KENIA ........ reisverslag 1989 (deel 3)

Deel 1 (21 juni t/m 30 juni )

Deel 2 (1 juli t/m 11 juli) Deel 3 (12 juli t/m 28 juli)
  • Nairobi
  • Nyahururu
  • Maralal (Samburu gebied)
  • Baragoi (Turkana gebied)
  • Nairobi
  • Hell's Gate
  • Lake Naivasha
  • Lake Nakuru
  • Lake Bogoria en Lake Baringo
  • Maralal
  • Samburu park
  • Mt. Kenya
  • Amboseli
  • Masai Mara NP
  • Mombasa
  • Malindi
  • Lamu
  • Diani Beach
  • Nairobi NP

 

Woensdag 12 juli Amboseli park

Als we bij Market Car Hire de bus ophalen krijgt de chauffeur van de eigenaar strikte instrukties. Hij moet ons overal heen brengen waar wij dat willen. Onze chauffeur heet John en we kunnen het al meteen goed met hem vinden. Hij heeft al 18 jaar ervaring en lijkt in tegenstelling tot Joseph veel van zijn land te houden. Als Ab zijn cheque van Ebra heeft verzilverd halen we de rest op en gaan op weg. We gaan vandaag zuidwaards, het Masaailand in.

We zijn er qua chauffeur en organisatie flink op vooruit gegaan, maar de auto is duidelijk minder. Het is een oudere auto waarin wat minder plaats is. Er mogen gelukkig twee mensen voorin, iets wat Joseph niet wilde hebben. Het was "verboden door de politie". Een lachertje natuurlijk als overbeladen matatus zonder problemen door de talrijke checkpoints komen. De weg naar Namanga gaat door de savannes ten zuiden van Nairobi. We zien langs de weg al talrijke gazellen. Ook is er een legeroefening aan de gang. Zwaar bewapende soldaten kammen in kilometerlange formaties het hoge gras langs de kant van de weg af. Af en toe schrik je je rot als ze massaal losse flodders afschieten. In Namanga stoppen we een uurtje. De motor lekt olie op de uitlaat en we zitten allemaal weg te roken met een zakdoek voor onze neus. Het euvel wordt gelukkig grotendeels verholpen.

Namanga is een grensplaats met Tanzania. Het is het centrum van de Masaai in dit gebied. Als we uit de auto stappen worden we meteen overvallen door al die kleurige mensen die ons souvenirs aan willen smeren. Het gebeurt op bijzonder opdringerige manier en we voelen ons er niet prettig bij. Ze geven bijvoorbeeld een armband "kado" en proberen je daarna duurdere spullen te verkopen. Zeg je nee dan wordt de gift hardhandig weer van je pols gerukt. Ook vragen ze heel indringend of je een foto van ze wilt nemen en suggereren dat ze dat leuk vinden. Als je het doet vragen ze daar rustig ¦ 6,- voor. Gelukkig zijn deze opdringerige Masaai alleen bij de stalletjes rond het pompstation te vinden zodat we redelijk rustig het dorpje kunnen bekijken. We lopen ook even naar de grens en zetten één voet op Tanzaniaanse bodem. Met Koos sla ik een zijweg in en komen zo in het woon­ge­deelte van het dorp. De mensen hebben het re­delijk goed. Degelijke lemen hui­zen met doorgaans een aar­dig stukje grond waarop di­ver­se groenten verbouwd worden. Er zijn geen paad­jes zodat je van het ene erf naar het andere moet lopen. In Nederland zou je al lang van het erf af geschopt zijn, maar hier lachen ze je vriendelijk toe.

Het is van Namanga naar het Am­bo­seli park nog een paar uur rijden. Onderweg ontspint zich een hele discussie achter welke wolk zich de immense Kili­man­jaro bevindt. Het blijft tot vlak voor Amboseli ondui­delijk waar hij nu eigenlijk uithangt. Een paar kilometer voor het park begint de pret en zien we de eerste masaaigiraffe. We rij­den eerst naar de in het handboek aan­gegeven banda. We hebben geluk en kunnen de laat­ste twee huren. Het zijn in principe huisjes voor twee per­sonen, maar ze zijn groot ge­noeg om er twee bedden bij te zetten. We moeten alleen wel voor vier huisjes, vier maal twee personen (!), betalen. Als we ons geïnstalleerd hebbengaan we meteen op game drive. Er rijden waanzinnig veel busjes rond. Aangezien het landschap vlak en droog is vallen ze he­lemaal op. Vanuit de banda, je hebt hier uitzicht over de immense savanne, tel ik meer dan twintig busjes. Je ziet hier ook gnoes en zebra's op een paar honderd meter grazen. Je moet zelfs uitkijken niet in de gnoepoep te trappen. De Kilimanjaro komt gelukkig ook langzaam uit de wolken zodat we schitterende plaatjes kunnen maken.

Aanvankelijk zien we alleen veel gnoes, zebra's en impala's. In een meer afgelegen gebied zien we in de verte ook een kudde olifanten. Van een andere chauffeur horen we dat zich in het moeras een neus­hoorn bevind. Wij er enthousiast naar toe. De teleurstelling is groot als hij zover weg blijkt te zijn dat er een kijker aan te pas moet komen om de grote "steen" als neushoorn te identificeren. Als we wegrijden zien we plotseling een kop boven het hoge gras uitsteken. Het is een cheetah! Daar heb ik jaren van gedroomd. Hij ligt vlak voor de Kilimanjaro zodat we unieke foto's kunnen maken. John rijdt ons ook naar een uithoek van het park waar we een schitterende zonsondergang meema­ken. Met de rode hemel als decor vliegen talrijke maraboes van boom tot boom. Schitterend. Als bovendien een olifant zich laat kieken met de Kilimanjaro op de achtergrond kan deze dag niet meer stuk. John heeft er erg veel plezier in en doet erg zijn best zodat we als laatsten weer terug gaan naar ons onderkomen.

In de keuken maken we een lekkere hap spaghetti klaar. De muggen ver­drijven we met wierookstokjes. We zitten buiten en Ien vindt dat maar eng. Ze zit met haar rug stevig tegen de muur. Laten ze maar iemand anders opvreten hoor je haar denken. De gaspit blijkt niet goed te werken zodat de pannen pikzwart van de roet zijn. Met Ien doe ik de vaat en zien er een half uur later uit als twee zwarte pieten.

