KENIA ........ reisverslag 1989 (deel 2)

Deel 1 (21 juni t/m 30 juni )

Deel 2 ( 1 juli t/m 11 juli ) Deel 3 (12 juli t/m 28 juli )
  • Nairobi
  • Nyahururu
  • Maralal (Samburu gebied)
  • Baragoi (Turkana gebied)
  • Nairobi
  • Hell's Gate
  • Lake Naivasha
  • Lake Nakuru
  • Lake Bogoria en Lake Baringo
  • Maralal
  • Samburu park
  • Mt. Kenya
  • Amboseli
  • Masai Mara NP
  • Mombasa
  • Malindi
  • Lamu
  • Diani Beach
  • Nairobi NP

 

Zaterdag 1 juli Nairobi

Met Ien ga ik eerst een ander hotel regelen. We werden vannacht om 5 uur al uit bed getoeterd door matatu's om de hoek die op deze manier passagiers oproepen. Hurlingham hotel heeft helaas pas morgenavond voldoende kamers beschikbaar zodat we besluiten toch nog een nacht in Samagat blijven. De familie rust vandaag uit van de vermoeiende reis. Met Koos breng ik mijn foto's weg.

In de namiddag maken we met z'n allen een rondje door de stad. In een klein park bekijken we minutenlang een wouw (roofvogel) die vlak boven ons hoofd cirkelt en af en toe in een boom neer strijkt. In het Central park raakt Ien niet uitgekeken bij een paar glansspreeuwen. Deze veel voorkomen­de vogels hebben fluoriserend blauwe vleugels en een oranje borst. Ien is helemaal wild van opvallen­de kleuren, vandaar.

Tijdens het eten in het Stanley hotel bekijken we mijn foto's. Ze vallen qua kwaliteit zwaar tegen. Op het terras kregen we eerst geen bier. Je kunt alleen bier krijgen als je ook wat te eten neemt. Pas als we de manager roepen en ons beklag doen krijgen we wat we willen. Om ons heen zitten tal van mensen aan het bier zonder hapje.

Zondag 2 juli Nairobi

Als we verkassen naar Hurlingham hotel komen we beneden Peter tegen. Met hem ben ik onderhande­lingen begonnen over het huren van een auto en had vanochtend hier met hem afgesproken. Helemaal vergeten. Hij beloofd ons gratis weg te brengen naar Hurlingham, maar moet even 5 minuten weg. Als deze 5 minuten weer volgens Afrikaanse klok blijken te zijn nemen we een taxi. Net als we weg rijden komt ook Peter aan. Hij achtervolgt ons de hele weg. De schijters in onze groep denken dat hij boos is en verhaal komt halen. Hij wil natuurlijk alleen maar aan ons verdienen en als we bij Hurlingham hotel zijn starten we meteen de onderhandelingen. De vraagprijs ligt nog aanzien­lijk hoger dan ons aanbod, maar ik denk wel dat we er uit zullen komen. Hij gaat nu eerst terug naar zijn buro om mijn aanbod te bespreken.

Het hotel is voor iedereen een openbaring. Gigantische kamers zijn ingericht met spullen uit de koloniale tijd. Met Ien heb ik een waanzinnige driepersoonskamer kompleet met wasgelegenheid, kaptafel en zithoek. Ook is er een terras waar je heerlijk kunt relaxen. Hurlingham hotel ligt in een buitenwijk van Nairobi zodat het hier redelijk rustig is. Wel moeten we met overvolle bussen naar het centrum.

Nadat we zijn geïnstalleerd lopen we naar het Nationale museum en gaan vervolgens naar het city park. Vooral Koos bloeit helemaal op als hij al die verschillende planten ziet. Hij is duidelijk geen stadsmens. We moesten vanmorgen wel om hem lachen. Iedereen keek enthousiast naar al die bonte glansspreeuwen en ibissen die we in de stad tegen kwamen, maar Koos liep maar wat te chagrijnen. Plotseling gaat hij helemaal uit zijn bol ! "Een VOETBALVELD" kraait hij verrukt uit. Dooie vissies vreter. Moeder en Ien zijn een en al enthousiasme. Ze stralen helemaal. In het park hebben we veel lol met daar loslo­pende apen. De kol...beesten bestelen me twee maal van mijn zakje pinda's.

Doodver­sleten zoals Ien zo mooi kan zeggen komen we weer terug in Nairobi. Bob blijkt inmiddels in Nairobi te zijn. Met Koos ga ik hem halen in het Hurlingham hotel. Als we weer terug zijn bij het Stanley hotel is de vreugde groot. De familie is weer kompleet.

Na een lekkere biefstuk in het Alpenhof restaurant nemen we de bus terug naar Hurlingham. Als een echte Keniaan kom ik al schreeuwend en duwend in de bus, de rest van de familie naar de beste plaatsjes loodsend. Iedereen ligt in een deuk. Vooral als het de verkeerde bus blijkt te zijn en we in het pikkedonker in de een of andere stille buitenwijk worden gedropt. De chauffeur, als ik hem ooit nog in mijn handen krijg, zei dat we om de hoek moeten wezen maar in werkelijk­heid zitten we aan de andere kant van de stad. Na een paar minuten komen er in de verte twee lampjes aan. Die blijken tot mijn stomme verbazing van bus 46 te zijn die ons vlak voor de deur van ons hotel afzet. Wat een mazzel.

