zijn al onderweg, maar met de auto van de baas worden we naar de eerste stop, het archeologisch museum, gebracht. In dit museum liggen onder andere mummies van de Paracas cultuur, die 7000 geleden hier geleefd heeft. Een aparte gewoonte was om bij baby's de schedel zo te vervormen dat deze een langwerpige eivorm kreeg. De gevonden schedels zijn heel erg apart en doen denken aan hoofden uit een science fiction film.

x
De "kathedraal" op het schiereland van Paracas.

Na het museum rijden we de woestijn in van het Paracas schiereiland. We passeren schitterende zandformaties van geel, donker, wit en rood zand. De klippen zijn een waar paradijs voor de zeevogels. Er zijn grote Jan van Gent-, aalscholver- en meeuwenkolonies gevestigd. Er zijn verschillende soorten aalscholvers te zien. Vooral die met een witte buik zijn prachtig.

We bezoeken eerst een afgelegen vissersdorpje, waar pelikanen een visje mee proberen te pikken. Het mooiste punt van het schiereiland is de 'kathedraal'. Het is een stukje lopen naar deze natuurlijke grot, waar de zee vrij spel heeft. We zien hier van nabij veel vogels, die nestelen tegen de rotswand. We zien ook een schitterend elegante aalscholver. Heel fijn getekend, met een grijze body, rode snavel en met witte strepen getekende kop. De weg over het strand naar de kathedraal is ook erg mooi. De hoge gele kliffen zijn heel wat foto's waard. Op het verlaten strandje liggen dode zeeleeuwen. Zou het een zeeleeuwenkerkhof zijn ? Met de auto rijden we naar een uitzichtpunt, waar vandaan we de kathedraal vanaf enige hoogte kunnen zien. We zien er niet meteen een kathedraal in, net zo min als een condor of een indiaanse vrouw zoals de rotsformatie ook wel door lokale vissers wordt genoemd.

De tour zit er op. Het was een leuk uitstapje. Ien is vergeten zand te scheppen voor onze zandverzameling. Jammer, want we komen nog wel woestijn, maar geen strand met dit mooie gele zand meer tegen. Laat in de middag lopen we vanuit het hotel even naar het dorpje Paracas. Paracas leeft helemaal van de touristen, die van hieruit naar de Ballestas eilanden varen. Naast een paar krotten heb je er alleen maar een stuk of 20 primitieve restaurantjes. Na een blik op deze touristenverdwazing lopen we maar terug. 's Avonds duiken we na een heerlijk gebakken visje vroeg in bed.

 
Dag 5
Islas Ballestas
Woensdag 10 juli
 

Boottocht naar de Islas Ballestas

We zouden om 7:30 opgehaald worden voor de boottocht naar de Ballestas eilanden. Of ging de boot nou om 7:30 weg vanuit de haven? Het voucher geeft hierover geen uitsluitsel en aangezien het hotel geen telefoon heeft kunnen we het ook niet nachecken. We beginnen het ergste te vrezen als het tegen achten loopt en we in de verte de eerste bootjes zien vertrekken. Tot onze opluchting stopt er uit het niets plotseling een busje. Een man schreeuwt 'Dool', en even later zijn we op weg naar de haven, 2 minuten verderop. Tot onze verbazing spreekt de buschauffeur ons aan in het Nederlands. Het is een man uit Curaçao die hier al 16 jaar woont. Hij heeft ook in Rotterdam en Spijkenisse gewoond!

x
In de duinen is een kandelaar gemaakt door een onbekende beschaving.

We hebben tijdens de boottocht een leuke gids. Hij vertelt veel en is ook voor een extra stukje naar de flamingo's te porren. Onderweg naar de eilanden komen we langs 'De Kandelaar'. Dit is een 50 meter hoge figuur, in de vorm van een kandelaar, die door een onbekende beschaving in een zandduin is uitgegraven. Het is een raadsel dat het al eeuwen ongeschonden is. Het regent hier nauwelijks, maar er zijn wel degelijk regelmatig zandstormen. We hebben een snelle speedboot en naderen de eilanden in rap tempo. Naast me zit Tanya uit Eindhoven. Ze is een jaar alleen op reis. Ze trekt van Chili naar Colombia en heeft al heel wat mooie dingen gezien. Enthousiast wisselen we ervaringen uit.

Witgepoepte rotsen

Als we bij de eilanden zijn, komt de herrie van de vogels ons al tegemoet. De witgepoepte rotsen zitten vol met Jan van Genten, aalscholvers en pelikanen. Het heet niet voor niets 'De Galapagos eilanden voor de armen'. De eilanden zijn groter dan ik in mijn gedachten heb. Alleen guano (vogelpoep) verzamelaars mogen op de eilanden komen. Er zijn hele installaties gebouwd om dit 'witte goud' af te voeren. Guano was eens een heel belangrijk exportprodukt, maar door overbevissing was er nog maar voedsel voor minder aalscholvers. De sneeuwbal ging rollen: minder aalscholvers, minder poep in de zee (en op de eilanden), minder voedselrijk water en dus nog minder vis. Peru heeft zijn eigen kip met de gouden eieren geslacht.

Enorme kolonie zeeleeuwen

x
De Ballestas eilanden worden ook wel de "Galapagos van de armen" genoemd.

Aan de andere kant van de eilanden zien we veel zeeleeuwen. Ze liggen lekker op de rotsen te zonnen en laten zich niet door ons storen. In een afgelegen baai leeft een gigantische zeeleeuwenkolonie. Het lawaai dat ze maken is oorverdovend en heel indrukwekkend. We zien ook twee met uitsterven bedreigde Humbolt pinguins en fraai getekende Peruaanse sterns. Na een kwartiertje varen we weer in noodtempo terug. Zoals afgesproken maken we een ommetje naar de baai waar flamingo's zitten. Het zijn er maar weinig en bovendien staan ze verspreid over een groot oppervlak. Alleen met de verrekijker zijn ze goed te zien. Op de boot zitten nog twee Nederlanders, net als Tanya ook uit Eindhoven. De jongen is een echte avonturier, die vaak en lang reist en daarbij ook vaak een paar maanden in den vreemde werkt. Ze zijn dan ook één en al oor als Tanya vertelt over haar spectaculaire rafttocht, waarbij ze haar leven niet zeker was.

Met de bus verder naar Nazca

We lopen dit keer maar terug naar het hotel. Snel de spullen gepakt, want we worden binnen een half uur gehaald voor de bus naar Nazca. Omaatje komt ons met de taxi halen. Net als gisteren begrijpen we niets van haar Spaanse spraakwaterval. Bij de busterminal komen we een aantal bekenden van de boottocht en de bus van gisteren tegen. We zullen ze de komende dagen nog wel vaker tegen komen aangezien iedereen zo'n beetje hetzelfde rondje maakt. Het Hollandse stel is er ook. Al snel worden allerlei (sterke) reisverhalen uitgewisseld.

xx
Het vervallen kekje in Pisco..