Donderdag 14 Juli Amboseli park

Met een gil worden Bob en Carmen wakker. Een muis heeft bezit genomen van hun bed! Om 6.30 gaan we al op game-drive. We hoeven niet ver te gaan want vlak voor onze banda trekt een grote olifant langzaam voorbij. We hebben gisteren geluk gehad met de Kilimanjaro. Vandaag is hij helemaal in een dik wolken­dek gehuld. Het is zo vroeg erg koud. We zien veel dieren, maar niet een door ons zo begeerde leeuw. Wel zien we olifanten, hippo's en de 'gebruikelijke' rest. Als we het droge Ambose­limeer oprijden zien we plot­seling twee cheetahs. Het is een prachtig gezicht deze ranke dieren samen met een olifant en een kudde gnoes te zien. John doet heel erg zijn best voor ons. Als we hem vragen of hij terug wil zegt hij dat het goed is, maar duikt meteen weer een zijpad in om voor ons een leeuw te zoeken. Het is een erezaak voor hem!

De rest van de ochtend brengen we door bij een lodge. Deze is duidelijk minder dan vorigen. Je hebt geen uitzicht op dieren en er is ook geen gezellige plaats om lekker te zitten.

Rond het middaguur gaan we terug zodat we tegen vijven weer terug zijn in Nairobi. Met Ien eet ik gezellig een pizza. Het is goed dat we hebben gereserveerd want de tent was bomvol. Vroeg naar bed is vandaag het parool. Mor­gen volgt de lange weg naar Masai Mara. Ien knijpt 'm al een beetje. Ze is doodsbang voor het kamperen wat we daar gaan doen.

Vrijdag 14 juli Masai Mara

We gaan eerst naar Market Car Hire om via hun een regeling te treffen met de tentenverhuurder. Ze staan borg voor ons zodat we niet ¦ 800,- borg hoeven te betalen. John komt op de afgesproken tijd niet opdagen. Als hij na een uurtje binnen komt blijkt zijn auto "gesto­len" te zijn. Zijn baas, waarvan Market CH de auto heeft gecharterd, heeft de auto aan iemand anders meegegeven. John werd om de tuin geleid door te zeggen dat hij de auto gisteravond in moest leveren voor een wasbeurt. De man van Market CH is witheet. Hij probeert voor ons een andere auto te regelen, maar in heel Nairobi lijkt geen auto meer beschikbaar te zijn. We dreigen naar de politie te gaan. John gaat nog eens met zijn baas praten en komt zowaar met een auto terug. John probeert ons nog te flessen. Gisteravond toen we in Nairobi aankwamen werd hij ingehuurd door iemand die naar het vliegveld moest. Leuk natuurlijk zo'n bijverdienste, maar dan moet hij natuur­lijk de gereden kilometers niet aan ons doorrekenen!

Om 11 uur vervolgen we onze tocht vol hindernis­sen. De weg is soms erg slecht. We zien een paar maal grote vrachtwagens die de weg afgegleden zijn of in een gat in de weg vastzitten. Als we afslaan naar Narok duiken we de Rift Valley in. De weg wordt meteen een stuk beter. Er zijn meteen ook overal dieren te zien in het uitgestrekte landschap. Het is nog ettelijke honderden kilometers naar het park! Vooral deze uitge­strektheid maakt diepe indruk.

Laat in de middag arriveren we bij de ingang van het Masai Mara park. De entree in idioot duur. Er moet zelfs voor elke dag dat we in Masai Mara verblijven 50 Shilling per persoon (in totaal ¦ 100) betaald worden voor de dieren die we buiten het park gezien hebben!! Het is al laat zodat we ons haasten naar onze kampeerplaats. We zijn nog maar een paar minuten onderweg als onze aandacht getrokken wordt door rondcirkelende gieren. John verlaat meteen de weg en rijdt door het hoge gras naar de plaats waar vermoedelijk een "killing" heeft plaats gevonden. Gelukkig niet ver van de weg stuiten we op een groep van welgeteld 27 leeuwen die net aan de maaltijd zitten. Er is net een enorme buffel te grazen genomen die door de hele familie naar binnen wordt gewerkt. We manau­vreren de auto tot vlak bij de eet­tafel. Drieenorme manne­tjes hebben hun buik al vol en houden de toe­gestroom­de busjes nauw­let­tend in de gaten. In de bomen wach­ten gieren geduldig op het moment dat de leeuwen uitge­geten zijn waarna zij zich te buiten kunnen gaan aan de restjes. Het is al bijna donker en we moeten nog een heel stuk zodat we he­laas dit unieke tafereel alweer snel moeten verlaten. Gelukkig komen we niet vast te zitten in het drassige gras. Later horen we dat anderen bij dezelfde groep een hele dag muurvast in de blubber hebben gestaan. De chauffeur is uitein­delijk te te voet hulp gaan halen. Net voor donker bereiken we de kampeerplaats. Het is niet meer dan een politiepost aan de grens met Tanzania. Net buiten het park zetten we aan een klein riviertje onze tenten op. In het pikkedonker proberen we iets te eten klaar te maken. Het wordt een grote sof. De kant en klaar pannekoeken blijken één of andere hete Keniaanse kroepoek te zijn en er is vergeten fruit in te kopen. Dan maar brood met soep.

Om 9 uur liggen we al op één oor. De meesten hebben met angst en beven naar deze nacht toegeleefd. Met name Ineke en Ans vinden het maar niets om tussen de wilde dieren te slapen. Een alternatief is er niet. De lod­ges zijn pe­per­duur en voor ons niet te beta­len. Ien vind het al eng als er een zebra in de buurt loopt, maar voorals­nog is er in de wijde omtrek geen dier te zien.

Midden in de nacht, het is half vier, horen we vlakbij het ge­luid van een leeuw. Ien is met­een wakker. Ik weet haar nog gerust te stellen, maar als even later de leeuw een oorver­dovende brul laat horen en met zijn poot tegen een ijzeren hek slaat is er grote paniek. Het hek staat op nog geen 30 meter van onze tent! Als dit zich even later herhaalt denkt Ien dat de wereld vergaat. Een stuk verderop staan nog een paar kampeerders. Zij vluchten de auto in en beginnen te claxo­neren. Gelukkig hebben er een paar van onze groep niet door dat het een leeuw is en slapen rustig verder. Met name Ab is meteen weer onder zeil en laat een tevreden gesnurk horen. Ik heb al vele malen eerder in een wildpark gekampeerd en zijn er al diverse leeuwen bij mijn tent geweest, maar deze maakt wel erg veel kabaal. Gelukkig weet ik dat er nog nooit één een tent binnen gekomen is, maar vertel dat eens tegen ie­mand die in pa­niek is. Na een paar minu­ten is het ge­brul ge­lukkig over. Dit betekend niet dat hij er ook vandoor is en als ik even later een dier vlak voor de tent met een blikje hoor spelen weet ik dat de leeuw tussen de tenten door loopt. Ien weet ik gelukkig wijs te maken dat het een bewa­ker is zodat ze wat tot rust komt en zowaar weer in slaap valt.