Maandag 3 Juli Nairobi

Ik ben de hele dag in de weer om een auto te regelen. Het lukt me twee konkurrenten tegen elkaar uit te spelen. De prijs zakt elk uur wel ¦ 100,-. Uiteindelijk nemen we een minibus bij "onze" Peter van Ebra tours voor een bedrag dat ruim ¦ 500,- lager ligt dan zijn al scherpe laatste aanbod voordat ik met zijn konkurrent in de slag ging. We hebben nu een minibus met chauffeur, gratis benzine en verzekering. We betalen geen vast bedrag per dag, maar 8 shilling per kilometer. Dit is veel en veel lager dan de "vaste" prijzen uit de folder die de meeste mensen betalen. Ik heb er wel de hele dag voor moeten knokken en lig nu met een stevige hoofdpijn op bed. De rest, behalve Ab die met de financiële afwikkeling geholpen heeft, zijn naar de Boma's. Dit is een plaats net buiten Nairobi waar voor de toeristen een aantal traditionele dansen worden opgevoerd. Daarnaast is er een "dorp" neer gezet waar de Masaai, Samburu en andere stammen traditioneel gekleed hun waren proberen te slijten. Ondanks het toeristische karakter van de Boma's krijg je een aardige indruk van de diverse in Kenia levende stammen. De familie komt enthousiast terug van hun eerste kennismaking met het andere Kenia. Leuk is dat ze gewoon met de bus zijn gegaan en per persoon maar een fraktie kwijt zijn van het bedrag dat de andere toeristen voor een waanzinnig dure tour hebben betaald.

We eten vanavond in ons Hurlingham hotel. Het eten is lekker, maar wat weinig en vreselijk duur. De bedienden zijn duidelijk betere tijden gewend en reageren geprikkeld als we van de meutige Engelse beleefd­heidsgewoontes afwijken. Hoe durven we tafels bij elkaar te schuiven en meer dan één minilapje vlees van de schaal te pakken!

Dinsdag 4 Juli Hell's Gate en Lake Naivasha

Net als gisteren hebben we een karig ontbijt. Om de honger te stillen kunnen we bij de chagrijnige bediende tegen betaling een ei en wat spek krijgen. Extra brood wordt ook in rekening gebracht. Leuk zo'n ontbijt dat bij de hotelprijs is inbegrepen!

Bij een franse bakker kopen we brood en andere lekkernijen voor de trip. Om half tien is het zover en gaan we met Joseph op pad. Het is een verademing Nairobi weer uit te zijn. De eerste bestemming is het een uur verderop gelegen Lake Naivasha. Eer we er zijn rijden we weer door de lande­rijen van de Kikuyu. Voor we aan het meer onderdak regelen rijden we naar Hell's Gate. Het is een pas opgericht National Park waarin je ook te voet rond mag kijken. Het park is schitterend gelegen in een 12 kilometer lange kloof. De eerste giraffe zagen we al ver voor het park rondlopen. Een gek gezicht om zo'n dier ineens langs de kant van de autoweg te zien. In het park zien we al snel enige dieren. Hartebeesten, zebra's, waterbokken, wat gazellen en een groep giraffen met jong. Zonder het te vragen rijdt Joseph binnen een uur via een energiebedrijf dat warm water oppompt het park uit. Na een steile beklim­ming komen we aan de rand van de kloof en hebben een schitterend uitzicht over Hell's Gate. We overnachten in het Fisherman's Camp aan het meer van Naivasha. Hier nemen we twee banda's. Een banda is een tent of klein hutje met bed en kookfaci­liteiten. We kunnen gelukkig dekens huren want het is best fris. Bob en Carmen huren een tent en zetten die naast de banda op. We kopen bij de Engelse eigenares een zak houtskool en plakken vis voor vanavond. We hebben een heerlijk relaxed plaatsje met uitzicht over het vogelrijke meer. Er zijn momenteel geen flamingo's. Daarvoor is de waterstand momenteel te hoog. Onze aandacht wordt al snel getrokken door een schel geluid boven ons. Na wat zoeken vinden we de kabaal­makers. Het zijn prachtig gekleurde Tanzania lovebirds. Het lijken wel papegaaien, zo schitterend groen met geel en rood zijn ze. Joseph slaapt in het 20 km verderop gelegen Naivasha. Hij vond het hier te duur. Prima, maar de door hem gemaakte kilome­ters heb ik genoteerd en ik ben niet van plan die te betalen. Voor dat geld had hij hier een hele banda voor hem alleen kunnen huren. Na de vismaaltijd gaan we op hippojacht. Er zitten hier zo'n 300 hippo's die 's nachts aan land komen. We zoeken het terrein de hele avond af. We horen ze wel en zien ook hun diepe voet­sporen, maar komen er niet één tegen. Ien is daar niet rouwig om. Ze zweet peentjes als we met een bewaker van het kamp gewapend met een felle lan­taarn de bosjes afstropen. We besluiten de avond met een stom spelletje ezelen. Lachen dus.