Terwijl oma op de spullen past bezoeken we aan de overkant van het busstation een kerk uit 1729 dat als museum dienst doet. Nadat we de 3 S/. pp entree hebben betaald lachen we ons rot. Een oud mannetje toont ons een lege aftandse kerk. De vloer is een centimeter verhoogd door de vogelpoep en de houten beelden vallen van ellende uit elkaar. De catacomben zijn niets meer dan een naar pis stinkend keldertje. Ien mag de kansel beklimmen. Ik hou mijn hart vast. Straks zakt ze dwars door het vermolmde hout. Toch is de man trots op 'zijn' museum en klopt vol vuur op de beelden om te tonen dat ze van hout zijn. Binnen 5 minuten staan we weer buiten. Gelukkig is de buitenkant vanaf 100 meter nog wel een fotootje waard.

We moeten eerst naar Ica, daar een uur wachten en dan drie uur verder naar Nazca. In Ica heb je schitterende zandduinen. Je kunt er zelfs vanaf surfen. Ik wilde er nog snel even naar toe, maar de bus heeft vertraging zodat er helaas te weinig tijd voor is. Als we Ica uit rijden kunnen we ze gelukkig nog wel heel goed zien. De weg van Pisco naar Nazca is heel mooi. Schitterende bergen en zandduinen. Een echte woestijn. De oases kleuren prachtig in dit landschap. Als we een tussenstop maken in een dorpje, wordt de bus belaagd door verkopers. Fruit en andere koopwaar wordt in een mandje op een stok voor ons raam te koop aangeboden. Een ijscoman gaat op zijn karretje staan om door de busraampjes heen ijs aan de man te brengen. Dit terwijl zijn karretje langzaam rijdt!

Leuk hotel in Nazca

In Nazca worden we door Michael opgehaald, die ons naar het leuke hostal Don Agucho brengt. Ien is helemaal weg van dit gezelligste hotelletje tot dusver. Nazca is een stuk schoner en rustiger dan Lima, Pisco en Ica. Nadat we ons geïnstalleerd hebben gaan we het dorpje in. Het water loopt in mijn mond als ik bij de gezellig verlichtte stalletjes die heerlijke kippen en andere hapjes zie liggen. Vroeger nam ik het lekker van, maar nu ik een oude lul ben geworden loop ik maar te miepen over de hygiëne en niet ziek worden. De Plaza de Armas, het centrale plein, is een gezellig parkje. Op de bankjes zitten de verschillende reizigers relaxed hun verslagjes bij te werken of rustig te genieten van de om klanten smekende schoenenpoetsertjes.

We eten een heerlijk gebakken visje in La Taberna. Vanavond is er helaas geen levende muziek, zoals op de meeste andere avonden, maar de muziek van Dire Straits is ook best te pruimen. De hele tent zit overigens vol met alleen maar gringo's (touristen). Na het eten snel over het donkere onverlichte bruggetje naar het hotel.

 
 
Dag 6
Nazca: Nazca lijnen en mummies
Donderdag 10 juli
 

Met een vliegtuigje over de Nazca lijnen

We kunnen lekker uitslapen. Het ontbijt is buiten op het gezellige terras. Hoogtepunt van vandaag is een vlucht over de Nazca-lijnen. De lijnen, of beter gezegd figuren van Nazca zijn afbeeldingen in de woestijn, die gemaakt zijn door een cultuur die ongeveer 2.500 jaar geleden heeft bestaan. De Duitse Maria Reiche heeft er veel onderzoek naar gedaan, wat deze lijnen wereldbekend hebben gemaakt. Niemand weet wat het betekend. Het is slechts gissen. De één houdt het op een astrologische kalender, de ander op een landingsplaats van UFO's. Feit is dat ze dermate symmetrisch ten opzichte van elkaar liggen, dat ze door de makers alleen vanuit de lucht geconstrueerd konden worden. Een theorie is dan ook dat ze in die tijd al de beschikking hadden over hete-lucht ballonnen.

x
Met een vliegtuigje gaan we de mysterieuze Nazca lijnen bekijken.

Om 9 uur worden we door Michael opgehaald. Het is al helder genoeg om over de Nazca-lijnen te vliegen. Normaal gesproken is pas na tienen de nevel opgetrokken. Bij de luchthaven, die alleen maar dienst doet als airstrip voor vluchten boven de Nazca-lijnen, dingen ongeveer 6 vliegtuigen naar de gunst van de massaal opgekomen touristen. Het zijn kleine vliegtuigjes, waar maar twee passagiers in kunnen. De plaats naast de piloot is ingeruimd om een derde passagier kwijt te kunnen. Je hebt dan wel een stuur in je hand, maar daar kun mooi je camera op laten steunen.

x

Een van de Nazca tekeningen: De kolibri.

Met een hels kabaal kiezen we het luchtruim. Al snel komen we de eerste figuur tegen. De piloot doet erg zijn best om ons alles goed te laten zien. Soms cirkelt hij wel drie keer om een figuur heen. Je voelt dat goed in je maag. Naar de kotsgeur en de klaarhangende zakjes te oordelen houden sommigen het niet droog. Aanvankelijk kunnen we de figuren maar moeilijk vinden, maar als we eenmaal weten hoe groot ze zijn hebben we ze snel te pakken. De meesten zijn in het zand gemaakt, maar sommigen zoals de bekende kolibrie zijn op of tegen een berg aangemaakt. De lijnen zijn 10 centimeter breed, de breedte van een voet. De kleinste is 48 meter lang, terwijl de grootste (de alcatraz) 250 meter lang is. We kunnen ook het torentje zien waar vanaf je twee figuren kunt bekijken. Na een half uurtje zijn we weer terug. De vlucht was meer dan de moeite waard.

De twee Italianen, waarmee we samen waren, blijven in het dorp achter. Wij gaan samen met gids Michael naar een kerkhof van de Nazca cultuur uit de 6e eeuw. De doden werden in een onderaardse kamer begraven, waarna de grafkamer met hout en klei werd afgedekt. Om de doden langer te laten 'leven' werden ze gemummificeerd. Met touwen werden ze in de foetus-houding vastgemaakt. Vervolgens werd het lijk als een kip geroosterd. Hierna werden er doeken omheen gewikkeld en het lijk in de tombe geplaatst met het gezicht naar de opkomende zon. Door de eeuwen heen zijn alle graven opengebroken en leeggeroofd. De dieven waren vooral uit op de kostbare, fijn geweven lijkdoeken.