Zaterdag 15 Juli Masai Mara

Als om half zeven de eerste zonnestralen doorbre­ken verlaat iedereen opgelucht de tent. De meesten zijn op van de zenuwen. Ans heeft Annemarie fijngekne­pen van de zenuwen. Annemarie wist niet eens dat het een leeuw was en heeft Ans de hele nacht in haar armen gehouden. De beslissing is snel genomen: De komende nacht kamperen we niet. Desnoods slapen we in de peperdure lodge.

Er staat een gamedrive op het programma. De helft wilde aan­van­kelijk niet mee maar met name Ien weet niet hoe snel ze in de auto moet komen. Ans en Ab blijven bij de tent en wil­len een wandelingetje in de omge­ving maken! Als we met de bus zo'n 500 meter gereden hebben steken plotseling twee leeuwen de weg over. De tent is nog duidelijk te zien. Als we straks terug komen en een aantal busjes in een cirkel rond onze tenten zien staan weten we welk ontbijt de leeuwen hebben. De gamedrive is niet zo interessant. De befaamde gnoetrek is nog niet begonnen. Even denken we dat we wat op drift geraakte gnoe's zien. Een jakhals blijkt de oorzaak van de paniek te zijn. Op de vuilnis­belt van een lodge probeert een groep bavianen samen met een maraboe en een wrattenzwijn de beste restjes uit de derrie te vissen.

We breken de tenten op en verkassen naar de Keekorok lodge. Het is ondanks de extreme prijzen erg druk. Tijd om na te denken hebben we niet. Er zijn nog twee kamers vrij zodat we geen tijd hebben alter­natieven te onderzoeken. We boeken dus als een speer. De kamer is waan­zinnig. We hebben uitzicht over de vlaktes van Masai Mara. In de verte zien we de kuddes zebra's en buffels lopen. We duiken meteen het zwembad in. Met een cocktail aan de rand van het zwembad voelen we ons even een rijke Amerikaan.

Aan het eind van de middag maken we nog een gamedrive. Ditmaal zien we erg veel. Eerst ga ik helemaal uit mijn bol als we twee cheetah's met prooi in het hoge gras ontdekken. Ze hebben een kleine Thomson gazelle gedood en binnenstebuiten gekeerd om er beter bij te kunnen. Na de maaltijd likken ze elkaar als twee grote poezen helemaal af. Op weg naar de hippopool komen we ook nog leeuwen, hyena's en jakhalzen tegen naast de gebruikelijke hap. Topi's zien we ook volop. Deze grote antilopen komen alleen maar in Masai Mara en de aangrenzende Serengeti voor. Ze hebben gele onder- en donkerblauwe bovenpoten. Bij de hippopool verlaten we de auto en sluipen langs de oever van de Mara rivier op zoek naar nijlpaarden. Ik herken de steile oevers van deze rivier van de televisieopnames over de grote gnoetrek. Tijdens deze trek verplaatsen miljoenen gnoes zich van de zuidelijke Seren­geti naar Masai Mara of vice versa. Dit is afhankelijk van de regentijd. Het grootste obstakel is deze Mara rivier. Als ware kuddedieren storten ze zich in het water en proberen massaal de overzijde te bereiken. Velen halen het niet en de oevers liggen dan ook bezaaid met lijken. Het is onverstelbaar dat dit vredige plekje over enkele dagen zoveel dierenleed mee zal maken. In aller rust liggen er nu tientallen nijlpaarden te zonnen. We blijven een half uurtje vanaf enige hoogte de nijlpaarden volgen. Het is leuk deze dieren te volgen. Als ze gapen gaat de hele bek wagenwijd open. Vervolgens laten ze een tevreden gegrom horen. Met hun staart draaien ze hun uitwerpselen in het rond. Grappige dieren.

In de overvolle lodge zitten we na het luxe diner even op een heel romantisch plekje op het terrein van de lodge. Het is een priëeltje op palen dat te bereiken is via een houten brug. Je kijkt uit over een waterput waar vanavond alleen wat vogeltjes rond vliegen. Op het terrein lopen 's avonds zebra's. Een waker loodst ons nerveus naar de kamer. Er zijn leeuwen in de buurt. Vorige week is de beruchte groep van 27 leeuwen op bezoek geweest en heeft voor de deur van een Amerikaanse gast een gnoe te grazen genomen. De man heeft de hele nacht doodsangsten uitgestaanen. De andere dag heeft hij zijn auto laten staan en is met een vliegtuigje gelijk terug gevlogen naar Nairobi.

 

Zondag 16 Juli Einde van de rondrit

We doen alles op ons gemak en na een cocktail op het priëel­tje verlaten we rond elven ons tijdelijke paradijs. Als we het park uitrijden, komen we langs een Masaidorp waar toeristen voor veel geld een kijkje mogen nemen. Met tegenzin ga ik er poolshoogte nemen. Ans wil graag naar binnen, zodat we na enige onderhandlin­gen voor niet al te veel naar binnen gaan. Het is verschrikke­lijk. De vrouwen worden door enkele man­nen geterroriseerd. In het mid­den van het dorp staat een gro­te kooi. Als de toeristen wat willen kopen, moeten ze in die kooi, waarna de Masaivrouwen door een traliewerk hun spullen mogen aanbieden. Al die handen door die tralies doen me aan een gevangenis denken. Een man­nelijke Masai probeert orde te houden, door met een lange stok op al te opdringerige handen te slaan. Het is hier echer wel mogelijk foto's te maken, zon­der dat de kop van je romp wordt gescheiden. Ans heeft het desondanks prima naar haar zin. Ze legt weer spontane kon­tak­ten met de vrou­wen en kin­de­ren. Na een rond­je door het typische, leemen Masaidorp gaan we rich­ting Nairobi. Met een halve lekke band zet John ons 5½ uur later af bij de trein naar Mom­basa. Het einde van een schit­terende safari. John is een uitstekende chauffeur gebleken die ons veel heeft laten zien. Het is al donker als we om 19 uur de trein in stappen. We hebben twee vierpersooncoupees in de allerlaatste wagon. Het bedde­goed is te huur bij de spoorwegen. De oerdegelijke treinen stammen nog uit de koloniale tijd en rijden de 500 km naar Nairobi over één spoor. Halverwege bij Voi passeren ze elkaar.