Woensdag 5 Juli Lake Nakuru

Joseph blijft ons verbazen. We hebben voor onderweg krakelingen gekocht en voor we het in de gaten hebben pakt hij er een. Het is iemand die zich zeker niet wegcijfert. Vanmiddag krijgt hij dus niet, als we hem tenminste bij de koeken weg kunnen houden. We rijden via Lake Elementaire naar het befaamde Lake Nakuru. Eerst regelen we in Nakuru een hotel. De Mau Vieuw Lodge wordt echter door Joseph afgekeurd. Het is te duur en te vies. Lulkoek, hij kan in dit door ons uitge­zochte pension alleen geen provisie vangen. Wij installeren ons gewoon in dit pension, waarna Joseph schoorvoetend volgt. Nadat we in de stad inkopen hebben gedaan rijden we naar het meer. Vanaf een afstandje zie je de miljoenen flamingo's al als een roze vlek in het water. Bij het meer gekomen mogen we uit de auto en lopen over de drassige grond tot vlak bij de flamingo's. Naast flamingo's zijn er ook pelikanen, maraboes, een stel waterbokken en verscheidene kleinere vogels. Heel indrukwekkend. Na een klein half uurtje rijden we naar een picknick plaats en maken daar een boterhammetje klaar. Toen we op de plek aankwamen hadden waterbokken, impala's en een horde wrattenzwijnen bezit genomen van de plek. De dieren zijn helemaal niet schuw en blijven nog lange tijd in de buurt.

Na een uurtje beginnen we aan een rondje om het meer. Langs de kant van de weg zien we de eerste dik-dik's. Het zijn kleine antilopen, niet groter dan een kleine hond. Ook komen we onderweg erg veel wrattenzwijnen, buffels en gazellen tegen. Ons rondje wordt plot­seling onderbroken door een leeuw die dreigend langs de kant van de weg ligt. Joseph durft er niet langs zodat we de auto keren en weer terug rijden. Als ik vraag of hij nog eenmaal langs de flamingo's kan rijden zegt hij botweg nee. Die hebben we al gezien. Ik ben laaiend, maar kan hem niet op andere gedachten brengen. Het is niet eens een omweg, alleen maar een andere route. Vanavond moeten er maar spijkers met planken geslagen worden. Er is ons tenslotte een chauffeur beloofd die ons brengt waar wij willen. Hij heeft in twee dagen tijd al meerder dingen geweigerd zoals het stoppen van de auto als we een foto willen nemen. Tot groot genoegen van iedereen springt een brutale aap in de auto en steelt de sinaasappels van Joseph.

Nadat we in Nakuru de eerste Afrikaanse maaltijd, rijst met kippebot­ten, naar binnen hebben gewerkt komt het gesprek met Joseph. Ik trek meteen van leer. Al snel blijkt dat de gemaakte afspraken met het reisburo van geen enkele waarde zijn. Zeker niet bij Joseph die na 15 jaar gids-chauffeur verwend is door rijke Amerikanen die van lodge naar lodge trekken en tussen de champagne door wel eens een uurtje op safari willen. Als we terug in Nairobi zijn lopen we wel even bij Ebra binnen. Je kunt niet zomaar een chauffeur geven die niet als beloofd in de auto slaapt, op onze kosten eet ondanks zijn chauf­feurs­toeslag, helemaal niets van het land weet en wil weten en maar enkele uurtjes per dag wil rijden. Van nu af aan maken we de avond tevoren keiharde afspraken over de route en de tijd die we in de parken willen besteden.

Donderdag 6 Juli Lake Bogoria en Lake Baringo

Nadat we in Nakuru inkopen hebben gedaan voor de komende dagen rijden we in 1½ uur naar Lake Bogoria. Het is alweer 70 Shilling dokken voor de entree. Joseph is het weer eens niet eens met onze route en laat dit blijken door met 80 km/u over de nieuwe asfaltweg van het park te razen zodat we niet kunnen stoppen bij de dieren die we langs de weg zien. Bij de geisers gaan we er uit. Het hete water van de drie geisers spuit enkele meters de lucht in. Het meer is een plaatje. Omgeven door heuvels ligt het bijna sprookjesachtig flamingomeer verborgen voor de rest van de omgeving. Martin en Marijke vonden Lake Bogoria de top van hun reis. Ze hebben hier een paar dagen gekampeerd aan het water en hebben in die dagen enkel flamingo's gezien. Voor ons ligt het anders. De gehoopte banda's zijn hier niet zodat we met Joseph het park weer uitrazen op weg naar Lake Baringo. De banda's bij Lake Baringo blijken vol te zijn, maar de eigenares heeft nog wel twee waanzinnige huizen te huur voor nog geen ¦ 100,-. Ruime kamers, eigen keuken en vooral een unieke ligging aan het meer. Als ik de rekening betaal zie ik naast de talrijke vogels plotseling een twee meter lange krokodil uit het water komen. Ik zal het maar niet tegen de vrouwen zeggen, maar als ik terug ben komt Bob al enthousiast vertellen dat hij wel 15 krokodillen heeft gezien!