Mummies in de woestijn

x
In Nazca bezoeken we een eeuwenoud kerkhof..
x
In de open graven liggen goed bewaard gebleven mummies

Een aantal graven zijn blootgelegd door archeologen. In de graven zijn weer mummies geplaatst. Deze lagen oorspronkelijk niet meer in de graven. De rovers hadden ze naast de graven gegooid en ontdaan van de kleden. De begraafplaats is wel 2 kilometer lang. Overal zie je beenderen en schedels liggen. Erg indrukwekkend, maar toch niet luguber. Op de terugweg zien we twee uilen midden in de woestijn staan. We zijn dolenthousiast, terwijl we Michael zien denken dat hij met een stelletje idioten te doen heeft.

Keramiekbedrijfje

In Nazca bezoeken we een keramiekbedrijfje. Het hele proces wordt getoond. Het beschilderen van de potten gaat razendsnel en binnen een paar minuten heeft hij één van de 34 verschillende motieven op de pot geverfd. De kleuren zijn allemaal natuurlijk. Ze gaan in de bergen op zoek naar verschillende soorten klei en stenen. Deze brokken malen ze fijn, voegen er water aan toe en verkrijgen zo een natuurlijke verfkleur. Ze gebruiken 7 kleuren, allen verkregen op de bovenstaande wijze. Het zijn dus allemaal wat sombere kleuren. We vinden de potten wel mooi en willen er eentje kopen. Als de man echter 20 soles vraag voor een klein bordje mag hij zijn spullen houden.

Tour rondom Nazca

Na een hapje in het hotel gaan we om 2 uur weer op stap. Dit keer zijn de Italianen er weer bij. Het zijn twee aardige, maar afstandelijke knullen die weinig zeggen. De eerste van de vier plaatsen die we vanmiddag bezoeken is een verlengstuk van de Nazca-lijnen. Vanaf een heuveltje zien we een aantal driehoeken en wat slingerende lijnen die ook door de Nazca cultuur zijn gemaakt. Ze stellen echter niets voor, zodat ze ook niet erg bekend zijn. Het uitzicht over de Andes vind ik een stuk indrukwekkender. We zien een beetje achter een heuvel de grootste zandduin te wereld. Veel meer dan dat weet Michael helaas niet te melden.

Inca aquaduct en ruïne

Hierna naar een aquaduct dat door de Inka's is aangelegd en nog steeds in gebruik is. Nazca ligt niet aan een rivier en het regent slechts 30 cm per jaar. Om toch aan water te komen hebben ze een aantal ondergrondse kanalen, de aquaducten, aangelegd om het water op de juiste plaats te krijgen. De stukken onder de grond zijn ongeveer 800 meter lang. Om de aquaducten schoon te houden hebben de Inka's om de 40 meter een afsluitbaar luchtgat gemaakt. Hier kunnen schoonmakers in om het kanaal uit te baggeren en van takken etc. te ontdoen. De 40 meter tussen de luchtgaten zwemmen ze onder water. Voor de bezoekers zijn 6 van deze luchtgaten opengesteld. De rest gaat alleen maar open bij een schoonmaakbeurt. Er wordt hier erg veel katoen verbouwd. Het is oogsttijd. De velden staan vol uitgesprongen knoppen met witte kapok.

De volgende stop is bij een vervallen Inka-ruïne. Het was het hoofdkwartier van de Inka's in de regio Nazca. Op sommige plaatsen kun je de typische Inka-stenen zien, die precies op maat zijn gemaakt waardoor er geen cement nodig is. In Cuzco zullen we het allemaal veel beter gaan zien.

Gouddelvers

Tenslotte bezoeken we nog een familie die zich bezig houdt met gouddelven. Het gaat er zeer primitief aan toe. Ze trekken eerst de bergen in om stenen te zoeken waarin ze goud verwachten. Op de berg worden wat proefstenen gemalen en met een pan gewassen. Als ze een plek hebben waar ze meer goud verwachten, scheppen ze zakken vol en nemen die mee naar Nazca. Hier worden ze in een trommel vol ijzeren kogels fijngemalen. Vervolgens wordt het op een niet te omschrijven 'schommel' gewassen. Het in de overblijvende pulp aanwezige goud wordt opgelost in sterk giftig en milieuvervuilende kwik. Het kwik wordt in een zeef, een doekje met nauwe mazen, opgevangen en door de gaatje geperst. Het goudhoudende kwik blijft achter. Om het goud uit de legering te krijgen wordt het verwarmd. De kwik verdampt en goud blijft over. Op deze manier komen ze met z'n allen aan een paar gram goud per dag. Net genoeg om in leven te blijven. De hoop op de vondst van een grote goudader houdt ze op de been.

De nachtbus naar Arequipa

We hebben een 10 uur durende nachtbus naar Arequipa. Tot onze ergernis hebben ze een goedkopere bus voor ons geboekt. Voor 2 gulden extra hadden we een stuk luxer gezeten. Als de bus met 45 minuten vertraging arriveert lijkt het wel mee te vallen. We hebben een redelijke stoel. Probleem is echter dat de bus overboekt is en er mensen in het gangpad zitten en liggen. Geen prettig idee met je handbagage tussen je benen. Naast mij in het gangpad ligt een smerige man met een dochtertje dat vreselijk naar kots stinkt. Ze leunen lekker tegen mijn benen en ik zie in gedachten het ongedierte al op mijn broek springen. Gelukkig neemt een non na een uurtje het meisje op de schoot en gaat de man slapen.

De chauffeur is vreselijk. Hij scheurt er op los. Zelfs in normale bochten moet je je vast houden. Vooral in het donker weet je niet wat je overkomt. Als er om 3 uur 's nachts een andere chauffeur het stuur over neemt is de rit ineens een stuk aangenamer en kunnen we zowaar een paar uur slapen.

 
Dag 7
Arequipa
Vrijdag 12 juli
 

Arequipa

We zijn om 6 uur in Arequipa. Ricardo, die ons op zou halen, is in geen velden of wegen te vinden. Ik probeer hem te bellen, maar kom niet verder dan het antwoordapparaat. Ook naar Lima bellen lukt niet. Het kantoor van Victor Travel is nog niet open en het privé-nummer klopt niet. Om 7 uur komt er een taxi-chauffeur op ons af. Hij vraagt of we vouchers hebben. We vinden het vreemd en vertrouwen het niet. Hij kent onze namen niet en weet ook niet naar welk hotel we moeten. Hij weet wel te vertellen dat Ricardo voorlopig nog niet komt, terwijl wij de naam Ricardo niet hebben genoemd. Na nog een paar vergeefse belpogingen besluiten we toch maar met de vertrouwd ogende man mee te gaan naar ons hotel. Het is een kleine 10 minuten naar ons hotel in het centrum. Het hotel ziet er keurig en heel gezellig uit. We kunnen de was laten doen, die vanavond al klaar is. Lekker lux. We moeten tot 3 keer toe van kamer veranderen. Eerst kamer 8 omdat 17 nog niet schoon was. Eenmaal in 17 bleek de douche het niet te doen, dus wij weer terug naar 8. 8 is echter een driepersoonskamer, dus een uur later krijgen we een 'veel mooiere' kamer aangeboden. Geen stoelendans, maar een kamerdans.