Maandag 17 Juli Mombasa

We moeten alle 17 wagons door om bij de restauratiewagon te komen voor het ontbijt. Het is een ouderwetse wagon waar in vlekkeloos wit gekleede bedien­den heel statig het ontbijt ser­veren. Om aan te geven dat voor een bepaalde wagon het ontbijt klaar is komt er een man met een grote koperen bel langs. In Mombasa hebben we al snel een redelijk hotel in het centrum geregeld. Alleen is er weer geen warm water. Mombasa is gebouwd op een koraaleiland. Het is na Nairobi de tweede stad van Kenia. Het leven is hier veel minder gehaast dan in Nairobi. Het is hier zelfs aan­genaam toeven. Bob en Carmen nemen vandaag afscheid van ons. Ze hebben nog maar één week en willen de rest van het program­ma in sneltreintempo afleggen. Misschien komen we ze morgen nog in Malindi tegen.

We slenteren een beetje door de stad. Bij elk winkeltje moet er even een T-shirtje gepast wor­den of even naar de prijs van het één of ander gevraagd wor­den. Uiteindelijk komen we toch nog bij Fort Jesus uit. Deze vesting heeft in de geschie­de­nis van Mombasa al heel wat be­legeringen weerstaan van Portu­gezen, Engel­sen, Omani en Hol­lan­ders. Door een jaren­lange overheersing van de sultan van Oman heeft Mombasa, evenals haast alle andere plaatsen aan de kust, een sterke Islamiti­sche invloed. Overal zie je dan ook zwaar gesluierde vrouwen lopen. Het is wel even wennen aan islamiti­sche negers. We lopen de Arabische wijk in. Het is armoe troef. De bedrading loopt als een in de war geraakte kluwe aan de buiten­kant van de huizen. Vanuit de dhow haven kijken we ontzet naar het laden van een dhow. Mannen met kom­pleet versleten kleren, soms zijn er alleen nog maar wat reepjes over, sjouwen zakken meel van 40 kg naar de boot. De sterken nemen er zelfs twee. Zwaar bezweet proberen ze zo snel mogelijk de zakken te vervoeren. Hoe meer zakken, hoe meer je verdient. Soms houden ze het niet meer en valt de zak. Het is dan een hele toer deze weer op je nek te krijgen. Slavenarbeid.

Ik probeer zwart geld te wisselen. Heel overtuigend probeert een handelaar te bewijzen dat hij te goeder trouw is door zijn legiti­matiebewijs af te geven als hij mijn dollars mee wil nemen naar zijn "baas". Hij lijkt echter in de verste verten niet op de foto en bovendien geef ik in principe geen geld af zonder daar meteen ook Shillingen voor terug te krij­gen. We mogen persé niet mee naar zijn "baas" zodat we van de deal af zien. Aan het eind van de vakantie komin nog zo'n vogel tegen die zegt voor de­zelfde baas te werken. Ik stap­te meteen zelf op die "baas" af, maar de win­kel bleek niet eens te bestaan. In plaats daarvan is er een vluchtroute naar een achter­gelegen steegje. Ook deze joker schermde met z'n legitimatie­bewijs. Toen hij me de winkel niet kon tonen gaf ik hem een flinke zet en heb hem flink verrot gescholden. Het zal hier wel een beruchte plek zijn waar al menige toerist z'n geld is kwijt geraakt.

Dinsdag 18 Juli Malindi

Vandaag met de bus naar Mali­ndi. Er wordt een krakkemikkige taxi geregeld om ons naar de bus te brengen. Deze stort haast in elkaar zodat Koos, Ien en ik maar gaan lopen. De bus­sen naar Malindi rijden af en aan zodat we niet lang hoeven te wachten. Het is twee uur rijden. Halverwege moeten we met een pontje over. Bij wat stalletjes kopen we kashew no­ten. Deze groeien hier volop. Het is een mooie weg vol pal­men en bao­bab bo­men. Boa­babs, ook wel ape­broodbomen genoemd, hebben een grillige vorm. Het lijkt wel of ze op hun kop staan en de wortels boven de grond steken. In Malindi worden we meteen benaderd door twee jongens die een mooi hotel weten. We gaan vrijblijvend mee. Als het ons niet bevalt kunnen we zoveel hotelletjes bekijken als we zelf willen. De eerste is een sprookje. Het nadeel is echter dat het ver van ons doel, het Marine National Park (onderwater park), af zit en op deze plaats het zeewater modderig is vanwege de Tana rivier zodat er weinig te snorkelen valt. We laten ons door de twee naar de andere kant van Malindi brengen. Één van de twee ronse­laars is van een aparte stam. Hij heeft een taaltje met veel variatie is toon. We liggen dubbel bij het rappe "Chinees" van de goedlachse jongen. We komen uiteindelijk terecht bij de Paradise lodge. Het hotel is een stuk minder gelegen dan de vorige, maar de kamers zijn feno­minaal. Naast drie luxe slaapkamers hebben we ook een leefkamer en groot balkon. Tesamen is het één unit die geheel door ons is afge­huurd. Het kost ons ¦ 15,- per persoon per dag inclusief een uitgebreid ontbijt. Bovendien mogen we gratis gebruik maken van de faciliteiten van het dure Coconot Village Hotel. We nemen de unit en nadat we ons hebben geïnstalleerd verkassen we meteen naar het palmenstrand van Coconut Village. Als het te warm wordt zoeken we met een drankje verkoeling in het zwembad. De mensen hier betalen ¦ 70,- per dag voor deze luxe! De meesten boeken dit hotel al in Europa en komen het terrein niet af. 's Avonds gebruiken we hier ook het diner. We krijgen hetzelfde diner als de rest van de gasten. Alleen moeten wij er voor betalen. Het is niet veel bijzonders voor veel geld. Als we dat gewe­ten hadden zouden we iets à la carte hebben besteld.

Woensdag 19 Juli Malindi

Met Koos wil ik vandaag naar het Marine National Park in Wetema. Dit één van de twee onderwaterpar­ken in de buurt van Malindi. Moeder en Ab gaan vandaag op zoek naar het park dichterbij Malindi. We lopen over het strand en stukken dood koraal naar Malindi. Als het strand ophoudt komen we rotsen met door de golven uitgehouwen grotten tegen. Ontelbare krab­ben hebben hier hun onderkomen gevonden. Onderweg komen we ook langs een plaats waar drie man­nen bezig zijn met het maken van een dhow. Een dhow is een grote zeilboot die al eeuwen op dezelfde manier wordt gemaakt. Alles gebeurt met de hand. Zelfs de spijkers worden zorg­vuldig uit hout gesneden. Het duurt twee jaar eer de boot klaar is. Met het halve dorp wordt de boot dan in het water getrok­ken. Ik mag een ingeni­euze handboor uitproberen. Het is een eenvoudig apparaat waar­mee je binnen de kortste keren een diep gat kan boren.