Het meer bevat zoet water zodat er geen flamingo's te bewonderen zijn. Wel vliegen allerlei andere vogels af en aan. Grappige ijsvo­gels vliegen van tak naar tak en maken tussendoor een duik in het water om een visje te verschalken. Maraboes staan samen met grote blauwe reigers langs de oever te wachten op een prooi. We sluipen de hele middag langs de oever van het meer op zoek naar krokodillen en meestal ligt er wel eentje te zonnen of als een dode tak in het water. Tegen de avond horen we nijlpaard­geluiden. Met een kijker zoeken we het meer af en vinden in de verte een stuk of drie nijl­paarden. Ze zijn zo ver dat je ze met het blote oog niet kunt zien. We proberen een boot te regelen, maar schrikken zo van de prijs dat we dat maar niet doen. Tegen de avond begint het enorm te onweren. Het is vandaag dan ook verstikkend heet geweest. En dat met een meer in de buurt waarin je niet mag zwemmen vanwege de levensgevaarlijke bilhartia parasiet. Deze parasiet komt via de huid in het lichaam en vreet je langzaam helemaal leeg. Op twee na zijn alle Afrikaanse meren besmet met deze parasiet. Ik heb een vreselijke rotbui, net als sommige anderen, die veroor­zaakt wordt door het drukkende weer. Tot overmaat van ramp leg ik mijn wasgoed op een kast te drogen (Er zijn voor Jan Lul geen waslijnen meer vrij) die vreselijk afgeeft en gore bruine vlekken veroorzaken. Iedereen denkt dat ik niet kan wassen! Door het druk­kende weer krijg ik als het bijna donker is en de onweersbui bijna losbarst het in mijn hoofd om in het dorp bier te gaan halen. Via allerlei achter­buurten waar in en in smerige kinderen ons een hand willen geven bereiken we het dorp. In een barretje waar de barman achter dikke tralies bescherming heeft gezocht kopen we een paar halve liters. Ien vindt het doodeng. Door haar haast weer terug te gaan naar de banda wordt me een douche bespaard aangezien we nog geen minuut binnen zijn als de tropische onweersbui los barst.

De rest van de avond zitten we lekker onder het afdakje te genieten van de stromende regen. Binnen liggen lekkere hapjes op tafel zoals een broodje overheerlijke Hollandse kaas. Pas laat duiken we onder het muskietennet. We moeten wel eerst de zeven muskieten uit het net verdrijven.

Vrijdag 7 Juli Lake Baringo naar Maralal

Om 6 uur word ik door Koos gewekt. We gaan op hippojacht. Iemand van de camping, waar ons huis op staat, zegt iedere ochtend hippo's op het terrein te zien. We sluipen naar de oever, maar lijken pech te hebben. Plotseling horen we een kabaal en in een flits zien we vanuit het riet een nijlpaard het water in dui­ken. Verder zien we alleen nog een paar kleine krokodillen langs de kant van het meer. Ietwat teleur­gesteld gaan we weer terug naar bed. Joseph komt ons pas om 12 uur halen zodat we de ochtend lekker aan kunnen klooien. Na de onweersbui van gisteren is het niet meer zo benauwd. Het is hier een waar vogelparadijs. Allerlei kleurige kleine vogeltjes vliegen af en aan. Plotseling ga ik uit mijn bol. Een hop! Als kind was ik al weg van deze vogel van het kwartet­spel en nu vliegt hij hier zomaar langs. Als een ware vogelfreak ga ik er met mijn kamera achteraan. Bijna heb ik hem in mijn lens gevangen als hij verjaagd wordt door een door het dolle heen zijnde Bob. Er is een hippo de camping op gelopen! Snel wordt de hele familie gemobi­liseerd. Ja hoor, daar loopt hij. Rustig op z'n gemak aan de water­kant. We sluipen langzaam dichterbij en komen achter een boom tot op enkele meters van het imposante dier. Hij heeft ons helaas ook in de gaten en voordat iedereen is gearriveerd is hij alweer verdwenen in het riet. Op het terrein is inmiddels ook een reuze landschildpad opgedoken. Iedereen gaat even met dit dier uit de prehistorie op de foto.

Als we om 12.30 vertrekken naar Maralal is het weer regenachtig. De regen heeft wel de lucht gezuiverd zodat we prima vergezichten hebben als we de Grote Slenk uit rijden en de horst beklimmen. Onderweg komen we de eerste nomaden tegen. Moeder gaat helemaal uit haar bol. Joseph blijkt weer eens weinig van zijn eigen land te weten en zegt dat het Samburu zijn. Het zijn echter Pokot. Ze hebben wel net zo'n kralen­ketting als de Samburu, Masaai en Turkana, maar die van de Pokot is niet zo kleurrijk. Het is een arme stam zodat de kralen meestal gerolde bolletjes klei zijn. We hebben ook een jonge lifter in de bus. Hij rijdt meer dan een uur met ons mee. Zou hij echt van plan zijn geweest 80 km te lopen? Wij zijn vandaag wellicht de enigen die deze weg gebruiken. Onderweg zien we ook weer allerlei wilde dieren. Bavianen, een dik-dik, zebra's, eland antilopen, gazellen en een paar struisvogels. Bob zegt bovendien een luipaard gezien te hebben.

Na drie uur rijden zijn we in Maralal. Moeder is helemaal van de goden los nu ze al die kleurrijke Samburu ziet. Meteen begint ze aan al die mensen te plukken en heeft meteen kontakt. Kelly is er ook weer. "Mama, mama" roept hij naar Ans en steelt zo haar hart.