Het is heerlijk weer in het op 2300 meter gelegen Arequipa. Op het dakterras van het hotel zitten we lekker in het zonnetje brieven te schrijven en de dagboeken bij te werken. Om 10 uur belt ons touristenbureau met één of ander lulverhaal. Ze hadden ons pas om 10/11 uur verwacht. Dan komen er niet eens bussen! Michael zei gisteren dat hij nog had gebeld om door te geven hoe laat we aankomen, al geloof ik daar ook al geen moer van. Regelen met de Peruaanse slag zal ik maar zeggen. Nadat ik mijn ongenoegen had uitgesproken regelen we de rest. Morgen om 8 uur naar de Colca canyon (2 dagen) en maandag worden we om 10:30 naar het vliegveld gebracht voor de vlucht naar Puno.

's Middags gaan we de gezellige stad in. Hoe verder we van Lima komen, des te schoner het wordt. Het is warm en de lucht felblauw. We kunnen goed de twee vulkanen zien. De ene is bedekt met een prachtig wit ijskleed. Het centrum staat vol oude, goed onderhouden historische kerken en overige gebouwen.

Santa Catelina klooster

De typerende rode hofjes van het zeer bijzondere klooster.

We bezoeken het bekende Santa Catalina klooster. We nemen een gids, die bijna 2 1/2 uur informatie spuit over het ook binnen de katholieke kerk bijzondere klooster. Het klooster is pas in 1970 opengesteld voor het publiek. De nog aanwezige nonnen verhuisden als gevolg van een aardbeving naar een ander klooster. Door de eeuwen heen was het een hele eer om in het klooster opgenomen te mogen worden. Het kostte erg veel geld en alleen rijke families konden pronken met een dochter in het klooster. De oudste was doorgaans de sigaar. Om in het klooster te mogen moesten de ouders de eerste vier jaar, als de dochter novice is, 400 goudstukken betalen. Als ze hierna trouwt met Jezus kostte dat nog eens 1500 goudstukken. Als de ouders het niet konden meer betalen moest dochterlief het klooster verlaten. Dit was overigens de enige manier om er uit te geraken. Eenmaal binnen betekende levenslang.

De nonnen mogen hun beeltenis niet zien. Pas als ze dood zijn wordt een schilderij van de overledene gemaakt.

De bewoners mochten alleen vanuit een speciale donkere kamer met de ouders praten. Hier konden zij wel de ouders, maar de ouders hun niet zien. Om te zorgen dat ze geen verkeerde dingen zeiden was er altijd een tweede non bij om het gesprek te controleren. Als de nonnen vonden dat ze iets verkeerds gedaan hadden deden ze aan zelfkastijding. Populair was een maliënkolder met scherpe punten, die ze tot bloedens toe tussen hun kleren droegen. Ze wisten volgens mij uit verveling niet meer wat te doen. Of ze vonden het gewoon lekker. Gekke mensen, die nonnen.

De nonnen mochten een gedeelte van hun 'aardse rijkdom' meenemen naar het klooster. Precies 25 voorwerpen en doorgaans ook een of twee hulpjes. Iedere non had een eigen kamer en keuken. De hulpjes hadden ook een eigen vertrekje. We krijgen een goed beeld van het leven zoals het zich hier eeuwenlang heeft afgespeeld.

Na een bijzonder interessante rondleiding gaan we weer terug naar het hotel. 's Avonds eten we bij de Argentijn. Hier vallen de biefstukken als het ware over je bord heen. Zelfs ik heb moeite de 350 g naar binnen te werken. Op het centrale plein vieren studenten van de grootste school van Arequipa het einde van het jaar met een verklede lampionnenoptocht.

 
Dag 8
Colca Canyon
Zaterdag 13 juli
 

Mooie rit naar de Colca Canyon

We worden 8:15 opgehaald vanaf het hotel. We gaan voor twee dagen naar de Colca canyon. Deze canyon moet de diepste ter wereld zijn. Op sommige plaatsen wel 3.400 meter. We dachten met een klein groepje te gaan, maar als een uur later eindelijk iedereen opgehaald is blijkt de bus vol te zitten met 23 touristen uit alle windstreken. We hebben in Naomi een enthousiaste gids. Met een gulle lach vertelt ze honderd uit over de plaatsen die we gedurende de 5 uur lange rit passeren.

Als we boven de 4000m komen we mooie ijsvelden tegen.

Nadat we voor Ien nog wat extra anti-hoogtepillen hebben gekocht, rijden we Arequipa uit. We kunnen goed de besneeuwde 'perfecte' vulkaan El Misti (5822) en de hoge bergketens Chachani (6057 m) en Pichu-Pichu (5669 m) zien. Het eerste stuk gaat door een ruig en onbegroeid landschap. De onverharde weg doet hoge stofwolken opwaaien achter de auto's. Soms is de weg voor ons helemaal niet meer te zien. In de verte zien we een actieve vulkaan vuur grote stofwolken uitspuwen. Als we boven de 3000 meter komen zien we de eerste begroeiing. Het is een taaie grassoort, die alleen tussen de 3 en 4 duizend meter groeit. Lama-achtigen eten het en houden zo hun gebit kort.

Vicunas

Als we bij een meertje komen zien we een grote groep vicuñas. Deze wilde, ranke familie van de lama is vrij zeldzaam geworden. We nemen lekker de tijd om van deze mooie dieren te genieten. Een stukje verder stoppen we bij een moerasachtig gebied. Er zijn hier veel vogels, waaronder 4 Andes flamingo's, een zwarte Andes ibis, grote witte ganzen en een donker reigertje. De uitzichten zijn spectaculair. Als we boven de 4000 meter komen zien we felgroene mossen prachtig om grote stenen groeien. De hoogte wordt nu een probleem. We moeten passen van 4.500 en 4.800 meter over. Op 4.000 meter zweven we de bus uit naar een restaurant voor een bakje coca-thee.

Chivay aan de rand van de Colca Canyon

We overnachten in Chivay, aan de rand van de canyon. Het is er erg koud en alle shirts en truien worden meteen aangetrokken. In het dorp leven kleurrijke indianen. De meesten dragen prachtige traditionele kleding. Naomi zegt dat een jurk wel 450 soles kost, een gigantisch bedrag voor de vaak arme indianen. Aan de hoed kun je zien of ze getrouwd zijn. Één bloem betekend dat ze getrouwd zijn, met twee bloemen zijn ze nog vrijgezel en als ze zwarte bloemen dragen zijn ze weduwe.