Op het strand van Malindi komen net vissers binnen. De vangst bestaat voornamelijk uit hamer­haaien, kreeft en wat kleinere vissen. Op het strand en in een kleine visafslag wordt druk gehandeld in de schamele vangst. In de visafslag staan ook een paar grote bakken waarin ze ondermaatse vis be­waren totdat deze wat gro­ter is. Als we willen kunnen we van de week een dag mee met de vis­sers. Koos maakt een af­spraak voor morgen zonder over de (hoge) prijs te onderhan­delen. Vervelend, want morgen kunnen we niet. Dat weet hij, maar wil op deze manier van het gezeur af. Nu kan in hier mijn gezicht niet meer laten zien terwijl ik misschien vrijdag best mee wil.

Met de matatu rijden we naar de 20 km verderop gelegen ru­nes van Gedi. De in het oer­woud verscholen overblijf­selen zijn van een nederzet­ting uit de 14e eeuw. Duide­lijk zijn nog de restanten van een mos­kee, paleis en diverse water­putten te her­ken­nen. Je moet hier goed uitkijken waar je loopt. De paden worden di­verse malen gekruist door mil­joenen­legers van gemeen bij­tende mieren. Ook gigantische mil­joen­poten hebben meer onze aandacht dan de opgehemelde ruïnes. Naast Gedi is een mo­deldorp ge­bouwd van een stam uit deze omgeving.

Bij de huizen staan welis­waar borden met een korte be­schrij­ving, maar verder kun­nen we niet het hoe en waarom van dit (gratis toe­ganklijke !!) dorp ont­dekken.

Met de matatu rijden we verder naar Wetema. Hier moet het mooiste onderwaterreservaat van Kenia zijn. Tot onze teleur­stelling blijkt het 8 km ten noorden van het dorp te liggen. We doen nog een poging via het strand er te komen. Het strand houdt echter op als ook de dure hotels ophouden. We beklimmen nog wel de rots aan het einde van het strand en hebben vanaf enige hoogte een mooi uitzicht over de wilde zee. Tegen donker zijn we weer terug in het ho­tel. Na enige discussie eten we toch weer in Coconut Villa­ge. Het is er duur, maar veel al­ternatieven zijn er niet.

's Avonds zitten we nog lekker na te genieten van de dag op "ons" balkon. Vroeger als kind genoot ik van de verhalen van mijn vader over apen, wilde oli­fanten en hagedissen die in Indonesië gewoon tegen de muur van je hut lopen. Vooral dat laatste vond ik ongeloof­lijk en heb er menigmaal over gedroomd. Nu geniet ik samen met Ien van de 10 gekko's die bezit hebben genomen van het plafond en daar op jacht zijn naar kleine vliegjes.

Donderdag 20 Juli Malindi National Park

Over het strand lopen we naar het Malindi National Park. Hier kopen we een kaartje en regelen vervolgens een boot met glazen bodem. Deze vaart ons naar het vlak onder de kust gelegen koraalrif. Met Koos duik ik meteen het water in. Het is ongelooflijk hoeveel prachtig gekleurde vissen er te zien zijn. Als we een stukje brood in het water gooien zou je met een schepnet in één haal een hele viswinkel aan voorraad kunnen helpen. Koos heeft voor deze speciale gelegenheid een onderwa­terkamera gekocht en schiet bijna twee rolletjes vol. Naast de fel gekleurde "aquariumvissen" zien we ook grote slakken waarvan je de mooi gekleurde schelpen doorgaans alleen maar in verzamelingen tegen komt. Na een half uurtje arriveert ook de rest van de familie. Moeder is weer helemaal in haar element en heeft veel lol met de kapitein van de kleine glasboot. Annemarie heeft ook duikspullen gehuurd en zwemt even later ook tussen de vissen. Ab en Ien hebben angst om in het water te gaan. Het is best link tussen het scherpe koraal. Als Ien tenslotte de stoute schoenen aantrekt en in een ondiep stukje vanaf mijn knie al het moois aanschouwt kan Ab niet achterblijven en plonst hij ook in het water. Na 1½ uur zit het er op en lopen we over het drooggevallen stand terug. Tussen het dode koraal zijn allerlei vissen achtergebleven die moeten wachten tot het weer vloed wordt. Ook zien we een felrood weekdier dat overvallen is door het terugtrekkende water. Als we het redden maakt het zich met een soort vlinderslag snel uit de voeten. Moeder en Ab vinden het heerlijk zo te "schooieren" over het strand. Met de rok omhoog steekt Ans de ene geul na de andere over.

Zaterdag 22 Juli Lamu

Vandaag trekken we verder naar het in Noord-Kenia gelegen Lamu. We nemen met enige weemoed afscheid van dit leuke plekje, maar hebben hoge verwachtingen van Lamu. Met een oude rotbus vertrek­ken we even voor tienen richting Lamu. Het regent de hele dag zodat we het niet heel erg vinden een paar uur onderweg te zijn. Voor ons zitten twee irritante ballen. Ze presteren het zelfs met hun cigaret een gaatje in mijn shirt te maken zonder sorry te zeggen. Na drie uur komen we bij de boot die ons naar het eiland Lamu moet brengen. De weg naar Lamu viel een beetje tegen. Ik had schitterende oerwouden verwacht vol overstekend wild. Dieren hebben we helemaal niet gezien en die paar bomen konden we moeilijk een oerwoud noemen. Wel zagen we een grote verscheiden­heid aan baobabbo­men (broodbomen). Deze bomen lijken met hun bladeren in de grond en met de wortels in de lucht te staan.

Iedereen wordt in de gereed staande boot gestouwd. De bagage wordt voor op het dek gestapeld. Helpers zorgen er voor dat er tijdens de oversteek geen spullen overboord vallen. We houden onze harten vast. Gelukkig is de zee rustig zodat we 15 minuten later veilig in Lamu aankomen. Onderweg voeren we langs mangrove­bossen. Mangroves leven uitsluitend op plaatsen die bij eb droogvallen. De wortels zijn heel grillig van vorm.

Lamu is een oud islamitisch dorp. Het heeft nog de infrastruktuur uit de 14e eeuw. De straten zijn heel smal. Je kunt elkaar net pas­seren. Er rijden geen auto's op het eiland en alle vervoer is te voet of met de ezel. Ook het rioleringssysteem is nog uit de middeleeuwen. Deze loopt in kleine kanaaltjes naast de smalle straatjes. Als je bij een kruising komt moet je over de derrie heen springen. Vooral nu het regent is het één grote smeerboel. Moeder is helemaal ontredderd en is het huilen nabij. Nadat we een regenbuitje hebben afgewacht nemen we de dhow (zeilboot) naar het verderop gelegen Shela. Een gids heeft zich bij ons opge­drongen en zegt diverse privé adressen te weten. Het meeste blijkt helaas vol te zijn of zo idioot duur dat we de boot weer terug nemen naar Lamu.