We logeren in Buffalo house. Volgens de boeken het Hilton van Maralal, maar in werkelijkheid een smerige tent met afschuwelijke bediening. Alleen de prijs valt te vergelijken met Hilton. We gaan desondanks niet naar ons vorige adres. Daar is geen water en hier wel. Je moet wel je neus dicht houden van de stank. Er is een kantine achter Buffalo house en alle gasten komen de hele dag stomdronken de toiletten van het hotel onder pissen. Afgezien van de stank maken ze 's nachts ook een enorme herrie. Kortom, een typisch Afrikaans tienderangs hotel. Naast Kelly komen we ook Moses weer tegen. Met de hele bups gaan we op zoek naar Julius, de gids die we de vorige week hier tegen geko­men zijn. Het is een fijne vent die houdt van zijn land en veel van de omgeving kan laten zien. Ju­lius woont even buiten het dorp. We worden meteen uitge­nodigd voor een kop thee. Hij woont met zijn gezinnetje, vrouw, een kind en de tweede op komst, in een piepklein lemen huisje. We spreken af dat hij ons morgen de omgeving laat zien. Eerst naar de smid, vervolgens naar de tovenaar, hierna naar Lisiolo waar je een schitterend uitzicht over de Rift Valley hebt en als het mee zit is er ergens in de omgeving een Samburu bruiloft. We kopen met hem alvast wat spullen in. Tabak, thee, sui­ker, miro (een stimu­lerende plant waarop ze kauwen) en twee kleden voor de eventuele bruid en bruide­gom. Julius praat met Joseph over onze plannen. Met veel takt praat hij de route door. Joseph stemt schijnbaar ent­housiast toe, maar later vertelt Julius me dat hij Joseph soms moest dwingen ons naar bepaalde plaatsen te brengen.

Weer terug in het dorp komen we die brutale kop van Nico­lais weer tegen. In een kort onderonsje zeg ik hem dat ik geen moeilijkhe­den wil en dat hij niet zoveel meer moet drinken als hij niet uiteinde­lijk de gevangenis in wil draaien. Hij is duidelijk opgelucht dat ik niet terug gekomen ben om hem bij de politie aan te geven.

In ons pension hebben we een redelijke maaltijd. We worden alleen weer eens opgelicht. Vijf van ons bestellen een maal. Als Ab een beetje van ons mee eet moeten we voor hem ook een maaltijd betalen. Helaas is er betaald toen ik even met Julius mee was zodat ik kon lullen als Brug­man om ons geld terug te krij­gen. Bovendien moeten we voor "het werk" dat de kelner nodig had om melk te koken voor de koffie extra betalen. De brutale vogel waagt het bovendien nog om tip te vragen!?!

Ien vindt het hier eng en is een beetje bang. Ze vindt het wel leuk, maar ze is blij als we het "lugubere" Maralal weer uit zijn. Moeder daarentegen kan haar lol niet op en is in het pikkedonker nog in de weer met de Samburu's.

Zaterdag 8 Juli Maralal

In heel Maralal is geen brood te vinden zodat het bij de prijs inbegrepen ontbijt bestaat uit een bakje thee. Gelukkig hebben we nog een eigen voorraadje. Het is een tijdje erg droog geweest en het koren is op. Gelukkig voor de mensen hier kan er bijna weer geoogst worden.

Met Julius als gids rijden we eerst naar de smid. In een klein rond hutje laat hij zien hoe hij de speren voor de Samburu krijgers maakt. Ook maakt hij een armband voor Ineke. Hij giet eerst vloeibare aluminium in een gootje. Als het gestold is smeert hij het in met koeiehoorn waardoor het een zwarte kleur krijgt. Met een vijl maakt hij wat motiefjes. In het kleine nederzettinkje heeft de hele omgeving zich ver­za­meld om die rare toe­ris­ten aan te ga­pen. De smid heeft al zijn waren uit­gestald en probeert ze aan ons te slij­ten. Voor de kinderen hebben we een grote zak snoep gekocht. Uit alle hoeken komen ze te voorschijn voor een snoep­je. Ans is helemaal in haar element en beleeft hier het hoogtepunt van haar reis.

Het is een half uurtje rijden naar de tovenaar. We hebben pech. Hij is een zieke behan­delen en komt overmorgen pas terug. Zijn zoon en opvolger is er wel en nodigt ons uit in zijn hut. Er wordt meteen weer thee klaar gemaakt. In de hut zitten twee Samburu krijgers. Binnen de kortste keren heeft Ans de ivoren oorringen uit hun oren gepeuterd en onder­werpt ze aan een nader onder­zoek. De heldhaftige krijgers kunnen er alleen maar om gie­chelen.

Julius vertelt over het leven van de Samburu. Van hun ge­boorte tot hun 15e zijn jon­gens kind. Op een door de tovenaar te bepalen moment worden alle jongens van die leeftijd krij­ger. Dat zijn ze ongeveer 7 jaar. In die tijd moeten ze de clan verdedigen tegen andere Samburu clans en vijandige stammen. Ze mogen ook niet trouwen, maar wel één of meerdere vrien­dinnen er op na houden waarmee ze ook mogen oefenen. Na die 7 jaar is het weer feest en worden de krij­gers man. Ze mogen nu trouwen. De vader koopt dan een vrouw. Die moet van buiten de eigen clan komen. Een vrouw van een andere stam mag ook. Vrouwen kosten gemiddeld 7 koeien plus een koe die op de trouwerij geslacht moet worden voor de gasten. De vrouw gaat bij de man wonen en neemt de tradi­ties van de man over. Mannen en vrouwen hebben geen in­spraak bij de keuze van hun partner door hun ouders.

Vrouwen doen bij de Samburu alles. Ze doen naast de tra­ditioneel vrouwelijke arbeid ook dingen als het water halen (soms kilometers lopen) en het huis bouwen. De kudde geiten en koeien wordt door de kin­deren gehoed. Mannen besteden de hele dag met het zichzelf mooi maken en het lekker pra­ten met elkaar. Een clan wordt geleid door de oudste man. Deze zit de hele dag samen met andere wijze mannen lek­ker te niks­en voor hun huis. Ze be­slis­sen over al­les.