Meisje uitr Chivay. .

Ien heeft behoorlijk last van de hoogte. Door rustig aan te doen, veel te drinken en suiker te eten moeten de symptomen, kortademig en hoofdpijn, verminderen. Met een in Duitsland geboren Algerijn loop ik naar de andere kant van een riviertje. Vanaf die kant kun je goed de Inka-funderingen zien van de boogbrug. Het pad dat de bergen in gaat is ook door de Inka's aangelegd.

De groep gaat naar de natuurlijke warmwaterbaden. Wij rijden ook mee, maar hebben geen spullen bij ons om het bad in te gaan. We besluiten terug te lopen naar het dorp. Een leuke wandeling van 45 minuten. Vlak na donker zijn we terug.

Na het eten verandert het restaurant van ons hotel in een peña. Een peña is een barretje waar indianenmuziek wordt gespeeld. Het is een leuk bandje, dat vrolijke muziek speelt. Iedereen wordt de dansvloer opgetrokken en danst letterlijk de longen uit het lijf. Ook Ien doet enthousiast een nummertje mee, maar moet dat met een stekende koppijn bekopen.

 
Dag 9
Colca Canyon
Zondag 14 juli
 

Condors stijgen op uit de diepte

Wandeling boven de Colca Canyon.

Om half zes worden we gewekt en na een 'snel' ontbijt spoeden we ons naar 'Mirador Cruz del Condor'. Het is erg koud en we hebben dan ook alle kleren aan die we bij ons hebben. Na een uur verlaten we de bus. Het is 45 minuten lopen naar Cruz del Condor, waar condors gebruik maken van de eerste zonnestralen om op de warme lucht de canyon uit te zweven.

Enorme condors vliegen vlak over ons hoofd. Deze grootste vliegende vogels ter wereld hebben een spanwijdte van 3 meter !

Aan het begin zien we meteen al de eerste condors uit de diepte opstijgen. De Colca canyon is hier heel erg mooi. De diepte is indrukwekkend. Tijdens de schitterende wandeling zien we tot onze grote verrassing een groep felgroene parkieten vliegen. Als ze even stoppen bij wat rotsen kunnen we ze met de verrekijker goed observeren. Wat een verrassing, parkieten op 3.600 m hoogte!! We zien ook een 'krulstaartkonijn'. Zo noem ik hem maar, vanwege zijn lange apart gekrulde staart.

Als we bij Cruz del Condor komen slaat ons hart over. Er vliegen tientallen condors vlak over je hoofd. Er moeten hier wel 50 exemplaren leven. Je kun je niet voorstellen dat de condor één van de bedreigdste diersoorten ter wereld is. Ik wordt er door Naomi op attent gemaakt dat je vanaf een uitstekende rotspunt, met daaronder een diepte van 2.000 meter (!), dicht bij een condornest kan komen. Ik waag mijn leven om er te komen. Gelukkig is Ien een stukje verderop. Het is een uniek plekje. De condors scheren over je hoofd. Op de steile rotsen zie ik twee nesten, met helaas al bijna volwassen jongen. Alleen aan de kleur kun je zien dat het jongen zijn. Jongen zijn namelijk bruin, terwijl de oudere vogels veel wit in hun verenpak hebben.

De Colca Canyon is op sommige plaatsen 2000 meter diep! Boven vriest het, terwijl er beneden rijstterrassen in de zon liggen.

Mooie uitzichtpunten

Op de weg terug stoppen we een paar keer bij mooie uitzichtpunten en primitieve dorpjes. Er is hier een paar jaar terug een verwoestende aardbeving geweest. We zien een gedeeltelijk ingestorte kerk als bewijs. De grond zakt op sommige plaatsen na de aardbeving een meter per jaar weg. Muurtjes zijn 'beveiligd' door er in plaats van prikkeldraad cactussen op te plaatsen. Ook stoppen we nog bij een kaasfabriekje. Helaas krijgen we de fabriek nauwelijks te zien, maar de heerlijke yoghurt en broodjes kaas gaan er wel in.
Terug naar Arequipa

De typerende rode hofjes van het zeer bijzondere klooster.

In Chivay lunchen we met levende muziek. Een knul van onze groep neemt de plaatselijke lekkernij, een gebraden cavia. Cuy, dat je uitspreekt als 'koei'. We mogen ook een stukje proeven. Het verschil tussen kip en marmot is voor ons marginaal.

Op de terugweg naar Arequipa stoppen we slechts éénmaal om een boer met een groep lama's te fotograferen. Als dank geven we hem een lading fruit mee. 's Avonds nemen we een bakje soep in het hotel. We hebben weinig trek en bovendien zijn alle leuke restaurants op zondag dicht.

 
Dag 10
Arequipa naar Puno
Maandag 15 juli
 

Vliegen naar Puno aan het Titicacameer

Even snel een briefje naar huis schrijven en daarna snel naar het vliegveld voor de vlucht naar Puno aan het Titicacameer. We worden opgehaald door iemand van Sun tours. Tot mijn ergernis biedt hij, ondanks mijn voorzetje, niet zijn excuses aan voor het feit dat hij ons voor lul had laten wachten bij aankomst in Arequipa. Ook moet ik vragen om de gemaakte kosten vergoed te krijgen. Wat een eikel.

De vlucht naar Juliaca is spectaculair. We vliegen vlak over de vulkanen van Arequipa. Het enorme kratergat van El Misti is goed te zien. Ook de fraai gekleurde meertjes in de kale Andes zijn mooi. De vlucht duurt maar 25 minuten. In Juliaca worden we opgewacht door een Peruaans bandje en iemand van Leon tours. In Juliaca rijden verrassend veel fietstaxi's. 30.000 op een inwonertal van 170.000. Ik geloof er geen snars van, maar de gids houdt voet bij stuk.

Vrieskou in Puno

We proberen bij een straalkacheltje warm te blijven. Het vriest behoorlijk.

Het is een half uurtje rijden naar Puno. Het is ons eerste contact met de 'Altiplano', de bekende hoogvlakte van de Andes. We zijn samen met twee aardige Spanjaarden, Christine en Mozes, die vanaf Arequipa ongeveer dezelfde route als wij volgen. Als we bij ons hotel komen blijkt het weer geweldig geregeld te zijn. Er is niet voor ons gereserveerd en het hotel is vol. De Spanjaarden hebben de laatste kamer. Wij moeten maar op zoek naar een ander hotel. Ze proberen ons eerst in goedkope hotels te dumpen, maar als we die tot tweemaal toe afkeuren brengen ze ons eindelijk naar een redelijk hotel. Het is echter nog steeds minder dan waar we recht op hebben, zodat we morgen switchen naar het oorspronkelijke hotel.