Om in de boot te komen moeten we een stukje door het water waden. Het lijkt geen probleem, maar voor de wat ouderen is het dat wel. Ans en Ab kunnen niet in de boot klimmen zodat er een loopplank wordt uitgeladen. Deze is zo smal dat de hele bemanning de slachtof­fers in evenwicht moest zien te houden. Ien ziet het ook niet zitten. Dat is geen probleem want alle mannen verdringen zich om haar in de boot te mogen dragen. Aan boord is het dolle pret. Nadat het zeil is gehesen komen er blikjes, flesjes en grote spijkers tevoorschijn en wordt het ene na het andere lied aangeheven. Waanzinnig gezellig. Als we weer terug zijn in Lamu lopen Ien, Ans en ik weer met onze gidsen van adres naar adres. Alles lijkt vol te zijn. De meesten van ons zijn de (geeste­lijke) uitputting nabij. Ineens heb ik de klojo's door. Er is hier genoeg plaats op het eiland en wellicht ook op Shela. Ze brengen ons alleen naar die pensions waar ze commissie kunnen vangen. Als we ondanks hevige protesten zelf op zoek gaan blijkt het eerste de beste pension nagenoeg leeg te zijn en bovendien spotgoed­koop. Aan de andere kant van het dorp hebben we net de kompleet versleten Ans achter gelaten in een smerig donker pension­netje waar ze in een nis nog een paar bedden voor ons vrij hadden. Ans is dolgeluk­kig dat we wat anders gevonden hebben en strompelt weer met ons mee. Ze was doodsbang dat Ab een hartaanval zou krijgen als hij de vieze straatjes en het pension zou zien.

We hebben nu aan de kade een redelijk schoon onderkomen. Desondanks besluiten Ans en Ab dit oord zo snel mogelijk te verlaten en nemen morgen het vliegtuig terug naar Malindi of Mombasa.

Als iedereen weer een beetje mens is gaan we dineren. In de hoofd­straat heb ik een redelijk schoon tentje gezien. De hoofdstraat is de enige straat in het dorp waar twee ezels elkaar kunnen passeren! Ik neem een portie gebakken garnalen met een colaatje. Bier is op dit streng islamitische eiland streng verboden! Om tien uur liggen we allemaal doodversleten onder ons muskietennet.

Zondag 23 Juli Lamu

We slapen uit tot 9 uur. De storm die de bladeren van een palmboom tegen ons raam slaat maakt ons wakker. Moeder en Ab hebben slecht geslapen en gaan meteen een vliegticket regelen. Ze vliegen om 4 uur naar Malindi en proberen vandaag nog naar Mombasa te gaan. Van daaruit kunnen ze hopelijk een hotelletje of banda regelen aan één van de standen ten zuiden van Mombasa.

Het regent vandaag niet de hele dag. Het dorp heeft ineens een heel ander gezicht. Omdat de riolen nu droog zijn is het ook niet meer zo smerig. We hebben nu oog voor de aparte bouwsteil en de nu gezellige straatjes. Wat kan een dorp in één dag veranderen! Nadat we voor morgen de bus naar Malindi hebben geregeld nemen Annemarie, Ien en ik de boot naar Shela. Koos gaat te voet het eiland verkennen. Na weer halsbrekende kapriolen om in en uit de dhow te komen komen we in Shela. We gaan meteen door naar het strand. Het stormt nog steeds zodat we in de zand­dui­nen tussen wat struiken een plaatsje zoeken. Na een half uurtje bakken worden we plot­seling overvallen door een tro­pische regenbui. We rennen hals over kop terug naar Shela, met de wind in de rug. Zo komt het dat we van voren droog zijn en van achteren tot in de naden doornat. Met z'n allen staan we even later onze kleren uit te wringen.

Terug in Lamu beloof ik de da­mes de kapper te betalen als ze zoet zijn. Dat zijn ze, dus lopen ze even later als echte raspoetin trots door het dorp. Het vlechten heeft bijna 2 uur geduurd.

Met z'n vieren eten we in een goed en gezellig restaurant. Tussen de gangen door leer ik de rest boerenbridgen. Ze zijn meteen helemaal verslingerd aan het spel zodat we zelfs tijden het eten doorkaarten. Annemarie heeft oesters besteld. Zoals verwacht verdwijnen ze haast allemaal in mijn maag.

Maandag 24 Juli Terug naar Mombasa

Om 4.30 begint in de verte de eerste gebedsoproe­per met het verstoren van onze nachtrust. Als we net aan het gejammer gewend zijn beginnen om 5 uur alle andere 22 moskeeën ook om het hardst om klandizie te schreeuwen. We hebben ons vandaag dus beslist niet verslapen.

Voor vandaag staat de monsterrit naar Mombasa op het programma. Het is net droog als we om 8 uur de boot naar het vasteland nemen. Daar staat de bus naar Malindi al klaar. Onderweg zien we ditmaal wel enkele dieren. Naast de kip die ondanks zijn bijeengebonden poten de hele bus door fladdert zien we bij een klein meertje een kudde waterbok­ken. In Malindi verlaat haast iedereen de bus zodat we met een nagenoeg lege bus verder gaan naar Mombasa. Bij het pontje halverwege sta ik met Annemarie en Ineke gearmd op het dek. Een Keniaan kijkt vanuit zijn auto wellustig naar ons. Vol bewondering gebaart hij dat het niet eerlijk is dat ik twee van die mooie vrouwen heb en hij geen een.

In Mombasa nemen we de taxi naar het Glory hotel. Tegen de afspraak in ligt er geen briefje, maar de man van het hotel weet te zeggen dat ze vanmiddag vertrokken zijn naar het zuiden van Mombasa. We nemen dus dezelfde taxi naar de pont ten zuiden van de stad. Daar varen we over en proberen aan de overkant een bus te regelen naar ons tweede afspraakadres, hotel Nomad. We laten ons lekker beetnemen. De bus naar Nomad gaat om het half uur. Aangezien we doodmoe zijn regelen we een taxi voor 200 Shilling. Inplaats van een taxi laten we ons in een matatu duwen die door voor vlak voor de bus te vertrekken klanten inpikt van de normale bus. Doodmoe van de reis zijn we niet alert genoeg om meteen weer uit te stappen zodat we 200 Sh kwijt zijn terwijl een ticket maar 7 Shilling kost. Na een uur in de overvolle bus komen we bij Nomad. Moeder en Ab staan net 5 minuten te wachten. Ans heeft in die korte tijd alweer een Masai weten te versieren en moet snel zijn oorbellen weer terug geven om ons te verwelkomen. We zijn allemaal opgelucht dat we elkaar weer hebben gevonden. We zijn doodmoe van de reis en erg blij dat Ab al onderdak ge­regeld heeft. De banda's van Nomad's blijken iets duurder te zijn dan in het handboek staat vermeld. Na alle ellende vinden we wel dat we deze laatste da­gen recht hebben op een beetje luxe zodat we besluiten hier te blijven. We hebben drie prach­tige banda's die direkt aan het witte palmenstrand liggen.