Als we vertellen hoe alles in Nederland geregeld is kijken ze ons eerst ongelovig aan om vervol­gens haast omver te rol­len van het lachen. Wat zijn Hollandse mannen toch vrese­lijk dom! Mannen die "vrouwen­werk" doen, ongelóóó­óóófelijk.

De volgende stop is Lisiolo. Hier kun je de Rift Valley van grote hoogte naar beneden zien vallen. Met het blote oog kun je de bomen beneden in de val­lei niet zien. We houden op dit rustige plekje een uurtje pauze. Meteen hebben we gezel­schap van drie herder­tjes.

De trouwerij blijkt er vandaag niet te zijn. Het was maar een gerucht is Maralal. We gaan nu maar de wouden rond Maralal in op zoek naar Olifanten. Deze blijken er ook niet te zijn zodat we ons maar bij de Mara­lal Safari Lodge af laten zet­ten. Weer pech. Waren er vori­ge week nog volop dieren te zien bij de poel van de lodge, nu is er alleen in de verte een eenzaam wrattenzwijn te zien. Ik besluit met Koos , Annemarie en Ien maar een stukje in de omgeving te gaan lopen. We hebben geluk en komen net bui­ten de lodge mid­den in een kudde ze­bra's te­recht. Als we samen met Julius in de lodge dineren komen zebra's ook een slokje nemen in de poel zodat de anderen ze nu ook kunnen zien.

Zondag 9 juli Maralal naar Isiolo

We wachten tevergeefs op Julius die met ons mee zou lopen naar de lodge. We gaan nu maar via de weg en niet binnendoor. Het verbaast ons dat we onderweg kinderen in hun kostuum naar school zien lopen. Het is zondag. Na een klein uurtje zijn we bij de lodge. Net als gisteravond is er weer behalve hetzelfde wrattenzwijn geen dier te zien. Tijdens het ontbijt komen gelukkig de eerste zebra's. Het worden er al snel een stuk of dertig. Ook een aap en in de verte een eland antilope laten hun neus even zien. In de lodge is net als in Maralal geen brood te krijgen. In plaats daarvan krijgen we kleine oudbakken kaakjes. Gelukkig is de rest goed verzorgt zodat we niet met lege maag én lege portemonnee op stap hoeven.

Rond negen uur komt Joseph ons halen en beginnen we aan onze lange rijdag. Het is een prachtige dag. De uitzichten zijn fenomenaal en als we de stille afslag naar Isiolo nemen zien we konstant dieren om ons heen. Joseph moet steeds uitkijken voor overstekende Thomson gazellen en zebrapaden. De weg is een echt wasbord waar je alleen redelijk overheen rijdt als je een vaartje hebt van 60 km per uur. Desondanks tril je helemaal weg. Onderweg zien we ook veel Samburu's langs de weg lopen. Als ik de kleurrijke krijgers op de gevoelige plaat probeer te krijgen stopt Joseph plotseling de auto. Hij is kwaad, want de Samburu willen niet op de foto. Dat is juist de reden dat ik ze vanuit de rijdende auto wil nemen. Joseph is bang voor zijn auto, maar stopt wel vlak bij een juist gefotogra­feerde Samburu zodat ik zijn verhaal met enig hoongelach aanhoor.

De termietenheuvels in dit gebied hebben een aparte vorm. Bovenop de heuvel lijken ze hier een minaret te hebben gebouwd. Zouden de termieten hier in het noorden ook isla­mitisch zijn?

Joseph rijdt erg hard door. Hij wil vroeg in het Samburu park zijn. Dit gehaast leidt vlak voor het park tot een kompleet vernielde buitenband. Aangezien we ook al een keer in het mulle zand hebben vast gezeten komen we vrij laat aan bij de lodge in het park. Ze beginnen net met het afruimen van de lunch. Voor ¦ 25,- pp kunnen we op de valreep nog genieten van het "pak-wat-je-dragen-kan-buffet". Ab spon­sort gedeeltelijk deze luxe uitspatting. De lodge ligt knap verborgen in een stukje oerwoud. De beneden­langs lo­pende rivier trekt allerlei, voornamelijk kleinere, dieren aan. Zo lopen we tussen de apen, eekhoorn­tjes, neushoorn­vogels en mara­boes een rondje over het ter­rein. Wat een leuke ervaring moet het zijn om hier een nachtje te kunnen blij­ven. Om vier uur gaan we op pad. Samen met tien­tal­len andere bus­jes wordt de naas­te omgeving afge­stroopt. Het park is bekend om zijn aparte Noord-Keni­aanse dier­soorten die verder naar het zuiden niet meer voorkomen. De giraffe­antilope (ge­re­noek) heeft een lange nek. Om in deze droge stre­ken aan ver­se blaadjes te komen maakt hij naast zijn lange nek ook gebruik van zijn ver­mogen op enkel zijn achterpoten te staan. Het lijkt wel of hij in de struik wil klimmen. Het park huisvest ook de zeld­zame Grevy zebra. De strepen zijn fijner dan die van de "gewo­ne" zebra die ons nu al de keel uithangt. Zijn grote Mickey mouse oren maken het een grappig mooi dier. De giraffen hebben hier een fijnere teke­ning en worden netgiraffen genoemd. Mooiste dier van het park is echter de oryx. Het is een elegant dier met twee lange, rechte evenwijdige horens. Binnen een half uur hebben we al deze dieren al van dichtbij mogen bewon­de­ren. Het park huisvest ook een aanzien­lijk aantal dik-diks en impala's. We gaan vervol­gens verder het park in op zoek naar oli­fan­ten. Joseph doet voor de eerste maal deze reis echt zijn best voor ons en na een half uurtje zie ik in de verte de eer­ste olifant. Het pilsje is eindelijk ver­diend. Ineke gaat helemaal uit haar bol. We komen midden in de kudde terecht en kunnen de kolos­sale dieren haast aanraken. De bullen zijn gigan­tisch groot en hebben grote slag­tanden. De groep be­staat ook uit twee generaties jongen. De kleinsten zijn nog erg speels en zijn een lust om naar te kijken. Als de groep verder trekt lijkt het wel het rijtje olifanten op de kast dat ook van groot naar klein achter elkaar aan loopt. We hebben geluk en komen een paar kilometer verder weer een kudde olifanten tegen.