Het is vreselijk koud in Puno. Niet de -16 C van twee weken terug, maar toch koud genoeg om het onbehaaglijk koud te hebben onder vier dekens.Aangezien Ien naast de kou ook last van de hoogte heeft blijven we de rest van de dag onder de wol naar wat suffe TV-programma's kijken. Alleen 's avonds even naar een tentje aan de overkant om te eten. Leon Tours maakt er wel een zootje van. Eerst het hotel niet gereserveerd en om half acht komen ze pas opdagen, terwijl we om 6 uur hebben afgesproken.

 
Dag 11
Puno
Dinsdag 16 juli
 

Slenteren door het Indiaanse Puno

Markt in Puno.

In plaats van de afgesproken tijd van 1 uur komt Leon tours ons om 10 uur plotseling halen om van hotel te wisselen. Nadat we ons in het gezellige, maar veel te kleine hostel Coffre hebben geïnstalleerd gaan we met het meisje, dat alleen onverstaanbaar Spaans giechelt, mee naar het bureau van Leon tours. Ik wil nu alles eens duidelijk op papier hebben. Het is zonnig in Puno en de temperatuur hierdoor aangenaam. We lopen wat door de stad. Op de markt proberen kleurrijke indiaanse vrouwen fruit, breiwerk of andere spullen te verkopen.

IJs verkopen in het steenkoude Puno ?!

Op de trap van de kerk aan de Plaza de Armas gaan we lekker in het zonnetje zitten en laten het leven van Puno op ons inwerken. We zien ijsverkopers goede zaken doen, vrouwen met hun kind op de rug sjouwen, mannen op het plein brieven uittypen en veel meer leuke straattafereeltjes. Ien laat haar schoenen poetsen door een aardige knul. Naast ons zit een oud indaans vrouwtje met haar man. Als een ijsverkoper langs komt zie je ze denken 'wat lekker, maar 20 cent is wel erg duur'. We geven maar een rondje.

Graftorens van Sillustani

Om half drie worden we opgehaald vanaf ons hotel. Samen met een vlotte Zwitserse student worden we in een overvolle bus gepropt voor een excursie naar Sillustani. Het is een half uurtje rijden naar het complex.

Graftorens uit de Colla en Inka tijd.

Sillustani is een heuvel vol graftorens uit de Colla- en later de Inka-tijd. Het zijn imposante bouwwerken. Zoals overal zijn alle graven leeg geroofd. Aangezien ook de mummies weg waren kwam men er pas laat achter dat het graftombes waren. Het uitzicht vanaf de heuvel is schitterend. Je kijkt uit over een meer met ruige oevers en eilandjes. Het is laat in de middag, zodat de kleuren fantastisch zijn. Even denk ik dat mijn geld gerold is door opdringerige kinderen. Als een kind samen met een oudere jongen verdacht gaat doen als ik tevergeefs mijn broek en jas doorzoek heb ik de 'schuldigen' al te pakken. Vlak voor in de Zwitser wil vragen me te helpen de oudere knul beet te pakken en te fouilleren vind ik mijn portemonnee in de videotas. Hoe is die daar terecht gekomen??

Bij de tombes probeert een muzikant wat bij te verdienen.

De gids vertelt veel over de graftomben. Alleen hooggeplaatsten konden zich zo'n tombe veroorloven. Als de meester stierf, werden zijn vrouw, een paar van zijn kinderen en een aantal dienaren gedood en met de meester begraven. Allemaal om hem te dienen in zijn volgende leven. Op het moment dat de Spanjaarden arriveerden was het gedaan met Sillustani. Er werd niet meer gebouwd, zelfs bijna voltooide torens werden niet meer afgebouwd.

Uitzicht vanaf Sillustani.

De reden was dat de Spanjaarden in hun honger naar goud de bestaande graven leeg roofden en dat bij nieuwe graven beslist weer zouden doen. Heel wat goud is door de Spanjaarden geroofd en omgesmolten om gouden munten van te maken, die weer werden gebruikt om de kostbare oorlogen in Europa te financieren.

's Avonds eten we in een gezellig restaurant. We kijken wel tegen een wandposter van de keukenhof aan. Het aangekondigde bandje laat echter, naar goed gebruik in Puno, verstek gaan.

 
Dag 12
Titicaca meer
Woensdag 17 juli
 

Naar de drijvende eilanden van de Uros indianen (Titicaca meer)

Een van de rieten eilandje van de Uros indianen. De eilanden en huizen zijn van riet en moet continue worden vernieuwd.

Na een vreselijke nacht (last van kou, warmte en hoogte) staan we om 6 uur geradbraakt op. Vandaag gaan we met een boot het Titicacameer op. We hebben een indiaanse gids die helaas weinig engels spreekt. Het is een half uurtje varen naar de drijvende eilanden van de Uros indianen. De Uros waren eens een apart volk, maar hebben zich nu geheel gemengd met de Aymara indianen van het vaste land.

De Urus varen in zelfgemaakte rieten kano's.
Ook de kano's gaan maar een paar maanden mee.

Ze leven op rieten eilandjes in het Titicacameer, vlak buiten de baai van Puno. Op de rieten eilandjes wonen ze in rieten hutjes en varen met rieten bootjes. Alles draait om riet. Ze eten zelfs riet. Ze houden ook varkens. Deze dieren vreten soms gaten in het eiland, zodat de indianen de varkens het liefst op aparte eilandjes houden. De eilandjes zijn helemaal verziekt door het tourisme. Er zijn honderden bezoekers per dag. De Uros worden steeds afhankelijker van het verkopen van snuisterijen. De cultuur is hierdoor al een tijdje geleden verloren gegaan.

We hebben de mazzel er als eersten te zijn en kunnen mooie foto's maken. Ik maak op een rieten bootje een rondje om het eiland. Na een paar minuten komt de volgende boot en even later nog een aantal. Je ziet tussen de touristen de indianen niet meer. Ik heb een mooie film gemaakt, maar deze verdoezelt wel de harde werkelijkheid.

Taquile eiland

De beruchte trap met 500 "treden" .

Het is drie uur varen naar Taquile. Taquile is een vast eiland, waar fraai geklede indianen leven. Ik wilde er oorspronkelijk een nacht blijven, maar heb dat vanwege de kou maar uit mijn hoofd gezet. Het eiland is 1 km breed en 7 km lang. Om in het dorp te komen moet je eerst de beruchte trap met 500 treden op. Niet makkelijk als je van 3.800 m naar 4.000 m moet klimmen.