Iedere banda heeft een eigen douche en toilet. Deze luxe hebben we deze reis nog nauwe­lijks gehad. Alleen de zon laat het een beetje afweten.

Dinsdag 25 Juli Mombasa (Diani beach)

We worden wakker van een aap die in de deurope­ning van onze hut zit en waarschijnlijk naar eten op zoek is. Als we hem in de gaten hebben is hij meteen verdwenen in de bomen. Het is vandaag weer regenachtig zodat Ien en ik naar Mombasa gaan. Het is een hele toer er te ko­men. Eerst met een bus die elke honderd meter stopt, ver­vol­gens met de ferry naar het eiland waarop de stad ligt en tenslot­te met een volgepropt busje naar het centrum. Voor de heen en terugreis, bij elkaar 80 km, zijn we nog geen ¦ 2,50 kwijt. Vooral de laatste bus was wel grappig. Als de ferry aankomt proberen tientallen busjes zo snel mogelijk vol te zijn. Als dit het geval is is het zaak in de complete chaos de weg te bereiken en voordat de volgende ferry aankomt weer terug te zijn. In een zorgvuldig uitgekozen fotozaak brengen we alle 20 rolletjes weg. De Indische mensen beloven een goede kwaliteit foto te leveren. Ik ben benieuwd. In Thailand ontwikkelde foto's waren van topklasse voor maar 20 cent per afdruk.

Bij het station moet ik drie loketten af eer ik tickets heb gereser­veerd voor de terugreis (bah). Ik moet drie keer uitleggen dat ik twee eigen coupees wil en derhalve bereid ben daarvoor twee extra tickets te kopen. Pas nadat ik heb betaald vertelt de klojo dat hij geen eigen coupees kan garanderen. Nadat ik hem aan zijn strot door het loket heb getrokken wordt het alsnog geregeld. Verder lopen we uren alle winkels af eer Ien eindelijk een T-shirt gevonden heeft met de juiste kleur, maat en vorm. Afgedraaid nemen we de bus terug naar Diani beach. Het weer knapt gelukkig een beetje op. Het is zo triest aan het strand als het regent. Op het strand wordt ik aangesproken door een knul die zwart geld wil wisselen. Ik moet een stuk mee over het strand waar een shop moet zijn dat dollars wil hebben. Ik vertrouw het niet helemaal en ga Koos halen. Bij de "shop" aangekomen is hij ineens verdwenen. Het is de derde vogel binnen een paar dagen die het op mijn dollars heeft voorzien. Na het eten wordt er weer uren ge­kaart. Ze zijn goed verslaafd.

Woensdag 26 Juli Mombasa (Diani beach)

Op onze rustdag zijn we al om 6.15 op om de zon op te zien komen. We hebben pech, het is bewolkt. Met een banaan probe­ren we apen te lokken. Ik pres­teer het twee maal langs een etende aap te lopen zonder hem te zien! Met moeder en Ab maak ik een ochtend­wandeling door de jungleachtige omgeving. We ko­men in een primitief dorp te­recht waar naast enkele papa­yabomen ook vruchten gekweekt worden waarmee de masaai zich zo mooi rood mee kleuren. Aan een tak zien we twee grote dui­zenpoten met elkaar paren. Ze hangen onderste­boven aan een tak als het mannetje tussen zijn schubben een verrassend grote stengel tevoorschijn to­vert en het vrouwtje bevrucht.

Het weer knapt vandaag een beetje op. Met Koos ga ik een stukje de zee in en kom bij een vervallen koraalrif uit. Met brood lokken we een hele school puntlipvissen. Ook zie ik een koffervis en een aantal zwarte en geel gestreepte vis­sen. Het is goed dat we onze plastic schoenen aan hebben want het wemelt van de zeeëgels. Nu de zon eindelijk is doorgebroken is meteen iedereen verbrand. Tussen het luieren en kaarten door loop ik met Ien even over het strand. Langs het hagel­wit­te strand staan de luxe vijf­sterren hotel op elkaar gepakt. Je kunt zelfs binnen­door van het ene zwembad in het tweede en derde komen. Op een palmen­terras heeft een groep apen bezit genomen van de ligstoe­len. Er is een concur­rentie­strijd gaande tussen twee man­netjes. De sterkste laat luid­keels horen dat hij de baas is. Het is grappig om naar te kij­ken.

We eten vanavond in zo'n duur hotel. We eten voor de verande­ring eens pizza. Ze komen Ab's strot haast uit. Tijdens het verorberen van de waanzinnige pizza met zeefruit zien we An­nemarie ineens wit wegtrek­ken. Ze heeft last van haar hart en valt bijna flauw. Twee Duitsers schieten te hulp en zeggen dat ze last heeft van een zonne­steek. Dat kan best kloppen want ze heeft de hele dag in de zon gelegen. Na een tijdje knapt ze weer op maar blijft pijn in d'r borst houden. Veel rust met haar voeten omhoog en een wijntje voor de bloedsom­loop moeten de rest doen. Ze zal nog een dag last hebben van steken in haar borst. Met Ien neem ik nog een wijntje in de disco aan de rand van het zwembad.

Donderdag 27 Juli - Trein Mombasa naar Nairobi

We vertrekken vandaag weer richting Nairobi. De trein gaat pas vanavond zodat we de dag nog hier doorbrengen. Ab heeft geregeld dat we één banda na 10 uur mogen gebruiken. Aangezien er uit de douche zout water komt regelen we een emmer zoet water om ons haar te wassen. Wat een geëmmer! Met moeder ga ik in een hotel mijn illegaal ingevoerde dollars wisselen. Ik zeg dat ik mijn formulier kwijt ben, waarna de man zonder problemen mijn dollars tegen een redelijke koers wisselt. Hierna gaan we op zoek naar de troep apen van gisteren. Een Keniaan loodst ons naar een achterafplekje waar ze zich ophouden. Verder laat hij ons de bomen zien waaraan cashew noten groeien. We hebben mazzel want in palmen aan het stand zien we een aantal neus­hoornvogels. Lekker is het om even met je moeder alleen te grasdui­nen. Net als ik ook met Ien nog even een rondje wil maken hoor ik een hels kabaal in de bomen boven onze banda. Het zijn neushoorn­vogels met een dubbele hoorn! Helemaal te gek. In mijn enthousi­astme kijk ik niet uit en knal met mijn tenen tegen de scherpe lavastenen aan de rand van het pad. Mijn halve teen ligt er af zodat ik de rest van de vakantie wat moeilijk loop.