Na een meer dan geslaagde rondrit verlaten we het park. Bij de gate worden we overvallen door tientallen Samburu die hun waar proberen aan te prijzen. Als je de ramen van de auto niet dicht zou doen en snel weg zou rijden kun je alle invaliden van Schiedam van nieuwe ledematen voorzien. Wat een zootje!

Het is nog maar een klein stukje naar Isiolo. Nadat we een goedkoop maar smerig pension hebben afgekeurd gaan we weer op de luxe toer en nemen een duurder hotel. Ook hier blijken ze problemen met het water te hebben. De waterpomp is kapot zodat bedienden de hele avond met teilen water aan het sjouwen zijn. We krijgen wel een hele gulden korting op de kamerprijs voor dit ongemak. We zijn echter een veelvoud kwijt aan tip voor de zich lam sjouwende bedienden. Na groepsoverleg met Joseph over de te volgen route genieten we van ons eerste schone bed in dagen.

 

Maandag 10 juli Nanyu­ki (Mt Kenya)

Het heeft flink ge­stormd van­nacht. Aange­zien het raam niet goed afsluit leek het helemaal een orkaan. Met nat WC-papier heb ik de gaten gedicht maar veel helpen deed het niet.

Met Ineke loop ik net buiten het hotel een schoolter­rein op. Vanuit een open klaslokaal hebben de ongeveer 6-jarige kinderen ons meteen in de ga­ten. We maken een praatje en worden door de lerares uitge­nodigd om een kijkje in de klas te nemen. Ze is net bezig haar 60 (!) leerlingen met behulp van versjes het alfabet aan te leren. Speciaal voor ons dreunt de hele meute twee versjes op. Het is nauwelijks te verstaan. Naar de grappige bewegin­gen en enkele woorden te oordelen ging het tweede versje over een poesje. Voor in de klas liggen 60 brooddoosjes. Alle kinderen blijven over. Ze zijn zo en zo al veel op school aangezien ze ook op zondag naar school moeten.

We vertrekken met vertraging. Een tweede band liep leeg zo­dat we de laatste reserve­band moesten gebruiken. Uit voorzorg liet Joseph de band eerst plakken. Het is drie uur naar Nanyuki. We slapen in hetzelfde pension als een week terug. Joseph is het er niet helemaal mee eens. Hij loopt nu zijn commissie mis van het hotel waar hij ons eerst heen wilde brengen. Dit pension heeft redelijk luxe kamers voor maar ¦ 4,- per persoon. Je hebt dan ook nog eigen douche en toilet op de kamer.

Nadat onze spullen zijn uitgepakt rijdt Joseph ons naar de voet van Mt Kenia. De lodge waar we ons middagmaal hebben gepland blijkt net binnen het park te liggen zodat we per persoon ¦ 25,- entree moeten betalen om binnen te mogen. Dit wordt ons te gek, in totaal ¦ 200,- om alleen maar een bakje thee te mogen bestellen en keren om. Achter ons staat inmiddels een hele file van rijke Amerikanen die het geld er blijkbaar wel voor over hebben. Joseph zet ons nu op een strategisch punt af zodat we een wandeling kunnen maken net buiten het park. De berg zelf laat het helemaal afweten en is in een dikke mist gehuld. We komen al snel een klein dorpje tegen. In een klein houten restau­rantje, dat deze naam niet eens mag hebben, nemen we een paar drankjes en probeert de familie de mandazi en chapati uit. Mandazi is een soort in olie gebakken oliebol en een chapati is een dikke maispannekoek. Het smaakt prima. Als ik de rekening vraag vind ik die opvallend hoog. Na kontrole blijkt er weer geen hout van te kloppen. De grapjassen hebben de rekening gewoon "maal twee" gedaan en komen daar ook rond voor uit, alsof dat de normaalste zaak van de wereld is en of ik het maar wilde betalen. Na een lachsalvo halveert hij beduusd de rekening. Er blijkt echter meer scheef te zitten en reken ik hem op schoolmees­terachtige wijze alles voor. Uiteindelijk daalt de rekening van 132 via 66 naar 43 Shilling. Ik ben royaal en reken niets voor deze gratis rekenles.