De tegenwoordig sportieve Ien is al aardig aan de hoogte gewend en neemt de hindernis zonder al te veel problemen. Door de hoogte en de lagere luchtdruk zijn alle luchtdicht verpakte spullen opgezet. Ook de tube met zonnebrand. Als we hem openen spuit de crème er uit. Ondanks de vele touristen is Taquile nog puur. De mensen gaan hun gang en laten hun dagelijkse bezigheden niet verstoren. De mannen hebben een typische muts met een rode pluim. De versierde kleding is grotendeels wit. De vrouwen dragen vele kleurrijke rokken over elkaar. Je kunt het goed zien als ze op de trap voor je lopen. Het lijkt alsof ze allemaal zo dik zijn als Jamina, de vrouw van Maurice. Zowel de mannen als vrouwen, van jong tot oud, houden zich grote delen van de dag bezig met breien. Ien is onder de indruk van het feit dat ze al de ingewikkelde patronen uit hun hoofd weten.

De mannen in Taquile houden zich vooral bezig met breien !!

Een groep mannen is bezig met het bouwen van een huis. Het is een zwaar karwei. Eerst moeten grote brokken steen naar de bouwplaats worden gesjouwd. Vervolgens wordt met een beitel de steen gekliefd in het juiste formaat. Deze stenen worden op elkaar gestapeld en met klei aan elkaar bevestigd. Er zijn wel 20 mannen bezig met het huis.

We lopen een beetje door het dorp en genieten van de leuke tafereeltjes. Na een gebakken forel uit het meer dalen we weer af naar de boot en varen terug naar Puno. De gids neemt even het roer over en vaar vlak voor Puno met volle vaart het riet in. Er komt troep in de schroef en even later dobberen we hulpeloos over het Titicacameer. Gelukkig weten ze het wier na een half uur te verwijderen, zodat we even voor zessen terug zijn in het ijskoude Puno.

Op de boot zitten ook een Engelsman en zijn zoon. Het is een interessante man, die al heel wat van de wereld heeft gezien. Zijn zoon is net afgestudeerd als arts. Hij vertelt van het hondse leven als arts. Hij heeft net een baan aangenomen voor 72 uur per week. In de prakt_k betekent dit 100 uur!! In Engeland mogen alleen militairen en artsen zo lang werken. Door deze extreme werkdruk sterven er regelmatig mensen. Zijn pa woont in Moskou. Hij werkt al 20 jaar buiten zijn geboorteland en het bevalt hem prima, zo lang hij maar regelmatig terug kan naar Londen. Hij heeft Peru ook in 1960 en 1991 bezocht. Vijf jaar terug was het hier door het 'Lichtend Pad' slechter dan in 1960. Momenteel gaat het volgens hem weer een stuk beter met Peru. Het is een echte avonturier. Hij zoekt dan ook de wildste gebieden op. Van de week was hij 28 uur met een bus onderweg (5 lekke banden) in het noorden van Peru. De reis was gepland op 10 uur, maar hij vond het schitterend.

Terug in Puno

Terug in het hotel hebben we een aanvaring met de eigenaar. We vragen of het mogelijk is vanavond voor het slapen gaan warm water te krijgen voor de kruik van Ien. De man reageert volkomen gestoord. Hij heeft er geen zin in en in plaats van te zeggen dat hij het niet doet gaat hij allerlei lulverhalen ophangen. Als we aanhouden verstaat hij plotseling geen engels meer en wil hij alleen nog maar praten in het duits. Het eindigt in een ordinaire scheldpartij. De man beweert ook dat hij onze douche heeft gerepareerd. Niet dus, en dat wist ik al van tevoren. Hij zei dat de douchekop vuil was, maar dat had ik zelf al gecontroleerd en niets gevonden. De idioot wilde gewoon niet toegeven dat in zijn land niet voldoende druk op de waterleiding is om op de 4e verdieping een normale straal te krijgen. Het lijkt wel een Colombiaan, die ook vindt dat alles in zijn bananenrepubliek het beste van de wereld is.

Ik laat goed blijken boos te zijn en weiger verder met hem te praten. Gelukkig zijn we niet de enigen die problemen met hem hebben. Twee (zieke) Fransen hebben ook vervelende ervaringen met de man. Bij de vraag om een kopje thee voor haar zieke echtgenoot zeeg hij zelfs geïrriteerd als een islamiet op de knieën, boog gedienstig en zei "Goed madam, oke madam". Zoiets vraag je aan een vrouw , maar niet aan de heer des huizes. Wat een eikel.

 
Dag 13
Met trein van Puno naar Cuzco
Donderdag 18 juli
 

Over de Altiplano naar Cuzco.

De man laat zich bij ons afscheid niet zien. Onze slechte ervaring met 'onze' organisatie in Puno bereikt een nieuw dieptepunt als het hulpje van Leon tours bij de trein, die ons naar Cuzco moet brengen, met goedkope tickets aan komt kakken. We hebben voor de Inka klasse betaald en die eis ik dan ook. Ik scheld de man verrot en eis dat hij de tickets omruilt. De man is een hoopje ellende en beweert dat alle klassen hetzelfde zijn. Ik laat me van mijn stuk brengen door een tourist, die zegt dat de 'Inka klasse' en de 'Tourismo klasse' hetzelfde zijn. Ik vergelijk de twee treinen en die blijken ongeveer hetzelde te zijn. Ik accepteer dus toch maar de tickets. In Juliaca wordt echter het treinstel met de 'Inka klasse' geruild voor een wagon met luxe stoelen en video aan boord.

In Puno hebben we anderhalf uur vertraging en in Juliaca komt daar nog eens een half uur bij. Om Puno uit te komen moest de trein wel 15 keer heen en weer rijden om op het juiste spoor te komen en alle wagons te koppelen eer we het station uit kunnen. In Puno rijden we de eerste kilometers over de markt, die langs de spoorlijn is opgetrokken. Er zijn een paar plaatsen vrij en die pikken we na vertrek meteen in. Tegenover ons zit zo'n beetje het kleurlooste stel dat we ooit hebben gezien. De hele treinreis zeggen ze niets tegen elkaar of medereizigers. We zijn blij 4 plaatsen met z'n tweeën te hebben. Tussen ons in is een tafel, die we goed kunnen gebruiken als kaarttafel.

Op de 3000 meter hoge Altiplano lijken de 6000 meter hoge bergen slechts kleine beklimbare heuveltjes

De rit is ronduit schitterend. Het is ca. 350 km over de Altiplano, de hoogvlakte van Peru op gemiddeld 3.700 meter hoogte. We rijden door afgelegen gebieden, waar lama's en alpaca's de baas zijn. Pittoreske dorpjes en uitgestrekte graslanden. Sommige 'heuvels' zijn met sneeuw bedekt en blijken bijna 6.000 meter hoog te zijn. Als we dichter bij Cuzco komen dalen we ook wat af en krijgt het landschap een ander aanzicht. Het wordt een stuk bevolkter en de bouwgrond neemt de plaats in van de kale heuvels. Ook zien we hier voor het eerst groepjes bomen.