Met een veel te dure door het hotel geregelde taxi ( ¦ 80,-!!), je kunt ook niets uit handen geven, rijden we naar Mombasa. De vakantie zit er haast op. De trein blijkt ondanks alles toch slecht geregeld te zijn. Ze hadden me twee coupees van 4 toe­gezegd waar ik ook 8 tickets voor heb gekocht. Nu zitten we met zes personen in een krappe coupee, terwijl de twee loze tickets voor een andere coupee zijn. Ik ben laaiend maar alles is al ingedeeld en kan niet meer veranderd worden. De twee extra tickets krijgen we na veel moeite wel terug­betaald. Door al dit gedoe is er nog maar weinig tijd over om de foto's op te halen. Weer een tegenvaller. De grootste prutser van Kenia blijkt aan onze foto's gezeten te hebben. Naast de slechte kleuren zitten de foto's en negatieven vol vlekken, stof en overige beschadigin­gen. Bovendien zijn ze vaak slecht gesneden. De foto's van moeder blijken allemaal te donker te zijn. Het toestel stond op 400 ASA en ze zijn nu ontwikkeld als gewone 100 ASA films. Erg stom, want achteraf blijken moeder en Ab het geweten te hebben en hebben de knop gewoon terug gezet. Als ze het me hadden vertelt was alles nog op zijn pootjes terecht gekomen. Je kunt een 100 ASA rolletje die verkeert ingesteld is gewoon als 400 ASA rolletje ontwik­kelen. Ik zou het liefst alle foto's aan de fotograaf terug­gegeven hebben en hem zijn huiswerk over laten maken maar we moeten persé de trein halen.

De trein heeft bijna een uur vertraging. Er is net buiten Mombasa een tankwagon ont­spoord. Als we er langs rijden zien we hem haast loodrecht in de berm liggen. In de kleine coupee is het even af­zien met z'n zessen. In de luxe ouder­wetse restauratiewa­gon van voor de oorlog hebben wij het diner. De in het wit geklede obers brengen statig de magere hap op tafel. Als iedereen gegeten heeft beginnen we aan de foto­kijkmaraton. Wat zijn het er veel! Op het laatst kunnen we geen foto meer zien. En dan te bedenken dat Bob ook een rolle­tje of 15 volgescho­ten heeft! Vrij laat stappen we in het drie-hoge stapel­bed en proberen wat te slapen.

Vrijdag 28 Juli Nairobi

Van slapen komt vannacht niet veel. De trein stopt om de paar kilometer en kraakt bij het optrekken en afremmen in al zijn voegen. Als het licht wordt zijn we al weer op om van het landschap te genieten. Op de savannes zien we verrassend veel dieren. Naast gazellen en zebra's zien we ook een paar keer giraffes. In Nairobi verkassen we meteen weer naar Samagat. We moeten om 11 uur vanavond op het vliegveld zijn zodat we met z'n allen één kamer nemen om onze spullen op te slaan, wat te rusten en een laatste douche te nemen.

We moeten eerst nog wat dingen regelen zoals het betalen van de auto en tentspullen (tegen de afspraak in was de open cheque al ingevuld en verzilverd) en het ophalen van de post. Er is alleen een brief van Mario en Wilma. De rest blijkt zoek te zijn.

's Middags gaan we ter afsluiting nog éénmaal het echte Afrika proeven en huren een busje om het Nairobi National Park te bezich­tigen. Het park ligt net buiten de stad. Als we van de drukke weg het park indraaien kun je je niet voorstellen dat we zo dicht bij een wereldstad zitten. Het is er dicht bebosd. We zijn nog geen 100 meter in het park als Ans een paar grote struisvogels ziet lopen. Ien gaat uit haar bol. Dit is het enige dier dat ze nog graag van dichtbij wilde zien. In het bosrijke gedeelte van het park komen we naast wat impala's ook veel giraffes tegen. Plotseling schiet er een neushoorn over de weg. Als hij ons ziet is hij meteen verdwe­nen. Als we op het open gedeelte van het park komen zien we in totaal 6 neushoorns. Zelfs de chauffeur vindt dat uniek. Vanaf de vlakte kun je in de verte de wolkenkrabbers van Nirobi zien. Een gek gezicht met al die gazelles, impala's, buffels en hartebeesten om je heen. We hebben van 2 tot 6 met z'n zessen de beschikking over een eigen bus. Het dak mag alleen niet open vanwege de apen die we helemaal niet zien. Ook bezoeken we een hippopoel. Twee hippo's, een krokodil en een schild­pad lijken daar voor de toeristen neergezet. Op vezoek gooit een nijlpaard zijn bek open, waarna iedereen zijn langverwachte plaatje kan schieten.

In Alpenhof hebben we ons slotdiner. Alhoewel iedereen helemaal versleten is is het tijdens het fonduen erg gezellig.

Om 22.30 nemen we de taxi naar het vliegveld. Het is daar één grote chaos. Eerst moet je je tickets laten zien, dan ergens anders je bagage laten wegen. De koffers worden op één grote hoop gegooid. Een stukje verderop moet je je koffer aanwijzen waarna deze op de lopende band naar het vliegtuig gezet wordt. Aan dezelfde bali moet op verschillende plaatsen ook de airporttax worden betaald en de declaratieformulieren worden ingeleverd. Tenslotte moet er worden bewezen dat je de tax hebt betaald voor je eindelijk door de douane kunt. In de chaos loopt en schreeuwt iedereen door elkaar en weet je niet welke handeling je nu weer moet verrichten. De koffer van Ans is in de grote hoop niet meer te vinden. Later blijkt dat ze hem naar Madrid hebben gestuurd zodat ze een paar dagen moest wachten op haar spullen.

Bij de gate naar het vliegtuig wordt iedereen gefouilleerd met de hand waarbij kruis en borsten niet worden gespaard. De pijlpunten en meegesmok­kelde Shillingen worden gelukkig niet gevonden. In het restaurant betaal je je blauw aan een eenvoudi­ge bak koffie. Ab betaald $2,- voor twee bekertjes koffie en een plak cake. Voor hetzelfde leg ik gewoon 10 Shilling neer. De serveerster wil nog wel protesteren, ik mag geen Shillingen meer hebben , maar roept me niet meer terug.

Om 1.20 stijgen we op. Bye bye Kenia, over zo'n acht jaar zie je ons weer terug.

TerugVerder