We lopen twee uur in de omgeving eer Joseph ons weer oppikt zonder een glimp van de berg te zien. Moeder heeft een grappige vorm van vreemde woorden uitspreken. Groeten doet ze met "Sambo" (ipv Jambo), nijlpaar­den noemt ze "hippies" en haar geld bewaart ze in een "moneybult". Moeder en Ab hebben in Nanyuki een waanzinnig restaurant ontdekt. De normen blijken de laatste dagen aardig vervaagd. Het blijkt een ordi­naire ongezellige MacDonalds achtige tent te zijn. Het waanzin­nige blijken de niet vuile tafels en aanwezige servetten te zijn. Dat hebben we inderdaad na Nairobi niet meer mee gemaakt. Bovendien blijkt voor het eerst in dagen de rekening te kloppen. We geven een redelijke tip met de vermelding dat het niet voor het eten is maar voor de kloppende rekening. De man weet niet of hij blij moet zijn of niet.

In het hotel doen we nog even de was. Iedereen zit er een beetje doorheen en is geestelijk moe. Het hoge tempo en de ontelbare indruk­ken beginnen zich te wreken.

Dinsdag 11 juli Nanyuki naar Nairobi

Vlak buiten Nanyuki stoppen we even bij de evenaar. Joseph is vandaag weer rotvervelend. Eerst stopt hij niet bij de evenaar zelf, maar bij souvenir­stalletjes even verderop. Deze hebben voor de toeristen ook een bord van de evenaar neer gezet. Onderweg stopt hij nog een paar keer tegen onze zin in bij andere souvenirwinkeltjes. Hij zal wel commissie krijgen. In Nairobi hebben we veel te regelen. We instal­leren ons eerst weer in het Samagat hotel. Iedereen krijgt daar een taak. Ineke, Annemarie en Ans gaan naar de poste restante (Er is een brief van Ien's moeder). Bob en Carmen gaan treintickets naar Mombasa regelen en fotorolletjes kopen, Koos gaat Joke van waanzinnig veel leesvoer voorzien en ik ga met Ab een portie ongenoegen spuiten bij Ebra tours. Aan de eigenares vertellen we aanvankelijk op vriende­lijke en voorzichtige toon wat er allemaal mis is gegaan de afgelopen week. Peter, de jongen met wie we de afspraken hebben gemaakt, is er ook. De op geld beluste teef wenst echter geen enkele verantwoording te nemen voor Peters leugens. Het is volgens haar normaal op deze wijze klanten te lokken. De door de chauffeur privé gereden kilo­meters moeten we gewoon betalen. Bovendien is het normaal dat Joseph niet in de auto slaapt (dat heb ik nog nooit meegemaakt !) en moeten we ons maar gedragen als "normale" Amerikaanse toeristen die af en toe een uurtje wild kijken en voor de rest lekker luieren in dure lodges. We staan perplex en worden ook steeds grover. Als het mens met dollarte­kens in haar ogen ook nog eens glashard beweert dat we te weinig kilometers hebben gemaakt is de maat vol. We stoppen met deze zwendelaars en laten dat dan ook luidruchtig weten aan potentiële klanten. We betalen voor de afgelopen week en stappen op. We krijgen een cheque mee voor het te veel betaalde. Het kreng presteert het nog om een fout te maken van ¦ 100,- in haar voordeel. We zitten nu wel zonder auto en het mooiste deel van onze safari moet nog beginnen. In Nederland had ik het nooit gedurfd, maar aangezien hier ook iedereen hondsbrutaal is stap ik naar Market Car Hire. Dit is de concurrent van Ebra die ik op het laatste moment heb laten zitten. We worden met open armen ontvangen. Zoals verwacht hadden ze daar wel gedacht dat het met Ebra niets zou worden. Binnen een half uur is er een andere auto geregeld. We hebben ditmaal afspraken gemaakt met de eigenaar. Het ging op een bijzonder prettige manier en ik heb spijt dat ik niet meteen bij hem een auto heb gehuurd. Betalen kan achteraf en hij regelt voor ons dat we voor de kampeerspullen geen borg hoeven te betalen. Blij maar geestelijk gebroken gaan we terug naar het hotel om het goede nieuws te vertellen. Iedereen is blij dat we van de arrogante Joseph af zijn. Door een misverstand zijn er nog geen boodschappen gedaan zodat ik meteen weer op pad kan. We moeten heel wat hebben want morgen gaan we voor enkele dagen de bush in. Koos gaat mee als drager. Hij heeft vandaag zijn rolletjes weggebracht en dat is helemaal mis gegaan. Één rolletjes hebben ze helemaal verziekt en de anderen krijgt hij niet ontwikkeld weer terug. Op weg naar huis probeert een jongen in lompen mijn horloge te pikken. Hij doet zich voor als agressieve gek en probeert met geweld mijn horloge van mijn arm af te rukken. Ik heb het door zodat de truc mislukt. De "gek" staat zich even later bij wat vriendjes rot te la­chen om zijn act.

's Avonds eten we pizza. We hebben een tafel gereserveerd en dat is wel nodig ook. Om elk plekje in het overvolle restaurant wordt haast gevoch­ten. Ab vindt dat Ineke en ik te veel in het openbaar vrijen en neemt daar aanstoot aan. We hou­den ons dus in. Als ik even later aan Ab vraag wat de bijbelse plaat aan de muur achter hem betekent begint hij een heel verhaal over Jezus die op een ezel Jeruzalem binnen trekt. Ondertussen geef ik Ien een stevige pakkert en de hele tafel ligt haast onder tafel van het lachen. Ab denkt dat hij grappig is met zijn bijbelse uitleg en lacht niet begrijpend met ons mee.

TerugVerder