Ondanks de 2 uur vertraging zijn we een half uur te vroeg in Cuzco. De ophaaldienst laat het weer afweten, zodat we al spoedig alleen op het station staan. Een paar mannen proberen ons te helpen, maar ik wil alleen opgehaald worden door degene met wie ik heb afgesproken. Uiteindelijk worden we door iemand van de bewakingsdienst geholpen. Deze belt onze agent op, die van niets blijkt te weten. Tot overmaat van ramp denken ze dat we bij een ander station staan en proberen ons daar op te halen. Als ik telefonisch de garantie heb gekregen dat de man die ons steeds wilde helpen te vertrouwen is, gaan we met hem naar het bureau van onze agente Roxanne. Het bureau bestaat uit niet meer dan een tafel en een stoel, weg gestopt achter in een diepe souvernirwinkel. Je zou het nooit vinden als de winkel niet gelegen was aan de drukke Plaza de Armas.

Victor Travel in Lima blijkt niets door gegeven te hebben. Het is ook mogelijk dat het bijzonder primitief ogende bureautje zijn zaakjes niet op orde heeft. In ieder geval was er (alweer) geen reservering voor ons gemaakt en moeten we weer zelf op zoek een hotel. Gelukkig is het eerste hotel dat we bekijken van voldoende kwaliteit en heeft het ook nog ruimte, zodat ons een eindeloze zoektocht door Cuzco wordt bespaard.

Het centrum oogt bijzonder gezellig. De historische gebouwen rond de Plaza de Armas zijn fraai verlicht. Er zijn veel touristen in Cuzco De straten zien wit van de mensen. Nadat we ons hebben geïnstalleerd, duiken we een gezellig restaurantje in. Er speelt een Peruaans bandje, waarop vier indianen allerlei dansen uitvoeren.

 
Dag 14
Cuzco (Rustdag)
Vrijdag 19 juli
 

Ien heeft de hele nacht wakker gelegen. Ondanks het aanhebben van heel haar garderobe had ze het koud. Ook heeft ze nog steeds last van hoofdpijn. Dit ondanks het afdalen van 3.800 naar 3.300 meter. Gelukkig kan ze de meeste ellende van zich afdouchen.

We hebben vandaag een rommeldagje. Inkopen doen voor Manu, naar het postkantoor en vooral veel touristenwinkeltjes bekijken. Maar eerst gaan we naar Expeditiones Manu om alles af te spreken voor de 9-daagse trek die zondag begint. We nemen met onze gids alles door. Het is een apart type. Een typische natuurfreak, die het leuk vindt sterke verhalen op te hangen als hij merkt dat Ien sommige dingen een beetje eng vindt. Hij weet ons ook nauwelijks te overtuigen waarom deze reis ruim 2 maal zo duur is dan bij andere organisaties. Als het hem allemaal te lang gaat duren laat hij dit duidelijk merken door verveeld en ongegeneerd te geeuwen. Zondagmorgen om 5 uur vertrekken we.

Demonstranten roepen moeders op om hun kinderen tegen polio en tetanus.

Een blok verderop is het postkantoor. Er is net een brief aangekomen van Ans. Heet van de pers, slechts 4 dagen onderweg geweest. Onder het genot van een jugo genieten we van de brief. Ze heeft zelfs het cryptogram meegestuurd! Met de nieuwe scope-kaart bellen we ook even goedkoop naar Nederland. Als we terug lopen naar het centrum komt er een demonstratie voorbij. De demonstranten roepen alle moeders op hun kinderen in te laten enten tegen polio en tetanus. Er doen honderden mensen mee, gegroepeerd in scholen, dorpjes of andere eenheden. Ze marcheren langs een jury, die heel gewichtig cijfers uitdeelt. We komen de 2 Spanjaarden uit Puno ook even tegen. Het is een aardig stel.

We zitten al vroeg in een pizzeria aan de Plaza de Armas. We willen eerst alleen wat drinken. De ober is erg onaardig en kortaf. Als we na een uurtje naar het eetgedeelte gaan zien we de eerste lach op zijn gezicht verschijnen en is hij één en al gemaakte vriendelijkheid.

 
Dag 15
Cuzco
Zaterdag 20 juli
 

Zaterdag 20 juli Cuzco

Ook vandaag doen we het rustig aan. De was naar de wasserette, kaarten schrijven en posten en nog wat inkopen doen voor de jungletocht. Het hotelletje dat we gisteren hadden geregeld blijkt vanochtend toch vol te zijn. Het is echter een goed hotel (met een straalkachel!), zodat ik een reservering maak voor na Manu. In een Peruaans restaurantje nemen we een onbekend Peruaans gerecht. Het lekker ogende gerecht wordt gezellig klaargemaakt in een stenen oven.

Rond het centrale plein van Cuzco kun je indianen in prachtige klederdracht vinden.

's Middags lopen we over de markt. Je moet hier goed oppassen voor je spullen. Uit alle dorpen in de omgeving komen de vrouwen hier naartoe om hun spullen te verkopen en hun sociale contacten bij te houden. Ik kwam eens een vrouw tegen met een mand vol brood. Ze was op weg naar de markt. Onze groep had honger en wilde alles kopen. Dit werd geweigerd, want dan miste ze haar praatje. We konden een broodje krijgen , maar niet meer dan één per persoon!

Laat in de middag hebben we een voorbereidend gesprek met de twee gidsen van Expeditiones Manu, Tino en Lorenzo. Ze maken ons een beetje ongelukkig. We moeten half vier weg in plaats van vijf uur en er gaat een Zwitserse familie met kinderen tegelijk met ons op pad. De grootste ramp is echter dat er bij de ara-likplaats, ons doel van de vakantie, deze tijd van het jaar misschien maar vijf in plaats van honderden ara's zijn.

Een beetje down zoeken we een 'polleria' op en proberen we een halve kip naar binnen te werken. Ik heb hem zo weg, maar de kip van Ien ziet er niet uit. Om toch beiden met een volle maag op stap te gaan, schieten we nog een pizzeria in. Het blijkt een schot in de roos. De pizza's zijn lekker en bovendien speelt er een heel goed Peruaans bandje. Aangezien ik niet meer dan een halve pizza naar binnen kan werken vraag ik of ik de rest mee kan nemen. Ik wil het aan één van de vele arme sloebers geven. We zoeken ons echter een ongeluk naar zo iemand en na een paar blokjes deponeer ik het pakketje maar op een bankje.

Morgenvroeg gaan we naar hetManu park in het Amazone gebied, ons hoofddoel van deze reis.